Franstalige studenten geneeskunde mogen hun beroep niet uitoefenen

auteur: 

Dirk Tuypens

Vandaag voerden studenten geneeskunde uit de Franse Gemeenschap opnieuw actie. Ze protesteren tegen het feit dat meer dan de helft van de afgestudeerde studenten straks, na zeven jaar studeren en met een diploma op zak, geen toelating zal krijgen om hun beroep uit te oefenen.

Op 3 oktober schreven de decanen van de faculteiten geneeskunde van de Waals-Brusselse federatie in een open brief dat 50 % van de afgestudeerde studenten geneeskunde en 60 % van de afgestudeerden in de tandheelkunde geen INAMI-nummer (in Vlaanderen RIZIV-nummer) zullen krijgen. Dat nummer is zoveel als een toelating om geneeskunde te beoefenen en de verstrekte zorgen voor de patiënt gedeeltelijk terugbetaalbaar te maken via de sociale zekerheid.

Het aantal nummers dat jaarlijks toegekend wordt, is gelimiteerd. Al enkele jaren zijn er meer gediplomeerde studenten dan er nummers beschikbaar zijn. Dat terwijl er in België duidelijk een tekort aan huisartsen is. In 300 van de 589 gemeenten zijn er te weinig huisartsen per duizend inwoners.

Numerus Clausus

In het parlement verklaarde Minister van Gezondheidszorg Maggie Deblock (Open Vld) dat ze een duurzame oplossing wil vinden die de studenten niet straft en dat er een kadaster moet komen dat de noden in de sector duidelijk maakt. Maar verder speelt de minister de bal terug naar de universiteiten: “Het probleem situeert zich vooreerst bij de toegang tot de studies geneeskunde. De laatste jaren is er een teveel aan inschrijvingen gekomen.”

Het lijkt duidelijk dat Maggie De Block de herinvoering van een toelatingsproef (Numerus Clausus) in de universiteiten van Franstalig België als oplossing ziet. Sinds 2008 bestaat die Numerus Clausus in Brussel en Wallonië niet meer.

In Vlaanderen bestaat die selectie voor aanvang van de studies nog wel. Maar of dat een heilzaam systeem is, is maar zeer de vraag. Een toegangsproef leidt de facto tot het beperken van de toegang tot hoger onderwijs voor een minderheid van de jongeren. Internationale rapporten geven aan dat de ongelijkheid in het Belgische onderwijs zeer groot is. Dat onderwijs met twee snelheden maakt dat niet alle jongeren even goed voorbereid zijn op het hoger onderwijs.

In zijn openingstoespraak van het nieuwe academiejaar aan de Universiteit van Hasselt, sprak rector Luc De Schepper duidelijke taal: “Toelatingsproeven aan de poort van de universiteit zijn bedroevend inefficiënt, erg onbetrouwbaar en in de praktijk dus onbruikbaar.” Uit onderzoek blijkt dat met dit systeem al te vaak studenten worden geweigerd die wel degelijk over de nodige capaciteiten beschikken om universitaire studies tot een succesvol einde te brengen. Vaak gaat het dan om jongeren die uit minder bevoorrechte middens komen.

Welk gezondheidssysteem willen we?

Op 8 oktober manifesteerden 5000 studenten tegen het tekort aan INAMI-nummers. “Men wil ons verhinderen om dokter te worden, terwijl er dokters tekort zijn”, argumenteerden ze. Aan de ene kant van het land krijgt één op twee afgestudeerde studenten geen INAMI-nummer, aan de andere kant wordt jongeren de toegang tot de universiteit ontzegd door middel van een toelatingsproef.

Het lijkt allemaal onbegrijpelijk. Maar volgens Comac, de jongerenbeweging van de PVDA, zijn er wel een paar plausibele verklaringen. Dit systeem laat toe om het aantal dokters, tandartsen en specialisten beperkt te houden en zodoende de privileges van het beroep te vrijwaren. Binnen de sector bestaat er daartoe duidelijk een grote lobby. Deze beperking laat de overheid ook toe om het debat over het gebrek aan investeringen in de gezondheidszorg te ontwijken. Als er minder geneeskundig personeel is, zullen mensen automatisch minder geneeskunde “consumeren” en zo een alibi bezorgen voor de onderfinanciering.

Nochtans is een groot aantal huisartsen een van de voorwaarden voor een gezonde samenleving. Alleen met een goed openbaar systeem van eerstelijnszorg, en dus met voldoende huisartsen, kan een echt preventief beleid worden gevoerd.

Comac, jongerenbeweging van de PVDA, eist daarom het stopzetten van de contingentering en ondersteunt ten volle de mobilisatie van de studenten. Het wordt tijd dat het algemeen belang en dat van de studenten primeert op dat van de medische lobby en de politieke berekening. Competente jonge mensen de toegang ontzeggen tot een beroep waarin een groot tekort bestaat, is onaanvaardbaar.

We moeten ons afvragen welk gezondheidssysteem we willen. Het huidige, waarin 20 % van de Belgen zich niet laat verzorgen omwille van geldgebrek of vier maand moet wachten op een afspraak met een specialist? Of een publiek systeem van eerstelijnszorg, toegankelijk voor iedereen en gericht op een maximale preventie? Voor die laatste optie is het nodig een kadaster op te richten om de tekorten in alle specialisaties objectief te kunnen vaststellen. Het is ook belangrijk om ruim te investeren in de vorming van artsen en in de gezondheidszorg.

 

 

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.