We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Arizona ontmaskerd | De regering zet de rem op het klimaat

De klimaatcrisis is een realiteit, zowel in België als in de rest van de wereld. Maar de Arizona-regering steekt liever de kop in het zand en offert de ecologische transitie op het altaar van militarisering, bezuinigingen en marktlogica.

De gevolgen van de klimaatverandering zijn tastbaar. Bij de overstromingen in de zomer van 2021 stond Verviers onder water, en onlangs gebeurde hetzelfde in Valencia. In Californië woedden bosbranden, ... Deze rampen vereisen een ambitieus beleid om de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk te beperken en ons aan te passen aan de nu al zichtbare gevolgen van de klimatologische ontwrichting.

Maar het Belgische klimaatbeleid loopt ver achter. Een recent rapport leert dat ons land met de maatregelen van de vorige federale en gewestelijke regeringen de vooropgestelde klimaatdoelstellingen niet zal halen. Volgens de Climate Change Performance Index staat België wat de naleving van het Akkoord van Parijs betreft op de 19de plaats van de 23 landen van de Europese Unie.

Dit gebrek aan ambitie werd onlangs bevestigd door een rapport van de Nationale Bank van België (punt 67): met het beleid van de Arizona-regering haalt ons land de doelstelling van 55% minder uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 of koolstofneutraliteit tegen 2050 niet.Dit gebrek aan ambitie, in combinatie met de militarisering van de samenleving, brengt ons verder weg van een oplossing voor de klimaatcrisis.

Dit "achterhaald akkoord", zoals Greenpeace het noemt, zal terecht de woede oproepen van arbeiders die hun job verliezen in de industrie, van gezinnen die zich zorgen maken over de kwaliteit van hun leefomgeving en van jongeren die op straat komen voor het klimaat.

Terug naar begin

1. Besparingen op belangrijke gebieden van de klimaattransitie 

Op het eerste gezicht is het Arizona-regeerakkoord ambitieus op het gebied van klimaatinvesteringen. Investeringen die ook moeten helpen om de industrie nieuw leven in te blazen.

Uit het Arizona-regeerakkoord:

"Cruciale voorwaarde daarvoor is wel de afstemming van het nationaal en internationaal klimaatbeleid op de groeikansen van onze eigen industrie."

Als we onze klimaatdoelstellingen willen halen, zijn massale investeringen inderdaad essentieel. Er zijn tientallen miljarden nodig voor energieproductie, -distributie en -opslag, openbaar vervoer en de isolatie van gebouwen. Het Federaal Klimaat- en Energieplan 2023 becijferde de behoeften tussen nu en 2030: 60 miljard voor energie en isolatie van openbare gebouwen, plus 22 tot 27 miljard voor koolstofarme mobiliteit.

Volgens hetzelfde rapport zou tenminste 25 miljard van dit totaal overheidsinvesteringen moeten zijn. Veel valt onder de verantwoordelijkheid van de federale overheid: de gebouwen van de Federale Regie der Gebouwen renoveren, windmolenparken in de Noordzee ontwikkelen, het hoogspanningselektriciteitsnetwerk, een toekomstig groen waterstofdistributienetwerk, beslissen over de toekomst van kernenergie, het spoorwegnet ontwikkelen en federaal onderzoek ondersteunen. 

Wat staat daarover in het Arizona-regeerakkoord? Helemaal niets. Er zijn geen concrete investeringen om deze beloften waar te maken. Erger nog, er wordt bespaard op essentiële gebieden:

  • In de energiesector wordt 250 miljoen euro bespaard op de geplande investering voor de ontwikkeling van een distributienetwerk voor waterstof. Hoewel er grote ambities zijn om windenergie op zee te ontwikkelen en kernenergie uit te breiden, is er niet één euro voorzien voor nieuwe investeringen (zie ook hoofdstuk over energie).

  • Geen euro voor de isolatie van federale overheidsgebouwen of voor aanpassing aan de huidige gevolgen van klimaatverandering.

  • 675 miljoen minder voor de NMBS in de loop van de legislatuur. Terwijl er al een lijst circuleert van ongeveer twintig stations die met sluiting worden bedreigd, belooft de regering om "het beter te doen met minder".

  • 381 miljoen minder voor federaal wetenschappelijk onderzoek, gemiddeld 12% van het budget. Terwijl onderzoek naar meteorologie, klimaat en oceanografie - allemaal zaken die centraal staan bij het begrijpen van klimaatverandering en de gevolgen ervan - een van de specialiteiten is van onderzoeksinstituten en -fondsen die door het federale budget worden gefinancierd.

Terug naar begin

2. Belastingvoordelen voor grote bedrijven in naam van de klimaattransitie en nieuwe “groene” belastingen voor werknemers

Bij gebrek aan overheidsinvesteringen vestigt de Arizona-regering al haar hoop op particuliere investeringen.

Uit het Arizona-regeerakkoord:

"Investeringen in groene energie, technologie en klimaatvriendelijke innovaties zijn absoluut noodzakelijk. Daarom dat de regering bedrijven sterk zal ondersteunen bij hun klimaatinspanningen."

Welke vorm zal deze steun voor particuliere investeringen aannemen? Nieuwe belastingvoordelen: verhoogde belastingaftrek voor particuliere "groene" investeringen, verlaging van de netwerkkosten voor grote energieverbruikende bedrijven, uitbreiding van de btw-verlaging op sloop-/verbouwprojecten voor woningen om deze toegankelijk te maken voor grote ontwikkelaars.

Bedrijven als Engie, ArcelorMittal, BASF of Umicore, die de afgelopen jaren al honderden miljoenen aan subsidies en belastingvoordelen hebben ontvangen, zullen er met de Arizona-regering nog meer kunnen krijgen. Subsidies die erg duur zijn en een publiek industrie- en energiebeleid niet kunnen vervangen.

Deze onvoorwaardelijke belastingvoordelen hebben Audi niet tegengehoudenom de vestiging in Vorst te sluiten, ArcelorMittal om zijn groene investeringen in Gent in vraag te stellen, of Engie om zijn groene waterstofproject in Charleroi op te geven. Belastingvoordelen die niet toegankelijk zijn voor kleine en middelgrote bedrijven, zoals aangegeven door de Union des Classes Moyennes, die zeer kritisch is over het klimaat- en milieuhoofdstuk van de het regeerakkoord.

Tegelijkertijd wordt de milieuregelgeving teruggeschroefd, terwijl we de gevolgen van de PFAS-vervuiling nog maar nauwelijks hebben kunnen meten. PFAS zijn verontreinigende stoffen die worden geproduceerd door een handvol multinationals en ons drinkwater vergiftigen. De verwijdering van die stoffen zal Europa minstens 100 miljard per jaar kosten. Zoals Greenpeace opmerkt, "neemt de regering-De Wever geen extra maatregelen om vervuilers te dwingen te betalen, opdat de veroorzaakte schade hersteld kan worden en om te voorkomen dat de kosten terechtkomen bij de belastingbetaler en de burger, die al het slachtoffer is van de vervuiling".

Voor haar energietransitie blijft de Arizona-regering blind vertrouwen op Engie om te investeren, ook al schreeuwt de directie van de daken dat het dat niet zal doen. Voor de industriële transitie rekent Arizona op privébanken, die zich afkeren van groene investeringen omdat die op korte termijn minder opbrengen dan investeringen in gas of olie. Ook wordt gerekend op de private industriële giganten, die de ene na de andere fabriek in België en Europa sluiten.

Wat hebben de Belgische en Europese industrie en de werknemers nodig? Massale investeringen in koolstofarme en goedkope energie. Een geplande strategie om openbaar vervoer te ontwikkelen en gebouwen te isoleren, die stabiele afzetmarkten voor industriële productie creëren. Coherent langetermijnbeheer van de transformatie van onze industrie, om jobs en onze productie te beschermen. Meer onderzoek naar niet-vervuilende en klimaatneutrale industriële processen. Dit zijn allemaal doelstellingen die de private reuzen, gedreven door kortetermijnwinst, niet kunnen bereiken en daarom via publieke en democratische weg moeten gebeuren. Over dit alles zwijgt het Arizona-akkoord.

Terwijl de regering grote bedrijven de “wortel” voorhoudt, gebruikt het voor de werkende klasse en hun gezinnen de “stok”, met nieuwe milieubelastingen.

De Arizona-coalitie mikt in het bijzonder op de invoering van de Europese koolstofbelasting vanaf 2027 op benzine, diesel, aardgas en stookolie. Een belasting, bekend als "ETS2", die de prijs van benzine zou verhogen met 0,1 euro per liter, die van diesel en stookolie met 0,12 euro en die van gas met 0,009 euro per kwh. Voor een gezin dat verwarmt met stookolie betekent dit een gemiddelde extra kost van 240 euro per jaar. Met een gasketel zou het 90 euro per jaar meer kosten. Automobilisten zullen gemiddeld ongeveer 90 euro per jaar meer moeten betalen voor hun benzine- of dieselauto. En dit alles zonder enige publieke steun voor de klimaattransitie. De regering belooft een "sociaal fonds" op te richten dat gefinancierd zal worden met een deel van de opbrengst van deze koolstofbelasting. Maar de details blijven vaag en niet begroot. De vakbonden hebben al berekend dat deze steun de extra kosten voor gezinnen niet zal compenseren.

Het ontbreekt het Arizona-regeerakkoord niet gewoon aan klimaatambities, het voorziet een puur anti-klimaatbeleid. Terwijl de aarde brandt, kiest deze regering er niet alleen voor om niet te investeren in de transitie, maar ook om te snijden in essentiële budgetten zoals die voor energie, transport en onderzoek. De Europese Unie, die jarenlang hardnekkig heeft geweigerd om klimaatinvesteringen uit de begrotingsregels te halen, stemt er nu mee in om een uitzondering te maken. Maar dan wel voor bewapening, waarbij tot 800 miljard euro wordt geïnjecteerd in militarisering. Oorlog zal de ecologische en sociale crisis alleen maar verergeren, ten koste van de werkende klasse en toekomstige generaties.

Om deze impasse te doorbreken, moeten we dringend het trio van "besparingen, de markt en groene belastingen" verwerpen. Dat is geen slogan maar een concrete ambitie. Het betekent overheidsinvesteringen in openbaar vervoer en renovatie van gebouwen. Deze maatregelen zijn zowel effectief als populair gebleken. In Luxemburg is gratis openbaar vervoer een groot succes, hetzelfde geldt voor de Oostenrijkse openbare nachttreinen. De openbare investeringsbank van Duitsland en het openbare woonbeleid van Wenen tonen het succes van renovatie van gebouwen, straat na straat, wijk na wijk. 

Een ecologisch beleid dat in verhouding staat tot de problemen, vereist ook een publieke controle over de energiesector (zie hoofdstuk over energie). Overheidsinvesteringen in energieproductie, -distributie en -opslag, het terugwinnen van de controle over de prijzen (zodat we ons beleid niet langer laten dicteren door Engie of Total), en de ontwikkeling van betaalbare, milieuvriendelijke energie zijn essentieel voor gezinnen en om de industrie een toekomst te geven.

Terug naar begin