F-16

Het was een echte schertsvertoning. De parlementscommissie Defensie werd op 13 april “dringend” bijeengeroepen en was de setting van een sterk staaltje bochten afsnijden. Tijdens een toneelopvoering die lak had aan elke vorm van democratische controle probeerde minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) iedereen te doen geloven dat zijn partij noch de mensen in het leger zich voor de kar van de Amerikaanse multinational Lockheed Martin hebben laten spannen.

Al een week lang zijn de media en de (Wet)straat in de ban van het F-16-schandaal. Ook van de laatste onthullingen val je weer steil achterover. Een intern kabinetsdocument dat gelekt werd, toont ook aan dat het hele selectieproces een farce was. De keuze voor de F-35, het meest hoogtechnologische vliegtuig, stond al in 2015 (!) vast. Wie had daar belang bij? Hoeveel maatschappelijke keuzes worden er zo nog gemaakt zonder een publiek debat?

De PVDA reageert onthutst op de kostprijs van het Lockheed-Martin F-35 gevechtsvliegtuig, de geplande vervanger van de F-16. Op basis van een schatting van het Nederlandse ministerie van Defensie, zou de aankoop van de toestellen de Belgische schatkist 5 miljard kosten, met een jaarlijkse onderhoudskost van 283 miljoen euro. Deze keuze is ondemocratisch. Volgens een enquête van de Universiteit Antwerpen is slechts 25 % van de Belgen gewonnen voor de vervanging van de F-16. Logisch, want de aankoop houdt noch sociaal, noch economisch, noch militair steek.

In deze augustusdagen worden telkens opnieuw de gruwelijke beelden van de Eerste Wereldoorlog op ons netvlies geprent. 100 jaar geleden zaaide die oorlog dood en vernieling in ons land en wereldwijd. “Nooit meer!”, zo klinkt overal de vredeswil. In deze zelfde augustusdagen snijdt de rechtse coalitie in haar regeringsplannen het defensiehoofdstuk aan. En wat is het eerste dat ze beslist? Oorlogstuig aankopen!