Arizona ontmaskerd | Nieuwe pro-Israëlische koers: wat betekent de regering voor Palestina en België?
Arizona wordt de meest pro-Israëlische ooit. Dat kan reële gevolgen hebben voor de verderzetting van Israëlische oorlogen tegen Palestina en voor de repressie bij ons. Het zorgt voor nieuwe uitdagingen voor de solidariteitsbeweging in België en voor het brede middenveld.
Uit het regeerakkoord van Arrizona:
“In het geladen Israëlisch-Palestijns conflict kiezen we altijd de kant van de vrede.”
Het regeerakkoord heeft relatief veel aandacht voor Palestina, maar positief is dat allerminst. Het begint al met de verwijzing naar het “geladen Israëlisch-Palestijns conflict”, alsof het gaat om een conflict tussen twee volkeren waar we liefst niets mee te maken hebben.
Dat is twee keer fout. Het gaat niet om een conflict tussen twee volkeren maar om een illegale bezetting die talloze keren door de internationale gemeenschap, met name de Verenigde Naties, werd veroordeeld. Het gaat niet om een conflict tussen twee volkeren maar om een genocide in Gaza tegen het Palestijnse volk, gepleegd door het Israëlische leger en de Israëlische regering gedurende 18 maanden.
Bovendien is één van die twee partijen, namelijk Israël, een bevoorrechte partner van de Europese Unie. Op 24 februari 2025 besloot de EU, met de steun van België, het bevoorrechte partnerschap met Israël te versterken in plaats van het op te heffen.
Dit geeft aan welke politiek de regering Arizona wil voeren. Het wordt een beleid dat zich tegen Palestina keert en partij kiest voor de bezettende macht, ook al maakt die zich schuldig aan een genocide tegen het Palestijnse volk.
De vorige regering (Vivaldi) heeft de Palestijnse staat ook niet erkend, maar haar regeerakkoord beloofde tenminste nog om te werken “aan de mogelijke en tijdige erkenning van de Palestijnse staat”. Nu stelt het regeerakkoord van Arizona sluw te “streven naar een voortrekkersrol van de EU om via diplomatieke weg te komen tot een tweestatenoplossing die zowel de veiligheid van Israël moet garanderen als de erkenning van Palestina mogelijk moet maken”.
Goed wetende dat Israël een zogenaamde “tweestatenoplossing” sowieso afwijst, houdt dit geen enkel engagement in met betrekking tot de erkenning van de Palestijnse staat. Sterker nog, dit is de garantie dat België de hele regeerperiode blijft behoren tot de kleine minderheid van landen die de Staat Palestina niet erkennen.1 De tweestatenoplossing komt er nooit “via diplomatieke weg” zolang Israël zich daartegen verzet. En dus zal België volgens dit regeerakkoord Palestina ook nooit moeten erkennen.
Van sancties tegen de bezetter, die internationaal erkend wordt als apartheidsstaat, is geen sprake meer. Terwijl de Vivaldi-regering, voor de vorm weliswaar, nog de intentie noteerde om te “werken aan een lijst van effectieve en proportionele tegenmaatregelen ingeval van een Israëlische annexatie van Palestijns gebied”, is er in het regeerakkoord van Arizona enkel nog sprake van sancties tegen individuele kolonisten “die in de Westelijke Jordaanoever hun agressieve uitbreiding van de nederzettingen nastreven”.
Nochtans heeft ons land internationale verplichtingen om maatregelen te nemen tegen het onrecht dat door Israël wordt begaan tegen de Palestijnen. Het Internationaal Gerechtshof besloot in juli van vorig jaar immers dat Israëls blijvende aanwezigheid in de Bezette Palestijnse Gebieden onrechtmatig is en dat alle andere staten daardoor verplicht zijn om op geen enkele manier steun te verlenen aan het voortduren van die toestand. In september vorig jaar ging de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nog een stapje verder en riep in een resolutie, die ook goedgekeurd werd door ons land, de lidstaten op om:
- Stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat hun onderdanen en bedrijven die onder hun jurisdictie vallen niet handelen op een manier die erkenning inhoudt van de bezetting;
- Stappen te ondernemen om de import stop te zetten van alle producten uit de Israëlische kolonies en van de transfer van wapens aan Israël als er het vermoeden is dat die kunnen gebruikt worden in de Bezette Palestijnse Gebieden.
- Het Palestijnse volk ondersteunen in de realisatie van het recht op zelfbeschikking.
Bovendien loopt er momenteel een onderzoek voor het Internationaal Gerechtshof naar genocide door Israël in Gaza en zijn alle staten gebonden om ervoor te zorgen dat ze op geen enkele manier bijstand zouden verlenen aan genocide.
Van al die internationale verplichtingen en voornemens is in het regeerakkoord niets terug te vinden. Het belangrijkste is dus wat het regeerakkoord niet zegt: geen woord over sancties tegen Israël of tegen bedrijven die actief zijn in illegale kolonies, noch over een wapenembargo. Voor De Wever, Bouchez en andere leden van de Arizona-regering mogen ons land en onze bedrijven zich gewoon verder schuldig maken aan medeplichtigheid aan genocide.
Arizona tegen de solidariteitsbeweging met Palestina
Erger nog, de regering Arizona richt zich uitdrukkelijk tegen het Palestijns verzet en de solidariteitsbeweging. Wat te denken bijvoorbeeld van een pleidooi “voor optreden tegen extremistische en terroristische groeperingen die de veiligheid van Israël bedreigen” ? In de eerste plaats druist dat in tegen het internationaal erkend recht op verzet van een volk dat onder bezetting leeft. Bovendien is die omschrijving zo breed dat ze ook kan doelen op niet-gewelddadige groeperingen die als een “bedreiging” voor de “veiligheid” van Israël worden gezien.
De regering Arizona wil best ver gaan, want er is een intentie om “een juridisch kader” te creëren om zogenaamd “gevaarlijke, radicale organisaties” te verbieden “vanwege hun banden met terreur of voor het verspreiden van antisemitisme” (zie ook hoofdstuk democratie).
Terwijl De Wever en Bouchez geen enkele moeite willen doen om hun internationale verplichtingen om steun aan de bezetting en de genocide in te dijken, na te komen, richten ze wel hun pijlen op de andere kant. Met de vermenging van gewapend en vreedzaam verzet, de uitbreiding van zwarte lijsten van terreurbewegingen en het brandmerken van “radicale” organisaties, viseren ze duidelijk de brede solidariteitsbeweging met de bedoeling die te intimideren en te muilkorven.
Kortom, met De Wever en Bouchez aan het roer gaat ook de solidariteitsbeweging met Palestina, net zoals elke protestbeweging, te maken krijgen met harde repressie. De voorbeelden uit onze buurlanden, waar deze repressie vandaag al een feit is, tonen echter aan dat de vastberadenheid van de solidariteitsbeweging sterk is. Ook in Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland en Frankrijk is het verzet tegen de genocide van Israël en de Europese medeplichtigheid niet gaan liggen.
1 Momenteel erkennen 146 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties de Palestijnse Staat.