Foto anticapitalistes.net

Spaanse pensionistas komen op straat tegen miseriepensioenen

Sinds het najaar van 2017 komen er in heel Spanje geregeld duizenden pensionistas op straat. Op 22 februari vonden de eerste grote acties plaats van de “Nationale coördinatie voor het behoud van het publieke pensioensysteem”. In meer dan Spaanse 80 steden en gemeenten kwamen tienduizenden ouderen op voor een waardig en leefbaar pensioen. En op 17 maart roepen de twee grootste vakbonden op voor een massale actiedag in het hele land. Maar waarom komen die Spaanse gepensioneerden nu precies op straat? 

De grote pensioenroof: ook in Spanje

Eind 2013 legde de rechtse regering van Rajoy het kader vast van de grootste pensioenhervorming in de geschiedenis van de Spaanse publieke pensioenen. Het bekende riedeltje van de torenhoge kosten van de vergrijzing en de gevolgen daarvan voor de sociale zekerheid waren ook in Spanje de aangehaalde redenen voor de hervorming.

De eerste wijzigingen in het systeem waren de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en het aantal jaren dat in aanmerking wordt genomen om de pensioenen te berekenen. Deze leeftijd neemt geleidelijk toe tot 2022, dan zal iedereen pas op 67-jarige leeftijd met pensioen kunnen gaan en worden de laatste 25 jaar van de loopbaan gewogen om de wettelijke basis van het pensioen vast te leggen.

 Voor 1985Hervorming ‘85Hervorming ‘97Hervorming 2013
Jaren van de loopbaan die meewegen voor berekening pensioenLaatste 2 jaarLaatste 8 jaarLaatste 15 jaarLaatste 25 jaar
Pensioengerechtigde leeftijd65 jaar65 jaar65 jaar65 jaar
Aantal jaren dat je moet bijdragen om tot 100% pensioen te komen10 jaar15 jaar35 jaar37 jaar

 

What’s in a name?: de houdbaarheidsfactor (factor de sostenibilidad)

De vorige wijzigingen waren maar het topje van de ijsberg. Ook voor de jaarlijkse herwaardering van de pensioenen had Rajoy iets anders in petto, deze herwaardering zou nu aangepast worden aan de toestand van de economie en het budget van de publieke pensioenen zelf. Dit doet bij vele Belgische lezers waarschijnlijk een belletje rinkelen, want de overeenkomst met het pensioen met punten dat onze regering wil invoeren is duidelijk.

Praktisch houdt dit in dat indien er tekorten zijn in het systeem de pensioenen elk jaar slechts 0,25% stijgen. Elk jaar opnieuw dus verliezen gepensioneerden geld indien het systeem niet verbetert. In 2017 en 2018 is dit reeds het geval en dat was dan ook de reden waarom de gepensioneerden op straat kwamen met de slogan “No a la ley del miseria. No al 0,25%” (nee tegen de miseriewet, nee tegen de 0,25%)

Wie dacht dat dat wel voldoende afbraakpolitiek is op enkele jaren tijd, is eraan voor de moeite. Vanaf 2019 zou ook de FEI (factor de equidad intergeneracional, vrij vertaald intergenerationele vermogensfactor) ingevoerd worden. Momenteel wordt het pensioen berekend op basis van het loon van de laatste 25 loopbaanjaar, op basis van het aantal jaren dat je bijgedragen hebt en op basis van de pensioengerechtigde leeftijd (zie kader hierboven). Vanaf 2019 wordt de levensverwachting toegevoegd aan de berekening (en de herwaardering) van de pensioenen en deze wordt om de vijf jaar herberekend. Ook dat zal de meeste Belgen welk bekend in de oren klinken. Deze twee recente hervormingen tezamen maken de zogenaamde houdbaarheidsfactor. Voor de gepensioneerden zelf is dit echter verre van houdbaar en zeker niet leefbaar.

De kleren van haar kinderen

Er schuilen veel cijfers, formules en moeilijke bewoordingen achter deze hervormingen, maar wat houden deze nu in de praktijk in? Stel, je hebt in 2018 een maandelijks pensioen van 1.000 euro (en dat is ver beneden de Europese armoedegrens). Na de berekening van de duurzaamheidsfactor heb je in 2019 nog maar 992,8 euro. Als we de huidige trend volgen (en dat is quasi zeker) blijft er in 2030 nog maar 920,8 euro over en in 2045 nog 843,8 euro. Kortom, we moeten langer werken en ieder jaar zullen de pensioenen een beetje worden verminderd in verhouding tot de toename van de levensverwachting. In een land waar 60% van de gepensioneerden minder dan 800 euro pensioen heeft, is dit niets minder een dan een regelrechte ramp.

Pilar Estatis, een 71-jarige gepensioneerde, heeft haar hele leven gewerkt en legt uit dat haar pensioen 33 eurocent zal stijgen in 2018. “Ik heb zeven kinderen en 14 kleinkinderen en ontvang nu een pensioen van 343 euro.” “De pensioenen zijn al zo laag en nu worden we nog meer gepluimd. Ik draag de oude kleren van mijn kinderen”, voegt ze eraan toe.

José Gil Romero, uit Sevilla, gaat hierop verder. “Ik heb al driemaal een hypotheek moeten nemen op mijn huis, om mijn kinderen die nu werkloos zijn, te kunnen helpen. En ik ben verre van een alleenstaand geval. Er is nochtans een oplossing en er is geld om de pensioenen te verhogen, Spanje geeft slechts 10% van zijn bbp uit aan pensioenen, in andere landen is dat nu al meer.”

De Spaanse hervorming en het puntenpensioen: andere insteek, zelfde bedoeling

De hervorming van het pensioensysteem en het puntenpensioen in België zijn natuurlijk geen identieke kopieën van elkaar, maar ze vertrekken van hetzelfde idee. Allebei willen ze de uitgaven voor de pensioenen automatisch koppelen aan de levensverwachting, de economische en de demografische situatie. Het lijkt de logica zelve dat als er meer gepensioneerden zijn, dan ook de uitgaven voor de pensioenen moeten stijgen. Maar deze logica willen de regering en de werkgevers nu net doorbreken. De budgetten voor de pensioenen mogen van hen absoluut niet stijgen. Meer uitgaven voor de openbare pensioenen, zorgen immers voor minder inkomsten voor de privépensioenen en dat willen deze regeringen kost wat kost vermijden. Dat ze daarmee talloze ouderen in de armoede duwen, nemen ze er maar bij.

La lucha continua

De vakbonden (CCOO en UGT), linkse partijen en sociale organisaties zijn vastbesloten om tegen deze “regelrechte aanval op de pensioenen” een groot tegenoffensief te organiseren. Na de massaal bijgewoonde acties stelde de UGT dat vanaf nu om de twee weken acties zouden georganiseerd worden in het hele land. De vakbonden roepen op voor een grote nationale mobilisatie voor de verhoging van de pensioenen op 17 maart. De oproep richt zich uitdrukkelijk tot alle organisaties en lagen van de bevolking die willen opkomen voor waardige pensioenen. Deze oproep richt zich ook specifiek naar de jongeren. Ondertussen bracht de CCOO (Comisiones Obreras) ook een rapport uit waarin de trage economische ontwikkeling geweten wordt aan de lage koopkracht. Daarom roepen ze de strijd voor de pensioenen ook uit tot een strijd voor een loonsverhoging van drie procent.

Binnen het parlement steunt de linkse fractie van Unidos Podemos – En Comú – En Marea ten volle de strijd tegen de pensioenhervorming van Rajoy. Zij stellen dat deze hervorming die leidt tot de verarming van een groot deel van de oudere bevolking in strijd is met artikel 50 van de grondwet, dat de staat verplicht om via degelijke pensioenen mensen van de derde leeftijd in hun levensonderhoud te voorzien.

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

In België is het ook zo niets voor de privé alles voor de ambtenaren .