Arizona ontmaskerd | Energie duurder dan ooit, zonder toekomstperspectief
De Arizona-regering zegt dat ze van energie een prioriteit maakt. Maar door de voorgestelde maatregelen krijgen consumenten en bedrijven te maken met onstabiele prijzen en een onzekere energietoekomst. Voor de toekomst van onze energie, en daarmee van onze industrie, moeten we breken met de marktwerking, de productie weer in handen nemen en uitpakken met een ambitieus investeringsplan.
Al in de eerste paragraaf van het voorwoord van het regeerakkoord waarschuwt formateur Bart De Wever: "Er heerst onzekerheid over de energiebevoorrading." Om een einde te maken aan deze onzekerheid steunt het regeerakkoord op drie pijlers: “Het verzekeren van de bevoorradingszekerheid, de betaalbaarheid voor burgers en ondernemingen garanderen, en duurzaam zijn."
Het is waar dat noch België noch Europa de energiecrisis die in 2022 begon en nu omslaat in een industriële crisis, te boven is gekomen. De energieprijzen liggen bij ons twee tot drie keer hoger dan in de Verenigde Staten. Als we verwarming, mobiliteit en industriële productie willen elektrificeren en onze afhankelijkheid van dure, vervuilende fossiele brandstoffen willen verminderen, zullen we veel meer elektriciteit nodig hebben. Om aan de behoeften te voldoen, zou de elektriciteitsproductie tegen 2050 minstens moeten verdubbelen.
De Arizona-regering wil zich niet langer laten leiden door “achterhaalde dogma's". Ze wil herinvesteren in de nucleaire sector om de bestaande productiecapaciteit uit te breiden en nieuwe centrales te bouwen, en tegelijkertijd windenergie in de Noordzee blijven ontwikkelen.
Op papier ogen de ambities mooi, maar het regeerakkoord gaat niet in op de belangrijkste uitdagingen van vandaag: er is geen strategie om de prijzen te verlagen en geen geloofwaardige aanpak om een stabiele, groene en goedkope elektriciteitsproductie te ontwikkelen.
Geen maatregelen om de energieprijzen weer onder controle te krijgen
De Arizona-regering zegt dat ze de betaalbaarheid voor burgers en ondernemingen wil garanderen. Wat gaat ze doen om dit te bereiken?
De dure en onvoorspelbare energieprijzen zijn het resultaat van het blinde vertrouwen van de Europese Unie in de gedereguleerde markt en in concurrentie, die de prijzen omlaag zou brengen. De Europese Commissie had langlopende leveringscontracten met onderhandelde prijzen voor aardgas kunnen opstellen, maar in plaats daarvan gaf ze de voorkeur aan de beurs, waar de prijzen dagelijks fluctueren. Voor elektriciteit heeft de Commissie een Europese markt opgezet waar de prijzen elk half uur variëren op basis van vraag en aanbod.
Dat heeft geleid tot extreme prijsvolatiliteit en de groeiende dominantie van grote energieconcerns als Engie en Total. Reeds voor de energiecrisis van 2022 hadden consumenten te lijden onder hoge tarieven. Tijdens de crisis rekenden de monopolies de instabiliteit door aan de consumenten door hun facturen aanzienlijk te verhogen. Zo hebben deze reuzen miljarden verdiend. Engie bijvoorbeeld boekte meer dan 9 miljard overwinsten in België. Tegelijkertijd heeft Europa, om de daling van de Russische gasaanvoer te compenseren, zijn toevlucht genomen tot de massale aankoop van Amerikaans schaliegas, waarvan het de grootste afnemer ter wereld is geworden. Voor hetzelfde aardgas betaalt Europa nu twee tot drie keer meer aan de Verenigde Staten. De energiecrisis slaat zo om in een industriële crisis (zie het hoofdstuk over de industrie). Instabiele prijzen, die in Europa hoger liggen dan in de Verenigde Staten, ontmoedigen investeringen in chemie, glas, staal, enz.
Er is niets gedaan om de energiecrisis op te lossen en een nieuwe te voorkomen. De instabiliteit die werd veroorzaakt door de terugkeer van Trump, in combinatie met het einde van de Russische gasleveringen via Oekraïne en een koudere winter, heeft ervoor gezorgd dat de gasprijzen tussen september 2024 en januari 2025 zijn verdubbeld, waarna de elektriciteitsprijzen zijn gevolgd. De prijzen daalden vervolgens flink na de gesprekken tussen Trump en Poetin. De Europese Unie heeft haar energiebeleid bewust overgelaten aan de grillen van het weer, speculatie en de geostrategische keuzes van externe machten. Arizona trekt deze "achterhaalde dogma's" allerminst in twijfel.
Niets weerhoudt individuele lidstaten er echter van om dit kader te verwerpen. Dat kan door op Europees niveau druk uit te oefenen om af te stappen van deze marktgebaseerde aanpak en door de krachtsverhoudingen te benutten om aanpassingen af te dwingen. Zo hebben Spanje en Portugal sinds halverwege het jaar 2022 een uitzondering gekregen om zich te kunnen beschermen tegen schommelingen op de Europese elektriciteitsmarkt. De gasprijs is losgekoppeld van de elektriciteitsprijs. Sindsdien liggen de elektriciteitsprijzen in deze landen lager dan elders in Europa. Frankrijk kwam tijdens de energiecrisis met een "tariefschild" voor gas en elektriciteit om huishoudens te beschermen tegen stijgende prijzen. Maar de Arizona-regering doet niets. Ze is niet van plan om de Europese energiemarkt ter discussie te stellen of consumenten te beschermen, integendeel.
Voor huishoudens is Arizona van plan "beleid te voeren richting een eenvoudige, leesbare en op zoveel mogelijk variabele componenten steunende elektriciteitsprijs om de flexibele consumptie te bevorderen". Vertaling: dit betekent het aanmoedigen van "dynamische prijzen", elektriciteitscontracten waarbij de prijzen van uur tot uur variëren, afhankelijk van de markt. Tijdens de crisis waren contracten met een vaste prijs de enige manier om consumenten te beschermen. Nu wil Arizona de tegenovergestelde kant op.
Arizona bevestigt de invoering vanaf 2027 van de nieuwe Europese "koolstofbelasting" op gas, stookolie, benzine en diesel (zie het hoofdstuk klimaat). Die zal de prijs van benzine met 0,1 €/l, diesel en stookolie met 0,12 €/l en gas met 0,009 €/kwh doen stijgen. Voor een gezin dat verwarmt op stookolie betekent dit een gemiddelde extra kost van 240 euro per jaar. Met een gasketel zouden ze 90 euro per jaar meer betalen. En dit alles zonder enige publieke steun voor de klimaattransitie. De regering belooft een "sociaal fonds" op te richten dat gefinancierd zal worden met een deel van de opbrengst van deze koolstofbelasting. Maar de details blijven vaag en zijn niet begroot. De vakbonden hebben al berekend dat deze steun de extra kosten voor gezinnen niet zal compenseren.
Op het hoogtepunt van de energiecrisis moest de Vivaldi-regering onder druk van de PVDA toegeven dat Engie en de andere giganten in de sector overwinsten boekten en dat het mogelijk was om die te belasten. De overhaaste en minimalistische maatregelen hebben het niet mogelijk gemaakt om de miljarden van deze crisisprofiteurs terug te vorderen. Alleen al in 2024 brachten de Belgische kernreactoren van Engie nog eens 1,5 miljard euro op. De Arizona-regering lijkt niets van deze ervaring geleerd te hebben en is niet van plan om te voorkomen dat deze situatie zich opnieuw voordoet, bijvoorbeeld door prijzen en winsten aan banden te leggen.
Er wordt ook niets gedaan voor kleine bedrijven, bakkerijen of de horeca, die ook de prijs van de crisis hebben betaald. Alleen grote industriële bedrijven krijgen steun, niet dankzij een plafond op de prijzen die energieproducenten aanrekenen, maar door lagere belastingen: een verlaging van de accijnzen tot het Europese minimum en een verlaging van de netwerkkosten. De staat en de belastingbetaler draaien hier uiteindelijk voor op. Want dit verlies aan inkomsten voor de overheidsfinanciën en voor het onderhoud en de ontwikkeling van het energienetwerk zal straks elders te voelen zijn. Hoe dan ook, de geplande maatregelen zijn onvoldoende om onze prijzen concurrerend te maken met die van de Verenigde Staten.
De illusie van privé-investeringen
De tweede prioriteit van de Arizona-regering is een veilige, stabiele en schone energievoorziening. Om dit beleid uit te voeren, wil de regering korte metten maken met "dogma's": "Wel kijken we met een open geest naar alle mogelijke energiebronnen die kunnen bijdragen tot een meer secure, klimaatvriendelijke en goedkope energiemix."
Maar als er één dogma is dat Bart De Wever en zijn regering gemeen hebben met de vroegere Vivaldi-regering, dan is het wel het blinde vertrouwen in energiemultinationals en de markt. Of het nu gaat om het ontwikkelen van windenergie in de Noordzee of het verlengen van de levensduur van kernreactoren en het bouwen van nieuwe eenheden, de regering rekent uitsluitend op particuliere investeringen. In de begroting is geen enkele euro gereserveerd.
Nergens in Europa investeren bedrijven in het opknappen of bouwen van kernreactoren zonder overheidssteun. Het is veel te duur en riskant voor bedrijven die met elkaar moeten concurreren op de markt. Om dezelfde reden weigeren de energiegiganten te investeren in windmolenparken zonder overheidssubsidies, omdat de winstpercentages te laag zijn en de onzekerheid over de elektriciteitsprijzen op de markt te groot. Hetzelfde zien we bij groene waterstof, dat van vitaal belang is als we willen afstappen van fossiele brandstoffen in de zware industrie. Investeerders deinzen hiervoor terug omdat het te duur is. De Europese staten zitten gevangen in hun logica en geven uiteindelijk miljarden steun aan de reuzen van de sector om hen aan te moedigen te investeren. Staten subsidiëren alles: van de productie van hernieuwbare en nucleaire elektriciteit tot de installatie van batterijen. Zelfs, zoals in België gebeurt, de bouw van gasgestookte elektriciteitscentrales om het elektriciteitsnet in evenwicht te houden, ook al worden er alternatieven ontwikkeld.
Dezelfde oorzaken hebben dezelfde gevolgen. Als de Arizona-regering wil dat de privésector investeert in elektriciteitsproductie, zal ze deze sector massale overheidssubsidies moeten geven of hoge elektriciteitsprijzen moeten garanderen om investeringen aan te moedigen. Bovendien komt de nucleaire strategie van de regering in botsing met de weigering van Engie om te blijven investeren. Engie heeft al bereikt wat het wilde in de onderhandelingen om twee kernreactoren met tien jaar te verlengen: de bijdrage van het bedrijf aan de kosten voor de ontmanteling van de reactoren en de opslag van het kernafval beperken. Het heeft er niets bij te winnen om met België te onderhandelen over een technologie waar het bedrijf zich wereldwijd uit heeft teruggetrokken. Er zijn dus geen garanties.
Kiezen voor het alternatief
Als we deze vicieuze cirkel willen doorbreken, moeten we een keuze maken. We hebben de markt en zijn actoren vrij spel gegeven, waarbij ze hun prijzen opleggen en overheidssubsidies krijgen voor hun investeringskeuzes. Het resultaat? Wij betalen de prijs, zijn op geen enkele manier eigenaar van onze energie, en de ontwikkeling gaat te langzaam om de klimaatuitdaging het hoofd te bieden.
Het is hoog tijd om conclusies te trekken: we moeten breken met de markt om weer controle te krijgen over de prijzen en we moeten met de overheid massaal investeren in de productie, distributie en opslag van elektriciteit en koolstofarme energie. We moeten democratisch kunnen kiezen welke technologie we ontwikkelen, tegen welke prijs en in welk tempo. Zodat we niet langer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en van de prijzen en de geopolitieke keuzes van de producenten.
Markteconomieën en staatseigendom zijn niet onverzoenbaar. De Verenigde Staten konden de economische crisis van de jaren 1930 te boven komen omdat de energie in handen van de overheid was. Hetzelfde gold voor de uitdaging van de naoorlogse wederopbouw in Europa. Een antwoord vinden op de industriële crisis en de klimaatcrisis is een minstens even grote uitdaging. De spelers op de energiemarkt hebben laten zien dat ze niet in staat zijn om met oplossingen te komen. Laten we ze buitenspel zetten, te beginnen met de grootste van allemaal in België: Engie. Laten we de productiemiddelen terug in handen nemen. We hebben die immers al afbetaald met onze facturen en subsidies. En waar halen we het geld vandaan voor overheidsinvesteringen? De honderden miljarden die Europa in een paar dagen tijd tevoorschijn heeft getoverd om zich te herbewapenen, tonen aan dat dit geen kwestie is van beschikbare middelen, maar van politieke keuzes.