Werelddag van de Geestelijke Gezondheid: het is dweilen met de kraan open

Mensen moeten tot anderhalf jaar wachten voor ze ergens terecht kunnen voor geestelijke gezondheidszorg. Sommige centra zetten zelfs niemand meer op de wachtlijst. We hebben meer en meer psychische problemen en het kost steeds meer moeite om gepaste hulp te krijgen. Hoe is het zover kunnen komen? 

10 oktober is Werelddag van de Geestelijke Gezondheid. Vandaag wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor mensen met psychische problemen.

Sofie is een van die mensen, ze is 35 jaar en alleenstaande moeder met twee kinderen. Ze werkt aan de kassa in een grote supermarkt. Het leven loopt voor haar niet van een leien dakje: stress om werk en gezin te combineren, moeilijkheden om het eind van de maand te halen met haar bescheiden loon, alleen de zorg voor haar twee kinderen dragen … De laatste maanden voelt ze zich moe en toch kan ze niet slapen. Ze piekert en wordt boos om het minste, ze voelt zich lusteloos en heeft nergens echt zin in. Het is niet makkelijk maar ze vindt de moed om naar haar huisarts te gaan. “Misschien heeft het allemaal geen zin meer”, huilt ze daar. Ze doet haar hele verhaal en samen besluiten ze dat Sofie best snel psychologische hulp krijgt. Zo kan voorkomen worden dat haar klachten erger worden.

De moed in de schoenen

Sofies zoektocht naar een psycholoog begint. Een zelfstandige psycholoog kost algauw 55 euro per bezoek en de mutualiteit voorziet helaas geen terugbetaling. Dit zou dus meteen een enorme hap uit haar kleine budget zijn. Heeft zij dan geen recht op ondersteuning? Toch wel, samen met de huisarts neemt ze contact met een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Hier kan Sofie terecht bij een psycholoog of een therapeut voor een lager tarief. Als Sofie dat hoort is ze opgelucht, maar dat blijkt van korte duur. Het CGG laat Sofie weten dat ze toch zeker een jaar op de wachtlijst zal staan voor ze geholpen wordt. De moed zakt haar in de schoenen.

Sofie is niet de enige die zo’n boodschap krijgt wanneer ze eindelijk de moed vindt om professionele hulp te zoeken. Meer en meer mensen kampen met problemen zoals die van Sofie. In 2013 gaf een derde van de volwassen bevolking al aan dat ze psychische problemen hebben1. Gigantische cijfers. En tegelijk schat men de gemiddelde wachttijd voor een eerste intakegesprek binnen de CGG op 50 dagen, waarna ze nog eens 50 dagen moeten wachten op een tweede gesprek2. In de grote steden is het nog langer wachten, tot wel anderhalf jaar. Sommige centra zijn daarom genoodzaakt om geen nieuwe patiënten meer op de wachtlijst te zetten. Over hoeveel centra het juist gaat is niet altijd duidelijk, omdat dit niet geregistreerd wordt. De overheid verplicht de centra om binnen de vier weken een eerste gesprek in te plannen, maar dat is vandaag niet haalbaar. Het is belangrijk om zo snel mogelijk in te grijpen bij psychologische klachten om erger te voorkomen. Lang wachten zorgt voor ernstigere klachten en dus een langere behandeling. Zo konden er in 2017 al meer dan duizend mensen minder geholpen worden dan het jaar voordien. En dus groeien de wachtlijsten steeds verder.

Flexibiliteit en burn-outs

We hebben dus meer en meer psychische problemen en het kost steeds meer moeite om de gepaste hulp te krijgen hiervoor. Hoe is het zover kunnen komen?

Maatschappelijke en economische factoren zijn in grote mate verantwoordelijk voor het psychisch welbevinden van de mens. De laatste jaren werden door de huidige rechtse regering maatregelen genomen zoals het flexibiliseren van de arbeidsmarkt, de verhoging van de pensioenleeftijd en de jacht op de langdurig zieken. Allemaal zaken die psychologische klachten in de hand werken. Sofie krijgt haar uurrooster op het werk maar zeven dagen op voorhand, en dan begint de stresserende zoektocht naar kinderopvang. Meer en meer vrouwen geven aan dat ze werk en gezin niet meer kunnen combineren en de burn-out cijfers pieken. Het aantal Belgische bedienden met een verhoogd risico op burn-out is in drie jaar tijd met ruim de helft gestegen3. Wanneer vrouwen als Sofie ziek vallen, worden ze na twee maand opgejaagd door maatregelen van Maggie De Block om snel terug aan het werk te gaan. Indien dit niet lukt, loert het ontslag om medische redenen om de hoek.

Een toenemende hulpvraag en geen aangepast aanbod. Ook de hulpverleners staan hierdoor onder druk. Vijf tot tien procent van deze professionals wordt vroeg of laat getroffen door een burn-out4. Psychologen, therapeuten en andere hulpverleners zijn vaak diegenen die alle frustraties van doorverwijzers en patiënten over zich heen krijgen. Ze worden dagdagelijks geconfronteerd met de gevolgen van de beleidskeuzes van deze regering en ze roeien met veel te korte riemen.

Bovenstaande cijfers dwingen ons om een radicale verandering door te voeren. Het wordt de hoogste tijd om andere keuzes te maken en de middelen te investeren daar waar ze nodig zijn. Voorkomen indien mogelijk, behandelen indien nodig.

We moeten zoeken naar manieren om de drempel naar de psycholoog verder te verlagen. Het voorzien van psychologen in toegankelijke werkingen zoals wijkgezondheidscentra, het OCMW, Huizen van het Kind, Centra Algemeen Welzijnswerk, armoedeverenigingen en andere betekent een enorme meerwaarde om mensen snel de gepaste zorg te geven. Deze eerstelijnspsychologen zijn eenvoudig te bereiken en werken preventief. Indien nodig verwijzen ze door naar meer gespecialiseerde zorg in het CGG.

Nood aan grote investeringen

In de CGG moeten we inzetten op het wegwerken van de wachtlijsten voor betaalbare psychotherapie. Een belangrijke voorwaarde om dit te bewerkstelligen is dat er ook voldoende geïnvesteerd wordt in het aantal beschikbare hulpverleners. We zien dat het aantal zorgverleners niet evenredig stijgt met het aantal zorgvragers. Sinds 2015 is er een lichte daling in het personeelsbestand dat betaald wordt door reguliere middelen. Er wordt meer ingezet in projectwerkingen, waarvan met niet weet of die al dan niet structureel ingebed zullen worden5. Er is nood aan grote investeringen in psychologische ondersteuning. Het is niet normaal dat mensen zo lang moeten wachten vooraleer ze de gepaste hulp kunnen krijgen. Iemand die zich met een beenbreuk aanmeldt op de spoedgevallendienst wordt ook niet op een wachtlijst van een jaar gezet. Waarom zou dat voor psychische problemen dan wel aanvaardbaar zijn?

Kraan verder open draaien of probleem bij de wortel aanpakken?

De huidige regering maakt volgend jaar 22,5 miljoen euro vrij voor psychische hulpverlening. Veel te weinig! Geneeskunde voor het Volk en PVDA zien dat anders. De farmaceutische industrie gaat jaarlijks aan de haal met tientallen miljoenen van onze nationale ziekteverzekering voor de terugbetalingen van antidepressiva. Uit een rondvraag van de mutualiteit blijkt nochtans dat 95 procent van de artsen minder medicatie zou voorschrijven als de psycholoog terugbetaald zou worden6. Door te besparen op de winsten van de farmaceutische industrie, via een slim kiwimodel (https://pvda.be/artikels/het-kiwimodel-voor-dummies) zouden we tientallen miljoenen kunnen vrijmaken voor psychologische hulpverlening. Een voorbeeld: Het antidepressivum Cymbalta® (duloxetine) werd in 2015 voorgeschreven aan meer dan 100.000 Belgen en kostte het Riziv meer dan 29 miljoen euro. Nochtans zegt de laatste richtlijn in verband met behandeling van depressie dat Cymbalta géén toegevoegde waarde heeft in de eerste lijn en vooral meer bijwerkingen dan winst oplevert ten opzichte van bijvoorbeeld psychologische begeleiding. Toch wordt dit geneesmiddel massaal voorgeschreven.

Maar nog beter dan de ziekte te genezen is het om de ziekte voor te zijn. Dit stelt ons in de eerste plaats voor een aantal maatschappelijke keuzes. Werkbaar werk of een hyperflexibele arbeidsmarkt in functie van de winst van enkelen. Rust voor ouderen of verhogen van de pensioenleeftijd tot we ziek uitvallen? Langdurig zieken opjagen of hen helpen om terug een plaats in onze maatschappij te vinden? De kraan verder opendraaien of het probleem bij de wortel aanpakken?

1. Van der Heyden J, Charafeddine R. (ed.) Gezondheidsenquête 2013. Rapport 1: Gezondheid en Welzijn. Samenvatting van de onderzoeksresultaten D/2014/2505/52 – intern referentienummer: PHS Report 2014-030 https://his.wiv-isp.be/nl/gedeelde%20%20documenten/summ_hs_nl_2013.pdf

2. Zorg en Gezondheid Cijfers Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg-2017 [Online publicatie]. Brussel: Agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Informatie en Zorgberoepen, 2018 [geraadpleegd op 08/10/2018], Beschikbaar op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers-centra-voorgeestelijke-gezondheidszorg

3. Desart, S., Schaufeli, W.B., & De Witte, H. (2017). Op zoek naar een nieuwe definitie van burn-out. Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt Werk, 27(1), 86-92. Leuven: Steunpunt Werk / Uitgeverij Acco.

4. https://www.geestelijkgezondvlaanderen.be/zelfzorg-als-antwoord-op-burn-out

5. https://www.zorg-en-gezondheid.be/sites/default/files/atoms/files/GI2016_CGG-personeel.pdf

6. https://nieuws.vtm.be/vtm-nieuws/binnenland/naar-psycholoog-te-weinig-terugbetaling

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.