Arizona ontmaskerd | Hoe de regering onze industrie ondermijnt
In 2024 gingen er in de Belgische industrie 10.000 banen verloren, het grootste verlies in negen jaar. Besparingen, energie in handen van multinationals en prioriteit voor defensie: het regeringsbeleid zal onze industrie nog meer schade toebrengen.
Aan de vooravond van de definitieve sluiting van Audi Brussel op 28 februari zei PVDA-fractieleider Sofie Merckx in het parlement: "Mijnheer de eerste minister, het ene bedrijf na het andere sluit in ons land. Vorig jaar ging het onder andere om Van Hool en BelGaN. De chemische industrie doet het eigenlijk ook niet goed en ArcelorMittal investeert niet meer in Europa. Morgen sluit Audi en staan 4000 mensen op straat. Dat zijn 4000 sociale drama's. Dat zijn 4000 mensen die zich zorgen maken over hun toekomst, over hun kinderen. Het is niet enkel een sociaal drama, het is ook een enorme verspilling. Al die knowhow, alle kennis van die mensen, wordt zomaar in de vuilnisbak gegooid. Er is een echt probleem voor de industriële toekomst van ons land, van Europa. Wat doet de politiek evenwel? Die staat erbij en kijkt ernaar."
“Mevrouw Merckx, ik heb voor ons land aan een aantal prioriteiten uiting gegeven", antwoordt Bart De Wever, alvorens zijn prioriteiten op te sommen. De premier hamert op de noodzaak om de "loonkosten" te verlagen om de industrie nieuw leven in te blazen. Hij pleit ook voor een energiebeleid "zonder dogmatisme". Tot slot verdedigt hij de ontwikkeling van een defensie-industrie. De maatregelen die Arizona voorstelt, zullen de industrie in een crisis storten.
Duitse recepten uit het verleden zullen ons met het hoofd tegen de muur doen lopen
"Een van de grootste uitdagingen (voor de economie) zijn de te hoge loonkosten", lezen we in het regeerakkoord. En terwijl de industrie in Europa lijdt onder een daling van de vraag, stelt De Wever in zijn algemene beleidsverklaring: "We staan voor de meest uitdagende begrotingssanering uit onze moderne geschiedenis."
Tot voor kort prees Bart De Wever het Duitse model, gebaseerd op besparingen en lage lonen. Vandaag heeft dit model geleid tot chronische onderinvestering, waardoor de infrastructuur veroudert en de technologische achterstand toeneemt. Intussen heeft de ontkoppeling van het Russische gas de industrie nog verder verstikt. Als gevolg daarvan stagneert de export, daalt de binnenlandse vraag naar het laagste niveau sinds 2010 en zit Europa's grootste industriële macht vast in een reeds twee jaar durende recessie, de diepste sinds de Tweede Wereldoorlog. De premier durft bijgevolg niet meer te spreken over zijn Duitse model, maar past nog steeds de oude recepten toe.
De grijsgedraaide plaat van te hoge lonen
Zoals vaak het geval is in crisistijden, probeert het grootkapitaal maatregelen tegen de werkende klasse door te duwen, zelfs als die helemaal geen oplossing bieden voor de echte problemen. Tijdens de betoging voor Audi Brussel op 16 september riep Pieter Timmermans (VBO) op tot "drastische maatregelen" tegen de "loonhandicap". Een oproep die werd gehoord door de Arizona-regering: lonen geblokkeerd tot 2027, geleidelijke afschaffing van premies, arbeidstijden op jaarbasis, enz. Terwijl andere landen investeren in strategische technologieën, blijven De Wever en Timmermans hameren op de mythe dat de lonen te hoog zijn. Bij Audi Brussel vertegenwoordigden ze minder dan 10% van de productiekosten, een situatie die we in veel hoogtechnologische industrieën zoals staal en chemie aantreffen.
Besparingen verstikken onze industrie
In België plant de Arizona-regering 23 miljard euro besparingen en waarschuwt nu al dat dit niet zal volstaan. Dit besparingsbeleid is niet alleen sociaal onrechtvaardig maar ook economisch inefficiënt. Door de koopkracht van de werknemers en het inkomen van de gepensioneerden te verminderen, doet dit beleid de binnenlandse consumptie kelderen. Door minder te investeren in openbare diensten dreigt het de economie te verstikken.
In plaats van de groei te stimuleren, verzwakken de bezuinigingen de groei en verergeren ze de crisis. Door een afnemende vraag zetten fabrikanten de rem op investeringen en stellen ze cruciale projecten om hun productiefaciliteiten te moderniseren uit of annuleren ze. Dit verslechtert de economische situatie en voedt een vicieuze cirkel van desinvestering.
Besparingen ondermijnen ook de infrastructuur die van vitaal belang is voor de industrie. De budgettaire beperkingen voor de NMBS zorgen er bijvoorbeeld voor dat het spoorvervoer, dat essentieel is voor de aanvoer en export van industriële goederen, ondergefinancierd is. Ook besparingen op openbaar onderzoek remmen innovatie af en verhinderen de ontwikkeling van de technologieën die nodig zijn voor de industriële transitie. Door deze sleutelelementen op te offeren, brengt de regering de fundamenten van een duurzaam economisch herstel in gevaar.
In plaats van deze besparingen die onze industrie verstikken, hebben we een echte strategie voor overheidsinvesteringen nodig. Een plan dat financiële middelen richt op het transformeren van ons productiesysteem om aan de behoeften van het land te voldoen: transport, energie, isolatie, gezondheid, digitalisering, ...
De strategische energiesector overgelaten aan de goodwill van multinationals
Het grootste probleem van de industrie is niet de lonen maar de energiekosten. De vervanging van goedkoop Russisch gas door veel duurder gas uit de VS heeft de energieprijzen in Europa omhoog doen schieten. Europese bedrijven krijgen nu te maken met gas- en elektriciteitskosten die vele keren hoger zijn dan in de VS. Dat heeft vooral gevolgen voor energie-intensieve industrieën zoals de chemische industrie en de staalindustrie.
Wat energie betreft, zegt de premier dat zijn regering wil streven naar "een verstandig energiebeleid, vrij van dogma's over voorziening, waarin kernenergie weer een volwaardige rol kan spelen in de energiemix. Daarnaast moeten er natuurlijk maatregelen worden genomen om energie-intensieve industrieën te beschermen tegen onhoudbare prijzen.”
Als er één dogma is dat Bart De Wever blijft delen met zijn voorgangers in de Vivaldi-regering, dan is het blind vertrouwen in de markt en de energiemultinationals om de nodige investeringen te doen, of het nu in energie of waterstof is. Om onze energieproductiecapaciteit te ontwikkelen, wil de regering "een aantrekkelijk, voorspelbaar en stabiel investeringsklimaat" creëren. Wat betekent dat? Dat de staat de risico's op zich moet nemen en tegelijkertijd de winsten van private energiemultinationals garanderen. Er kan geen industriële transitie plaatsvinden zonder overvloedige, goedkope en groene energie. Dat is een van de grootste uitdagingen en een essentiële peiler voor een industriële heropleving. Door de ontwikkeling ervan over te laten aan de energiemultinationals en hun winsthonger, is er geen garantie dat de noodzakelijke investeringen in energie en waterstof daadwerkelijk zullen worden gedaan (zie het hoofdstuk over energie).
Op het gebied van de ontwikkeling van hernieuwbare waterstof heeft de Arizona-regering zelfs een verlaging van de budgetten voor essentiële infrastructuur aangekondigd. En toch zijn de behoeften enorm, vooral in de chemische industrie en de staalindustrie. Het echte probleem is dat er geen centrale planning is om investeringen in de hele keten te coördineren, van productie over transport tot industrieel gebruik.
Om de energierekening voor de industrie te verlagen, wil de regering de energienorm versterken (die tot doel heeft de energiekosten voor de industrie in overeenstemming te brengen met die van de buurlanden, met name door tariefaanpassingen), de accijnzen verlagen tot het Europese minimum en de tarieven voor het elektriciteitsnet, die in een jaar tijd zijn verdubbeld, verlagen. Deze maatregelen zijn echter nog steeds volstrekt ontoereikend om de energieprijshandicap op te lossen in vergelijking met andere economische blokken zoals de VS.
De regering heeft nog een laatste hefboom: de toegang tot langetermijncontracten vergemakkelijken (Power Purchase Agreementsof PPA) tussen energieproducenten en bedrijven tegen een stabiele en meer voordelige prijs. Dat is wat men ArcelorMittal in Gent heeft beloofd, en andere fabrikanten hebben al interesse getoond in dergelijke contracten. Een dergelijk contract moet nog worden beoordeeld door de Europese Commissie in het licht van de regels voor staatssteun.
Het is precies deze logica die in twijfel moet worden getrokken: een systeem waarbij particuliere multinationals het energiebeleid dicteren en de winsten opstrijken, terwijl de staat de risico's op zich neemt, de verliezen dekt en moet ingrijpen om een betaalbare prijs voor de industrie te garanderen. De energiesector is een strategische hefboom voor het realiseren van de energietransitie en de industriële transitie. Daarom moet hij onder publieke controle staan, om de nodige investeringen te garanderen en de prijzen te controleren (zie het hoofdstuk over energie).
Militarisering van de industrie: slecht voor de economie, gevaarlijk voor de vrede
Uit het Arizona-regeerakkoord:
"We doen daarom essentiële investeringen in materieel en personeel, maar ook in de defensie-industrie, om de capaciteit te vergroten en innovatie aan te moedigen."
De regering is van plan om het defensiebudget met 17 miljard euro te verhogen tot 2029, zelfs als het dan nodig is om publieke aandelen te verkopen. De regering wil met name investeren in F-35 gevechtsvliegtuigen, in bewapening, drones, helikopters, een fregat, etz. De Europese Commissie lanceert "Rearm Europe", een plan om tot 800 miljard euro te investeren in defensie. Om de pil te doen slikken, belooft de Arizona-regering dat militaire uitgaven onze industrie zullen helpen ontwikkelen. Maar dat is niet waar.
Ten eerste zullen in de nabije toekomst de meeste wapenaankopen buiten Europa plaatsvinden, meer in het bijzonder in de VS. Ze zullen de kas van wapengiganten als Lockheed Martin spekken. Uiteindelijk zal dit Europa's militaire afhankelijkheid van de VS alleen maar verlengen.
Meer fundamenteel is militarisering geen duurzame weg voor het opnieuw industrialiseren van Europa en België in het bijzonder. Dit kan alleen werken door de ene oorlog na de andere te voeren, of door conflicten aan te wakkeren met de verkoop van wapens. Hierdoor nemen de spanningen en veiligheidsrisico's alleen maar toe.
Om onze industrie te redden, zijn enorme investeringen nodig: in energie, digitale technologie, infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, ... De enige sector waarin de regering overheidsinvesteringen belooft, is de militaire industrie. Er is echter niets voor de civiele industrie van morgen. Elke euro die aan defensie wordt uitgegeven, is een euro minder voor deze strategische sectoren.
Erger nog, hogere militaire uitgaven, gecompenseerd door besparingen in andere sectoren en aanvallen op pensioenen en sociale zekerheid, zullen de economische situatie verergeren door de consumptie te remmen. Zelfs Carsten Brzeski, hoofd Global Macro-economics bij ING, erkent dit: "Als een deel van de defensie-uitgaven wordt gefinancierd door besparingen elders, kunnen we zelfs in een situatie terechtkomen waarin, in ieder geval op de korte termijn, een stijging van de militaire uitgaven een negatieve multiplier zou hebben."Hij waarschuwt voor het mogelijke vertragingseffect op de groei.