#GoLeft5: Klassenjustitie? Nee, bedankt

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

8% zet justitie in zijn persoonlijke top 3 van problemen die we eerst moeten aanpakken.

 

Vaststellingen

Een. Justitie is nog dichter bij de rijksten gaan staan en heeft zich nog verder verwijderd van de gewone burger.

“De burger wordt te vaak geconfronteerd met een rechterlijke macht die hij niet begrijpt en die onbereikbaar lijkt. Het is noodzakelijk het gerecht met alle burgers te verzoenen.” Dat konden we lezen in de regeringsverklaring van de regering-Di Rupo. Er zou werk gemaakt worden van een toegankelijke en snelle justitie.

De regering heeft inderdaad alles in het werk gesteld om het gerecht met een deel van de burgers te verzoenen: te weten de grote fraudeurs. Ze biedt hen een minnelijke schikking (afkoopsom) aan.

Maar tegelijk is voor de gewone mensen de toegankelijkheid tot het gerecht er sterk op achteruit gegaan. Justitie wordt duurder en de rechtspraak staat verderaf van de burger.

Intussen worden burgers getrakteerd op GAS-boetes, nu ook voor jongeren vanaf 14 jaar.

Fluwelen handschoenen voor de grote fraudeurs, bokshandschoenen tegen het gewone volk, dat is de regeringsbalans op het vlak van justitie.

 

Twee. De afkoopwet, de wet van en voor de grote fraudeurs.

In 2011 veranderde de regering-Leterme, die toen een regering van lopende zaken was, de afkoopwet. Sindsdien kunnen grote fiscale en financiële fraudeurs hun proces afkopen. Zij hebben er veel geld voor over om te zorgen dat er geen proces komt. Minister Turtelboom breidde de mogelijkheid tot het afkopen van een minnelijke schikking in mei 2012 nog uit via een rondzendbrief. Het parket (de uitvoerende macht) beslist of een zaak mag worden afgekocht. De rechter (de rechterlijke macht) mag alleen nog nakijken of de vormelijke regels werden gerespecteerd. Het parket, dat als orgaan van de uitvoerende macht meer aan de belangen van de bedrijven denkt, zal eerder gemakkelijk een minnelijke schikking voorstellen of ingaan op een voorstel van zo’n bedrijf. Grote bedrijven betalen veel geld aan advocaten en adviseurs om bij de onderhandelingen de boetes naar beneden te krijgen. Sprekende voorbeelden zijn: Dominiek De Clerck, Massive, AXA in het Sabenaproces, Omega Diamond, de steenrijke Didier Dewitte, de familie De Wilde, Chodiev, Bois sauvage.

 

Het resultaat is duidelijk: de nieuwe wet op de minnelijke schikking in strafzaken wordt gebruikt door grote fraudeurs om hun straffeloosheid af te kopen. Geen proces, geen veroordeling en geen strafblad. Ze ontsnappen aan hun straf door een fractie te betalen van wat ze normaal aan achterstallige belastingen en boetes zouden moeten betalen. Dankzij de afkoopwet kon Omega Diamonds zo, via een deal met het gerecht, alle rechtsvervolging afkopen. Onderzoek had uitgewezen dat Omega Diamonds meer dan 2 miljard euro winst uit Angola en Congo verborgen hield voor de fiscus via fraudecircuits in Genève en Dubai. Omega Diamonds kwam er dankzij de afkoopwet met 160 miljoen aan de fiscus vanaf. Niemand van de verdachten zou vervolgd worden wegens financiële fraude.

Het resultaat is dat wie een appel steelt uit de etalage wordt opgepakt, terwijl wie miljarden steelt, een uitnodiging krijgt om een kopje koffie te komen drinken met de procureur-generaal om onder beschaafde mensen te discuteren over het bedrag dat hij moet betalen om een strafblad te vermijden.

Zo krijgen witteboordencriminelen een duwtje in de rug: fraudeer en als u gepakt wordt, treffen we een minnelijke schikking en daarvoor gebruikt u een deel van het geld dat u verdiend heeft.

De voorzitter van de Vlaamse Liga voor Mensenrechten had het over “een aanfluiting van het gelijkheidsbeginsel”. En verder: “Is het niet cynisch dat de minister van Justitie al verklaard heeft dat het geld van de schikkingen gebruikt kan worden voor de bouw van nieuwe gevangenissen? De gevangenissen waar dan de arme burgers terechtkomen.”

 

De regering verdedigt de wet op de minnelijke schikking met het argument dat die grote fraudeurs anders toch aan een proces ontsnappen en dat men nu tenminste geld recupereert. Dat is de wereld op zijn kop: in plaats van een prioriteit te maken van de vervolging van de grote fraude en daar geld en middelen in te steken, legt men zich er al op voorhand bij neer. Om kleine garnalen te vervolgen, worden kosten noch moeite gespaard.

 

Drie. GAS: een sheriff-justitie.

De nieuwe wet op de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS-boetes) werd goedgekeurd in mei 2013. In hun gemeentereglement beslissen gemeenten naar eigen goeddunken en willekeur welke gedragingen (“overlast”) ze zullen beboeten. Iemand die een dergelijk feit begaat, moet zich verantwoorden en een boete betalen aan de gemeente. De regering-Di Rupo heeft dat inefficiënte, absurde en arbitraire systeem met de nieuwe wet uitgebreid tot kinderen van 14 jaar en het bedrag van de boetes verhoogd.

 

In het voorjaar van 2013 verzamelde de Vlaamse jeugdraad 213 organisaties uit het middenveld uit de drie gewesten van het land, goed voor miljoenen leden. Ze vroegen met aandrang aan de leden van de Kamer om het wetsvoorstel rond de nieuwe wet op de GAS-boetes niet goed te keuren. Met dat krachtige signaal hoopte het verenigde middenveld de volksvertegenwoordigers tot dialoog te bewegen en tot rede te kunnen brengen. Helaas, op 30 mei 2013 viel het verdict. De regeringspartijen stemden allemaal voor een strengere wetgeving, met de steun van de N-VA. Een forse ruk naar meer onbegrip en naar minder tolerantie.

 

Want “overlast” is heel breed natuurlijk. Wie met sneeuwballen of confetti gooit, op de verkeerde dag een vuilniszak buiten zet, of een broodje eet op de openbare weg, riskeert een boete. Deze absurditeiten zijn geen uitwassen, ze zitten in het GAS-systeem ingebakken.

Het is een “sheriff-justitie”, schreef de Franstalige Liga voor Mensenrechten: lokale besturen kunnen vrij beslissen wat hen wel of niet uitkomt in termen van gedrag. Wat “storend” is of wat “overlast” is, zal afhangen van volkomen arbitraire oordelen en criteria. Op deze willekeur staat geen rem. We riskeren situaties zoals in bepaalde Amerikaanse streken waar de sheriff op eigen houtje en naargelang zijn humeur heavy metal, reggae, of de verkoop van condooms kan verbieden.

Wie een GAS-boete wil betwisten, moet zelf naar de politierechtbank stappen en hiervoor de kosten dragen. Zelfs de hoogste parketmagistraten van het land vinden de GAS-wet een inbreuk op de scheiding der machten en de toepassing op jongeren meer dan bedenkelijk.

 

Waarom voortdurend alles willen regelen en verbieden en het vermanende vingertje omhoogsteken, zelfs voor zaken die absoluut geen hinder veroorzaken? Waarom zo’n gebrek aan verdraagzaamheid? Waarom ervoor opteren altijd maar te criminaliseren?

En dan gebeurt dit: een kunsthuis voor jongeren in Antwerpen kreeg een GAS-boete omdat het… flyers uitdeelde tegen de absurditeit en willekeur van GAS-boetes.

GAS-boetes worden uitgedeeld om allerlei kritische stemmen de mond te snoeren. 145 mensen die in oktober 2012 protesteerden tegen het “Banket van de rijken” in Brussel, werden bedreigd met een GAS-boete. Betogers tegen de firma Monsanto in de zomer van 2013 in Antwerpen ook. Daarom verzetten ook de vakbonden zich tegen deze wet: ze zijn bang dat de GAS-boetes gebruikt worden tegen stakingspiketten en tegen acties van de werknemers.

 

Daarbovenop zijn GAS-boetes ook asociaal. Deftige kringen moeten niet vrezen voor een GAS-boete, “hangjongeren” in volksbuurten wel. Boetes uitdelen lost de problemen in de wijken niet op. De bedoeling is de mensen in het gareel te pesten. Niemand stelt nog de vraag waarom die vuilnisbak al op straat staat of waarom jongeren op straat slenteren en stommiteiten uithalen. Men wil mensen in de pas doen lopen, niet door problemen op te lossen, maar door te bestraffen. Zo komt het dat een jonge vrouw die een kersenpit op de grond spuwt in de Nieuwstraat, een boete krijgt, terwijl Maurice Lippens, die met Fortis het hele land bijna failliet liet gaan, ongemoeid blijft rondlopen.

 

Achter de GAS-rage schuilt een conservatieve ideologie die alles wat als asociaal gedrag wordt beschouwd in een criminele sfeer plaatst. Vroeger werd ingezet op sociale diensten: jeugdhuizen, toegankelijke sport en cultuur, begeleiding op school, buurtdiensten zoals postkantoren... Die zorgden voor omkadering. Preventie was het uitgangspunt.

Vandaag worden bemiddelingsdiensten afgeschaft, justitieassistenten ontslagen, het sociale weefsel afgebouwd. Het accent is verplaatst van preventie naar repressie. Dat zie je elke dag: stadswachten worden niet meer ingezet om oude mensen op de tram of bus te helpen, maar om jongeren te beboeten; mannen van de vuilnisdienst worden ontslagen en dan ingezet als GAS-ambtenaren om op de loer te gaan liggen om iemand te betrappen. De onderliggende problemen blijven onopgelost. Sociale en collectieve problemen vragen sociale en collectieve oplossingen.

Dus nooit een boete? Als investeren in sociale en collectieve oplossingen bij sommigen niets uithaalt, kan een boete worden opgelegd. Maar dan een boete door een rechtbank die het recht van verdediging respecteert, en niet door een gemeente die rechter en partij is.

 

Vier. De toegang tot de rechtspraak is duurder geworden

Artikel 23 van de Belgische Grondwet garandeert het recht op juridische bijstand. De regering heeft maatregelen genomen die dat grondrecht ondermijnen:

– In juli 2013 besliste de regering de honoraria van advocaten te onderwerpen aan een btw, en wel aan het tarief van 21%. Daardoor gaan de erelonen en kosten van advocaten voor particulieren natuurlijk met 21% omhoog. (Ondernemers kunnen die btw aftrekken.) Dat is een grote stap naar een justitie met twee snelheden. Voortaan wordt het advies van een advocaat net zo belast als kaviaar of een handtas van Delvaux. De kosten voor de deurwaarder en de notaris gingen eind 2012 ook al met 21% omhoog door de invoering van de btw.

 

– De regering was ook van plan de griffierechten – dat is je bijdrage in de kosten van de rechtzaak die je aanspant – te verhogen. Voorlopig gaat dat plan nog niet door.

 

– In België kunnen alleen mensen met een heel laag inkomen een beroep doen op een gratis advocaat, een pro-Deoadvocaat die dan wordt betaald door een overheidsfonds. De inkomensgrenzen daarvoor zijn zo laag dat iemand met een gewone baan is uitgesloten. Maar minister Turtelboom valt dat heel beperkte systeem toch aan. Het plan-Turtelboom wil een “remgeld” invoeren: als je zelf naar de rechter stapt, zul je een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat zou het einde betekenen van de gratis rechtsbijstand in België.

Het plan wil ook de procedure omdraaien: wil je gebruikmaken van de rechtsbijstand, dan zal je eerst alle bewijzen moeten voorleggen dat je aan de criteria ervoor beantwoordt. Nu vertrekt het pro-Deosysteem van een (juridisch) vermoeden: men neemt het aan en heeft vertrouwen in de mensen. Als het plan van de minister erdoor komt, is ook dat gedaan. Met het risico dat sommigen helemaal niet meer naar de rechtbank kunnen stappen omdat ze er niet in slagen te bewijzen dat ze aan de criteria voldoen.

Door het verzet van sociale organisaties werd het plan-Turtelboom voorlopig afgeslagen (tot na de verkiezingen).

 

Samengevat: vanaf 1 januari 2014 stijgt de kost van justitie met 21%. Als de andere plannen erdoor komen, gaan we naar een prijsstijging voor justitie van 30 à 40%.

 

Vijf. Een rechtspraak die verderaf staat van de mensen, bestuurd met een neoliberale oriëntatie.

In juli 2013 heeft de regering ook beslist het gerechtelijke landschap, dat is de verdeling van de rechtbanken over het grondgebied, te “hertekenen”. Het aantal gerechtelijke arrondissementen wordt teruggebracht van 27 naar 12. De hertekening wil de mobiliteit van de magistraten verhogen, één enkele structuur creëren voor het beheer van de rechtbanken en (op termijn) de budgetten en het personeel van justitie decentraliseren. Volgens minister Turtelboom zal dat het beheer en de efficiëntie verbeteren. Dan kan men de gerechtelijke achterstand inlopen, de dienstverlening verbeteren en de rechtspraak dichter bij de burger brengen.

Maar centraliseren zoals voorzien in de plannen van Turtelboom gaat er vroeg of laat toe leiden dat je algauw 20 km moet afleggen om voor de rechter te verschijnen. Voor het oplossen van zaken in verband met familierecht, kleine criminaliteit of huurcontracten moeten mensen dichter bij huis terechtkunnen. Zoniet installeert de regering objectief een bijkomende drempel. In plaats van een rechtspraak dicht bij de mensen worden de rechtbanken geografisch geconcentreerd en op die manier van de mensen verwijderd.

 

In naam van rationalisering en professionalisering krijgen de rechtbanken ook een aantal nieuwe managementregels opgelegd, waarbij alleen nog het aantal behandelde zaken van tel is, ten nadele van de kwaliteit. Waar is dat goed voor? Het is pure besparingspolitiek. Het gevaar bestaat dat een onderzoeksrechter in de toekomst bij zijn korpsoverste zal moeten gaan bedelen om budgetten voor een onderzoek. Zo dreigen lange, moeilijke onderzoeken zoals die naar de georganiseerde grote fraude in de onderste la te belanden. Zo’n justitiebeleid heeft een neoliberale oriëntatie: het laat de “gebruikers” betalen voor de justitie volgens de “wetten van de markt” en het laat de rechtspraak, die toch ten dienste zou moeten staan van de bevolking, functioneren als een privébedrijf. Op 13 december 2013 legde het personeel bij justitie het werk neer uit protest tegen de onderbezetting en de neoliberale evolutie.

 

De visie van de PVDA+

Sinds de oprichting van België kent justitie een rechtspraak met twee snelheden: duur, niet bij machte om de belangen van gewone burgers te beschermen, maar altijd klaar om die van het establishment te verdedigen. Justitie is over het algemeen ook een ivoren toren, een wereld apart die niet toegankelijk is voor een gewone burger.

Dat heeft geleid tot een uitgesproken klassenjustitie en zo voelen de Belgen het ook aan. Bovendien is de werking van de gerechtelijke machine heel inefficiënt.

De regering-Di Rupo heeft niets gedaan om de problemen op te lossen, integendeel.

Het is hoog tijd voor een progressieve hervorming van justitie. Links moet zich daarover buigen en het monopolie van rechts op dit terrein breken. Links moet een alternatieve manier van functioneren voorstellen voor wat we vandaag kennen.

Dat alternatief heeft vier pijlers:

– een goedkope rechtspraak waar iedereen bij terechtkan, in plaats van de elitaire justitie die steeds duurder wordt;

– een justitie die gericht is op goedmaken en herstellen in plaats van op repressie, die vaak bewezen heeft ondoeltreffend te zijn;

– een justitie dichter bij de mensen, in de plaats van de ivoren toren;

– een participatieve justitie die de burgers rechtstreeks betrekt in de werking van het gerecht, als alternatief voor de huidige technocratisering, de zogenaamde “professionalisering”.

 

Die democratische hervorming is mogelijk en noodzakelijk. Natuurlijk, een maatschappij als de onze legt daar limieten op, net zoals op andere rechten: het recht op werk, op sociale zekerheid, op een gezond milieu enzovoort. Nu geldt het primaat van het recht van multinationals en banken om met het volk te doen wat ze willen. Zolang dat niet ongedaan gemaakt wordt en het recht fundamenteel onrechtvaardig blijft, zal het gerechtelijk apparaat, waarvan de rol is de wet toe te passen, zelf ook fundamenteel onrechtvaardig blijven.

Maar we zijn absoluut niet veroordeeld om de huidige situatie zomaar passief te ondergaan. Een hervorming die wordt geïnspireerd door de vier pijlers hierboven, zal leiden tot een rechtvaardiger justitie die tegelijk ook efficiënter zal zijn.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Een justitie die grote fraudeurs durft vervolgen, er een prioriteit van maakt en de middelen ervoor krijgt. We eisen de onmiddellijke afschaffing van de afkoopwet voor grote fiscale en financiële fraude. We willen dat de vervolging van grote fiscale en financiële fraudeurs prioriteit krijgt.

 

2. Afschaffing van de GAS-wet. Meer middelen voor mensen, en jongeren in het bijzonder, om zich te ontspannen, te ontplooien, kortom jong te zijn

Investeren in collectieve en sociale voorzieningen om problemen bij de wortel aan te pakken.

Problemen tussen burgers moeten zoveel mogelijk onderling opgelost worden, en door tussenkomst van mensen en organisaties in de wijken, pas in laatste instantie door een rechtbank die dicht bij de mensen staat en waaraan ze ook kunnen deelnemen.

 

3. Een justitie die toegankelijk is.

– Afschaffing van alle kosten en andere barrières.

– Afschaffing van de btw op advocaten, intrekking van het voorstel om de griffierechten te verdubbelen.

– Hogere inkomensgrenzen om recht te hebben op een pro-Deoadvocaat. Herfinanciering van het pro-Deosysteem.

– De juridische bijstand uitbouwen zodat ze in de toekomst een onderdeel van de sociale zekerheid kan worden, en iedereen toegang heeft tot het gerecht zonder dat dat een fortuin kan kosten.

– Vereenvoudiging van de procedures, verplichting tot het gebruik van eenvoudige taal, vervanging van betekening door een aangetekende brief, vervanging van het ambt van deurwaarder door een openbare dienst die geen overdreven en nutteloze kosten aanrekent aan de burger.

– Stimuleren van alle vormen van eerstelijnsbijstand en van oplossingen zonder tussenkomst van justitie.

 

4. Een justitie die nabij is, een “buurtjustitie”. Eerstelijnsrechtbanken en vredegerechten uitbouwen in plaats van de huidige doorgedreven centralisering. Hoewel de werking van sommige vredegerechten moet worden verbeterd en ze ook meer middelen moeten krijgen om hun opdrachten te volbrengen, staan ze in de regel het dichtst bij de bevolking.

 

5. Een participatieve justitie, een justitie waarin de burgers betrokken worden. In de arbeidsrechtbanken zit nu al naast de professionele rechter een rechter via de vakbonden en werkgeversorganisaties. We ijveren voor de veralgemening van dergelijke bijzitters (uit jongerenorganisaties, wijken, huurders-, vrouwen- en migrantenorganisaties…) in andere rechtbanken. Deze bijzitters kunnen er mee voor zorgen dat rekening wordt gehouden met iemands sociale situatie in plaats van met alleen de juridische regel, dat een efficiënte en concrete oplossing van het geschil wordt gerealiseerd en dat de rechtszaak in een verstaanbare taal verloopt.

 

6. Een herstelgerichte in plaats van repressieve justitie als het gaat om buurtcriminaliteit. Daarbij ligt de focus op het herstel van de schade (zoals vaak het geval is bij diefstal of slagen en verwondingen) en niet alleen op de straf. Zo’n herstelgerichte aanpak kan de betaling van een geldsom impliceren, maar ook een alternatieve maatregel. Dat kan ervoor zorgen dat het slachtoffer vindt dat er naar hem geluisterd is, dat de opgelopen schade hersteld wordt en de dader – eventueel op termijn – in de maatschappij wordt gereïntegreerd. Betrokkenheid van de burgers bij justitie is essentieel om dat systeem goed te laten functioneren.

Met dit herstelgericht systeem voor buurtcriminaliteit kunnen de actoren van politie en justitie (procureurs, onderzoeksrechters…) hun inspanningen concentreren op de grote fiscale en financiële fraudeurs en op misdrijven die de maatschappij in haar geheel aantasten. 

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014