We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Iedereen langer werken voor minder pensioen… behalve ministers en parlementsleden?

Als het van minister van Pensioenen Jambon en de Arizona-regering afhangt, zou iedereen langer moeten werken voor minder pensioen, behalve... zijzelf. De regering-De Wever kondigt zware besparingen aan die diep snijden in de pensioenen van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, maar ze blijft muisstil over de pensioenprivileges van ministers en parlementsleden.

donderdag 3 april 2025

Premier De Wever en minister van Pensioenen Jambon in gespek in de Kamer

“Zij die straks willen stemmen om iedereen langer te laten werken voor minder pensioen, genieten zelf van gulle pensioenprivileges”, zegt onze volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist Kim De Witte. “Daar horen we niets over. Wat zogezegd onhoudbaar is voor de werkende bevolking, zou onbetwist blijven voor politici? Dan vraag ik me af: wie leeft er in dit land eigenlijk boven z’n stand?”

We zochten uit hoe het pensioen voor ministers en parlementsleden nog steeds grote privileges bevat vergeleken met werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Dit zijn de vijf belangrijkste voordelen op een rij:

  1. Vroeger met pensioen: heel wat ministers en parlementsleden kunnen vanaf 60 of 62 jaar met pensioen, zelfs met een beperkte loopbaan. Voor de rest van de bevolking geldt een minimum van 42 gewerkte jaren om vervroegd met pensioen te kunnen.
     
  2. Pensioen berekend op laatste loon:  Ministers en parlementsleden hun pensioen wordt berekend op hun allerlaatste loon, dit is momenteel 9.464 euro bruto. Ambtenaren hun pensioen wordt berekend op het gemiddeld loon van de laatste 10 jaar, werknemers en zelfstandigen wordt het pensioen berekend op het gemiddeld loon en beroepsinkomen over de hele loopbaan (45 jaar).
     
  3. Afscheidsvergoeding telt mee: ministers en parlementsleden bouwen verder pensioen op tijdens de volledige periode gedekt door hun afscheidsvergoeding. Deze periode wordt ook gelijkgesteld als “gewerkte periode” voor de pensioenmalus. Een werknemer met een contract van bepaalde duur dat afloopt, krijgt geen afscheidsvergoeding, wel een werkloosheidsuitkering die niet gelijkgesteld wordt voor de malus.
     
  4. Elk jaar in mei krijgen ministers en parlementsleden 92% van hun parlementair pensioen uitbetaald als vakantiegeld (dat loopt dus op tot meer dan 6.000 euro bruto). Bij gepensioneerde werknemers bedraagt het vakantiegeld rond de 1.200 euro (≈ 72% van het gemiddeld bruto werknemerspensioen), bij ambtenaren rond de 350 euro (≈ 10% van het gemiddeld bruto ambtenarenpensioen). Zelfstandigen hebben geen recht op vakantiegeld.
     
  5. Ministers en parlementsleden kunnen een overlevingspensioen cumuleren met een parlementaire wedde of een parlementair rustpensioen tot aan het Wijninckx-plafond. Bij ambtenaren zijn de cumulatiegrenzen veel lager. Daarnaast kunnen ook wettelijk samenwonenden van parlementsleden een overlevingspensioen krijgen.

We moeten die privileges stopzetten en het recht op een fatsoenlijk pensioen voor alle werkende mensen in dit land garanderen, zonder malus en zonder langer te moeten werken.

Kim De Witte

Verantwoordelijke organisatie en volksvertegenwoordiger in de Kamer

Er is tot slot nog een zesde privilege: het pensioen van ministers en parlementsleden blijft volledig geïndexeerd, terwijl dat van ambtenaren vanaf 1 juli 2025 niet langer wordt geïndexeerd boven het maximumpensioen van werknemers. Minister Jambon verklaarde op 2 april 2025 in de Kamercommissie Sociale Zaken dat deze indexstop ook voor ministers en parlementsleden zou gelden. Of er binnen de regering effectief een meerderheid is om dit door te voeren, blijft afwachten.

Maandag legden in heel België werkende mensen het werk neer, onder meer uit protest tegen de pensioenplannen van deze regering en in het bijzonder de invoering van een pensioenmalus.

“En ze hebben gelijk,” zegt Kim, “want een groot deel van de bevolking zal verplicht worden om langer te werken voor minder pensioen – terwijl de pensioenen in België nu al veel te laag zijn. Het feit dat ministers en parlementsleden genieten van bevoorrechte pensioenregelingen, maakt dat ze compleet geen voeling meer hebben met hoe een groot deel van de bevolking leeft. We moeten die privileges stopzetten en het recht op een fatsoenlijk pensioen voor alle werkende mensen in dit land garanderen, zonder malus en zonder langer te moeten werken.”