Foto Stephan Otten, Flickr

Loonakkoord in de Duitse overheidsdiensten: “Goed werk, goede lonen, goede openbare dienstverlening!”

auteur: 

Alice Bernard

Tussen eind maart en midden april hebben in Duitsland 220.000 ambtenaren deelgenomen aan stakingsacties. Na de stakingen van de metaalarbeiders begin dit jaar hebben nu ook de werknemers uit de regionale en lokale overheidsdiensten actie gevoerd. Ze bekwamen een loonsverhoging van 7,5% , verspreid over 30 maanden. We werpen een blik op deze nieuwe episode in de Duitse loonstrijd.

 

Tussen november 2017 en januari 2018 hield de vakbond ver.di, die 2,3 miljoen werknemers uit de overheidsdienst vertegenwoordigt, talrijke overlegvergaderingen op de werkvloer. Daarna legde de bond een eisenpakket neer:

1. Een jaarlijkse loonsverhoging van 6%, met minstens 200 euro voor de laagste lonen.

2. Een loonsverhoging van 100 euro per maand voor stagiairs en studenten met leercontract,  en de belofte dat ze aan het einde van hun stage of opleiding aangeworven worden.

3. Een loonsverhoging van 20% voor nachtwerk (in het bijzonder in de ziekenhuizen).

4. Een overeenkomst met een looptijd van 12 maanden.

Omdat we het waard zijn 

Om de eisen te rechtvaardigen, baseert ver.di zich op het feit dat de loonstijging bij de ambtenaren 4,2% lager ligt dan de gemiddelde loonstijging in Duitsland. Bovendien gaat het goed met de Duitse economie, wat mede te danken is aan de openbare diensten. De werknemers in die sector vinden dat ook zij recht hebben op een deeltje van de welvaart die zij mee hebben gecreëerd. Omdat ze het, zoals ze trots zeggen, waard zijn.

Sinds 2014 verdienen de openbare overheden meer dan ze uitgeven. In 2017 werd een recordoverschot van 38,4 miljard euro gerealiseerd en volgens recente prognoses zal dat de komende jaren nog sterk stijgen: tot 45 miljard euro in 2018 en 50 miljard euro in 2019. De werknemers vinden dat een deel van die middelen naar loonsverhogingen moet gaan. Dat is uiteraard goed voor de werknemers, maar ook voor de kwaliteit van de dienstverlening.

De bevolking heeft dat goed begrepen. Hoewel het dagelijks leven erdoor ontregeld wordt – geen bussen, geen kinderopvang, geen huisvuilophaling –, lokken de stakingsacties geen protest uit. Volgens een peiling van tv-zender ZDF steunt driekwart van de ondervraagde bevolking de stakers. 

Bezuinigingen verankerd in de Grondwet

Tijdens het conflict heeft de Duitse staat zich verdedigd door zich te beroepen op de “gulden begrotingsregel”, die sinds 2009 in de Grondwet is opgenomen. In tijden van voorspoed moeten de inkomsten voornamelijk gebruikt worden om de staatsschuld af te lossen en niet om de lonen te verhogen. Maar aan de andere kant wil de regering het begrotingsoverschot wel gebruiken om de belastingen voor de rijksten te verlagen. Dan is die “gulden regel” blijkbaar niet van toepassing! Daarom noemen de vakbonden hem liever de “permanente bezuinigingsregel”: hij wordt te berde gebracht om werknemers te dwingen bezuinigingen te slikken, maar hij kan altijd omzeild worden als het erom gaat cadeautjes te geven aan de rijksten.

Welke koers moeten de openbare diensten varen?

De strijd van ver.di draait niet alleen om de loonvoorwaarden in de overheidssector. De vakbond richt zijn pijlen ook op de toekomst van de openbare dienstverlening. Zal de openbare dienst echt een sector blijven die ten dienste staat van de bevolking? Zoals een werknemer het opmerkte: “De openbare diensten zorgen ervoor dat mensen een leven kunnen leiden dat de moeite waard is.”

Kwalitatief hoogstaande overheidsdiensten vormen de basis van een staat die tegemoetkomt aan de behoeften van de bevolking. Daarom moet het werk van de ambtenaren worden erkend. Goede werkomstandigheden zijn essentieel om gemotiveerde werknemers te vinden, vooral in sectoren die kampen met een tekort aan gekwalificeerd personeel, zoals ziekenhuizen, rusthuizen, onderwijsinstellingen en kinderopvang.

Er wordt overlegd

Voor veel werknemers die aan de acties hebben deelgenomen, is dit akkoord ondanks de mooie resultaten niet voldoende. In tegenstelling tot de metaalarbeiders, die een onmiddellijke loonsverhoging van 4,3% hebben bekomen, wordt voor hen de verhoging over 30 maanden gespreid. Velen denken dat die verhoging grotendeels teniet zal gedaan worden door de inflatie en dat de werknemers er uiteindelijk weinig aan zullen overhouden.

Ze hoopten op een akkoord voor een kortere periode. Ze zouden liever zien dat er jaarlijks een nieuw rapport over de machtsverhoudingen wordt opgemaakt waarna ze dan elk jaar zouden kunnen onderhandelen in functie van hoe de economische situatie van het land evolueert. Want met zoveel vastberaden en strijdbare werknemers is het mogelijk om meer en sneller dingen te bekomen. Momenteel wordt er tot 6 juni overleg gepleegd met de leden.

De loonstrijd is nog niet gestreden

De Duitse metaalarbeiders, die een loonsverhoging van 4,3% hebben bekomen, hebben de werknemers in de overheidsdiensten sterk gemotiveerd. Maar ook de 800.000 werknemers in de bouw. Hun vakbond, IG Bau, steunt zich op het dynamisme van de bouwsector en eist een loonsverhoging van 6% en een gelijktrekking van de lonen in alle regio’s van het land. De werknemers in het oosten van Duitsland worden nog steeds minder betaald dan die in het westen.

Als de onderhandelingen de komende twee weken op niets uitdraaien, zal IG Bau wellicht overgaan tot een staking in de bouwsector. Ook de werknemers in de post- en telecommunicatiesector kregen loonsverhogingen na verschillende stakingsacties begin dit jaar. Het succes van de stakingsacties in Duitsland kan de Europese vakbonden een nieuwe impuls geven in hun strijd voor een betere verdeling van de welvaart.

 

Chronologie van de strijd

26 februari 2018. In de vrieskou komen een 150-tal werknemers van de overheidsdiensten samen in Potsdam om met veel kabaal de onderhandelaars te verwelkomen voor de eerste ronde van de collectieve onderhandelingen. Ze scanderen eisen waarop niet afgedongen mag worden: 6% voor iedereen of minstens 200 euro. “Wij zijn het fundament van de samenleving, het wordt tijd dat we daar erkenning voor krijgen”, schreeuwen de werknemers.

Drie uur later is de eerste onderhandelingsronde afgelopen. Zoals verwacht liggen de standpunten nog erg ver uit elkaar. Er komt geen enkel concreet voorstel van de kant van de overheid. Die vindt dat de eisen van ver.di niet betaalbaar en niet redelijk zijn. De vakbond kondigt waarschuwingsstakingen aan in maart om de druk bij de tweede onderhandelingsronde wat op te voeren. Duizenden werknemers komen in actie en overal in het land wordt het werk neergelegd om de eisen steun bij te zetten.

Op 12 en 13 maart 2018 wordt er opnieuw onderhandeld tussen de vakbond en de werkgevers, die nog steeds weigeren met iets over de brug te komen. De voorzitter van ver.di, Frank Bsirske, kondigt aan dat de acties zullen worden opgevoerd: voor Pasen staken er 70.000 werknemers, na Pasen zijn dat er 150.000, overal in het land. De acties zijn voelbaar in zowat alle federale en gemeentelijke openbare diensten: het lokale openbare vervoer, de huisvuilophaling, kinderopvang, ziekenhuizen, brandweer, administratieve gemeentediensten, tal van federale instellingen en de gronddiensten in verschillende luchthavens. Luft-hansa, de nationale luchtvaartmaatschappij, moet 800 vluchten annuleren en daardoor worden 90.000 passagiers getroffen. “Goed werk, goede lonen, goede openbare dienstverlening!” is het meest gehoorde motto tijdens de stakingen die week.

Op 17 april 2018 heeft de derde onderhandelingsronde plaats. 400 jongeren uit heel Duitsland demonstreren luidruchtig onder de ramen van de vergaderruimte in Potsdam. Na twee dagen onderhandelen wordt een akkoord bereikt: een loonsverhoging van 10% voor een bepaalde categorie werknemers teneinde de openbare diensten aantrekkelijker te maken voor jongeren; een significante loonsverhoging van 175 euro per maand voor de laagste lonen, 200 tot 250 euro per maand voor de andere. Uiteindelijk krijgt de sector een gemiddelde loonsverhoging van 7,5%, in drie fasen en verspreid over 2,5 jaar. Daarnaast zullen de laagste lonen in 2018 een eenmalige premie van 250 euro krijgen. De vergoeding voor stagiairs en studenten met leercontract gaat omhoog met 50 euro per maand in 2018 en nog eens 50 euro vanaf 2019. En ze krijgen een extra vakantiedag. Voor de voorzitter van de vakbond is het “het beste onderhandelingsresultaat in jaren”.

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.