Foto Vrede vzw

Wat zit er achter de Amerikaanse aanval op Syrië?

auteur: 

Marc Botenga

Waarom besloten de Verenigde Staten op vrijdag 13 april Syrië aan te vallen? Het gebruik van chemische wapens is ontoelaatbaar, maar wie denkt dat Washington inzit met het lot van de Syrische burgers, dwaalt. Het imperialisme is niet geïnteresseerd in het lot van de Arabische volkeren. Integendeel, sinds 1990 hebben Westerse militaire interventies enkel chaos en vernietiging naar het Midden-Oosten gebracht.

De Amerikaanse invasie van Irak veroorzaakte meer dan een miljoen doden (1). Saudi-Arabië voert vandaag een verschrikkelijke agressieoorlog in Jemen. Israël mag dan weer ongestraft ongewapende Palestijnen neermaaien. Zowel Israël (2) als Saudi-Arabië (3), beide Amerikaanse bondgenoten, werden eerder al beschuldigd van het gebruik van chemische wapens. Washington, Parijs en Londen zwijgen in alle talen. Wat maakt Syrië zo anders? Waarom komt het Westen tussen nog voor enig onderzoek plaatsvond? Welke belangen zitten er achter deze interventie?

Een strategisch plan

In 2002 duidden de Verenigde Staten Syrië aan als schurkenstaat. Dat paste in een bredere strategie van de regering Bush om de Amerikaanse greep op het Midden-Oosten te versterken. De controle over een regio vol olie en gas blijft essentieel voor het imperialisme. Zeker in een context waar opkomende landen als China veel natuurlijke grondstoffen nodig hebben voor hun ontwikkeling. Om die controle te garanderen worden meer onafhankelijke regimes in Irak en Libië door Westerse interventies omvergeworpen. Loyale bondgenoten als Saoedi-Arabië en Israël krijgen voor miljarden wapentuig, terwijl concurrent Iran met sancties en oorlog bedreigd wordt.

Syrisch president Bashar al-Assad sloot weliswaar vele economische akkoorden met het Westen, maar Syrië verzette zich ook tegen de oorlog in Irak, steunt actief Palestijnse verzetsbewegingen en koestert een alliantie met Iran, één van de weinige andere landen in de regio die zich onafhankelijk van het Westen opstellen. Ook geplande gaspijplijnen spelen een rol. Als Washington, Qatar of Saoedi-Arabië de controle over pakweg Syrië overnemen, zouden ze via Syrië makkelijker de gasvoorraden uit de Perzische Golf kunnen exporteren. Dat zou de positie van Rusland, zelf een grote gasexporteur, sterk verzwakken.

Ontevredenheid als kans

De Westerse interventie in Syrië begon jaren geleden. Al in december 2006 legde het Amerikaanse Time Magazine de hand op een geheim document dat toonde hoe Bush de zwakke Syrische oppositie sponsort en poogt te verenigen (4). Om een “regimewissel” te vergemakkelijken raadt William Roebuck, de Amerikaanse zaakgelastigde in Syrië, zijn oversten in hetzelfde jaar een aantal maatregelen aan (5). De VS moeten conflicten uitlokken binnen Syrië om tot een “regimewissel” te komen. Niet-conventionele oorlogsvoering heet dat in de tal van experten. Als in 2011 in verschillende Syrische steden protesten tegen de regering uitbarsten, reageert de Syrische regering met harde repressie. De Golfstaten en het Westen grijpen hun kans en instrumentaliseren de ontevredenheid in de hoop het regime omver te werpen.

Een gelekte mail van het Amerikaanse inlichtingenbedrijf Stratfor onthulde hoe ver de buitenlandse interventie begin 2012 reeds gaat (6). Special Operations Forces van verschillende landen (de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Jordanië en Turkije) trainen ter plekke oppositiegroepen. Uitgesproken bedoeling is via terroristische aanslagen en gerichte moorden het Syrische leger en de Syrische staat te doen instorten. Rebellengroepen worden overspoeld met wapens en geld. De meeste van die wapens kwamen toen terecht bij jihadisten, merkt de New York Times op (7). Zolang die groepen vooral de Syrische regering bekampen, wordt daar niet echt moeilijk over gedaan. Zogenaamd gematigde rebellen sluiten openlijk akkoorden met Al Qaeda of zelfs, tot 2014, de Islamitische Staat. Andere rebellengroepen worden beschuldigd van het gebruiken van gifgas (8). Geen Westerse regering die erom kraait. Het doel heiligt de middelen. En dat doel is duidelijk: Assad verjagen en Syrië overnemen.

Russische interventie verandert machtsverhoudingen

Tot 2015 lijkt dat ook bijna te lukken. Maar dan veranderen de zaken. Washington overweegt, op vraag van de Syrische rebellen, een no-fly zone in te stellen. Die zou het de Syrische luchtmacht onmogelijk maken nog bombardementen uit te voeren. Dat deed het Westen ook in Libië. Daar hielp een no-fly zone de rebellen om Qadhafi te verjagen. Na de recente regimewissels in Irak, Oekraïne en Libië, is Rusland ongerust. Rusland wil vermijden dat Syrië, waar het ook een militaire basis heeft, voortaan een Westers protectoraat wordt. Als Syrië dezelfde weg opgaat, is straks misschien Iran aan de beurt. Trump spreekt er vandaag steeds openlijker over. Dat zou de strategische positie van de Verenigde Staten in de regio enorm kunnen versterken, ten koste van onder meer Rusland.

Op verzoek van Assad stuurt Moskou soldaten en gevechtsvliegtuigen ter ondersteuning van de troepen van de Syrische regering. Stelselmatig begint de Syrische regering terrein te winnen, op de Islamitische Staat maar ook op andere gewapende rebellen of terreurgroepen. Het Syrische leger herovert belangrijke steden als Homs, Hama, en Aleppo. De door het Westen gesponsorde rebellengroepen krijgen grote klappen. Vele storten in elkaar. Het Amerikaanse Plan A – Assad verjagen – lijkt ver weg.

Een grondleger voor balkanisering?

In 7 jaar oorlog slaagden de Verenigde Staten er niet in een geloofwaardig grondleger op poten te zetten. Rechtstreekse invasie lag te gevoelig na het Irak-fiasco. Pro-Westerse rebellencoalities als het Vrije Syrische Leger gingen ten onder aan interne spanningen. In 2015 benaderen de Verenigde Staten de Koerdische strijders in Noord-Syrië. De zogenaamde Volksbeschermingseenheden (YPG) bleken immers extreem efficiënt in de strijd tegen Islamitische Staat. Ze vechten voor zoveel mogelijk autonomie voor de Koerdische bevolking in Syrië. Daarom staan ze sceptisch tegenover de Syrische regering. De Verenigde Staten besluiten de YPG te steunen. Op vraag van de Amerikanen zet de YPG een “coalitie” op: de Syrisch Democratische Krachten (9). Vandaag controleren ze ongeveer een vierde van het land. De Amerikanen houden voorlopig 2000 troepen in het gebied. Daarmee willen ze 30.000 strijders trainen die dat gebied controleren. Zo zetten de VS in op een Plan B: een balkanisering van Syrië. Als een regimewissel in heel Syrië voorlopig niet kan, dan gaat het erom op zijn minst delen van Syrië aan Assads controle te onttrekken.

Maar ook dat Plan B is niet zonder problemen. De situatie in Noord-Syrië is heel complex voor de VS. NAVO-bondgenoot Turkije verzet zich tegen de Amerikaanse steun aan de YPG en greep militair in tegen de Koerdische groepen. Turkije beschouwt de YPG immers als een terroristische organisatie (10). De Koerdische strijders verwachten dan weer steun van de VS tegen Turkije, maar die steun blijft beperkt. Mede daarom onderhandelen de Koerdische strijders ook met Rusland en de Syrische regering. Rusland en het Syrische leger pogen zoveel mogelijk gebied onder controle van Damascus te brengen. Ze zijn bereid de Koerdische groepen te beschermen, indien deze laatsten het gezag van Damascus aanvaarden. Anders kunnen ze het mogelijks op een akkoord met Turkije gooien. Voor de VS is het spitsroeden lopen. De Koerden te veel steun geven, kan een tijdelijke alliantie tussen Rusland, Iran en Turkije creëren tegen de Amerikaanse invloed. De Koerden laten vallen, daarentegen, en Turkije laten doen, betekent mogelijks iedere rechtstreekse invloed in Syrië verliezen. De YPG zal dan weer bij de Syrische regering gaan aankloppen voor bescherming tegen Turkije.

Een lastig parket voor de VS

Drie recente gebeurtenissen illustreren hoe moeilijk de positie van de Verenigde Staten aan het worden is. Op 27 maart veroverde Turkije de Syrische stad Afrin op Koerdische strijders. Hoewel de VS met de Koerdische rebellen samenwerken, en niet blij waren met het Turks initiatief, stak Washington geen vinger uit. Het vermeed een rechtstreekse aanvaring met NAVO-bondgenoot Turkije. Dit was deels gezichtsverlies en zou de Koerden wel eens dichter bij de Syrische regering kunnen brengen. Op 4 april zaten dan Turkije, Rusland en Iran samen op een top in Ankara. Zonder VS onderhandelden ze over de toekomst van Syrië. En vorige week heroverde het Syrische leger Douma, een voorstad van Damascus, op een door het Westen gesteunde rebellengroep. Geen goede weken voor Washington dus. De recente Amerikaanse aanval komt dus in een context waar Syrisch president Assad na 7 jaar oorlog opnieuw het grootste stuk van het “nuttige” Syrië onder controle heeft, met de steun van Rusland, Hezbollah, en Iran. Washington en de door het Westen gesteunde rebellen verliezen zienderogen terrein.

Met de raketaanvallen wilden de VS dus een duidelijke boodschap lanceren: “We gaan niet opgeven. Praten over de toekomst van Syrië zonder ons is ondenkbaar.” Het sturen van extra oorlogsschepen en onderzeeërs naar de regio moet de boodschap versterken. Ook de Franse president Macron wil absoluut terug meespelen. Vorig jaar stelde hij dat Iran, Rusland en Turkije niet meer aan zet mochten blijven in Syrië (11). Later hengelde hij volgens Turkije - tevergeefs - naar een uitnodiging voor de Iraans-Russisch-Turkse top in Ankara (12). Na de bombardementen pochte Macron dat Frankrijk Turkije en Rusland uit elkaar zou spelen. De Russische diplomatie begreep de boodschap en antwoordde opmerkelijk hard. Twee Russische ambassadeurs lieten uitschijnen dat Rusland Amerikaanse doelwitten zou kunnen treffen. Mede daarom was de uiteindelijke schaal van de aanval beperkt, maar de escalatiedreiging blijft. Sommigen willen dat het Westen Assad en Rusland meer aanvalt. Israël dringt er op aan. We zijn “locked and loaded” dreigde de Amerikaanse VN-ambassadrice in de Veiligheidsraad. Frankrijk en de Verenigde Staten willen ook Rusland verdere sancties opleggen.

Welke weg naar vrede?

De Westerse interventie in Syrië drijft niet alleen de spanningen met Rusland op. Ze biedt ook geen enkele hoop aan het Syrische volk. Irak, Libië en Afghanistan illustreren het. Die landen werden kapot gemaakt en overgeleverd aan sectair geweld. Ze werden bronnen van terrorisme en van de Islamitische Staat. Westerse bommen zijn geen oplossing, maar deel van het probleem. Die moeten stoppen. Wat dan wel? Recente studies tonen aan dat burgeroorlogen waar rebellengroepen door buitenlandse partners gesteund worden niet alleen langer duren, maar ook veel bloediger zijn (13). Daarenboven bemoeilijkt buitenlandse steun voor rebellengroepen lokale onderhandelde oplossingen ook (14).

Lokale vredesakkoorden en onderhandelingen tonen dat onder de juiste voorwaarden ook tussen verschillende Syrische spelers echte vredesakkoorden mogelijk zijn. Iedere materiële en financiële steun aan gewelddadige rebellen door NAVO-partners moet dus stop gezet worden. Dat kan ook vermijden dat nog verdere Westerse wapens bij jihadisten terecht komen. Op die manier kunnen lokale akkoorden en onderhandelingen ervoor zorgen dat Syrië snel weer een soeverein land wordt waar uiteindelijk de eigen bevolking het voor het zeggen krijgt. Zo’n beleidsverandering zal druk van onderuit vereisen op onze regeringen.

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

Stop de oorlog
Mijnheer Tristan op een 84 meter hoge toren in Diksmuide staat er NOOIT MEER OORLOG en in zijn schaduw staan de echte(?) Vlamingen elk jaar liedjes te zingen. In feite gaat het om een bende hypocrieten die vandaag gevechtsvliegtuigen willen aankopen die kernbommen kunnen droppen. Uw roep om de oorlog te stoppen is veel te zwak, er zijn er nog teveel die angstig zwijgen en de liedjes zingende macho's onder ons laten begaan.
Ja, en daarom moeten we het met zoveel mogelijk en zo hard en lang mogelijk blijven roepen: stop de oorlog!!!
Goed dat er nog partijen zijn die de gruwelijkheden begaan door Israël en Saudi Arabië, die de Westerse regeringen zo goed mogelijk lijken te willen verbergen, wel onder de loep nemen. Onze media zouden eens wat meer moeten focussen op de belangen die er spelen (olie, ...). Aan de andere kant is de oplossing die voorgesteld wordt, niet meteen een antwoord op de vraag: hoe moet Assad dat tegengehouden worden in zijn wreedheden? De regering van Assad zou gewoon doorgaan met het bombarderen van burgers, tenzij de rebellen allen spontaan de wapens neerleggen en accepteren dat er een dictator aan de macht blijft. En waardoor ze bovendien ook nog eens riskeren opgesloten te worden en, zoals de rapporten van mensenrechtenorganisaties duidelijk aantonen, hoogstwaarschijnlijk gemarteld zullen worden. Zoals dit artikel zelf aanhaalt: de interventie van Westerse landen heeft het conflict nu eenmaal tot dit punt laten escaleren. Honderdduizenden mensen die er wel het beste van maakten en zich niet moeiden met politieke aangelegenheden werden meegezogen en een groot deel sloeg op de vlucht. Ook dat is mee de schuld van het westerse regeringen (al wil ik hiermee niet zeggen dat alle politici die mee besturen, slecht zijn, ze staan zelf gewoon machteloos). En het ergste is nog dat in heel wat landen dezelfde regeringen de vluchtelingenproblematiek misbruiken om aan stemmen te winnen, nadat ze hoopten een graantje mee te kunnen pikken van goedkope olie, mocht Assad weggevallen zijn. Alles draait weer maar eens om winst, lang leve het kapitalisme.