#GoLeft8: Discriminatie en racisme uitbannen

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

Vraag: “Hoe discriminaties tegengaan?”
40% van de ondervraagden geeft als eerste prioriteit aan: “Gelijke rechten. Geen discriminatie bij aanwervingen, in de openbare diensten, bij het huren van woningen... omwille van geslacht, huidskleur, seksuele geaardheid, oorsprong of taal.”

 

Vaststellingen

Eén. Sociale onrechtvaardigheid is ook gekleurd.

Onderwijs, werk, wonen, armoede… sociale onrechtvaardigheid treft mensen van alle origines. Maar de onrechtvaardigheid is ook sterk gekleurd.

Discriminatie en racisme verdelen de mensen, zetten hen tegen elkaar op in plaats van de echte verantwoordelijken van onrecht aan te pakken.

Werkgevers zien in vreemdelingen en nieuwkomers gemakkelijke slachtoffers. Ze gebruiken werknemers met minder rechten om hen uit te buiten met de laagste lonen en de slechtste werkomstandigheden.

 

54% van de mensen met Marokkaanse herkomst leeft onder de armoedegrens. Dat is 33% voor de mensen van Turkse afkomst en 36% voor mensen met een Oost-Europese herkomst en… 12% voor wie van Belgische herkomst is.

Bij de kinderen van buitenlandse afkomst leeft in ons land één op drie onder de armoededrempel. België scoort daarmee van alle industrielanden (OESO) het derde slechtste cijfer, vlak na Spanje en de Verenigde Staten.

 

30,7% van de mensen met een niet-Europese nationaliteit is werkloos.

De werkzaamheidsgraad van mensen met een niet-Europese nationaliteit daalde in de afgelopen legislatuur in Vlaanderen naar 42,7%. We scoren daarmee het slechtst van alle 27 EU-landen. De etnische kloof in de werkzaamheidsgraad is in Vlaanderen drie keer zo groot als het EU-gemiddelde, ze werd de afgelopen tien jaar niet kleiner.

 

Er is in ons land duidelijk sprake van racisme: 56% van de meldingen in 2012 bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) betreft “raciale criteria” of geloof en levensbeschouwing.

 

Twee. Discriminatie: op het werk, in het onderwijs en de huisvestiging.

Onderzoek toont: de kansen als sollicitant liggen lager bij wie Mohamed heet, dan bij wie de naam Jan draagt. Ook als ze allebei net hetzelfde profiel hebben en exact dezelfde antwoorden geven bij de sollicitatietest.

In 2011 publiceerde de PVDA-website een lijst van tientallen bedrijven die aan het uitzendkantoor Adecco vroegen geen allochtone werknemers voor hen aan te werven. De lijst “Blanc Bleu Belge”. Op de lijst stonden grote namen zoals Electrabel, C&A en Delhaize. Een ernstige discriminatie, die door de rechtbank veroordeeld werd.

Zes van de acht interimkantoren in een VRT- reportage met verborgen camera gingen in op de vraag van hun klanten voor hen geen personen van vreemde afkomst te rekruteren. Federgon, de organisatie van de interimsector, deed daarop zelf onderzoek: 28% van de interimkantoren reageerde positief op discriminerende vragen van een mysteryshopper.

In mei 2012 behoorde 26,9% van de “niet-werkende werkzoekenden” – dat zijn de werkzoekenden met de hoogste graad van beschikbaarheid – tot de VDAB- categorie “allochtoon”. In 2002 was dat nog maar 15%. Opleiding verklaart slechts voor een derde de verschillende werkloosheidsgraad van de “allochtone”en de “autochtone” groep.

Ook in de overheidssector valt de discriminatie op: daar werkt 16% van de Belgen, maar slechts 2% van de Turken en 4% van de Marokkanen.

De overheid erkent het probleem maar legt geen enkele verplichting op. Anoniem solliciteren is nog altijd niet volledig geïmplementeerd bij de overheid en zeker niet in de privésector. Het CGKR blijft een meldinstelling, het gaat niet proactief discriminatie opsporen. Zo’n praktijktesten om discriminatie op te sporen blijven nog altijd een taboe.

 

Ook wat onderwijs betreft, is er discriminatie. 30% van de allochtone jongens is ongekwalificeerd tegenover 13% van de autochtone jongens. Bij de allochtone meisjes ligt het cijfer op 25% tegenover 7% bij de autochtone meisjes. Bij jongeren van Turkse en Marokkaanse origine liggen de cijfers zelfs rond 40%.

30% van de jongeren van buitenlandse herkomst zit in het BSO, tegenover 20% van Belgische herkomst.

 

Het Minderhedenforum heeft praktijktests uitgevoerd inzake discriminatie van etnisch-culturele minderheden op de Antwerpse en Gentse woninghuurmarkt. Uit de praktijktests blijkt dat één op drie kandidaat-huurders met een buitenlands klinkende naam ongelijk werd behandeld. Met de praktijktests werd vastgesteld dat Roberto en Khadija aanzienlijk minder kans hebben een huurwoning te vinden dan Joris en Nathalie, ook al hebben die hetzelfde loon en dezelfde gezinssituatie en spreken ze goed Nederlands.

 

Discriminatie uit zich ook in het hoofddoekenverbod bij de overheidsadministratie en in het onderwijs. Eind 2006 voerde het stadsbestuur van Antwerpen het verbod in op het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische, ideologische of politieke aard. Dat had vooral tot gevolg dat vrouwen met een hoofddoek uit stadsfuncties werden geweerd. Kort daarna voerden Gent, Lier en andere gemeenten ook zo’n verbod in. In 2010 vaardigden het vrij katholiek onderwijs, het stedelijk onderwijs, het provinciaal onderwijs en het gemeenschapsonderwijs in Antwerpen een algemeen hoofddoekenverbod uit. Het gemeenschapsonderwijs introduceerde het verbod zelfs in heel Vlaanderen, zowel voor leerlingen als voor het personeel. Intussen is in Gent het verbod teruggedraaid, dankzij een actie van het middenveld.

Het hoofddoekenverbod is een symbolisch dossier maar heeft ook praktische gevolgen. Het verhindert dat moslimvrouwen gelijke kansen krijgen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Door het hoofddoekenverbod mogen vrouwen niet meer zelf bepalen wat ze wel of niet dragen. Dat tast hun recht op zelfbeschikking aan.

 

Drie. De “inburgering” van minister Bourgeois: taal als een instrument niet van integratie maar van uitsluiting.

Volgens het beleid van Vlaams minister Geert Bourgeois is het Nederlands “voorwaarde tot participatie” in de samenleving, met andere woorden: je moet Nederlands kennen vooraleer je mag of kan participeren. Deze aanpak contrasteert sterk met het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Die pleit voor integratie via lessen Nederlands op de werkvloer. Dat is: participeren om zo taal te verwerven.

 

Het beleid van Bourgeois is uitgemond in het Vlaams Integratie- en Inburgeringsdecreet van mei 2013. Daar draait alles rond de inburgering. Het beleid behandelt inburgeraars als buitenstaanders die zich moeten aanpassen en resultaten moeten voorleggen inzake taalverwerving. Het vereiste niveau van het Nederlands is opgetrokken tot het niveau A2. Een inburgeringscursus werd ingevoerd.

 

De toekenning van sociale rechten wordt van deze inburgering afhankelijk gemaakt. Je moet je werkwilligheid aantonen, en dus een inburgerings- en taalcursus volgen, wil je recht hebben op OCMW-steun. Daarover is een protocol opgesteld tussen VDAB en OCMW.

En wil je een sociale woning huren, dan moet je je taalbereidheid tonen en de inburgeringscursus volgen (de Taalwooncode). Zoniet heb je geen recht op inschrijving of kan in de proefperiode je huurcontract opgezegd worden.

Het ademt een bepaalde sfeer uit: “de onproductieven eruit en alleen de productieven weerhouden”. Dat versterkt het idee dat migranten de sociale zekerheid komen leegplunderen. Het creëert afstand tussen bevolkingsgroepen.

 

Het decreet straalt enggeestigheid uit, waarbij de taal een uitsluitingsmechanisme wordt. Er wordt een beeld opgehangen dat taalverplichting nodig zou zijn omdat nieuwkomers niet bereid zouden zijn Nederlands te leren. Nochtans, 80 tot 90% van de doelgroep neemt vrijwillig deel aan de cursussen en de uitval is beperkt.

Intussen doet het beleid weinig of niets aan de reële drempels voor deze cursussen:

– geen kinderopvang, geen openbaar vervoer naar de plaats waar de cursus plaatsvindt, geen oog voor de werkuren van de cursisten;

– te weinig aanbod zodat er wachtlijsten ontstaan; en te weinig aanbod op maat (ouderen die geen of weinig onderwijs hebben genoten, hebben het moeilijker een vreemde taal te verwerven);

– de kloof tussen het algemeen Nederlands in de cursus en de gewesttaal in de woon- en/of werkomgeving.

Vier. Strengere voorwaarden om Belg te worden, leiden tot meer uitsluitingen.

Werk kunnen vinden is een van de voornaamste redenen waarom mensen de Belgische nationaliteit aanvragen. Heb je die Belgische nationaliteit, dan heb je meer kans op werk, ook bij de overheid. (In Brussel zijn de openbare diensten goed voor meer dan 60% van de tewerkstelling.) Kleine patroons weigeren niet-Belgen wegens het vele papierwerk dat erbij komt kijken.

De federale regering heeft de regels om Belg te worden in 2013 gevoelig strenger gemaakt. Vooral mensen met een laag inkomen of met weinig of geen scholing, interimmers en werklozen zijn de eerste slachtoffers van deze strengere wetgeving. Wie de nationaliteit aanvraagt, moet voortaan de kennis (op niveau A2) van een van de drie landstalen aantonen, alsook zijn/haar sociale integratie en economische participatie (aan de hand van een diploma, taalkennis, een baan…).

 

De Belgische nationaliteit verwerven zou van objectieve criteria moeten afhangen, maar de nieuwe regelgeving vormt een hinderpaal voor hen die het het moeilijkst hebben.

 

De visie van de PVDA+

De diversiteit van de bevolking is vandaag een realiteit.

De overgrote meerderheid van de bevolking afkomstig uit de migratie is werknemer en behoort tot de wereld van de arbeid. Ze wordt daardoor “dubbel” geconfronteerd met onrechtvaardigheden met een sociale oorzaak.

Zo zijn arbeiderskinderen het slachtoffer van de ongelijkheid in het onderwijs: ze gaan slechts zelden naar de universiteit. Maar dat is nog meer het geval bij de kinderen uit de migratie, die bijna allemaal uit arbeidersgezinnen komen. De sociale ongelijkheid waarmee alle arbeiders en hun kinderen geconfronteerd zijn, wordt bij geïmmigreerde arbeiders versterkt door de discriminatie die zij ondergaan omwille van hun afkomst, hun cultuur of hun godsdienst.

 

Discriminatie en racisme belangen het geheel van de wereld van de arbeid aan. Als een groep arbeiders niet dezelfde rechten heeft als de anderen, moet die groep aanvaarden om tegen lagere lonen en voorwaarden te werken. Daardoor geraken de lonen en werkvoorwaarden van iedereen onder druk. Op de bouwwerven met veel gedetacheerde arbeiders uit Oost-Europa is dat duidelijk.

Nieuwe asociale maatregelen worden dikwijls voorbereid door ze eerst tegen arbeiders van vreemde origine toe te passen. Die zijn immers kwetsbaarder. Voorbeeld: de verplichting om als “vrijwilliger” te werken, wil je een leefloon van het OCMW ontvangen. Voorbeeld: de toename van flexibele jobs met een onzeker statuut.

 

Maar het racisme is ook een politiek instrument van “verdeel en heers”. Het keert degenen die schrik hebben alles te verliezen, tegen hen die niets hebben.

 

We weten: samen staan we sterker. We ijveren ervoor alle discriminaties op te heffen en we strijden tegen het racisme. In de eerste plaats tegen de patroons die arbeiders van vreemde origine uitbuiten met werk in het zwart en met armoedelonen. De overheid moet meer tussenkomen om mensen te beschermen tegen deze wanpraktijken. Dat is goed voor iedereen want zo verhinder je ook een negatieve spiraal naar beneden.

 

De overheid erkent dat er discriminatie is bij aanwervingen, maar ze beperkt zich tot “overtuigingswerk” bij de werkgevers. De praktijktest, die zou aangeven dat een werkgever discrimineert, is beloofd, maar ze is er nog altijd niet. De overheid kan het goede voorbeeld geven, maar ook dat doet ze niet. Ze zou verplichte streefcijfers voor migranten kunnen voorzien voor jobs in het onderwijs, de gezondheidszorg en de openbare besturen.

Deze discriminatie frustreert de jonge mensen van allochtone afkomst, de kinderen van migranten die mee ons land opbouwden: eerst afgewezen worden op school, en daarna bij het zoeken naar werk. Sommigen van hen ontsporen. Dat kunnen we grotendeels voorkomen door een einde te maken aan discriminatie en ongelijkheid.

 

De overheden mogen niet meestappen in de belangrijke as waarlangs het racisme zich verspreidt: het discours dat gelovigen van de moslimgodsdienst stigmatiseert, diaboliseert en angst voor hen aanwakkert. Dat loopt bijvoorbeeld uit op het uitsluiten van vrouwen uit de arbeidsmarkt en het onderwijs omdat ze een hoofddoek dragen.

 

De overheid kan hier zelf het goede voorbeeld geven door de administratie actief een pluralistisch profiel te geven. Onder meer door het hoofddoekenverbod in de overheidsdiensten af te schaffen. We zijn voor een strikte scheiding tussen staat en godsdiensten. Dan moet de staat zich ook niet mengen in godsdienstige kwesties. De staat, de administratie en de publieke ruimte moeten seculier en neutraal zijn, maar dat is iets anders dan de persoonlijke overtuiging en de individuele keuze.

 

Wij ijveren voor een beleid dat de ontmoetingen tussen mensen van verschillende gemeenschappen stimuleert zowel op het vlak van werk en ruimtelijke ordening als op cultureel vlak.

Discriminaties moet je bestrijden, niet in stand houden. De taal mag niet misbruikt worden als een middel tot uitsluiting, het leren ervan moet een recht zijn en het gebruik ervan moet aangemoedigd. Iedereen die hier woont, heeft het recht Nederlands te leren. Ook mensen zonder papieren. De lange wachtlijsten voor taallessen in het volwassenenonderwijs moeten weggewerkt worden. Kennis van het Nederlands is belangrijk, maar het mag geen toelatingsvoorwaarde worden voor sociale voorzieningen, sociale huisvesting of OCMW-steun. Taallessen kunnen optimaler door ze meer op maat te organiseren, ingebed in de sociale context, bijvoorbeeld als huurder, werknemer, wijkbewoner, ouder…

 

Nee, de situatie van ongelijkheid is niet in het voordeel van de werkende mensen, niet van de “autochtone” en niet van de “allochtone”. We ijveren voor gelijke rechten. Wie drie jaar wettelijk in het land verblijft, moet automatisch de Belgische nationaliteit krijgen. Dat is een belangrijke manier om gelijke rechten te realiseren. Het lost niet alle problemen van racisme en discriminatie op, maar het is wel een belangrijke stap. En dan kan gemakkelijker de eenheid groeien in de strijd voor een samenleving op mensenmaat.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Om discriminatie bij aanwerving te stoppen:

Invoering van een praktijktest om discriminatie bij het solliciteren te kunnen opsporen. En van steekproefcontroles om discriminatie op de werkvloer te weren. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat deze hun dienst al hebben bewezen.

 

Verplichte streefcijfers, zowel voor de privé als de publieke sector.

– We ijveren voor een divers en niet-discriminerend personeels- en aanwervingsbeleid, dat op termijn resulteert in een personeelsbestand dat een weerspiegeling is van de samenleving. We laten uiterlijke tekenen van een religieuze en/of levensbeschouwelijke visie toe op de werkvloer.

– We maken dat controleerbaar aan de hand van ambitieuze streefcijfers die rekening houden met het juiste competentieniveau en die zowel voor de instroom als voor de permanente personeelsgroep gehanteerd worden.

– We nemen voor bedrijven die overheidsopdrachten willen uitvoeren of voor verenigingen die steun vragen, ook hun inspanningen voor een diversiteitsbeleid in rekening bij het toewijzen van openbare aanbestedingen of subsidies. Discriminerende bedrijven en organisaties worden daarvan uitgesloten.

 

Taal- en andere uitsluitingsmechanismen die geen verband houden met de jobinhoud, stoppen. Vlaanderen scoort heel slecht als het gaat om de tewerkstelling van mensen van buitenlandse afkomst. Daarom voeren we de controle op uitsluitingsmechanismen zoals de vereiste van taalkennis op. We ijveren voor gratis lessen Nederlands met goede randvoorwaarden.

We werken drempels voor die cursussen Nederlands weg. We zorgen voor voldoende flexibele kinderopvang, voor flexibele uren. We houden rekening met mensen die de lessen combineren met werk. We houden rekening met bereikbaarheid via het openbaar vervoer, met de problematiek van traaglerenden en uitgeleerden…

 

2. Voor een kwaliteitsonderwijs dat voor iedereen toegankelijk is. Het inschrijvingsbeleid in de scholen moet helemaal veranderen. Het onderwijs zou alle kinderen een school dicht bij huis moeten garanderen, een kwaliteitsschool met een grote sociale mix. In plaats van de jungle van de inschrijvingen nu, wordt dan aan elk kind een school toegewezen, met de kans daarna van school te veranderen. We willen een grondige aanpassing van leerkrachtenopleidingen om toekomstige leerkrachten bewuster te maken van sociale ongelijkheid in het onderwijs en hen voor te bereiden voor een diverse schoolpopulatie. We willen meer middelen van de Vlaamse overheid om meertaligheid in het onderwijs te promoten.

 

3. Investeer in interculturele ontmoeting. Stop de besparingen op dit terrein.

– Diversiteit is een realiteit. We willen een beleidslijn die pluralisme actief promoot.

We promoten activiteiten die een beroep doen op de aanwezige diversiteit en die uitwisseling stimuleren. We promoten culturele en artistieke uitwisseling en samenwerking.

– We zetten in op solidariteit in plaats van concurrentie aan de onderkant te stimuleren. We zetten in op de gezamenlijke belangen (veiligheid, leefbaarheid van wijken, voldoende kinderopvang, grondrechten...) en we pleiten voor bemiddeling bij conflicten of tegengestelde belangen (gebruik van de openbare ruimte...)

– We verzetten ons tegen de snoei in de subsidies voor het middenveld: Samenlevingsopbouw, buurtwerk, straathoekwerk, de werking Maatschappelijk Kwetsbare Jongeren, het allochtone middenveld (Minderhedenforum), Verenigingen waar Armen het Woord Nemen… De overheid moet niet in de plaats treden van dat middenveld.

– We verzetten ons tegen de verschuiving naar een sanctionerend (GAS-boetes), repressief (na de GAS-sanctie moet je bij de GAS-bemiddelaar komen, verplicht vrijwilligerswerk) en “aanklampend” beleid waarbij de hulpverleners meldplicht krijgen en de begeleiding van “cliënten” een schakel wordt in de curatief-repressieve ketting (politie, GAS-ambtenaar, bemiddelaar, maatschappelijk werker).

 

4. Opheffing van het hoofddoekenverbod.

Dit verbod vormt een discriminatie inzake tewerkstelling. Het sluit vrouwen uit van de arbeidsmarkt. De toegang tot werk mag niet afhangen van een filosofische of godsdienstige overtuiging of praktijk, niet in de privé en niet bij de overheid, die actief het pluralisme en het respect voor iedereen moeten bevorderen.

 

5. Automatische toekenning van de Belgische nationaliteit aan al wie drie jaar wettelijk in het land verblijft. Geen integratietest bij de nationaliteitsverwerving.

 

6. Gelijk werk, gelijk loon.

– Geen meldplicht voor de sociale inspectie als ze illegaal verblijf vaststelt. (Dat geeft sans papiers meer veiligheid ingeval zij klacht willen indienen bij uitbuiting.)

– Hoofdelijke aansprakelijkheid voor aannemers die via onderaanneming mensen in het zwart tewerkstellen. (Zo vermijd je dat grote bedrijven zoals vandaag mensen kunnen uitbuiten maar de sanctiedans toch ontspringen.)

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014