#GoLeft19: Buurtcriminaliteit: voorkomen beter dan bestraffen

Vaststellingen

Eén. Criminaliteit en onveiligheid raken het geheel van de samenleving.

Slachtoffers van agressie of diefstal – en ook hun familie – blijven dikwijls getekend achter. Criminaliteit en onveiligheid blijven in onze kleren hangen en gaan mee bepalen hoe we denken en leven. Er is een globale aanpak nodig, met repressie maar vooral met preventie, hulp, genoegdoening voor de slachtoffers en reclassering van de daders na de straf.

 

Twee. De opvang van slachtoffers krijgt te weinig aandacht.

Zij blijven zitten met angst en vragen. Waarom ik? Wat bezielde de dader? Zal mijn schade hersteld worden? Het gerecht geeft zelden voldoende plaats aan wat er allemaal door het slachtoffer heen gaat. Ten onrechte heeft de regering-Di Rupo het goede werk van de dienst slachtofferhulp en de justitiehuizen deels afgebouwd.

 

Drie. De strafstaat groeit: repressie als antwoord op samenlevingsproblemen.

In 2000 waren er 8.688 gedetineerden. In 2012 waren dat er 11.107, een stijging met 30% en een record. De gevangenissen zijn overbevolkt. Maar volgens de cijfers van de politiediensten staat daar geen even grote stijging van de criminaliteit tegenover. Tussen 2000 en 2012 is er sprake van een criminaliteitsstijging met minder dan 10%. Justitie straft dus meer en harder, maar zonder reële weerslag op de onveiligheid.

De tendens is dat de gevangenisstraffen verlengen (na de hervorming van de wet Lejeune), maar het penitentiaire budget volgt die tendens niet. De budgetten voor begeleiding en reclassering van oud-gevangenen blijven helemaal achter.

Marche-en-Famenne, Haren… de regering bouwde nieuwe gevangenissen. Via publiek-private samenwerking (PPS) komen er weer nieuwe gevangenissen bij. Op termijn dreigt de privatisering van de uitbating ervan. In andere landen zijn daar al negatieve ervaringen mee.

Daarnaast nam de regering-Di Rupo maatregelen die justitie nog verder verwijderen van de gewone burger. Er is sprake van een klassenjustitie en zo voelen de Belgen het ook aan (zie hoofdstuk 5 Justitie).

 

Vier. De grote georganiseerde misdaad blijft uit het vizier.

Er gaan miljarden om in de drugs- en wapenhandel. De grote misdaad gebruikt, goed georganiseerd en gesofistikeerd als hij is, legale marktkanalen om die handel te organiseren. Het zijn vaak dezelfde kanalen als die van de fiscale fraude door de “klassieke” miljonairs. Deze grote, georganiseerde misdaad, die onderaan de ladder aanhoudend zorgt voor delicten en geweld, blijft buiten beeld.

 

De visie van de PVDA+

Het recht in veiligheid te leven en het recht op fysieke integriteit zijn basisrechten.

Criminaliteit, geweld, onveiligheid... Het raakt dikwijls het diepste wezen van de slachtoffers en hun familie. Zij blijven vaak getekend achter na agressie of diefstal. Veilig kunnen wonen, buiten kunnen spelen, veilig naar de winkel kunnen gaan en kunnen buurten: veiligheid en de bescherming van de fysieke integriteit vormen een basisrecht zoals het recht op onderwijs of werk.

Die basisrechten zijn verre van gegarandeerd. Mensen worden in werkloosheid en armoede geduwd, investeringen in onderwijs en in leefbare wijken blijven ondermaats… In zo’n context ontsporen mensen en jongeren vlugger.

 

Veiligheid hangt samen met de sociale context en het sociaaleconomisch beleid, ze is geen “rechts thema”. Het recht op fysieke integriteit is een basisrecht dat vooropstaat bij consequent links. Rechts heeft immers slechts één antwoord en dat is meer en meer repressie. Zo’n eenzijdige aanpak werkt averechts.

We zijn voorstander van een veiligheidsbeleid met twee pijlers. Met directe maatregelen op korte termijn tegen wie het samenleven verpest en met concrete en duurzame oplossingen om criminaliteit te voorkomen.

 

Directe maatregelen tegen wie het samenleven verpest.

Fysiek geweld en criminaliteit moeten effectief bestraft worden. De daders moeten ter verantwoording worden geroepen voor wat ze hebben gedaan. Een bestraffing dient snel en kordaat te zijn, maar met respect voor de rechten van de verdediging. Dat betekent niet: om ter langst en om ter hardst straffen, maar wel: op aangepaste wijze bestraffen (gevangenis, gemeenschapsdienst, werkstraf, enkelband…).

 

Het kan niet zijn dat daders van ernstige fysieke of seksuele gewelddaden de dans ontspringen. Net zo min als het mogelijk mag zijn dat daders van andere ernstige delicten op vrije voeten blijven: mensenhandelaars, drugsbaronnen, economische misdadigers en fraudeurs uit de bankenwereld, de diamantwereld of de industriële wereld. De drugshandel is een van de meest winstgevende economische sectoren. Al deze zware misdrijven moeten minstens even zwaar worden bestraft als de nabijheidscriminaliteit. Politie en gerecht moeten effectief de strijd aangaan tegen de grote georganiseerde criminaliteit: de maffia, de generaals van de drugshandel en de mensenhandel, de grote oplichterij en fraude. Het zijn die generaals van de criminaliteit die in de wijken luitenantjes werven, vaak uit de uitgesloten en zwakke bevolkingsgroepen.

 

Wij zijn voorstander van herstelgerichte straffen voor nabijheidscriminaliteit (zie hoofdstuk 5 Justitie). Alleen focussen op de straf is onvolledige gerechtigheid. Een herstelgericht strafbeleid is rechtvaardiger. Daders moeten beseffen wat ze bij de slachtoffers hebben aangericht en hoe zij de schade kunnen herstellen. Een herstelgerichte straf kan de betaling van een schadeloosstelling inhouden, maar ook een alternatieve maatregel. Ze moet van die aard zijn dat het slachtoffer vindt dat er naar hem geluisterd is en dat de schade die hij heeft opgelopen, werd hersteld.

 

Een herstelgericht strafbeleid is ook het meest efficiënte om te voorkomen dat daders hervallen. De louter “gevangenisgerichte” aanpak duwt daders dikwijls nog dieper in de marginaliteit en in een vicieuze cirkel van recidive. Behalve in uitzonderlijke gevallen moet de gevangenisstraf tot doel hebben dat de dader uiteindelijk terug in de samenleving wordt opgenomen. Betrokkenheid van de burgers bij justitie is essentieel om dat systeem goed te laten functioneren.

Herstelgerichte straffen zijn ook beter voor de samenleving als geheel. Door buurtcriminaliteit vooral via dit herstelgerichte systeem aan te pakken, kunnen de actoren van politie en justitie (procureurs, onderzoeksrechters…) hun inspanningen concentreren op de grote fiscale en financiële fraudeurs en op misdrijven die de maatschappij in haar geheel aantasten.

 

Duurzame oplossingen om criminaliteit te voorkomen.

Veel buurtcriminaliteit en vandalisme kan voorkomen worden door te investeren in het sociale weefsel, met beleidsaandacht voor het samenleven in buurten, in de school, veiligheid op het openbaar vervoer, de herwaardering van de rol van de wijkagent… Daar gaat voorkomingsbeleid over.

 

Het sociale weefsel versterken en zo criminaliteit voorkomen, dat is: investeren in buurten met buurtwerkers en jeugdanimatoren uit de wijk zelf, terug conciërges in de blokken installeren, steun verlenen aan de buurtcomités, zorgen voor voldoende publieke voorzieningen in elke buurt en actief optreden tegen leegstand en verkrotting. Propere wijken, goed verlichte straten en pleinen, buurthuizen en telefooncellen kunnen bijdragen tot een veiliger buurt.

We zetten niet in op de politie als gewelddadige robocop, maar we zetten wél in op de herwaardering van de wijkagent. We willen een tweede, vaste begeleider op tram en bus zodat ieder ontspannen het openbaar vervoer kan nemen.

Ten slotte, samenleven leer je ook op school. We schakelen erkende verenigingen en ervaringsdeskundigen in om in het onderwijs over samenlevingszin en sociaal gedrag te spreken en in debat te gaan.

 

De oorzaken van criminaliteit zijn het basisprobleem, de bodem waarop crimineel gedrag groeit. Die oorzaken moeten we aanpakken, zonder daarom criminaliteit goed te praten of voor straffeloosheid te pleiten.

Jongeren die feiten van buurtcriminaliteit plegen zijn voor het overgrote deel werkloos, laag of niet geschoold, of gediscrimineerd. Een leefsituatie van no future. Dat probleem los je vooral op door in jobs te voorzien. Degelijke jobs. Onze maatschappij heeft de middelen om daarvoor te zorgen.

 

De ongelijkheid in het onderwijs aanpakken, het onderwijs herfinancieren, werk bieden aan jongeren, de discriminatie van bevolkingsgroepen bestrijden, mensen op weg helpen in plaats van hen uit te sluiten: het is allemaal nodig. Sommige partijen roepen veel over veiligheid maar voeren tegelijk ongestoord een neoliberaal uitsluitingsbeleid. Ze doen niets tegen herstructureringen en sluitingen, ze laten sociale woningen verkommeren en beknibbelen op het onderwijsbudget. Hun enige antwoord is repressie. In samenlevingen met meer gelijkheid is er minder geweld en criminaliteit.

Wie effectief wil optreden tegen geweld en criminaliteit zal dus een tweesporenbeleid moeten voeren: de criminaliteit effectief bestraffen én inzetten op een voorkomingsbeleid.

 

De diepe samenlevingscrisis gaat gepaard met brutaal geweld.

De economische en financiële crisis, de sociale crisis met haar schrijnende kloof tussen overvloed en tekort, gaan hand in hand met een morele crisis die blootlegt hoezeer het kapitalisme het menselijke miskent. Die ontaarding zit vol brutaal geweld: economisch geweld, witteboordencriminaliteit, fiscale fraude en valsmunterij, maar ook extreemrechtse en terroristische aanslagen, oorlogsgeweld en invasies voor geostrategische objectieven en voor controle over olie en andere grondstoffen. De miskenning van het menselijke vreet zich als betonrot in de samenleving. Gewapende overvallen en gijzelingen, drugdealers, pooiers en andere afpersers, carjackers, homejackers, mensenhandelaars: de georganiseerde criminaliteit is een spiegel van de maatschappij.

In de neurose van het huidige economische systeem wordt veiligheid herleid tot gespierde repressie. Toch blijft de belangrijkste preventie tegen de zware criminaliteit een samenlevingspreventie. Het gaat erom een hoge mate van sociale zekerheid en sociale gerechtigheid te garanderen aan de bevolking. Zodat de zaken die van belang zijn, gegarandeerd worden. Zodat een gevoel van sociale geborgenheid kan ontstaan, een gevoel van een onbezorgde verwachting voor de volgende dag. Zodat criminelen geen netwerk van luitenantjes en dealertjes kunnen rekruteren onder de uitgeslotenen, die geen andere mogelijkheid meer zien, of niets anders geleerd hebben dan het snelle geldgewin.

 

Op die collectieve basis van sociale rechtvaardigheid en zekerheid zullen ook andere normen en waarden mogelijk worden en kan er eindelijk een eind komen aan de dubbele moraal. De dubbele moraal, dat is nultolerantie en massale opsluiting prediken als het over de ene vorm van geweld gaat en intussen oorlogsgeweld en bankiersgeweld laten botvieren. Wanneer de samenleving niet meer draait rond het hoogste ik-rendement, de concurrentie en de oorlog, kunnen waarden als de eenheid van woord en daad, samenwerking en sociale bescherming, solidariteit en respect de bovenhand halen.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Een snelle en kordate bestraffing van buurtcriminaliteit.

 

2. Zero tolerantie voor de grote georganiseerde misdaad en witteboordencriminaliteit.

 

3. Het slachtoffer centraal zetten. Herstelgerichte straffen voor buurtcriminaliteit.

 

4. Buurtwerkers en jeugdanimatoren in de wijken, terug conciërges in de blokken. Zodat ze een vaste ronde kunnen uitbouwen in wijken en parken en overlast kunnen vermijden.

 

5. Buurtcomités ondersteunen.

 

6. Meer straatanimatoren voor de jeugd om sociaal en pedagogisch werk te verrichten in overleg met buurtorganisaties. Ze zijn een soort opvoeders, in contact met buren en bewoners. Ze kunnen preventief werken, in samenspraak met de school spijbelgedrag tegengaan, huisvestingsproblemen signaleren…

 

7. Voldoende publieke voorzieningen in elke buurt. Actief optreden tegen leegstand en verkrotting. Propere wijken, voldoende verlichte straten en pleinen, buurthuizen en telefooncellen kunnen bijdragen aan een veiliger buurt.

 

8. Geen afbouw van het aantal wijkagenten, maar herwaardering van de wijkagent met een goede opleiding, die bereikbaar is en dicht bij de mensen staat. Wijkagenten die ook zelf in de wijk wonen en de mensen kennen, zijn veel effectiever om overlast en criminaliteit te bestrijden dan tot de tanden gewapende robocops die van buitenaf komen. Wijkagenten kunnen preventiewerk doen en problemen opmerken voor die ontsporen in crimineel gedrag.

 

9. Een tweede begeleider op het openbaar vervoer. In Amsterdam en Rotterdam werd daarmee de agressie en criminaliteit sterk teruggedrongen.

 

10. Lessen in samenlevingszin op school. Samenleven leert men ook op school. Erkende verenigingen en ervaringsdeskundigen kunnen ingeschakeld worden om over sociale en openbare samenlevingszin te spreken en in debat te gaan. De lessen samenleven brengen respect bij voor de collectiviteit (de wijk, de buren...) en voor de publieke diensten. Ontmoetingen met postbodes, met personeel van de Lijn, van de NMBS of van het OCMW op hun werkplaats kunnen het sociale weefsel ontwikkelen en vandalisme en sluikstorten tegengaan.

 

11. Om de problemen bij de wortel aan te pakken: onderwijs, jobs en optreden tegen discriminatie.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014