#GoLeft23: Kansen voor het Zuiden om op eigen benen te staan

Vaststellingen

Eén. De ongelijkheid in de wereld groeit.

1,2 miljard mensen leven in extreme armoede: met minder dan 1,25 dollar per dag. 2,47 miljard mensen hebben minder dan 2 dollar per dag. Vandaag bezit de rijkste 1 procent bijna de helft van alle rijkdom in de wereld, terwijl de 70 procent armsten het moeten stellen met amper 3 procent. De 85 top-miljardairs bezitten samen evenveel als de helft van de wereldbevolking. Die ongelijkheid is een tijdbom. Net als bij ons komen overal in de wereld vakbonden en volksorganisaties op voor de basisrechten van de bevolking. Net als bij ons staan ze oog in oog met multinationals die hun basisrechten beknotten.

 

Hoewel er voldoende voedsel is voor de hele bevolking op aarde (en zelfs meer), lijden toch bijna 1 miljard mensen honger. Professor Olivier De Schutter, schreef als speciaal rapporteur voor de VN in zijn eindrapport: “De grote agro-industriële groepen hebben een dominante positie, ze hebben een vetorecht in het politieke systeem.” Vandaag is zelfs voedsel en dus honger, een bron voor speculatie.

 

Twee. België besteedt veel minder dan het wettelijke 0,7% van het bbp aan ontwikkelingssamenwerking.

België belooft allang 0,7% van het bbp te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een kwestie van “gemeenschapelijk belang”, zegt bevoegd minister Jean-Pascal Labille. De 0,7% norm staat zelfs in de wet. Maar in 2013 haalde België slechts 0,43% van het bbp. Ook de voorbije jaren bleven we onder 0,7%.

 

Daarbij komt: kosten die technisch in andere beleidsdomeinen thuishoren, worden gerecycleerd om het officiële budget van ontwikkelingssamenwerking kunstmatig op te krikken. Dat is het geval voor kosten inzake de opvang van vluchtelingen, de kwijtschelding van schulden en soms zelfs militaire “vredesoperaties”. De Europese confederatie van ngo’s berekende dat België in 2013 eigenlijk slechts 0,38 procent aan echte ontwikkelingshulp spendeerde. Van dat magere budget gaat een flink stuk naar hoge lonen van Belgische topambtenaren en westerse consultants. Alsof er in het Zuiden geen competente mensen voorhanden zijn of kunnen worden gevormd.

 

Drie. De schuldenlast in de derde wereld is een rem op ontwikkeling.

Loodzware schulden wurgen landen van de derde wereld. Het voorbije kwarteeuw stroomde via “terugbetalingen” ongeveer 530 miljard dollar van Zuid naar Noord. Jarenlang betaalde Congo 50 miljoen dollar per maand schuldaflossing aan de internationale schuldeisers, al had het land een gezondheidsbudget van amper 12 dollar per jaar en per inwoner. Tunesië wil dit jaar 2 miljard schuld afbetalen, driemaal meer dan het Tunesische gezondheidsbudget.

Die schulden zijn, zoals in Congo en Tunesië, aangegaan door dictatoriale regimes (Mobutu, Ben Ali) onder druk van het Westen. Het kan niet zijn dat zelfs na de val van die regimes de bevolkingen nog altijd de rekening gepresenteerd krijgen.

 

De schuldeisers en internationale financiële instellingen (het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank) leggen de schuldenlanden onaanvaardbare voorwaarden op voor schuldvermindering: besparen in de sociale sectoren, de openbare diensten privatiseren en de hele economie opengooien. Ook nieuwe leningen worden aan dergelijke voorwaarden gekoppeld. In februari 2014 gaf de bevoegde commissie van het Europees Parlement groen licht voor een nieuwe lening aan Tunesië, op voorwaarde dat de Tunesische regering de banken zou herkapitaliseren, de lonen blokkeren, de vennootschapsbelasting naar beneden halen en de pensioenen en ziekteverzekering hervormen.

 

Vier. Het recht van de sterkste regeert de wereldhandel.

De 0,7% norm is natuurlijk dweilen met de kraan open als België op andere vlakken de ontwikkeling van andere landen ondermijnt. Daarom is beleidscoherentie voor ontwikkeling zo belangrijk: ons buitenlands- en handelsbeleid mag de ontwikkeling van het Zuiden niet dwarsbomen. De coherentie is dikwijls ver weg. Terwijl met geld van ontwikkelingssamenwerking in Peru waterputten gegraven worden, sluit België samen met andere Europese landen een vrijhandelsakkoord met Peru dat de watervoorziening privatiseert en onbetaalbaar maakt voor de arme bevolking.

 

De handelspolitiek is een Europese bevoegdheid. België verdedigt er een “verdere liberalisering” van het handelsverkeer. Lees: minder douanerechten en minder kwaliteitsnormen. De Europese Unie probeert deze politiek agressief door te drukken, zelfs ten koste van ontwikkeling. Zo dreigde de Europese Commissie in 2011 een regeling die Afrikaanse en Caraïbische landen vrijstelt van beperkingen en taksen bij de export van hun producten naar de EU, in te trekken tenzij deze landen tegen eind 2014 “partnerschapsakkoorden” met de EU zouden goedkeuren. Pure chantage.

 

Door vrijhandelsakkoorden krijgen multinationals vrije toegang tot de markten, de openbare diensten en de natuurlijke hulpbronnen in het Zuiden. Dat gaat ten koste van de lokale economie, van de lokale producenten (boeren en vissers) en ook van de consumenten (duurdere prijzen).

Het vrijhandelsakkoord tussen de VS en Mexico plaatste de Mexicaanse werknemers in concurrentie met de Amerikaanse. Het zorgde voor een daling van de lonen, een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden en een toename van het aantal precaire jobs. De vrijhandelsakkoorden van de EU met Centraal Amerika, Colombia en Peru volgen diezelfde logica.

 

Arbitrageclausules geven multinationals het recht een land juridisch te vervolgen wanneer het parlement van dat land zijn burgers wil beschermen, bijvoorbeeld tegen ongezonde producten. Daarmee is zelfs alle schijn van democratie weggevaagd. Dan is er ook geen sprake meer van bescherming van de lokale productie of van generische geneesmiddelen tegen grote farmaceutische bedrijven.

 

Vijf. Onze regering doet aan “economische diplomatie”.

De regeringsverklaring had het over: “De democratische instellingen, de rechtstaat en het goed bestuur bevorderen” in andere landen, en over “eerbiediging van de mensenrechten”. Maar minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders voerde vooral een “economische diplomatie”, gericht op het sluiten van handels- en investeringsakkoorden die de economische belangen van onze bedrijven moeten waarborgen.

Zo zijn er geprivilegieerde relaties met Saoedi-Arabië, dat de mensenrechten volop schendt. In 2014 leidde prinses Astrid een economische missie naar dat land. De baas van Katoennatie, Fernand Huts, mocht Saoedi-Arabië aanprijzen als “het beloofde land” omdat hij er geen belastingen moet betalen. Geen woord over de grove schendingen van de mensenrechten in dat land waar vrouwen niet mogen autorijden en waar in 2013 79 executies werden uitgevoerd.

Bij deze “economische diplomatie” is winst de drijfveer, niet de mensenrechten. Zo ook in onze relaties met Congo. Belgische bedrijven ijveren voor de herziening van de Congolese landbouwwet die de toegang tot landbouwgrond beperkt tot bedrijven die in meerderheid in handen zijn van Congolese staatsburgers. De voorzitter van de Kamer van Koophandel België-Congo maakte zich sterk dat hij deze bepaling “uit de wet ging krijgen”. Minister Reynders ging persoonlijk bij president Kabila pleiten voor een herziening ervan.

 

Zes. Dexia en België schenden de VN-resoluties over Palestina.

Al zeven jaar geldt een onwettige blokkade van de Gazastrook. In Cisjordanië en Oost-Jeruzalem gaat de bouw van kolonies verder. Israël legt VN-resoluties en arresten van het Internationaal Gerechtshof over de bouw van de muur naast zich neer. België veroordeelt dat in woorden, maar daden blijven uit. Dat leidt tot een feitelijke ondersteuning van de Israëlische politiek.

Richard Falk, de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, beschuldigt Dexia er in zijn eindrapport van de mensenrechten en de Conventies van Genève te schenden. De Belgische overheid is de grootste aandeelhouder van Dexia nv met 50 procent van de aandelen. Dexia nv is op haar beurt eigenaar van 66 procent van Dexia Israël dat leningen uitschrijft voor illegale kolonisten. Falk schrijft dat België verantwoordelijk kan worden gesteld voor de schade veroorzaakt door Dexia. Het zou kunnen leiden tot verplichte betaling van compensaties en oorlogsschade.

 

De drie gewestregeringen blijven militair materieel in- en uitvoeren van en naar Israël, met de Luikse luchthaven als draaischijf. Enkele Belgische universiteiten hebben akkoorden voor onderzoek afgesloten met Israëlische wapenbedrijven.

Producten uit Israëlische kolonies op Palestijns gebied worden bij ons te koop aangeboden zonder dat een etiket daarvan melding maakt. De Waalse en Brusselse regeringen organiseerden handelsmissies naar Israël. De federale regering sloot in 2013 een akkoord met Israël dat de relaties versterkt.

 

De visie van de PVDA+

Terug naar het VN-Handvest.

In 1945 werden de Verenigde Naties opgericht om de mensheid te “behoeden voor de gesel van de oorlog”. Het Handvest van de VN legt als basisprincipes vast: “de soevereine gelijkheid van alle leden”, “de eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking voor de volkeren”. Deze basisprincipes moeten in eer hersteld worden.

Democratische en sociale vooruitgang is altijd het resultaat geweest van een interne dynamiek: als de bevolking van dat land zelf haar rechten verovert, zonder inmenging van buitenlandse regeringen met hun eigen agenda.

 

We pleiten voor samenwerking met de landen van de derde wereld op basis van gelijkheid, wederzijds respect en niet-inmenging in elkaars interne aangelegenheden. Respecteer de eigen ontwikkeling van elk land. Soevereiniteit is de basis voor een duurzame ontwikkeling. Daar dient het Belgische ontwikkelingsbeleid zich op af te stemmen en andere beleidsdomeinen zoals buitenlandse handel en defensie mogen daar niet mee in strijd zijn.

 

In de voedselproblematiek worden die basisrechten geschonden: de greep van de monopolies op de basisvoedselproducten is nefast. Op het hoogtepunt van de voedselcrisis, toen de prijzen voor de consument een hoge vlucht namen, hebben die monopolies grote winsten binnengehaald. Dat is de paradox van een “vrije markt” waar de monopolies van de agro-industrie de plak zwaaien: hoe minder de behoeften van de bevolking worden ingelost, hoe meer winsten de agro-industrie binnenhaalt.

We pleiten voor steun aan agro-ecologische projecten en aan nationale voedselplannen voor de verschillende landen. Maar er moet ook structureel iets gedaan worden aan het verlies van landbouwgronden en van de macht van de kleine boeren. Structurele maatregelen kunnen ook een landbouwhervorming beogen waarin de behoeften van de lokale boeren centraal staan. Die landbouwhervorming zal ingaan tegen de liberalisering van de internationale voedselproductie en voedselhandel en tegen alle beleidsmaatregelen die de greep van de multinationals uit het Noorden op de landbouwsector in het Zuiden mogelijk maken.

 

België heeft af en toe het voortouw genomen inzake kwijtschelding van de schulden van de armste landen, maar het moet meer doen. Ons land moet pleiten voor een algehele schuldverlichting voor de armste landen en zich verzetten tegen de voorwaarden opgelegd door het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Het moet opkomen voor een algemene kwijtschelding van de schulden van het Zuiden aan de multilaterale instellingen en de grote privébanken.

 

Een gezonde samenwerking met Congo.

Ook voor Congo streven we naar goede relaties met wederzijds voordeel, in het volle respect voor de soevereine ontwikkeling en de territoriale integriteit van de Democratische Republiek Congo. We beogen ook een echte verwerking van het Belgische koloniale verleden. Inzake de moord in 1961 op eerste minister Patrice Lumumba gaf een parlementaire onderzoekscommissie schoorvoetend toe dat België daar verantwoordelijk voor was. De rol van Rwanda en Oeganda in de aanslepende oorlog in Oost-Congo, met miljoenen rechtstreekse en onrechtstreekse slachtoffers, is algemeen bekend. Militaire samenwerking met Rwanda en Oeganda is uit den boze zolang die landen Congo blijven destabiliseren.

 

Volledige erkenning van de staat Palestina, sancties tegen Israël.

We ondersteunen de rechten van het Palestijnse volk en ijveren voor een rechtvaardige en duurzame vrede in het Nabije Oosten. We hebben artsen gezonden naar de Gazastrook en Cisjordanië en steunen er medische centra. We voerden mee campagne tegen de steun van Dexia aan de illegale kolonies op Palestijns gebied. Willen onze beleidsmakers daar de vrede dienen, dan is het eerste wat ze moet doen een politieke boycot van Israël en sancties nemen tegen dat land, zolang de Israëlische regering het internationale recht en de rechten van de Palestijnen niet erkent. We stellen voor dat België geen producten meer invoert uit de bezette gebieden en de kolonies.

 

Steun aan landen die proberen een onafhankelijk beleid uit te bouwen.

We verzetten ons tegen onevenwichtige vrijhandels- of associatieakkoorden zoals die met Centraal Amerika, Colombia en Peru. Als we ook internationaal iets aan armoede en ongelijkheid willen doen, dan kan ons buitenlands beleid niet langer gebaseerd zijn op het recht van de sterkste of de rijkste. Ongelijkheid en onevenwichtige vrijhandelsakkoorden zijn geen toeval maar een politieke keuze. Ons land moet vernieuwende en inspirerende voorbeelden van internationale solidariteit actief steunen.

Latijns-Amerika experimenteert met een nieuwe vorm van economische, sociale en culturele samenwerking en uitwisseling. Deze ALBA-alliantie werkt een compleet andere logica uit dan de vrijhandelszone die de VS wilden opleggen aan het Amerikaanse continent, de ALCA. De ALBA stelt onder meer alfabetisering, voedselzekerheid en gezondheid centraal.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. We willen een buitenlands beleid gericht op samenwerking met andere landen, om de armoede uit te roeien en om vrede en duurzame ontwikkeling te bevorderen.

 

2. We willen respect voor de basisprincipes van het VN-Handvest betreffende soevereiniteit, en dialoog en onderhandelingen als middel om geschillen op te lossen.

 

3. We willen een transparante handels- en investeringspolitiek met de landen van het Zuiden, met respect voor het sociale, de volksgezondheid, het recht op voedsel en het milieu.

- We sluiten de publieke en sociale sectoren uit bij de onderhandeling en toepassing van handels- en investeringsakkoorden.

- We eisen garanties voor een breed publiek debat vooraleer een handelsakkoord af te sluiten.

- Geen arbitrageclausules in handels- en investeringsakkoorden waarmee privébedrijven kunnen procederen tegen democratische beslissingen van landen.

- De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-principes over Ondernemingen en Mensenrechten moeten een verplichtend en sluitend karakter krijgen, met strikte verantwoordelijkheden.

- We ijveren voor een wet die bedrijven met zetel in België verplicht de Agenda voor menswaardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (VN) te respecteren en wel voor het geheel van hun vestigingen.

 

4. We willen een volwaardig ontwikkelingsbeleid mogelijk maken door er minstens 0,7% van het bbp voor te bestemmen. Het moet daarbij gaan over zuivere ontwikkelingshulp, kwijtschelding van door de overheid verzekerde commerciële schulden en maatregelen voor het vluchtelingenbeleid worden niet meegerekend.

 

5. Geen besparingen op ontwikkelingssamenwerking. Betere ontwikkelingssamenwerking, meer steun aan de Belgische ngo’s en hun partners. Stop de sluipende defederalisering van ontwikkelingshulp.

 

6. We ijveren voor een verbod op speculatie rond basisproducten in de landbouw.

 

7. Een samenwerkingspolitiek, op voet van gelijkheid, met Congo. Meer actieve steun aan de heropbouw van Congo.

Geen militaire samenwerking met Rwanda en elk ander land dat Congo destabiliseert.

Duidelijke excuses vanwege de Belgische overheid voor de moord op Patrice Lumumba, gepaard met een herstelbetaling.

 

8. Zolang Israël het internationaal recht en de rechten van de Palestijnen niet respecteert, zien we de Belgische houding als volgt:

- Elke band met de bezetting via Dexia Israël stoppen door de nog lopende kredieten te annuleren.

- Geen enkel nieuw akkoord aangaan; bedrijven ontraden zaken te doen in de kolonies of met bedrijven die gelinkt zijn aan de bezetting, de kolonisering of de plundering van Palestijnse grondstoffen.

- De import van Israëlische producten die verbonden zijn met de bezetting, de kolonisering of de roof van Palestijnse grondstoffen, verbieden.

- Binnen de EU ijveren voor het opheffen van elk partnerschap met Israël, te beginnen met het Associatieakkoord.

- Alle militaire relaties met Israël stopzetten.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014