En guerre: de mens tegen het kapitaal

auteur: 

Alice Bernard

Ondanks zware financiële offers van de werknemers en een recordwinst voor het bedrijf, beslist de directie van Perrin Industrie toch de fabriek te sluiten. En guerre, de nieuwe film van Stéphane Brizé (La Loi du Marché), is laaiend actueel. Een sterk verhaal dat doet nadenken. 

Aan de onderhandelingstafel is de confrontatie keihard. Aan de ene kant de werknemers die aanvaard hebben 40 uur per week te werken voor 35 uur loon, bovenop het verlies van hun premies. Aan de andere kant de directie die met cijfers en grafieken wil aantonen wat “de realiteit van de markt” is en hoe “vijandige de concurrentie” is.

Het doet denken aan Ford Genk, waar de werknemers 12% van hun loon afstonden en de fabriek toch gesloten werd. Of aan de verpleegsters van het ziekenhuis La Citadelle in Luik, die tegen een loonverlies van 300 euro per maand aankijken. Mannen en vrouwen tegenover cijfers en grafieken. Mannen en vrouwen die het fier opnemen tegen een onbuigzame directie: “Wij vragen geen medelijden”, zeggen ze. “We vragen dat u uw beloftes nakomt.”

Van fatalisme is geen sprake – de 1.100 werknemers van Perrin Industrie laten zich niet doen. Ze halen de argumenten van de directie een voor een onderuit. Waarom zegt de directie dat ze niet competitief zijn als het bedrijf 18 miljoen euro winst maakt? Hoe kan het bedrijf recorddividenden uitkeren aan haar aandeelhouders, de CEO een monsterloon betalen en tegelijkertijd de lonen van haar gewone werknemers onrealistisch noemen? De werknemers verzetten zich tegen de leugens en het verraad. Ze gaan betogen. Ze bezetten de fabriek. Ze dienden klacht in bij de rechtbank. Halen steun op. Gaan op zoek naar een “overnemer”.

Er zijn de media, die vaker aan de kant van het geld staan, dan aan de kant van de mensen. Zij zoeken sensatie en vergroten kleinste incident uit om de strijd te isoleren.

De directie richt ondertussen haar pijlen op de eenheid van de werknemers. Ze stookt spanningen op door hen een goed sociaal plan voor te spiegelen.

De werknemers richten zich tot de Franse president die zijn sociale adviseur stuurt. Deze slooft zich uit om “de dialoog te hervatten”. Hij wil de gemoederen bedaren en een ontmoeting regelen met de hogere leiding van de Duitse industriële groep die eigenaar is van het bedrijf. Desalniettemin herinnert hij de werknemers dat de vrijheid van ondernemen is ingeschreven in de grondwet en dat het wettelijk toegestaan is een bedrijf van de ene op de andere dag te sluiten. Het is ook toegestaan dat de eigenaar weigert het bedrijf te verkopen aan een potentiële overnemer uit schrik voor concurrentie.

Dat is wat men noemt sociaal geweld. De werknemers stellen met lede ogen vast: de politieke wereld betuigt haar steun, maar weigert af te stappen van het dogma van de vrijheid van ondernemen. Het gevecht gaat verder dan een strijd tussen werknemer en baas – het is een confrontatie met het systeem.

Meeslepende Vincent Lindon

Zelden toont een fictiefilm zo goed de realiteit van een sociaal conflict. Dit is te danken aan het feit dat de rollen vertolkt worden door niet-professionele acteurs – velen van hen met een syndicale achtergrond. Ze kennen deze realiteit in hart en nieren. Zo is er Mélanie, die al haar krachten inzet voor een beter leven.

Hoofdrolspeler Vincent Lindon sprak in een interview met de krant L’Humanité (16 mei 2018) over een uitzonderlijke ervaring: “We draaiden de film in 23 dagen, met de energie van een stakingspiket. We waren onafscheidelijk, allen op dezelfde lijn. Zelfde kantine, zelfde eten, we kleedden ons om in dezelfde ruimte. ’s Avonds hielden we barbecues. De kans dit soort films te maken en deze mensen te ontmoeten – het is daarom dat ik dit vak beoefen. (…) In tegenstelling tot wat ik gewoon ben, acteerde ik eerder met mijn hart dan met mijn hoofd. Als je geen liefde voor de zaak voelt, geen zin hebt om te verenigen en aan het piket te staan, dan is dit personage onmogelijk te vertolken. Ik heb mijn kamp gekozen. Het is klaar en duidelijk. Toon mij een persoon die niks voelt – geen verdriet en geen woede – als 1.100 werknemers worden ontslagen in een bedrijf dat 18 miljoen winst draait. Ik ben geen held. Dit is het minste wat ik kan doen.”

Uiteindelijk vertolkt Lindon de rol van vakbondsleider met verve. Hij belichaamt tezelfdertijd Xavier Mathieu (ex-Continental), Mickael Wamen (ex-Goodyear), Edouard Martin, Frédéric Gillot (ex-Arcelor-Mittal), Gaby Colebunders (ex-Ford-Genk) en vele anderen die zich in de strijd hebben geworpen tegen sluitingen en herstructureringen.

Een film die aanzet tot denken

We kunnen enkel aanraden om naar de film te gaan kijken en er nadien met enkele mensen over te discussiëren. Waarom strijden die mensen? Vaak beperkt de strijd voor het behoud van een bedrijf zich louter tot de economische dimensie. Soms breidt de beweging zich uit en organiseren ook middenveldorganisaties solidariteitsinitiatieven, maar globaal gezien beperken te veel syndicalisten hun actieterrein tot de fabriek. Zo ook de vakbondsman die Vincent Lindon vertolkt. Zijn redenering is niet erg politiek. Hij stelt het systeem niet ter discussie. Maar de sluiting van een bedrijf, dat is politiek, dat is de zaak van iedereen.

Voor de werknemers zijn de opties vandaag beperkt. Tal van gerechtelijke en wettelijke hefbomen vallen weg. Enkel de krachtsverhouding – hoeveel macht de werknemers opbouwen tegenover de werknemer – speelt nog. In het jaar van de 200ste verjaardag van Karl Marx toont En guerre ons dat zijn concept van de klassenstrijd nog steeds laaiend actueel is.

Een oorlog die we enkel collectief kunnen winnen
Mickael Wamen, die de lange strijd tegen de sluiting van Goodyear in Amiens leidde, zei over de film: “Meer dan zeven jaar lang hebben we de schadeloosstelling – voorgesteld door een directie die tijdens deze jaren recordwinsten boekte – geweigerd. Zeven jaar lang was ons enige ordewoord: we vechten voor ons werk, niet voor een cheque. Ook vandaag gaat de groep Goodyear verder met monsterachtig veel poen scheppen en met banen vernietigen – alles om de honger van de aandeelhouders te stillen. De oorlog, wij hebben hem meegemaakt. En het gaat wel degelijk over een oorlog. Helaas. Honderden van ons zijn we verloren. Hardnekkig gingen we door tot we tot een gevangenisstraf werden veroordeeld.
Maar de oorlog gaat door en maakt andere slachtoffers. De dienaars van het kapitaal zijn veranderd, maar hun methodes blijven dezelfde. Ze werden enkel gewelddadiger, met meer en meer rechten voor degenen die ons vermorzelen en meer en meer plichten voor de slachtoffers.
We kunnen deze oorlog enkel collectief winnen. “De enige strijd waarvan je zeker bent dat je hem zal verliezen is degene die je niet voert.” Gedurende jaren ondertekenden we onze pamfletten met die zin, die actueler is dan ooit. Onze gedachten gaan uit naar al de strijders die door de jaren heen in opstand gekomen zijn tegen het immorele en onmenselijke kapitaal.

« En guerre » op ManiFiesta

De film is te zien op ManiFiesta op 8 en 9 september in Bredene. Meer info op: www.manifiesta.be/nl

Dit artikel komt uit het magazine Solidair van juli-augustus 2018. Abonnement

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.