#GoLeft18: Het is onze energie

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

Vraag “Hoe energie betaalbaar maken?”

Antwoord van 35% van de respondenten: “Simpele en verlaagde tarieven voor gas en elektriciteit zoals in Frankrijk.”

Antwoord van 31% van de respondenten: “Overheidsbedrijven oprichten die goedkopere en groene stroom leveren.”

 

Vaststellingen

Eén. In de wurggreep van Electrabel & co.

Duurzame, betaalbare energie, het zou een grondrecht moeten zijn. Helaas, het tegendeel is waar. In heel Europa zijn gas en elektriciteit geprivatiseerd en geliberaliseerd. Tien jaar na de liberalisering van de gas- en elektriciteitssector in Vlaanderen is het volop puin ruimen. Niet de samenleving bepaalt hoe wij voor verwarming en verlichting zorgen, maar de kapitaalkrachtige aandeelhouders van megamultinationals als Electrabel & co. In België is 85 procent van de hele stroomvoorziening in handen van slechts vier Europese energiereuzen: GDF Suez (Electrabel), EDF (Luminus), ENI (het vroegere Nuon) en RWE (Essent). De winstlogica komt op de eerste plaats. Het kapitaal staat voorop, niet de bevolking en milieu en klimaat al evenmin.

 

Nochtans beloofde Vlaams minister van Energie, Steve Stevaert, toen in 2003 de energiemarkt vrijgemaakt werd, dat de vrije markt “liberaal en sociaal tegelijk” was. Iedereen zou mee profiteren van de voordelen: lagere prijzen, meer investeringen in duurzame energieproductie en een betere service voor de consumenten.

 

Niets is minder waar. De beloofde prijsdaling is er niet gekomen. De regering-Di Rupo heeft de prijzen in 2012 weliswaar tijdelijk “bevroren” op het hoogste niveau ooit, maar de prijsbevriezing heeft de dure energieprijzen niet gekraakt. Elektriciteit is vandaag nog altijd 39 procent duurder dan tien jaar geleden en gas zelfs 65 procent.

 

De woekerwinsten van Electrabel & co worden niet aangepakt. Electrabel leed in 2013 officieel verlies, door allerlei boekhoudkundige trucs, onder meer door de versnelde afschrijving van haar centrales. Maar feit blijft dat Electrabel jaarlijks meer dan 1 miljard euro woekerwinsten uit de Belgische kerncentrales naar de aandeelhouders van GDF Suez versluist. Dat is geld dat wij veel beter zouden gebruiken om de stroomfactuur te verlichten en te investeren in duurzame energieproductie en eerlijke energieprijzen.

 

De lusten voor de energiebedrijven, de lasten voor de samenleving, dat is het Belgische energiebeleid in een notendop. Wat onze politici “de vrije markt” noemen, verbergt in werkelijkheid een grote geldstroom: van Jan Modaal naar de kassa’s van de Europese energiereuzen. Electrabel en co betalen op hun woekerwinsten nauwelijks belastingen en worden in de watten gelegd. De regering-Di Rupo heeft nu ook beslist gascentrales, die onvoldoende winst maken, bij te passen met belastinggeld. Dat is de wereld op zijn kop.

 

Twee. Stijgende energiearmoede.

Energie is voor heel veel mensen een dure kostenpost. 106.000 gezinnen hebben een afbetalingsplan lopen bij hun energieleverancier, en 80.000 gezinnen zijn door Electrabel & co simpelweg gedropt omdat ze de energiekosten niet meer kunnen betalen. De energiearmoede stijgt jaar na jaar. Samen met de hoge woonkosten zijn de dure energieprijzen een belangrijke reden waarom mensen in de armoede belanden. Nochtans zijn verwarming en verlichting geen luxe, maar basisbehoeftes die voor iedereen wettelijk gegarandeerd zouden moeten zijn.

 

Meer dan 100.000 gezinnen in België krijgen vandaag alleen maar stroom als ze eerst hun budgetmeter opladen. Voor elektriciteit is er een minimumlevering van 10 ampère voorzien, maar wie geen geld heeft om zijn aardgasbudgetmeter op te laden, blijft helemaal in de kou zitten. Dat anno 2014 kwetsbare mensen en gezinnen op die manier van verwarming en verlichting verstoken blijven is mensonwaardig.

 

Drie. De consument wordt opgelicht.

Terwijl de klant koning zou moeten zijn, loopt de consument in werkelijkheid verloren in de tarievenjungle. De elektriciteitsfactuur blijft hopeloos ingewikkeld en je kunt maar beter een masterdiploma in de economie op zak hebben als je wegwijs wil raken in het overaanbod van 49 verschillende tarieven voor één en hetzelfde product: stroom aan 220 volt. Sterke, hoogopgeleide consumenten vinden hun weg misschien wel in dat kluwen, maar veel mensen lopen verloren in de jungle van de vrije energiemarkt.

 

Het nieuwe “consumentenakkoord” dat Electrabel & co op vrijwillige basis ondertekenden, is een maat voor niets. Energieleveranciers verbinden zich ertoe je voortaan het goedkoopste tarief voor te stellen. Maar door de tarieven op te delen in verschillende prijsklassen ontsnappen ze tegelijk aan die verplichting. Een achterpoortje ter grootte van het Sportpaleis. Sluwe marketeers smeren klanten veel te dure tariefformules aan, en deur-aan-deurverkopers lichten nietsvermoedende consumenten op grote schaal op. Ze stellen zich voor als officiële meteropnemers, of beweren dat ze gestuurd zijn door de sociale huisvestingsmaatschappij, of zelfs door de minister. Callcenters werven, in opdracht van energieleveranciers, nieuwe klanten door zich voor te stellen als neutrale en objectieve dienstverleners. Dat is pure oplichterij.

 

Vier. Slechts 7 procent groene energie.

Van een groene energierevolutie is weinig te merken. In België wordt vandaag 48 procent van alle elektriciteit groen geproduceerd, als je de statistieken mag geloven. Helaas, vier vijfde van die “groene” stroom komt gewoon uit gas- of kerncentrales. GDF Suez en co kopen goedkope “groene etiketten” op de buitenlandse markt en wassen hun stroom groen. Volledig legaal, met de zegen van onze overheid. Het is alsof je zwart geld wit wast. Het klimaat is de pineut. In werkelijkheid wordt in België slechts een schamele 10 procent van onze stroom duurzaam opgewekt, het gros daarvan dan nog in megalomane biomassacentrales. En voor het geheel van al onze energie geldt: slechts 7 procent ervan is groen.

 

Zonnepanelen zorgen voor 28 procent van de groene, duurzame stroom. Wind en biogas zijn nog eens goed voor 29 procent. Maar meer dan de helft is afkomstig uit omstreden biomassacentrales zoals Max Green in Gent. In die omgebouwde steenkoolcentrales verbranden Electrabel en E.ON miljoenen ton houtpellets uit... Canada. Milieuorganisaties als Greenpeace steigeren. Ze wijzen op de forse CO2-uitstoot van biomassacentrales, op de allesbehalve duurzame houtkap in de Canadese bossen en op het vervuilende karakter van de dieselschepen die de pellets naar Europa transporteren. Maar officieel levert de omstreden techniek wel degelijk “groene” elektriciteit op – en veel winst, dankzij de torenhoge subsidies van de Vlaamse regering.

 

Vijf. De kerncentrale van Tihange blijft tien jaar langer open.

In plaats van onze stroomvoorziening stap voor stap om te bouwen tot een duurzaam elektriciteitssysteem, laat de overheid Electrabel & co de lakens uitdelen. De gevolgen zijn catastrofaal. Zo blijft Electrabel zweren bij haar nucleaire centrales. De kerncentrales in Doel en Tihange leveren Electrabel & co jaarlijks meer dan 1,3 miljard euro woekerwinst op. Maar wie draait op voor de risico’s? Na dertig jaar kernenergie is er nog altijd geen oplossing gevonden voor het radioactieve afval van de kerncentrales. En wie durft na de nucleaire ramp van Fukushima nog beweren dat kernenergie veilig is? Toch heeft de federale regering, onder druk van Electrabel, beslist om de sluiting van de kerncentrale Tihange I met nog eens 10 jaar uit te stellen. Nog tien jaar woekerwinsten voor Electrabel, tien jaar kernafval, tien jaar duimen dat ons geen kernramp overvalt. Zo kan het niet verder.

 

Zes. De zonnepanelenzwendel.

De voorbije jaren hebben multinationals en banken massaal geld gepompt in grootschalige zonnepanelenparken, aangelokt door torenhoge Vlaamse subsidies. Liefst de helft van de subsidies gaat naar 4721 grote installaties. Havenbaron Fernand Huts bijvoorbeeld, liet zijn havenloodsen in de Antwerpse haven vol zonnepanelen leggen. Opbrengst: 10 miljoen euro subsidie per jaar, nog twintig jaar lang. En wie betaalt de rekening? Wij. De zonneplantages van banken en bedrijven kosten elke consument jaarlijks 75 tot 150 euro. De Vlaamse regering heeft immers beslist dat alle zonnesubsidies doorgerekend worden in de energiefactuur van álle gezinnen. Iedereen betaalt dus mee, ook al heb je zelf geen zonnepanelen liggen. Het is de wereld op zijn kop. Zelfs de armsten, zelfs mensen die hun eigen energiefactuur niet kunnen betalen en met een budgetmeter (over)leven, betalen mee voor de zonnepanelen van multimiljonair Fernand Huts.

Dat de zonnesubsidies intussen, na breed maatschappelijk protest, zijn afgebouwd, verandert niks aan die schrijnende onrechtvaardigheid. De Vlaamse regering wil immers niet raken aan de “verworven rechten” van de 4721 industriële zonneparken. Zij blijven nog twintig jaar lang woekerwinsten maken, op onze kosten. Minister Freya Van den Bossche heeft ondertussen wel een “zonnetaks” (de zogenaamde netvergoeding) opgelegd aan alle eigenaars van zonnepanelen. Maar de grote zonnepanelenparken blijven daarbij buiten schot. De zonnetaks is alleen van toepassing op de gewone man, met een bescheiden zonnepaneleninstallatie op zijn eigen dak. De kleine eigenaars betalen vijftien keer meer dan de grote zonnepanelenparken.

 

Ook de windmolenparken in aanbouw aan de Noordzeekust slorpen waanzinnige subsidiebedragen op. Wind is van iedereen, maar winst is voor de multinationals. In plaats van zelf te investeren in openbare groenstroomprojecten geeft de overheid de Noordzee-windmolenparken in handen van Electrawinds, baggeraar DEME, Electrabel, Colruyt en andere multinationals. Die eisen een rendement van 12 procent. En wie betaalt de rekening? Wij. Voor elke euro stroom die een windmolenpark produceert, legt de overheid twee euro belastinggeld bij. De overheid geeft private energiebedrijven een gratis windpark, op kosten van ons allemaal, en met een hoge winstmarge, verzekerd door de overheid. Als wij toch de rekening betalen, waarom houden we die windmolenparken dan niet in handen van de samenleving? Waarom moet alles wat van waarde is, verpatst worden aan private energieconcerns?

 

De visie van de PVDA

Energie is te belangrijk om over te laten aan de vrije markt.

Verwarming en verlichting zouden, net als drinkwater en gezondheidszorg een grondrecht moeten zijn. Geen koopwaar. Energie is essentieel voor de hele samenleving. We moeten durven dromen. We willen een openbare energiesector in handen van de samenleving. We willen een vermaatschappelijking van de stroomvoorziening. Verwarming en verlichting zijn nutsvoorzieningen, geen commerciële koopwaar. We willen groene stroom en warmte, onder democratische controle van de samenleving. Energie is te belangrijk om over te laten aan de winsthonger van private multinationals.

 

In plaats van de chaos van de vrije markt stellen wij de logica van een geplande aanpak, doelgericht en democratisch. We moeten als samenleving zelf kunnen beslissen welke energiesector we morgen willen: duurzaam en democratisch. Energie als openbare dienstverlening dus, als nutsvoorziening. Dat is waar wij voor staan.

 

De opwarming van het klimaat tegengaan: act now!

We moeten het roer omgooien. Om de opwarming van het klimaat tegen te houden, moeten we onze energievoorziening snel en op grote schaal ombouwen. De kerncentrales moeten dicht, zoals voorzien in de wet op de kernuitstap. We moeten op grote schaal investeren in groene warmte en duurzame elektriciteitsproductie. Technologisch kan het perfect, zeker als we op Europese schaal samenwerken. Maar ook in eigen land zijn de mogelijkheden veel groter dan de schamele zeven procent groene energieproductie die we vandaag bereiken. In een eerste fase zullen energiezuinige gascentrales nodig zijn om het tekort aan groene stroom op te vangen, maar volgens een studie van het Planbureau is het technologisch goed mogelijk om tegen 2050 volledig over te schakelen op duurzame energie.

 

Er is maar één probleem. Die groene revolutie is maar haalbaar indien we de energiemultinationals buitenspel zetten. Tussen droom en daad staan energiereuzen als Electrabel en co in de weg. We moeten zelf de bakens voor de toekomst uitzetten, in plaats van het stuur over te laten aan de hoofdkwartieren van GDF Suez en co. De energierevolutie die we nodig hebben is een maatschappelijke omwenteling. Ze dwingt ons ver vooruit te denken, voorbij de waan van de winst. We moeten als samenleving weer greep krijgen op onze energievoorziening. We willen de regie van de energietransitie in eigen handen krijgen.

 

We willen zelf een concreet stappenplan uittekenen voor de groene revolutie. We beginnen met een verbod op de import van steenkoolstroom. We vervangen kerncentrales zo snel mogelijk door openbare groene stroombedrijven. Gloednieuwe gascentrales die vandaag gesloten worden uit winstoverwegingen moeten verplicht open blijven, op straffe van nationalisering. We hebben de gascentrales nodig zolang we niet al onze elektriciteit duurzaam kunnen opwekken. In plaats van windmolenparken, biomassacentrales en zonneplantages uit te besteden aan private multinationals, investeren we als overheid zelf in openbare energiebedrijven, die onder democratische controle groene energie produceren en goedkoop leveren aan de bevolking.

 

Om de opwarming van het klimaat tegen te gaan en tegelijk iedereen toegang te geven tot een betaalbare en duurzame warmtevoorziening, moeten we onze verwarming, die vandaag hoofdzakelijk gebaseerd is op gas, vervangen door groene warmte. Wij stellen voor om daar waar mogelijk stadsverwarmingsnetten aan te leggen, in openbare handen. Daarmee wordt via een buizennetwerk restwarmte van bedrijven of warmte uit de ondergrond rechtstreeks tot bij de gezinnen thuis gebracht. Zo bouwen we aan een klimaatvriendelijke verwarming, besparen we veel geld op aardgas en stookolie en verbeteren we tegelijk de luchtkwaliteit in onze steden.

 

Energie op mensenmaat: duurzaam en super sociaal.

De PVDA+ stelt mens en milieu op de eerste plaats. We willen energie op mensenmaat: duurzaam en super sociaal. De energiearmoede moet aangepakt worden, en duurzame energie moet betaalbaar worden voor iedereen. De energietransitie, de overgang naar een duurzaam energiesysteem, moet op een sociaal rechtvaardige manier gefinancierd worden: door de energiesector, niet door de gewone gezinnen. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat is een kwestie van sociale rechtvaardigheid.

 

Mensen hebben recht op betaalbare, eerlijke tarieven. In plaats van volop in te zetten op het “perfectioneren” van de jungle van de vrije markt, met haar ondoorzichtige, slinkse tariefformules en graaiende energiebedrijven, willen we de vrije markt aan banden leggen. Alleen op die manier kunnen we de consument beschermen. De liberalisering is failliet. GDF Suez en co hebben bewezen dat ze niet in staat zijn een betaalbare, duurzame energie te voorzien voor iedereen.

 

De voorstellen van de PVDA+

 

1. Power to the people. Energie in eigen handen.

Energie is te belangrijk om over te laten aan de vrije markt. Bij een groene revolutie is er geen plaats voor Electrabel & co. We willen de hefbomen van onze toekomst zelf in handen krijgen. We pleiten voor de vermaatschappelijking van de energiesector. Mens en milieu moeten op de eerste plaats komen, niet het private winstbelang van multinationals. We willen uit de wurggreep van de Europese energiereuzen. In plaats van GDF Suez, RWE, EDF en ENI willen we een openbare energievoorziening, in handen van de samenleving en onder democratische controle. Alleen op die manier kunnen we de chaos van de vrije markt vervangen door de geplande uitbouw van een duurzaam energiesysteem.

 

2. Publieke energiebedrijven voor groene energie.

We willen de oprichting van openbare energiebedrijven. De overheid versluist nu ons belastinggeld naar de energiereuzen. We willen dat de overheid zelf investeert in duurzame energieproductie en goedkope, groene energie levert aan de bevolking.

 

Wie vandaag investeert in de duurzame energie van morgen moet een brede visie hebben. We pleiten voor een nationaal toekomstplan voor groene energie, en voor energiebedrijven voor groene stroom op nationaal niveau. Democratische controle is daarbij cruciaal. De raad van bestuur wordt niet politiek benoemd, maar verkozen door de consumenten, en ook milieuorganisaties en vakbonden zijn vertegenwoordigd. Burgers hebben spreekrecht en alle bestuursvergaderingen zijn openbaar en worden live uitgezonden op het internet.

 

Daarnaast kunnen ook stadsbedrijven voor groene energie een waardevolle bijdrage leveren, door lokaal op kleine schaal mee te bouwen aan het energiesysteem van morgen. We pleiten ook voor een Europees windmolenpark in de Noordzee, in openbare handen en onder controle van de samenleving.

 

Publieke energiebedrijven zijn geen utopie. Meer dan 60 Duitse steden hebben de voorbije jaren stroommultinationals die lokaal de plak zwaaiden, de deur gewezen en eigen stadsbedrijven opgericht. In München levert een stadsbedrijf betaalbare groene stroom aan 95 procent van de bevolking. De Duitse stadsbedrijven tonen in het klein dat het wel degelijk anders kan.

 

3. Zes procent btw op elektriciteit en gas.

In 2008 startte de PVDA de campagne “zes procent”. Verlaag de btw op elektriciteit en gas, op kosten van de nucleaire woekerwinsten van Electrabel, was de boodschap. Energie is veel te duur en ze is geen luxe, maar een basisbehoefte. Waarom dan het luxetarief van 21 procent aanrekenen voor verwarming en verlichting, zoals kreeft en kaviaar?

Na zes jaar campagne en 200.000 handtekeningen besliste de regering de btw op elektriciteit vanaf april 2014 te verlagen van 21 naar 6 procent. Een mooie overwinning. De PVDA wil dat de regering ook de btw voor gas verlaagt naar 6%, en dat de rekening doorgestuurd wordt naar Electrabel, dat winst genoeg maakt.

 

4. Eén tarief voor iedereen.

Ingewikkelde tarieven, ondoorzichtige prijsformules en misleidende marketingpraktijken herleiden de zo geroemde keuzevrijheid van de consument tot een optische illusie. Die consument is vrij om te gaan en te staan waar hij wil, maar verliest het noorden.

Een samenleving is geen supermarkt. Anders dan de nieuwe cabrio’s op het autosalon, zijn gas en elektriciteit levensnoodzakelijke basisbehoeften die voor veel gezinnen onhoudbaar duur worden. Dat los je niet op door de markt te laten spelen, wel door structurele maatregelen:

- Verplicht leveranciers één standaardtarief aan te bieden, zoals Ecopower. De groene energiecoöperatie vraagt geen abonnementsgeld en er is maar één tarief van onbepaalde duur: 0,22 euro per kilowattuur, alles inbegrepen. Geen woekerende overdaad van onbegrijpelijke prijsformules, geen dubieuze promotieacties, geen pagina’s vol kleine lettertjes, geen addertjes onder het gras. What you see, is what you get.

- Verbied leveranciers om de prijzen tussentijds aan te passen. Een verbod op onverwachte prijsschokken, door prijsveranderingen nog maar één keer per jaar mogelijk te maken, beschermt consumenten tegen onaangename verrassingen.

- Leg maximumprijzen op, zoals in Frankrijk, waar consumenten kunnen intekenen op “le tarif bleu”, een tarief dat door de overheid wordt opgelegd en waar meer dan 90 procent van de Fransen gebruik van maken.

- Maak een uitzondering op de liberalisering voor de gezinnen. Zorg voor een overheidsleverancier, die gezinnen de beste prijs garandeert voor duurzame stroom, zonder franjes, en zonder miserie.

 

5. Bescherm consumenten tegen de vrije energiemarkt.

We pleiten voor de echte bescherming van de consument:

- Verbied deur-aan-deurverkoop en verkoop van energiecontracten via callcenters.

- Energieloketten in de steden, waar consumenten terecht kunnen voor gratis energieadvies van de overheid.

- Verplichte, volwaardige klantendiensten bij elke energieleverancier, met klantenkantoren in elke provinciehoofdstad, gratis telefoonnummers en een verbod op internetcontracten zonder service.

- Energieleveranciers mogen geen klanten meer weigeren en het vragen van waarborgen bij kwetsbare klanten moet verboden worden.

 

6. Klimaatplanning.

In plaats van propere lucht te kopen in het buitenland, moet de overheid een nationaal uitrustingsplan maken, waarbij investeringen in (duurzame) energievoorziening, hoogspanningslijnen en opslagcapaciteit voor groene elektriciteit, planmatig ontwikkeld worden. Daarbij moet niet de marktlogica en de winst van de energiebedrijven voorop staan, maar de belangen van mens en milieu.

 

7. Haal groene stroom uit de distributienettarieven.

In plaats van de subsidiekosten voor zonnepanelen af te wentelen op alle gebruikers, willen we dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

- Haal de kosten voor groene stroom uit de distributienettarieven op onze elektriciteitsfactuur en stuur de rekening naar Electrabel en co.

- Er moet een audit komen van de grote zonnepanelenparken. De rendabiliteit van elk park moet geëvalueerd worden en de subsidies van bestaande parken worden ingeperkt en afgetopt tot een normaal rendement. Op die manier maken we komaf met de oversubsidiëring van de duizenden grootschalige zonnepanelenparken.

- De kleine zonnepaneleneigenaars blijven buiten schot. De netvergoeding voor kleine installaties, die door de Vlaamse regering werd ingevoerd, wordt afgeschaft.

 

8. Een derdebetalerssysteem voor isolatie en energiezuinige toestellen.

De subsidies voor energiebesparing, isolatie en energiezuinige investeringen moeten focussen op de groepen die het meest kwetsbaar zijn: huurders, bejaarden, mensen met een laag inkomen. Om iedereen toe te laten te investeren in het klimaat en energiebesparing, willen wij een derdebetalerssysteem. De overheid schiet de investering voor en de consument betaalt de lening in schijven terug, met de winst op de energiefactuur, aan nul procent.

 

9. Geen grootschalige uitrol van slimme meters.

We zijn tegen de grootschalige uitrol van 'slimme meters'. De technologie is peperduur, jaagt de consument opnieuw op kosten en het effect op de energiebesparing is verwaarloosbaar laag. Een grootschalige, verplichte invoering van slimme meters is asociaal en niet efficiënt. Slimme meters op wijkniveau zijn ruim voldoende. Ook bij eigenaars van zonnepanelen zijn slimme meters zinvol, zolang de kosten niet doorgerekend worden in de energietarieven van iedereen.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014