We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Arizona ontmaskerd | Een begroting die ons doet betalen en ons dieper in de crisis stort

De Arizona-regering stelt haar besparingsplan van 23 miljard euro voor als noodzakelijk om ons sociaal stelsel te vrijwaren. Toch treffen haar maatregelen vooral de werkende klasse, terwijl de superrijken worden ontzien. Deze besparingskuur zal ons in een crisis storten en ons in een permanent keurslijf van besparingen steken. In plaats van militarisering moeten we investeren in mensen, industrie en vrede.

“Onze budgettaire toestand is zorgwekkend”, luidt het in het voorwoord van het Arizona-regeerakkoord van premier Bart De Wever. In zijn eerste toespraak in de Kamer voegt hij eraan toe dat onze welvaart bedreigd wordt. Waardoor? Volgens de Arizona-regering ligt het probleem bij te gulle overheidsuitgaven, die onder druk staan door de vergrijzing. Ondertussen zou de belastingdruk op werkende mensen en bedrijven zodanig groot worden dat we die niet langer kunnen verhogen, als we onze concurrentiekracht willen vrijwaren.

Volgens premier De Wever moeten we dus orde op zaken stellen. We moeten besparen. En niet zomaar een beetje.

De federale begroting voorziet in een budgettaire inspanning van meer dan 23 miljard euro per jaar tegen 2029. Het grootste besparingsplan sinds de jaren 1990. Pijnlijke besparingsmaatregelen, maar “noodzakelijke beslissingen om de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid te
garanderen”, zo klinkt het in het regeerakkoord. En ook nog: “Dat zijn we onszelf en de komende generaties verschuldigd.” De werkelijkheid ziet er heel anders uit.

Het begrotingstekort is het gevolg van de (para)fiscale cadeaus die de grootste bedrijven hebben genoten. De begrotingsinspanningen van Arizona komen vooral op de kap van de werkende mensen terecht. De maatregelen ontzien opnieuw de rijksten, in tegenstelling tot de campagnebeloften en de huidige retoriek van Vooruit, CD&V en Les Engagés.

We worden geconfronteerd met een klassenbegroting die niet in evenwicht is en het begrotingsprobleem dreigt te verergeren door de economie nog meer te verstikken. In plaats van zuurstof te geven aan de economie, dreigen de besparingen onze economie nog verder te verzwakken en de crisis te verergeren. Zo dreigen we onszelf op te sluiten in een neerwaartse spiraal waardoor we nog meer en permanent moeten besparen. Het is een begroting die geen antwoord biedt op de urgente industriële, sociale en ecologische uitdagingen en ons naar de militarisering van onze samenleving doet afglijden.

Een begroting op kosten van de werkende klasse

Om de begrotingsinspanning te beschrijven, spreekt het Arizona-regeerakkoord van “een evenwichtige verdeelsleutel”. Premier De Wever en zijn regering beweren dat deze inspanning offers zal vergen van iedereen in onze samenleving. Iedereen? Als je de begrotingstabellen leest, krijg je een ander beeld.

Opsplitsing van begrotingsmaatregelen in 2029

De maatregelen zijn in essentie directe en indirecte besparingen op de rug van de werkende mensen:

  1. 8,1 miljard aan "sociaal-economische hervormingen". Dat betekent concreet een hervorming van de pensioenen die ons langer laat werken voor een lager pensioen (2,4 miljard); een hervorming van de arbeidsmarkt die werklozen, zieken en werknemers met onzekere banen aanvalt (2,7 miljard); en het vrijwel verdwijnen van de "welvaartsenveloppe" (2,8 miljard) die wordt gebruikt om de kleine pensioenen en de laagste sociale uitkeringen voor werknemers en zelfstandigen te verhogen (zie hoofdstukken Werk en Pensioenen).

  2. 7,88 miljard komt uit de verwachte terugverdieneffecten van de verwachte hogere werkzaamheidsgraad tot 80% van de beroepsbevolking. Dit is een weinig geloofwaardig doel, dat de regering wil bereiken door zieke werknemers onder druk te zetten, beroep te doen op flexibele banen, studenten-, nacht- of weekendwerk te vergemakkelijken, en door sociale uitkeringen of het recht op brugpensioen te verminderen. Een “terugverdienefffect” op kap van de werkende klasse dus.

  3. 1,6 miljard aan besparingen in de federale overheidsadministratie. Dus minder volk achter het loket of om de vragen van burgers te behandelen en openbare gebouwen die verder verkommeren.

  4. 523 miljoen aan besparingen in de gezondheidszorg, voornamelijk op personeel en patiëntenzorg (zie hoofdstuk Gezondheid).

  5. 1,05 miljard aan besparingen op subsidies voor andere federale overheidsdiensten. besparingen op de dagelijkse openbare diensten, NMBS en bpost, een besparing van 25% op het budget voor wetenschappelijk onderzoek en federale musea, wetenschappelijke en culturele instellingen, op ontwikkelingssamenwerking en op de federale financiering van de infrastructuur van de hoofdstad (Beliris).

  6. 1,4 miljard besparingen op het budget voor migratie. Zowel bij opvang, met een vermindering van bijna 2/3 van het Fedasil-budget, als bij sociale bijstand voor vluchtelingen (zie hoofdstuk Asielrecht).

Ondertussen botst de belofte van een eerlijke bijdrage van “de sterkste schouders” op de realiteit van de cijfers. Zij dragen slechts 6,3% bij aan de Arizona-begroting. Bovendien bestaat deze bijdrage uit maatregelen die de grootste vermogens of grote bedrijven niet treffen (zie hoofdstuk Belastingen). In de wetenschap dat 25% van de rijkdom in België in handen is van de rijkste 1% van de bevolking, is dit ver verwijderd van een eerlijk gedeelde inspanning.

Terug naar begin

Een tekort dat niet zomaar uit de lucht komt vallen: het werd veroorzaakt door de cadeaus aan grote bedrijven

Om de brute besparingen op de sociale uitgaven te rechtvaardigen, zegt de Arizona-regering dat het niet anders kan: het gat in de begroting moet worden gedicht.

Maar waar komt dat federale begrotingstekort vandaan? Premier De Wever zegt in het voorwoord van het regeerakkoord dat het een probleem van sociale uitgaven is: “Omwille van demografische ontwikkelingen komt de betaalbaarheid van onze zorg en pensioenen in gevaar.” Lees: de mensen gaan te vroeg met pensioen, ze trekken te veel pensioen en door de vergrijzing gaan de gezondheidskosten de hoogte in. Dat zijn volgens de Arizona-coalitie de problemen die moeten worden opgelost.

Kost de sociale zekerheid ons te veel? De cijfers vertellen ons iets anders. Uit een vergelijking van de Nationale Bank van België (NBB) in 2021 blijkt dat België iets minder uitgeeft aan sociale zekerheid en gezondheidszorg dan het gemiddelde van de buurlanden. We besteden 11,5% van ons bbp (de rijkdom die in België wordt geproduceerd) om onze pensioenen te betalen. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing stijgt dit cijfer tot 13,5% van het bbp als het huidige systeem wordt gehandhaafd. Onbetaalbaar? Dit is het deel van de binnenlandse rijkdom dat Oostenrijk, Finland en Frankrijk momenteel besteden om hun pensioenstelsels te bekostigen. Onze sociale zekerheid is ook niet bijzonder gul. De Belgische pensioenen behoren tot de laagste in Europa en de voorwaarden om een werkloosheidsuitkering te krijgen zijn bij de strengste. Aan de andere kant zijn volgens hetzelfde rapport van de Nationale Bank de overheidsmaatregelen om “de economische activiteit te ondersteunen” (lees: subsidies voor de bedrijven) bijzonder hoog in vergelijking met onze buurlanden.

Een gat van 8 miljard in 2024... gecreëerd door de taxshift van de regering met MR en N-VA in 2014

Waarom zouden we ons socialezekerheidsstelsel niet meer kunnen financieren? Een recente studie van Denktank Minerva boog zich over deze vraag. De resultaten laten zien dat de taxshift van de regering-Michel (2014-2019), met een verlaging van de vennootschapsbelasting en een verlaging van de werkgeversbijdragen,in 2024 een gat van 8 miljard per jaar heeft geslagen in de financiering van de sociale zekerheid. Een cijfer dat bijna perfect samenvalt met het huidige primaire tekort1op de federale begroting. Deze taxshift volgt op andere belastingvoordelen voor bedrijven die enkele decennia geleden werden ingevoerd. Voor elke 100 euro brutoloon betaalden bedrijven in 1996 33 euro aan de sociale zekerheid, vergeleken met slechts 21 euro nu. Door deze korting ontstond er in 2024 een gat van 16 miljard euro per jaar in de financiering van de sociale zekerheid.

Nu wordt dit tekort aan inkomsten door Bart De Wever gebruikt als een heilig argument om drastische besparingen op de sociale zekerheid te rechtvaardigen. Hij wil de werkende mensen laten betalen om het gat te vullen dat is ontstaan door de cadeaus aan bedrijven, te beginnen met de taxshift waartoe MR en N-VA tien jaar geleden hebben besloten.

We produceren steeds meer rijkdom in dit land, genoeg om onze sociale zekerheid nu en de komende jaren te financieren. Het probleem is dat we het geld niet kunnen terughalen waar het zit: bij de rijkste mensen en de grootste bedrijven, die hebben geprofiteerd van belastingvoordelen zonder ooit ter verantwoording te worden geroepen. De structurele begrotingstekorten in België zijn het resultaat van een klassenkeuze: de keuze om de bijdragen van bedrijven aan ons socialezekerheidsstelsel te verlagen en de grootste vermogens niet te belasten en de grote bedrijven cadeaus te geven.

Terug naar begin

Een begroting die geen steek houdt en eindeloze besparingsronden inluidt

De Arizona-regering eist een nooit geziene begrotingsinspanning. Het wordt “de zwaarste begrotingssanering uit onze moderne geschiedenis”, verklaart Bart De Wever in het voorwoord van het regeerakkoord. 

In zijn inauguratierede in de Kamer voegt hij eraan toe: “De tocht die voor ons ligt, wordt geen wandeling in het park. Het wordt een col buiten categorie. Maar wie de moeite doet om de berg te beklimmen, zal aan de top genieten van het uitzicht.” 

De Arizona-regering belooft dat zodra de inspanningen om orde op zaken te stellen zijn geleverd, we beloond zullen worden met een gezonde en degelijke begrotingssituatie die de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn bewerkstelligt.

Maar nog voordat ze van toepassing is, blijkt deze begroting zo lek als een mandje. Bij gebrek aan een bijdrage van de grote vermogens (zie hoofdstuk Belastingen) baseert de Arizona-regering het grootste deel van de nieuwe begrotingsinkomsten op een gok: 7,8 miljard euro, een derde van de totale begrotingsinspanning van 23 miljard euro, zou afkomstig zijn van het “terugverdieneffect van de stijging van de werkzaamheidsgraad”. Belastingmaatregelen ten gunste van grote bedrijven in combinatie met een beleid om werknemers te “activeren” (zie de hoofdstukken Werk, Pensioenen en Gezondheid voor meer informatie) zullen volgens de regering leiden tot een stijging van de werkzaamheidsgraad van 72% nu naar 80% in 2029. Zo zouden de economische activiteit en de belastinginkomsten verhogen.

“Ik heb het nog nooit zo extreem gezien”, zegt UGent-econoom Geert Peersman. “De werkzaamheidsgraad verhogen tot 80% is niet realistisch”, zegt de Nationale Bank van België. Geen enkele serieuze econoom gelooft in de gok van Arizona.

De KU Leuven heeft het terugverdieneffect berekend van de fameuze taxshift van de regering-Michel in 2014, die de sociale zekerheid 8 miljard euro per jaar kost. Het resultaat: een terugverdieneffect van 4 tot 15%. In de Arizona-begroting ligt het verwachte rendement echter veel hoger: bijna 50%. Dat is onrealistisch. Als we uitgaan van een terugverdieneffect dat vergelijkbaar is met dat van de taxshift van Michel, zouden we in het beste geval 2 miljard aan extra inkomsten hebben.

De sociale zekerheid uithollen en de arbeidsmarkt dereguleren om de werkzaamheidsgraad op te krikken? Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland hebben al soortgelijke maatregelen genomen. Het resultaat: een fictieve toename van het aantal werkenden door een wildgroei aan onzekere banen, deeltijds werk en een daling van de productiviteit.2 Op dezelfde manier is in België, terwijl de werkzaamheidsgraad tussen 2010 en 2020 met 5% is gestegen, het aandeel van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid met 5% gedaald en dat van de werknemers met 2%. Een nuloperatie voor de federale begroting en de sociale zekerheid, wat kan worden verklaard door de vele belastingvoordelen voor bedrijven en door de toename van onzekere banen (studentenjobs, schijnzelfstandigheid, flexi-jobs, dienstencheques, enz.). Deze onzekere statuten leveren de werknemers weinig op, zijn (gedeeltelijk) vrijgesteld van werkgeversbijdragen en dragen weinig of niet bij aan de financiering van de sociale zekerheid.

Kortom, met de geplande maatregelen zal het de Arizona-regering niet lukken om de begroting in evenwicht te brengen. In het beste geval zal slechts 2 miljard van het voorspelde terugverdieneffect van 7,8 miljard in de staatskas belanden. De federale regering zal daarom de komende jaren waarschijnlijk meer besparingsgolven ontketenen om de ontbrekende miljarden op te halen. De Wever zegt over de komende besparingen dat je de berg moet beklimmen om op de top van het uitzicht te kunnen genieten. Maar deze beklimming lijkt meer op de mythe van Sisyphus, de mythologische figuur die als straf eeuwig een rotsblok een heuvel op moet duwen, maar het rotsblok telkens weer naar beneden ziet rollen voor hij de top weet te bereiken. Premier De Wever en Axel Ronse (N-VA-fractievoorzitter in de Kamer) maken er geen geheim van. De eerste spreekt van een begrotingsinspanning die minstens tien jaar zal duren, de tweede zegt dat we 20 jaar De Wever nodig zullen hebben om het begrotingsevenwicht te herstellen. Welke extra besparingsmaatregelen staan ons te wachten? Het rapport van de Nationale Bank, onder leiding van de liberaal Pierre Wunsch, heeft een duidelijk doelwit: de loonindexering, en nog meer besparingen op de pensioenen en sociale uitkeringen.

Terug naar begin

“Snoeien om te groeien”: een dom en gevaarlijk idee

“We staan voor de meest uitdagende begrotingssanering uit onze moderne geschiedenis. Dat zal niet aangenaam zijn, maar neem het van mij aan: een lastig dieet is soms noodzakelijk om op een gezonde manier verder te kunnen leven”, verklaart premier Bart De Wever.

Snoeien om te groeien, besparen (op overheidsuitgaven) om de groei van morgen te stimuleren, er is niets nieuws onder de zon. Het is hetzelfde neoliberale recept dat al minstens veertig jaar wordt toegepast. De regering kopieert simpelweg het beleid dat al harder is uitgevoerd in Duitsland, Nederland of Italië en dat de binnenlandse vraag in die landen zo zwak heeft gemaakt dat het tot de massale vernietiging van hun industriële sector en hun economie leidt. Door de openbare infrastructuur, de gezondheidszorg, de spoorwegen en het onderwijs te laten verkommeren, verhoogt dit beleid de verborgen schuld en de toekomstige kosten voor de gemeenschap.

Snoeien om te groeien? Dat is het domste wat je als overheid kunt doen, meent de internationaal gevierde econome Marianna Mazzucato. We leven in een wereld die op zijn kop staat, met het protectionisme van Trump en de opkomst van China. Denken we echt dat we ons daarin wel zullen redden, dat we gaan ‘concurreren’ met anderen door ‘onze arbeidskosten te verlagen’, en niet door eerst een proactief beleid te voeren op het gebied van innovatie, technologie en investeringen?

Volgens Mazzucato hebben we juist veel meer overheidsinvesteringen nodig. In de industrie, met name in de productie en distributie van goedkope, groene energie. In infrastructuur, nieuwe technologieën en kunstmatige intelligentie. In de klimaattransitie, met een groot publiek plan om gebouwen te renoveren en het openbaar vervoer te ontwikkelen. Overheidsinvesteringen hebben een multiplicatoreffect op de economische groei dat wordt geschat tussen 1,4 en 2,3, waardoor ze de last van de overheidsschuld veel effectiever kunnen verminderen dan besparingen. Tegelijkertijd komen ze tegemoet aan de behoeften van mens en planeet.

Deze regering wil precies het tegenovergestelde doen: 2 miljard bezuinigen op 5 jaar in de gezondheidszorg en 675 miljoen minder voor de NMBS, 25% minder budget voor federaal wetenschappelijk onderzoek, geen enkele euro geplande investering in energie en zelfs honderden miljoenen besparingen in groene waterstofprojecten die essentieel zijn voor de metaalnijverheid en de chemische industrie.

Dat de Arizona-regering haar begrotingstekort wil oplossen door lukrake besparingen is niet alleen sociaal oneerlijk, maar ook inefficiënt. De daling van de koopkracht van werkenden en gepensioneerden zal de binnenlandse consumptie treffen. Het gebrek aan investeringen in infrastructuur zal resulteren in een minder presterende economie. Zo dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan, waarbij het medicijn de patiënt zieker maakt en de besparingsrondes elkaar steeds sneller opvolgen. We hebben investeringen nodig in mensen, industrie, vrede en eerlijke belastingen, geen lukrake besparingen.

Terug naar begin

Meer doen met minder... behalve voor militarisering

“We kunnen en moeten meer doen met minder”, dat is de retoriek over begrotingen voor gezondheidszorg, spoorwegen en openbaar bestuur. Arizona plant geen serieuze overheidsinvesteringen. Integendeel, de nieuwe regering kondigt zelfs een bovengrens voor overheidsinvesteringen aan van 3%: amper meer dan noodzakelijk is voor onderhoud en renovatie van de bestaande openbare infrastructuur.

In de economie blijven onvoorwaardelijke subsidies aan privébedrijven het alfa en omega van Arizona. Zonder controle op resultaten. Zelfs op het gebied van energie verwacht de regering enorme investeringen van de privésector in de energievoorziening en -transitie. In de begrotingstabellen wordt in geen enkele nieuwe euro voorzien.

Eén domein ontsnapt aan dit algemeen besparingsbeleid: militaire investeringen. “We doen daarom essentiële investeringen in materieel en personeel, maar ook in de defensie-industrie, om de capaciteit te vergroten en innovatie aan te moedigen. We zullen ons leger en onze defensie serieus nemen”, zei De Wever op 4 februari in de Kamer.

De Arizona-regering legt inderdaad een grote bereidheid aan de dag om veel vrijgeviger te zijn. Er is sprake van een verdubbeling van de huidige militaire budgetten, die volgens het regeerakkoord  in 2029 moesten oplopen tot 2% van het bbp, een doelstelling die de regering tegen deze zomer al wil halen. De regering legde als doelstelling zelfs 2,5% van het bbp in 2035 vast. Bedragen die zelfs nog kunnen oplopen. Sommigen denken al aan een verhoging van het budget in de komende maanden om “sneller extra miljarden in defensie te pompen” en tegen 2035 3% of zelfs 3,5% militaire uitgaven te bereiken. Een factuur waarvoor de werkende bevolking zal opdraaien.

2% van het bbp besteden aan militaire uitgaven in 2029, dat is jaarlijks 12 miljard euro, 4 miljard meer dan nu. En jaarlijks tot 10 miljard extra militaire uitgaven tegen 2035 om 2,5% van het bbp te halen.3 De gevraagde inspanning voor defensie is van dezelfde orde als de inspanning die nodig is om de kosten van vergrijzing op te vangen zonder iedereen te dwingen langer te werken voor minder pensioen. Uiteraard wordt alles wat naar militaire uitgaven gaat niet aan andere zaken besteed.

Waar haalt men dan het geld vandaan dat niet gevonden kan worden voor al het overige? Waarom staan deze extra uitgaven niet in de begrotingstabellen? De Arizona-regering is van plan om met de Europese Unie te onderhandelen om deze militaire uitgaven weg te halen uit het Europese begrotingskader dat overheidsinvesteringen blokkeert. Een uitzondering op de begrotingsregels die de Europese Unie bereid is toe te staan en die de aandelenkoers van wapenproducenten opdrijft. Hieruit blijkt dat deze besparingsregels in de eerste plaats politiek zijn. Wat onmogelijk is voor uitgaven die nuttig zijn voor ons allemaal, als voorbereiding op onze energie- en klimaattoekomst, zou dus doenbaar worden om ons voor te bereiden op de oorlogen van morgen (zie hoofdstuk Militarisering). 

Als er extra middelen moeten worden gevonden, heeft Arizona een piste klaar: de verkoop van federale overheidsparticipaties om de oprichting van een “defensiefonds” te financieren. Met andere woorden: de privatisering van Belfius, bpost of Belgacom of de verkoop van overheidsaandelen in BNP Paribas Fortis. Zodra deze activa zijn verkocht, verliezen we dus het vermogen om overheidsbedrijven om te vormen tot echte openbare diensten en verliezen we ook de inkomsten uit deze bedrijven om de federale begroting financieren. Dat alles ten bate van de militarisering van onze economie.

Geen herfinanciering dus, maar een overfinanciering voor de militaire sector. Niet ter verdediging van ons grondgebied, maar om deel te nemen aan offensieve oorlogen. Gezien het wapentuig waarin wordt geïnvesteerd, zoals de nieuwe F-35-gevechtsvliegtuigen, zullen de plannen om de economie te militariseren in dienst staan van de militaire expansieplannen van grootmachten. Zoals de Verenigde Staten van Trump, die wil ingrijpen van Groenland tot Gaza. Door het militaire budget dermate te verhogen, geven we toe aan de chantage van Trump.

Elke extra euro die aan militarisering wordt besteed, zal een euro minder zijn voor energie, onderwijs, gezondheidszorg en industrie. Die wapenwedloop zal ertoe leiden dat we steeds meer investeren in wapenhandelaars in plaats van in projecten die essentieel zijn voor de civiele industrie van de toekomst, voor de klimaattransitie en voor de toekomst van onze jongeren.

Terug naar begin

Hoe zit het met de staatsschuld?

Een ander vaak aangevoerd argument om het aanhalen van de broekriem te verantwoorden, is de hoge overheidsschuld in België. Die dreigt de komende jaren nog te groeien. Het zou de rentelast op deze schuld opdrijven, ons in de ban zetten van financiële markten, door het risico van een ratingverlaging van onze schuld door ratingbureaus.

De prognoses van de Nationale Bank verwachten inderdaad een stijging van de Belgische schuld, die vandaag 105% van het bbp bedraagt en in 2032 zou kunnen oplopen tot 126% van het bbp.

Wie is verantwoordelijk voor de omvang en groei van deze schuld? Volgens de Arizona-regering ligt het probleem in al te gulle overheidsuitgaven.

Maar die historisch grote schuld komt niet door extreem genereuze uitgaven ten voordele van de werkende bevolking. In de afgelopen twintig jaar werd de Belgische schuld, die in 2007 gezakt was tot minder dan 90% van het bbp, weer opgedreven door drie opeenvolgende crises: de financiële crisis in 2008, de Covid-crisis in 2020-2021 en de energiecrisis in 2023. Keer op keer moest de werkende bevolking hiervoor opdraaien. In 2008 om te betalen voor de hebzucht van de banken die speculeerden. In 2020-2021 eerst om de belangen van de grote multinationals te redden met publiek geld en daarna voor de winsten van Big Pharma. In 2023 om de overwinsten van energiereuzen als Total en Engie te financieren.

De wurggreep van de Europese begrotingsregels

Om haar besparingsbeleid te rechtvaardigen, voert de Arizona-regering aan dat ze de nieuwe Europese begrotingsregels moet naleven. Op basis van die slechte begrotingscijfers startte de Europese Unie afgelopen juni een buitensporigtekortprocedure [tegen België] op, zoals voorzien in het pact. (pagina 8). 

Zes landen, waaronder België, werden onderworpen aan de buitensporigetekortprocedure (BTP) en moeten hun begrotingsevenwicht herstellen. Om dit evenwicht te bereiken, geeft de Europese Commissie vier jaar de tijd aan de lidstaten om terug te voldoen aan de begrotingslimieten. Deze periode kan worden verlengd tot zeven jaar, zoals België heeft gevraagd, in ruil voor aanvullende “structurele hervormingen” (“besparingen op de overheidsuitgaven”) en een sterkere terugdringing van het tekort. Daarna volgt een periode van 10 jaar toezicht waarin het overheidstekort niet mag toenemen. 

Met dat Europese begrotingskader stevenen we dus af op 17 jaar gedwongen besparingen. Toch bewees dit economische kader allesbehalve effectief te zijn, zoals blijkt uit een recent onderzoek. Het is een ideologisch kader met variabele geometrie, want wanneer het erop aankwam de banken te redden in 2008, vaccins te kopen bij Big Pharma in 2020 of nu wapens te kopen, kon de Europese Commissie deze begrotingsregels prima omzeilen of opschorten. Wat mogelijk is om privémonopolies te betalen met publiek geld, lukt plots niet meer voor de financiering van nuttige publieke investeringen. Dit kader aanvaarden, betekent dus voor bijna twintig jaar afzien van elk ambitieus economisch, sociaal of milieubeleid.

1. Dus exclusief rentebetalingen op de schuld.

2. Met dergelijke maatregelen zijn we eigenlijk getuige van een opdeling van bestaande jobs, zonder extra belastinginkomsten. In Duitsland bijvoorbeeld, toen de Duitse minister Hartz zijn arbeidsmarkthervormingen begon, werden er in het land volgens het Europese statistiekinstituut Eurostat 65,8 miljoen uren gewerkt en bedroeg de werkzaamheidsgraad ongeveer 70%. In 2023 was de werkzaamheidsgraad gestegen tot bijna 80%, maar het aantal gewerkte uren was bijna identiek. Wat is er gebeurd? Veel goedbetaalde banen zijn verloren gegaan of opgesplitst, en van een terugverdieneffect was geen sprake.

3. Rekening houdend met de inflatie.