Foto Solidair, Dieter Boone

Als je 67 bent, is elk beroep zwaar (behalve misschien dat van minister)

“Een lijst die 50% van de beroepen als zwaar erkent, is onmogelijk en onbetaalbaar”. Dat zei onlangs Open Vld-pensioenspecialist Vincent Van Quickenborne, de vorige minister van Pensioenen. Al dagen proberen Open Vld en N-VA de werknemers tegen elkaar op te zetten over de vraag wie er een zwaar beroep heeft. Maar eigenlijk, als je tot je 67ste moet werken, dan is elk beroep zwaar… tenzij misschien als je minister of parlementslid bent. 

Laat ons vooral dit niet vergeten: de regering verhoogt de wettelijke pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar. En ze schroeft ook alle maatregelen terug die een vervroegde uitstap mogelijk maken: ze schaft het brugpensioen stap voor stap af en trekt de leeftijd voor vervroegd pensioen op van 60 jaar (na een loopbaan van 40 jaar) naar 63 jaar (na een loopbaan van 42 jaar). Ook al weet iedereen dat bijna niemand zo lang kan blijven werken. 

De levensverwachting in gezonde levensjaren ligt in België onder de 64 jaar. En dat is de laatste tien jaar niet verbeterd. De levensverwachting zelf is lichtjes gestegen, maar het aantal jaren in goede gezondheid is niet omhooggegaan. En toch is de regering vast van plan ons langer te doen werken. Dat betekent dat onze ministers – die zelf bijna tien jaar langer in goede gezondheid  leven dan de meerderheid van de werknemers – zieke mensen willen verplichten te blijven werken. 

De levensverwachting in goede gezondheid ligt in België erg laag in vergelijking met andere Europese landen maar ook als je die afzet tegenover de rijkdom die in ons land geproduceerd wordt. We brengen allemaal samen een enorme rijkdom voort en toch zijn de Belgische werknemers niet echt gezond. Anders gezegd, we zijn een van de productiefste landen van Europa, maar dat heeft een prijs en die wordt betaald met de (slechte) gezondheid van onze werkende mensen. 

En dus mogen we ons niet tegen elkaar laten ophitsen, want met zwaar werk hebben we allemaal te maken. We mogen niet in de val van de regering trappen, die ons leven ondoenbaar maakt en dan ons wil laten discussiëren over de vraag of mijn beroep niet zwaarder is dan dat van mijn buurman. En vice versa. Daar wordt niemand beter van. We moeten uitgaan van een andere logica. 

55-60-65, de winnende nummers 

Discussiëren over zware beroepen en tegelijk de mensen tot hun 67 doen werken, dat is absurd. We hebben een andere benadering nodig. Een systeem waarin iedereen vroeger mag stoppen met werken met een goed pensioen. Daarom is de PVDA voorstander van het systeem 55-60-65 dat veel vakbondslui naar voren schuiven. Het gaat om een regel die voor iedereen geldt en die het einde van een loopbaan haalbaar maakt. Waarover gaat het juist? 

Ten eerste, iedereen moet de kans krijgen om op 55 jaar een eindeloopbaantijdkrediet te krijgen. Daarmee kun je dan vanaf 55 jaar je werkweek verminderen tot 30 uur, zodat je fysiek kunt recupereren. 

Daarnaast kan iedereen vanaf 60 jaar vervroegd met pensioen gaan. Want we eindigen onze loopbaan niet allemaal even fit en gezond. Wie daar nood aan heeft, zou vroeger moeten kunnen stoppen. 

En tot slot moeten we terug naar een wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Werken tot 67 jaar is bijna in alle beroepen onmogelijk. 

Een politieke keuze

De ministers beweren dat onze pensioenen onbetaalbaar zijn, maar zien er geen graten in om 15 miljard euro te betalen voor de aankoop van jachtvliegtuigen die overal in de wereld oorlog gaan voeren. Ze beweren dat er geen geld is, terwijl er elk jaar voor tientallen miljarden gefraudeerd wordt in belastingparadijzen, met de zegen van de Belgische wet. Ze beweren dat er geen geld is, terwijl multinationals torenhoge winsten maken dankzij de vele cadeautjes van de regering. 

Onze pensioenen zijn wel degelijk betaalbaar. Het is gewoon een politieke keuze. Heel wat landen in Europa besteden een veel groter deel van hun rijkdom aan hun wettelijke pensioenen. Waarom kan in België niet wat in landen als Oostenrijk en Frankrijk wel mogelijk is?

“Ja, maar als de wet op de zware beroepen er niet komt, dan hebben we niks”. Echt? 

Sommigen denken dat de invoering van de wet op de zware beroepen “beter is dan niks” en dat we deze “weliswaar kleine koersverandering van de regering” toch niet mogen afwijzen. En toch is die redenering fout. 

Voor de openbare sector is deze wet een ramp. Ze schaft gewoon alle voordelige pensioensystemen af, zodat de overgrote meerderheid van de werknemers in de openbare sector vele jaren langer (sommigen tot zeven jaar langer!) zullen moeten werken voor een veel lager pensioen. De regering heeft zelfs uitgerekend dat die wet een besparing oplevert van ruim 2,5 miljard euro op de rug van de gepensioneerden uit de openbare sector. 

Voor de privésector wil de regering een systeem invoeren dat ons langer doet werken voor minder pensioen, dat is dus slechter dan het huidige vervroegd pensioen. Met de wet op de zware beroepen zal wie vroeger stopt, een groot stuk van zijn toch al kleine pensioen moeten inleveren, want er zullen minder dienstjaren worden meegeteld. 

Zodus: noch in de openbare, noch de privésector gaan we er met de nieuwe wet op vooruit. We kunnen beter de huidige systemen blijven verdedigen: de preferentiële tantièmes in de openbare sector, het vervroegd pensioen in de privésector. 

Sociaal verzet tegen pensioen met punten heeft al gescoord. Ja, het kan! 

Sommigen denken: “Deze regering luistert helemaal niet naar het volk. We kunnen ze  niet tegenhouden”. Het is waar dat de regering doof blijft voor de miljoenen stemmen van gewone mensen en enkel luistert naar de stemmen van de upperclass. Anderzijds reageert ze wel als de sociale druk stijgt. Vooral in het pensioendossier, dat bij de bevolking heel gevoelig ligt. En vooral als de druk van alle kanten komt: over de gewesten en sectoren heen, met een gemeenschappelijk front en met steun van de bevolking. En zeker wanneer we een duidelijk doel voor ogen hebben, zoals op de betoging van 16 mei waar 70.000 mensen duidelijk ‘neen tegen het pensioen met punten’ hebben gezegd! 

Die eensgezindheid en doelgerichtheid heeft ervoor gezorgd dat de regering uiteindelijk is moeten terugkomen op het pensioen met punten. Kijk naar de feiten:

► Op 28 oktober 2017 zei minister van Pensioen Daniel Bacquelaine (MR): “Voor het einde van het jaar zal ik een wetsontwerp indienen over het pensioen met punten”. (Het Belang van Limburg)

► Op 19 december 2017, de dag van de eerste betoging voor de pensioenen, verklaart hij dat hij in de lente een tekst wil indienen. (La Libre)

► Op 15 januari 2018 zegt hij in de pers dat hij in juni een tekst wil voorstellen.

► Op 28 april 2018 verklaart hij in La Libre: "Het is niet absoluut nodig dat de tekst voor het einde van de legislatuur goedgekeurd wordt. Er moet eerst nog wat pedagogisch werk worden verricht". 

► Op 27 mei, een paar dagen na de grote pensioenbetoging van 16 mei, zegt Vincent Van Quickenborne – de pensioenspecialist van Open Vld en voormalig minister van Pensioenen – op tv: “Het is waar dat het pensioen met punten in het regeerakkoord staat. Maar ik vrees dat het er niet meer komt. De minister heeft dat twee weken geleden ook bevestigd. Hoe dat komt? Het is een drastische systeemverandering. Jammer genoeg heerst er onzekerheid. Mensen hebben doen verstaan dat sommige pensioenen kunnen dalen naargelang van de economische conjunctuur. En daar zijn we als politici tegen. (…) Het systeem met punten zoals het wordt voorgesteld, is een stap in de goede richting. (…) Maar de tijd is er blijkbaar nog niet rijp voor. En om eerlijk te zijn, de verkiezingen zijn te dichtbij om op dat punt nog een beslissing te nemen”. 

Als we naar mensentaal vertalen wat het liberale parlementslid zegt, is dat: door het sociaal verzet hebben te veel mensen begrepen dat het pensioen met punten een soort tombola wordt, afhankelijk van de economische groei en de levensverwachting, waardoor we automatisch langer zullen moeten werken voor minder pensioen. Als we in die gevoelige materie nog voor de verkiezingen dingen willen doorduwen, gaan we veel van onze pluimen verliezen. 

Wat geldt voor het pensioen met punten, geldt ook voor het dossier zware beroepen. Als we de burgers blijven informeren en op grote schaal mobiliseren, dan kunnen we de regering op haar stappen doen terugkeren. Als we eensgezind doorgaan en de openbare en de privésector niet tegen elkaar laten uitspelen, kunnen we de regering terugfluiten. Als we vastbesloten zeggen dat “werken tot 67 jaar zwaar is voor iedereen”, dan kunnen we de regering terugfluiten. Als we in september opnieuw massaal op straat komen, kunnen we de regering terugfluiten.

Teken ook onze petitie op www.blijfvanonspensioen.be en help ons ze verder bekend te maken!

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

Indien de vakbonden aanvaarden dat juist die sectoren die de macht hebben om sterk te mobiliseren als zware beroepen worden erkend , trappen zij in een val die solidariteit ondermijnt. En wanneer DeCroo het voorstelt dat een grote onrechtvaardigheid werd uitgezuiverd : het afschaffen van de studiebonus voor ambtenaren, dan bedriegt hij iedereen. Wie langer studeert investeert en verdient meestal niets. Zodoende duurt het jaren vooraleer hij een financiële achterstand heeft ingelopen. Niet afschaffen moet de boodschap zijn, maar pensioenen in privé en van zelfstandigen verbeteren.
De vakbonden verliezen ongeveer 100000 leden omdat ze onvoldoende voor de werknemers opkomen. Ze worden gedirigeerd door hun corresponderende politieke partijen. Welke partij zal eindelijk eens opkomen voor de loontrekkenden (ambtenaren, bedienden, arbeiders, ...)? Of moet er een nieuwe partij voor het werkvolk komen?