PVDA antwoordt op halftijds pensioen, de nieuwe oplichterstruc van minister Bacquelaine

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine beweert dat de PVDA fake news verspreidt over het halftijds pensioen. PVDA-pensioenspecialist Kim De Witte antwoordt hem. Het halftijds pensioen zal wel degelijk een negatief effect hebben op ons later pensioen in vergelijking met het systeem van de landingsbanen (tijdskrediet eindeloopbaan of loopbaanonderbreking). 

De minister meent drie ‘fouten’ te hebben ontdekt in de beweringen van de PVDA. We overlopen ze achtereenvolgens.

1. Afbouw van de landingsbanen

Daniel Bacquelaine: “De PVDA beweert dat het deeltijds pensioen het tijdskrediet eindeloopbaan zal vervangen. Dit is onjuist! Het deeltijds pensioen biedt een bijkomende mogelijkheid tot een eindeloopbaanregeling. Men schaft het tijdskrediet eindeloopbaan en de loopbaanonderbreking niet af. De werknemer kan vrij kiezen welke regeling het beste bij hem past.”

Kim De Witte: De PVDA zegt nergens dat de landingsbanen – tijdskrediet eindeloopbaan en loopbaanonderbreking – volledig zouden worden afgeschaft. De PVDA zegt wel dat deze systemen worden afgebouwd. De regering-Di Rupo heeft de leeftijd opgetrokken naar 55 jaar. De regering-Michel heeft de leeftijd verder opgetrokken naar 60 jaar (zopas nog bevestigd, deze zomer). De regering Michel verplicht iedereen om langer te werken, maar bouwt de landingsbanen die dat mogelijk maken verder af. Dat is de reinste waanzin, maar helaas alles behalve fake news. Iedereen kan dit hier nalezen op de website van de federale pensioendienst.

2. Recht op halftijds pensioen voor vrouwen

Daniel Bacquelaine: “De PVDA beweert dat de vrouwen geen beroep zullen kunnen doen op het deeltijds pensioen. Dit is onjuist! De enige voorwaarde om te genieten van het deeltijds pensioen is het mogen opnemen van het vervroegd pensioen, met name vóór 65 jaar.”

Kim De Witte: De PVDA beweert nergens dat geen enkele vrouw beroep zal kunnen doen op het deeltijds pensioen. De PVDA beweert wel dat een groot deel van de vrouwen hier geen beroep op zal kunnen doen. De voorwaarde om een beroep te mogen doen op het halftijds pensioen is immers niet alleen de leeftijd (63 jaar), maar ook de lengte van de loopbaan. Om recht te hebben op halftijds pensioen moet je vanaf 2019 exact 42 jaar gewerkt hebben (en zelfs 44 jaar om vanaf 60 op halftijds pensioen te mogen gaan). Welnu, de meerderheid van de vrouwen komen niet aan 42 jaar. Dat vind je hier (p. 111). Niet omdat ze niet zouden werken. Wel omdat een deel van de arbeid die zij verrichten niet in rekening wordt genomen voor het pensioen: de zorg voor kinderen, de huisarbeid, de zorg voor zieke en hulpbehoevende ouders. Tot nog toe vallen de meeste van die taken ten laste van vrouwen.

3. Tijdskrediet eindeloopbaan is voordeliger dan halftijds pensioen?

Daniel Bacquelaine: “De PVDA beweert dat het tijdskrediet eindeloopbaan meer waard is dan een deeltijds pensioen. Dit is onjuist! Laten we het voorbeeld nemen van de twee collega’s Serge en Daniel waarnaar de PVDA verwees. (…) Het globaal inkomen van Serge tussen 60 en 65 jaar zal hoger liggen dan dat van Daniel. (…) Het pensioen van Serge zal lichtjes lager liggen dan dat van Daniel aangezien hij niet van pensioenrechten zal kunnen genieten die werden toegekend op het tijdskrediet.”

Kim De Witte: De regering-Di Rupo en de regering-Michel hebben het tijdskrediet eindeloopbaan en de loopbaanonderbreking sterk afgebouwd. Niet alleen de toegangsleeftijd, maar ook de gelijkstelling van het recht voor de opbouw van het latere pensioen. Tot voor kort werden het tijdskrediet eindeloopbaan en de loopbaanonderbreking volledig gelijkgesteld. Dat betekent dat het pensioen tijdens die periodes verder werd berekend op basis van het laatste loon. Dit stelsel is nog steeds van toepassing, maar enkel voor de werknemers van bedrijven in moeilijkheden of in herstructurering en voor de werknemers met een zwaar beroep / knelpuntberoep. Voor deze werknemers is een landingsbaan via het tijdskrediet eindeloopbaan of de loopbaanonderbreking sowieso een stuk voordeliger dan het halftijds pensioen. Wie 40.000 euro bruto verdient, zal bijvoorbeeld voor de rest van zijn of haar leven elke maand 110 euro meer pensioen trekken via de landingsbaan dan via het halftijds pensioen (bruto). Wie 57.000 euro verdient – het maximumloon dat onze sociale zekerheid in rekening neemt – zal voor de rest van zijn of haar leven 150 euro meer pensioen trekken die iemand die halftijds met pensioen gaat vanaf 60 jaar. 150 euro. Per maand. Voor de rest van uw leven. Bruto.

Voor werknemers die in een landingsbaan stappen zonder in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering te zitten en zonder als een zwaar beroep te worden beschouwd, is de gelijkstelling geplafonneerd op iets minder dan 25.000 euro. Zelfs dan is de landingsbaan voordeliger dan het halftijds pensioen voor wat betreft de latere effectieve uitkering aan wettelijk pensioen. Iemand met een loon van 25.000 euro die voor een landingsbaan kiest, zal elke maand 70 euro meer wettelijk pensioen trekken dan iemand die voor het halftijds pensioen kiest. Het gaat hier over 70 euro bruto, maar voor mensen met een brutoloon van 25.000 euro op het einde van de loopbaan zal het wettelijk pensioen zelden hoger liggen dan 1.200 euro per maand. Voor zo’n pensioen is bruto gelijk aan netto (de bedrijfsvoorheffing op een brutopensioen van 1.200 euro per maand is gelijk aan nul, zoals je hier kan aflezen).

De minister erkent dat het pensioen van iemand die halftijds op pensioen gaat lager zal liggen dan het pensioen van iemand die in een landingsbaan stapt. Maar hij beweert dat het totale inkomen van iemand die halftijds met pensioen stapt hoger zal zijn tussen 60 en 65 jaar dan iemand met een landingsbaan. Alles hangt daarbij natuurlijk af van het loon van de betrokkene en de vergoeding van de persoon met de landingsbaan. In de mededeling van de minister eerder deze week stond dat de aanvullende vergoeding bij landingsbanen gelijk is aan 498,41 euro per maand (zie hier, punt 3). De minister komt nu plots terug op dat cijfer en spreekt van 412,18 euro per maand (voor alleenstaanden). Tja, als de minister zijn eigen cijfers, die hij drie dagen voordien meedeelde, begint te wijzigen dan wordt het debat wel heel erg moeilijk.

Kortom: onafhankelijk van de aanvullende vergoeding tijdens de periode van de landingsbaan, zal iemand met een – relatief laag – loon van 25.000 euro bruto aan het einde van zijn loopbaan elke maand 70 euro minder pensioen trekken wanneer hij in een stelsel van halftijds pensioen stapt in plaats van een landingsbaan. Wanneer de persoon in kwestie een hoger loon heeft en in een bedrijf in herstructurering of in moeilijkheden zit, of een zwaar beroep / knelpuntberoep uitoefent, dan kan het verlies aan wettelijk pensioen per maand oplopen tot 150 euro. Voor de rest van zijn of haar leven. Dit zijn harde feiten. Daar is niets fake aan. Het lijkt ons niet meer dan eerlijk dat de minister dit meegeeft in zijn communicatie over het halftijds pensioen. Zelfs als de aanvullende vergoeding gelijk is aan 412,18 euro

Dit alles bevestigt in elk geval dat het hier gaat om een nieuwe truc om ons langer te doen werken voor minder pensioen.

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.