De hervorming van de banksector bleek een scheet in een fles. En met de winstmarge van de banken, die in 2008 door het miljardenverlies uiteraard in elkaar was gestuikt, zat het snel weer snor.

Regering viert tien jaar bankencrisis met nog meer privatisering

In 2008 ontsnapten meerdere Belgische banken ternauwernood aan het faillissement, dankzij de tussenkomst van de overheid. De bankiers konden jarenlang liegen, bedriegen en manipuleren, maar dat bleef ongestraft. Het was integendeel de bevolking die de rekening kreeg. Dienaar van dienst was de liberale minister Didier Reynders.

Het risico dat een Belgische bank failliet gaat is niet groter ‘dan het risico dat de hemel op ons hoofd valt’. Deze geruststellende verklaring legde Didier Reynders (MR), destijds minister van Financiën, op 21 september 2008 af voor de RTBF. Zelden iemand zo de bal weten misslaan: amper een week later zat de grootste bank van het land, Fortis, bittere tranen te wenen bij de regering en te smeken haar van het faillissement te redden.

Veel banken stortten zich in een ongebreidelde jacht op winst. Die weg leidde onvermijdelijk naar het bankroet

e groep Fortis, opgericht door graaf Maurice Lippens en bestaande uit de geprivatiseerde ASLK, de Generale Bank, de verzekeringsmaatschappijen AG en Amev en een groot stuk van de Nederlandse bank ABN Amro, was niet toevallig aan de rand van de afgrond beland. Net als vele andere bankinstellingen had Fortis zich al enige tijd gesmeten in een ongebreidelde jacht op winst, waarbij de bank alle ethische en wettelijke regels aan haar laars lapte. Die weg leidde onvermijdelijk naar het bankroet.

Fortis kocht bijvoorbeeld niet alleen subprimes - die vergiftigde activa die centraal stonden bij de mondiale crisis van 2008 – maar bouwde in de Verenigde Staten ook een eigen team uit dat zelf effecten op basis van subprimes creëerde, een beetje zoals een malafide slager die gezond en besmet vlees door zijn worsten draait. Fortis stelde zich ook niet tevreden met het overnemen van andere bankinstellingen: het wou meteen ook de hele ABN Amro opslorpen, een bank die nota bene groter was dan Fortis zelf. En om dat allemaal te verteren, voerde Fortis een enorme kapitaalverhoging door, waarbij ze aandeelhouders lokte met leugenachtige informatie.

De overheid nationaliseert Fortis ... om het af te staan aan BNP Paribas

Het risico dat een Belgische bank failliet gaat is niet groter ‘dan het risico dat de hemel op ons hoofd valt’, meende toenmalig minister van Financiën Reynders op 21 september 2008. Amper een week later zat de grootste bank van het land, Fortis, bittere tranen te wenen bij de regering en te smeken haar van het faillissement te redden.

(Foto European Businnes Summit/Flickr)

Hebben de institutionele waakhonden hun werk gedaan? Bruno Colmant, voorzitter van de Brusselse beurs, in elk geval niet. En ook Jean-Claude Servais niet, de voorzitter van de Bankcommissie. Net zomin als Peter Praet, voormalig hoofdeconoom van Fortis en directeur bij de Nationale Bank, belast met het toezicht op de banksector. Colmant, Servais en Praet hebben niet alleen gemeen dat ze in gebreke zijn gebleven, ze zijn ook alle drie voormalig kabinetschefs van Didier Reynders. Minister Reynders moest de redding van de banken in goede banen leiden met de hulp van falende controleurs.

Op enkele uren tijd vindt hij dé oplossing om Fortis te redden: de Belgische staat neemt de bank over, en draagt ze onmiddellijk over aan de Franse groep BNP Paribas. Een ideetje dat hem duidelijk in het oor is gefluisterd door zijn vriend/miljardair Albert Frère, zelf een dikke vriend van Maurice Lippens en al 40 jaar een financiële partner van BNP Paribas. De koper moet zelfs geen cent neertellen, want BNP Paribas betaalt de Belgische staat met haar eigen aandelen. In een rapport van Morgan Stanley staat dat ‘BNP Paribas Fortis voor niks heeft gekregen’, de krant Le Monde bloklettert dat ‘BNP Paribas de Belgische belastingbetalers mag bedanken’. Als we daar nu op terugkijken, kunnen we inschatten hoe onevenwichtig deze deal wel was: sinds 2009 heeft Fortis (nu BNP Paribas Fortis) aan het Franse moederbedrijf drie keer meer dividenden uitbetaald dan het Franse moederbedrijf aan de Belgische staat.

In 2008 leidde deze dubieuze deal al tot groot ongenoegen bij veel aandeelhouders van Fortis (ze waren met 500.000). Door collectieve gerechtelijke acties liep de transactie maanden vertraging op, waarbij de regering er niet voor terugdeinsde het gerechtelijk apparaat meermaals zwaar onder druk te zetten. De scheiding der machten deed er even niet toe. Er volgde een ‘Fortisgate’ die minister Yves Leterme (CD&V) dwong ontslag te nemen. Maar de drijvende kracht achter deze transactie, Didier Reynders, bleef op post.

Minieme hervorming

Ook de boeven-bankiers hoefden zich nog geen zorgen te maken. Tien jaar na 2008 is er nog steeds geen nieuws over de aanklacht tegen Maurice Lippens – in 2004 nog inspiratiebron voor de code-Lippens voor ... goed bestuur voor beursgenoteerde ondernemingen – en tegen de andere toenmalige bestuurders van Fortis. Komt het ooit nog tot een proces?

De hervorming van de banksector bleek een scheet in een fles. En met de winstmarge van de banken, die in 2008 door het miljardenverlies uiteraard in elkaar was gestuikt, zat het snel weer snor. De Belgische banken pakken vandaag weer uit met een rendement op eigen middelen van 10%, dubbel zoveel als het gemiddelde in de eurozone. Een bankier die 100 euro in het kapitaal van zijn bank steekt, ontvangt dus 10 euro dividend. Een spaarder die 100 euro op zijn spaarrekening bij diezelfde bank zet, krijgt tegen het huidige rentetarief van 0,01 % een interest van … 1 eurocent.

Klanten stropen, agentschappen sluiten, opgedreven uitbuiting van het personeel, plannen voor massale afvloeiing, zware belastingfraude… Geen enkele van deze winstkoeien is ooit één moment droog komen te staan.

Neem bijvoorbeeld Rik Vandenberghe, tot voor kort tegelijk CEO van ING België en voorzitter van Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector. In oktober 2016 verdedigde hij in de Kamer een plan om de helft van de ING-kantoren te sluiten en 3.150 banen te schrappen: “Dit is geen makkelijke beslissing. Ik heb de laatste dagen slecht geslapen.” Maar het was “een noodzakelijke stap om de toekomst van onze bank te verzekeren”. Vijf maanden eerder was hij ook al in de Kamer verschenen, voor de parlementaire commissie over de Panama Papers, waar hij zwoer dat de frauduleuze praktijken van de banken nu definitief tot het verleden behoorden: “Het is duidelijk dat wij niet meewerken aan het opzetten van structuren die belastingfraude mogelijk maken.” Maar twee jaar later blijkt uit de Panama Papers bis dat ING nog steeds op grote schaal belastingfraude pleegt, waarbij de naam van de bank maar liefst 965 keer opduikt in het laatste journalistenbestand.

De enige manier om de banksector te beschermen tegen deze horde kapitalistische graaiers is het nationaliseren van de banken. Maar in 2008 bleef Didier Reynders erop hameren dat “het niet de taak van de overheid is om een bank te leiden”. Een groot deel van de politieke wereld nam dat standpunt heel gretig over.

Schuld voor de staat, winst voor de privésector

Dan hadden ze vroeger toch meer verstand. Midden 19de eeuw waren de overheidsbanken ASLK en het Gemeentekrediet opgericht door Walthère Frère-Orban, een liberaal. Hij had vastgesteld hoe de privésector al was tekortgeschoten en het land – ook toen al – net een zware financiële crisis achter de rug had.

Men kiest voor de weg van “socialisering van de verliezen en privatisering van de winsten”. 

Het gaat de twee overheidsbanken bijna honderdvijftig jaar voor de wind, tot ze in de jaren 1990 door het duo Maystadt-Di Rupo worden geprivatiseerd. Vanaf dat moment stevenen ze in nauwelijks een decennium regelrecht af op een bijna bankroet. En het zijn de overheden die de putten moeten vullen, met het geld van de belastingbetalers. De vraag is dus wie nu eigenlijk het minst de taak heeft om een bank te leiden: de overheid of de kapitalisten?

Bovendien kiezen ze voor de weg van “socialisering van de verliezen en privatisering van de winsten”: als er verlies is, is het voor de staat, de winst is voor de privésector. Nemen we bijvoorbeeld de ASLK: eerst komt die in de privéhanden van Fortis, die maakt miljarden verlies en de staat neemt Fortis over, maar geeft ze snel door aan de privébank BNP Paribas, met de belofte van onmiddellijke winst, want de vergiftigde activa worden overgeheveld naar een bad bank waarvan de staat hoofdaandeelhouder is.

Datzelfde scenario zien we ook bij het Gemeentekrediet: geprivatiseerd in 1996 en onder de naam Dexia naar de beurs gebracht. In 2008 en 2011 belandt de bank in een zware crisis, waarna ze wordt ontmanteld. En ook hier worden de dubieuze activa ondergebracht in een bad bank (erfgenaam van de naam Dexia) met staatsgaranties ten belope van het gigantische bedrag van 65 miljard euro dat op de schouders van de openbare overheden rust. De tak met de Belgische bankactiviteiten wordt omgedoopt tot Belfius en is voor 100% in overheidshanden. Niet om er een openbare bank van te maken die ten dienste staat van de bevolking en het land. Het is vanaf het begin de bedoeling de bank wat op te knappen (ze winstgevend te maken) met het oog op privatisering.

Momenteel werkt de regering aan die privatisering, in de vorm van een beursgang. Nog afgezien van het feit dat de CD&V niet terugschrikt voor wat chantage, door de verkoop van Belfius te koppelen aan een oplossing voor de Arco-aandeelhouders (de zijdelingse slachtoffers van het Dexiadebacle), zijn alle federale meerderheidspartners het eens over de privatisering. Een opmerkelijke manier om de tiende verjaardag van de bankencrisis van 2008 te vieren!

Voor een openbare bank

De PVDA wil een openbare bank 2.0. Een nieuw bankmodel waar de overheid garant staat voor het spaargeld van de mensen, waar men niet op zoek gaat naar het hoogste rendement op de markt, waar men niet speelt met rommelkredieten, waar de opbrengst weer wordt geïnvesteerd in de samenleving met investeringen in de reële economie, in groene energie, in mobiliteit en in huisvesting. Een openbare bank 2.0 kan ons helpen om de nodige middelen te vinden voor de sociale investeringen waar zo’n grote behoefte aan is.

 

 

 

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

Waarde, wanneer wordt het eens tijd om de gewone particuliere klanten met enkel het gewoon spaarboekje zoals voorheen de crisis & op weer eens deftig spaarrente in te voeren zodat niet enkel de rijken het nemen waar de gewone mensen niet aan durven of kunnen beginnen ect. … Wanneer wordt het woord bij de daad gevoerd ook toch zoals beloofd om deze twee verschillende spaarrekeningen te onderscheiden onder... *Het gewoon zonder risico 's spaarboekje met zoals voorheen deftig spaarrente. *Het of met risico sparenboek... waar in het verleden alle kwaad is begonnen en het gewoon spaarrente boekje het daglicht is ontfutseld ook nog eens nietwaar... Hopen zoals zovelen dat de grote heren van goede wil eens werk van zullen maken en danken bij deze oprecht bij voorbaat hoor. Ciao