Begin 2015 voerden Geneeskunde voor het Volk en de PVDA voor het kabinet van minister De Block actie voor gratis eerstelijnszorg. (Foto Solidair, Martine Raeymaekers)

In elke wijk een sociale groepspraktijk

auteur: 

Janneke Ronse

Gratis naar de dokter? Het moet overal kunnen, vindt de PVDA. Wijkgezondheidscentra zijn hét model van de toekomst. We willen er dan ook een in elke gemeente van het land.

Een woensdagochtend, 2018. Sarah komt op afspraak, ze komt zich inschrijven in onze groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk in Deurne. De reden? Ze is een van de 900.000 Belgen die gezondheidszorg uitstellen om financiële redenen. Sarah komt bij de praktijk aankloppen omdat ze dan zonder geld naar de huisarts kan. Sarah is een jonge dertiger, ongehuwd, en werkt als schoonmaakster in een school. Ze werkt er 35 uren per week. Geen eenvoudige zaak dus om financieel rond te komen.

Forfaitaire groepspraktijken, of wijkgezondheidscentra, zijn praktijken waar patiënten zonder geld naar de dokter kunnen. De praktijk krijgt via het ziekenfonds een vast (forfaitair) bedrag per ingeschreven patiënt, ongeacht hoe vaak de patiënt komt. De patiënt kan in de groepspraktijk terecht bij de huisarts, de verpleegkundige, de diëtist, de psycholoog ...  Er wordt tussen de verschillende disciplines intens samengewerkt en zoveel mogelijk aan preventie gedaan.

Niet duurder, wel beter

Wijkgezondheidscentra werken vaak met patiënten die in moeilijke sociale en financiële omstandigheden leven, maar iedereen kan er terecht. Begin december 2017 bracht het InterMutualistisch Agentschap (IMA) een eigen studie uit naar de kost en de kwaliteit van de zorg in wijkgezondheidscentra. Het IMA vergeleek 50.000 patiënten die ingeschreven zijn in wijkgezondheidscentra met 50.000 patiënten uit het systeem van klassieke huisartsen per prestatie. Wat blijkt? De groepspraktijken zijn niet duurder voor de maatschappij, ze zijn gratis voor de patiënt en ze leveren bovendien kwalitatief betere zorg dan de prestatiegeneeskunde. Zo wordt er bijvoorbeeld minder vaak doorverwezen naar (dure) onderzoeken en specialisten.

Voor de PVDA zijn wijkgezondheidscentra het model van de toekomst.

Sarah heeft geluk: ze woont binnen het werkingsgebied van een wijkgezondheidscentrum en kan zich dus inschrijven. Woonde ze een paar kilometer verderop dan moesten we haar – net als zoveel anderen – weigeren. Deze weigeringen zijn dagelijkse realiteit aan het onthaal van de wijkgezondheidscentra.

Lang niet alle buurten hebben immers al hun eigen wijkgezondheidscentrum. In heel België zijn er momenteel zo'n 170. Onvoldoende om de 550 steden en gemeenten en de 11 miljoen inwoners van België te bedienen en iedereen keuze te geven om zich al dan niet in te schrijven in zo'n centrum. In een provincie als West-Vlaanderen was er tot eind 2016 zelfs nog geen enkel wijkgezondheidscentrum.

Het model van de toekomst

Voor de PVDA zijn wijkgezondheidscentra – zoals de groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk – het model van de toekomst. Uit een enquête bij armoede-organisaties door het Netwerk Tegen Armoede blijkt dat ze het stimuleren van wijkgezondheidscentra als een prioriteiten voor het beleid zien om iets te doen aan de ongelijkheid tussen rijk en arm. Door een stimulerend beleid te voeren moet het mogelijk zijn tegen 2025 1 miljoen mensen te laten verzorgen in een wijkgezondheidscentrum.

De PVDA wil dat geen enkele Sarah in dit land nog gezondheidszorg moet uitstellen om financiële redenen. En daarvoor zijn de wijkgezondheidscentra noodzakelijk in elke gemeente.

We gaan voor de uitbouw van wijkgezondheidscentra: medische huizen waar je zonder geld naar de huisarts kunt, zoals al 45 jaar het geval is bij Geneeskunde voor het Volk.

 

Hangmatdokters?

Minister van Sociale Zaken Maggie De Block verkiest het systeem van liberale of vrije prestatiegeneeskunde waarbij de geneesheer of zorgverlener wordt vergoed per prestatie. De patiënt betaalt dan meer naargelang hij of zij meer zorg nodig heeft. Die vrijheid geldt dan vooral voor de arts die kan vragen wat hij of zij wil voor een consultatie, terwijl niemand er “vrij” voor kiest om ziek te zijn.

Degenen die profiteren van het systeem van betaling per prestatie zien het forfaitaire systeem vooral als een bedreiging. ‘Hangmatdokters’, noemde het conservatieve artsensyndicaat BVAS huisartsen die werken in een wijkgezondheidscentrum. Terwijl die huisartsen net elke dag het beste van zichzelf geven om goede geneeskunde te leveren, vaak in buurten waar veel sociale problemen bestaan, die grote impact hebben op de gezondheid van de patiënten op consultatie.

Zonder geld naar de huisarts, overal

Ook voor de 10,5 miljoen Belgen die níet ingeschreven zijn in een wijkgezondheidscentrum is het belangrijk dat ze zo snel mogelijk zonder financiële drempels naar hun huisarts kunnen. In 2015 lanceerden Geneeskunde voor het Volk en de PVDA de campagne ‘Zonder Geld naar de Huisarts’. In 15 van de 28 EU-lidstaten is de huisarts gratis. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje, Duitsland: overal gratis. Maar in België niet. In het begin van haar legislatuur verplichtte Maggie De Block het derdebetalerssysteem voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming. Maar dat is niet zonder nadelen. Sommige patiënten voelen zich gestigmatiseerd, en het feit dat er twee regelingen naast elkaar bestaan, zorgt voor extra administratieve overlast. Met enige politieke wil moet een veralgemening van het derdebetalerssysteem makkelijk in te voeren zijn. Digitaal is het perfect mogelijk om dit vlot bruikbaar te maken voor de artsen. Hetzelfde systeem kan trouwens ook gebruikt worden voor andere disciplines in de eerste lijn, zoals kinesisten of tandartsen.

Labels

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.