#GoLeft16: Eenheid in het nieuwe België

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

81% van de ondervraagden zegt helemaal of eerder akkoord te gaan met de stelling: “België moet één blijven. Splitsen is niet in het voordeel van de bevolking en zal veel geld kosten.”

 

Vaststellingen

Eén. Werkloosheid, kinderbijslagen, gezondheidszorg: de staatshervorming is schadelijk voor onze sociale zekerheid.

Na meer dan 500 dagen crisis en de verwijdering van de N-VA uit de onderhandelingen kwam in oktober 2011 een communautair akkoord uit de bus. Maar de gevonden oplossingen zijn slecht.

In 2015 zullen voor 20 miljard euro nieuwe bevoegdheden naar de Gewesten en de Gemeenschappen zijn gegaan. Ook in de sociale zekerheid. De overdracht van sociale bevoegdheden is goed voor 15% van het huidige budget. Het gaat onder meer over het arbeidsmarktbeleid (4,3 miljard), de gezondheidszorg (4,2 miljard), het beleid inzake hulp aan personen met een handicap, het ziekenhuisbeleid, het ouderenbeleid, de geestelijke gezondheidszorg en het preventiebeleid. Maar ook en vooral het gezinsbeleid (6 miljard) met onder meer de splitsing van de kinderbijslag, de geboortepremies en de adoptiepremie. Ze zijn voortaan niet meer hetzelfde in het noorden en het zuiden van het land.

Het akkoord voorziet wel dat de kinderbijslagen moeten blijven bestaan. Dat komt in de Grondwet. De bedragen ervan zullen “niet beduidend lager” mogen zijn dan vandaag en er is een overgangsperiode voorzien van tien jaar om eventuele negatieve gevolgen op te vangen. Maar de kans is groot dat de kinderbijslagen in Wallonië en Brussel zullen dalen. Vooral in Brussel, met een snelle bevolkingstoename, kunnen er ernstige problemen ontstaan. Het ene kind loopt het gevaar qua rechten niet langer gelijk te zijn aan het andere kind.

 

De federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) wordt een lege doos, want voortaan bepalen de Gewesten niet alleen wat een “passende betrekking” is, ze sanctioneren ook de werklozen, via de VDAB, Forem en Actiris. Als de Gewesten een ander sanctiebeleid voeren, als ze een andere wetgeving voor interimwerk hanteren, dan hebben we niet meer dezelfde sociale zekerheid voor het hele land. De Gewesten kunnen regels opstellen met betrekking tot vermindering van sociale bijdragen voor de patroons. Als ze andere programma’s volgen voor wedertewerkstelling en lastenvermindering, dan zijn op den duur ook de loonkosten niet meer dezelfde en worden die een middel om concurrentie te voeren.

 

De Gemeenschappen worden bevoegd om de erkenningsnormen van ziekenhuizen te bepalen en voor de programmatie, de erkenningsnormen en (gedeeltelijk) de (zorg-) financiering van de rustoorden. Ook hier bestaat een groot gevaar op een gezondheidszorg met twee snelheden.

 

Twee. Verdere regionalisering van de sociale relaties: een gevaar voor onze lonen.

Nu de deelstaten bevoegd worden voor de arbeidsmarkt (het doelgroepenbeleid om moeilijke groepen aan het werk te helpen, de controle van werkzoekenden…) en voor de sociale bescherming, neemt de druk naar regionalisering van de sociale relaties toe. Dat is natuurlijk een grote bedreiging voor de vakbonds­eenheid. En dat is net wat het patronaat uitdrukkelijk nastreeft.

Met een geregionaliseerde arbeidsmarkt zal de loonconcurrentie in eigen land toenemen: een Waalse werknemer verdient nu al gemiddeld 8% minder dan een Vlaamse. Als dat verschil nog groter wordt, komen ook de Vlaamse lonen onder druk. Vlaams minister-president Peeters (ex-Unizo) klaagde dat hij “geen grip heeft op de loonkosten”. De poort is nu open voor een nieuw communautair gevecht: de splitsing van het loonbeleid en dus de sociale zekerheid. Met als gevolg: een spiraal naar beneden voor de lasten voor de patroons en voor de verworvenheden van de werkende mensen. Vandaag proberen de patroons de lonen te blokkeren door ze te vergelijken met die van onze buren; morgen zullen ze dat proberen door de lonen van de Waalse, Brusselse en Vlaamse werknemers tegen elkaar uit te spelen.

 

Drie. Een aanval op het middenveld en op het toezicht van de vakbonden op de sociale zekerheid.

De rechtse partijen willen van de hervorming gebruikmaken om de vakbonden, de mutualiteiten en de organisaties van armoedebestrijding te weren uit de beheers- en overlegorganen van de RVA, de ziekteverzekering en de pensioenen. Dat is een van de motieven achter de aanvallen op de christelijke arbeidersbeweging.

Vakbonden en mutualiteiten vormen nog altijd een zekere dam en tegenmacht tegen de neoliberale visie die ook de pensioenen en de gezondheidszorg volledig wil privatiseren, de jacht op werklozen nog wil opvoeren en flexibele jobs wil veralgemenen. Het enige middenveld dat partijen zoals de N-VA nog willen, is een middenveld met alleen nog organisaties die zich met een of andere vorm van liefdadigheid bezighouden; de lokale, vrijwillige, belangeloze inzet. Niet de vakbond of de mutualiteit, hoewel die de grootste vrijwilligersorganisaties zijn met zeer veel lokale, belangeloze inzet, in bedrijven en op gemeentelijk of regionaal vlak. Maar die kunnen protesteren en die lopen soms voor de voeten, bijvoorbeeld bij de vermarkting van de gezondheidszorg die daardoor zo onbetaalbaar wordt dat je haar enkel aankan met een privéverzekering.

 

Vier. De staatshervorming gaat de situatie ondoorzichtiger, complexer en duurder maken.

Niet omwille van goed beheer maar uit nationalisme heeft men zaken willen opsplitsen die goed functioneerden. De kinderbijslagen, de RVA en de ziekteverzekering werken uitstekend, en toch wil men ze splitsen. Het Europees Forum van de Sociale Zekerheid (ISSA) gaf in 2013 een prijs aan de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) en aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Het Europees Forum onderscheidde het project kwaliteitscontrole gepresenteerd door de RKW, die jaarlijks zonder problemen 3,7 miljard euro betaalt voor 2,1 miljoen kinderen en jongeren in 1,2 miljoen huishoudens. Het systeem zal waarschijnlijk verdwijnen na de defederalisering van de kinderbijslag. In een voorbereidende commissie voor de staatshervorming kwamen deskundigen uitleggen dat op het gebied van de kinderbijslagen alles goed werkt. Alles wordt correct betaald en niemand klaagt. Maar wat het nu zal worden, weet niemand.

In de gezondheidszorg is het grote gevaar dat alles nog ingewikkelder zal worden. Het gezondheidsbeheer is nu al opgesplitst en heeft niet minder dan 8 bevoegde ministers. Door de zesde staatshervorming zal die administratieve en institutionele versnippering alleen maar groter worden.

 

Vijf. De opsplitsing zal leiden tot grote bezuinigingen.

De overgedragen financiële middelen (en zeker die voor de ouderenzorg) volstaan niet om aan de noden en behoeften te beantwoorden. Zal men het geld gaan halen bij de deelstaten?

De overdracht van de kinderbijslag en van een deel van de gezondheidszorg bijvoorbeeld, zal de mensen geen meerwaarde bieden. Integendeel, ze zal waarschijnlijk resulteren in een afbouw van de rechten voor de rechthebbenden. Net zoals bij de vorige staatshervormingen – zie naar wat in het onderwijs is gebeurd in de jaren 1990 – zal de overdracht van bevoegdheden dienen om in alle stilte besparingsmaatregelen door te voeren. Terwijl men beweert de regels te veranderen, snoeit men in de middelen.

 

Zes. De opsplitsing leidt tot fiscale concurrentie tussen de Gewesten; dat is concurrentiefederalisme.

De financieringswet regelt de verdeling van de belastinginkomsten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen en wat die overheden er mee mogen doen. Nu zullen de Gewesten zelf mogen beslissen over 10,7 miljard euro in de personenbelasting, dat is ongeveer 50% van hun eigen inkomsten, een verdubbeling. Er wordt ook voor meer dan 1 miljard euro aan fiscale uitgaven geregionaliseerd, zoals de belastingvermindering op de eigen woning.

Via de financieringswet krijgen de Gewesten regelgevende bevoegdheid voor belastingverminderingen in de personenbelasting. Ze beschikken straks over een even groot, of zelfs groter budget dan de federale overheid. Zo belanden we in een concurrentiefederalisme. Gewesten kunnen voortaan verschillende belastingtarieven invoeren en ze hebben het recht opcentiemen te heffen. Op die manier wordt een fiscale concurrentie ingevoerd.

 

De visie van de PVDA+

De zesde staatshervorming is een wapen om de asociale Europese richtlijnen sterker te kunnen doorvoeren door concurrentie tussen de Gewesten, door de neoliberale invulling van de nieuwe bevoegdheden, de splitsing en verzwakking van de vakbonden en de sociale relaties, en de verzwakking van het middenveld.

Indien de sterke middenveldorganisaties verdwijnen uit de beheerraden van de grote sociale instellingen, die betaald zijn met de sociale bijdragen van de werkende mensen, dan zal hun plaats worden ingenomen door de lobby’s van privéspelers op de markt van de gezondheidszorg, de arbeidsbemiddeling, het pensioen. Die kunnen dan, zoals op Europees vlak, zelf op hun maat bedachte wetteksten voor de gewestregeringen schrijven.

 

We voeren een principegevecht tegen de (verdere) splitsing, maar zijn vandaag ook waakzaam voor de manier waarop de gesplitste bevoegdheden zullen ingevuld worden. Want wat Vlaanderen, Brussel en Wallonië zelf doen, doen ze dikwijls niet beter, althans niet voor de man in de straat. Je hoeft maar te kijken naar de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg, de kinderopvang, de problemen in het onderwijs en in de sociale woningbouw.

De begrotingscontroles in de Gewesten zullen asocialer worden omdat de Gewesten niet de middelen krijgen voor hun nieuwe bevoegdheden. Ze zullen daarom proberen te besparen. Ze hebben beloofd mee te werken aan de door de Europese Unie opgelegde besparingen. De gemeenten zijn daar nu al het grootste slachtoffer van.

 

Een zekere decentralisatie naar de Gewesten beantwoordt meer aan de sociaaleconomische realiteit dan de opdeling in Gemeenschappen, die tot nationalisme en verdeeldheid leidt. Maar het huidige Belgische federalisme is een concurrentiefederalisme tussen de Gewesten: over wie de laagste belastingen op bedrijfswinsten heeft, de goedkoopste industrieterreinen, de laagste sociale bijdragen, de minst strenge milieunormen of wie het meeste werklozen schorst. Dat wordt dan aangevuld met “competitieve samenwerking”: we splitsen en vervolgens werken we samen om beter, over de grenzen heen, de jacht op werklozen te voeren.

 

De zesde staatshervorming is slechts een wapenstilstand. Ze vormt een kluwen dat de structuren van de staat ondoorzichtiger, complexer en duurder maakt. Ze bereidt een zevende staatshervorming voor. De separatisten zullen heel snel aantonen dat dit het leven van de mensen niet eenvoudiger maakt. Maar ze zullen die ondoorzichtigheid aangrijpen om nog meer splitsing te eisen en nog meer solidariteit af te bouwen.

We moeten dringend een andere logica gaan volgen. We willen geen nieuwe staatshervorming die leidt naar een grotere splitsing; we willen geen eindeloze discussies. Zowel in het noorden als in het zuiden als in de hoofdstad is de bevolking geen vragende partij. Als er institutionele hervormingen nodig zijn, dan moeten ze democratisch zijn en gebaseerd op solidariteit. De splitsing van de kinderbijslagfondsen en de RVA toont hoe absurd de huidige hervorming is. Deze instellingen krijgen internationale erkenning. Ze tonen dat federale instellingen heel goed kunnen functioneren. Als men ze splitst, zit er een verborgen agenda achter die met efficiëntie of betere afstemming op regionale specifieke situaties niets te maken heeft.

 

We hebben de oude solidariteitsmechanismen ook vandaag nodig. We hebben de uitbouw van nieuwe solidariteitsmechanismen nodig: bijvoorbeeld in het onderwijs, voor Brussel. Dat kan alleen in een verenigd, democratisch België, met een centrale overheid die garant staat voor de gelijkheid van alle inwoners.

Daarvoor moet ze bevoegd zijn voor justitie, arbeidsrecht en arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid, loonpolitiek en prijzenpolitiek, personenbelasting en vennootschapsbelasting, gezondheidsbeleid, normen en financiering van het onderwijs. De grote politieke en economische vraagstukken behoren tot de federale bevoegdheid. Waar regionalisering leidt tot inefficiëntie, moet ze ongedaan gemaakt worden. Dat is het geval voor het transport, het verkeer, de wegeninfrastructuur, de huisvesting, het wetenschappelijk onderzoek... Minder verspilling, meer bevoegdheden op nationaal niveau en minder structuren die de communautaire onrust aanwakkeren, dat moet de geest van die hervormingen zijn.

 

Brussel is de achillespees van de nationalisten. Ze hebben geen realistische oplossing. De strijd tegen de invoering van twee soorten Brusselaars op het vlak van de sociale zekerheid en tegen de te voorziene chaos die een splitsing zal meebrengen, kan ertoe bijdragen het separatisme voor te stellen zoals het werkelijk is: een apartheidsregime dat de mensen verdeelt en verarmt en het bestuur inefficiënter maakt.

Daarom steunen wij ook alle maatregelen voor meer samenwerking tussen regio’s, bijvoorbeeld op het vlak van transportplanning, tewerkstelling en een reeks andere gemeenschappelijke punten.

Voor de mobiliteit is voor Brussel het openbaar vervoer nodig. De uitbouw van dat netwerk valt nu onder de bevoegdheid van vier regeringen: de federale, de Vlaamse, de Waalse en die van het Brusselse Gewest. Die constructie is zo log dat er maar weinig gebeurt.

Dat probleem stelt zich ook voor de diensten voor arbeidsbemiddeling. Er moet een ontwikkelingsplan komen in Brussel en in de rand, een beleid op het niveau van die grote sociaaleconomische ruimte. En dan is de uitbreiding van het tweetalige Gewest Brussel uiteindelijk de enige rationele oplossing.

 

In dat nieuwe, tweetalige Brussel moet de ontplooiing van alle taalgroepen gerespecteerd worden. De tweetaligheid in de openbare administratie dient daarbij strikt nageleefd. In dat uitgebreide Gewest Brussel zal de verhouding Franstaligen-Nederlandstaligen evenwichtiger zijn. Dat zal zorgen voor een betere democratische vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen, die nu in Brussel een kleine minderheid vormen. Een paritair bestuur is in dat nieuwe Gewest een rationele, realistische en democratische optie. Zo’n Gewest kan alle discriminaties, haarklieverijen en pesterijen kordaat aanpakken.

 

Brussel kan de oplossing worden, een laboratorium voor het nieuwe België. Een multinationale stad. In het onderwijs dringen zich belangrijke initiatieven op om de tweetaligheid te bevorderen.

Brussel, het verbindingsteken tussen de gemeenschappen, kan bijdragen tot een beter wederzijds begrip. Brussel, toch de hoofdstad van Europa, kan een uitstekend platform zijn van uitwisseling, op voet van gelijkheid, tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.

 

Het kiessysteem is aan een hervorming toe. Het huidige systeem leidt naar separatisme en nationalistisch opbod. België is wellicht het enige land ter wereld waar ministers zich voor een deel van de kiezers niet moeten verantwoorden. Vlaamse ministers in de federale regering worden niet verkozen door Franstalige kiezers, en omgekeerd. Zodat zij problemen altijd in de schoenen van de andere taalgroep kunnen schuiven. Daarom is voor de federale verkiezingen ook een nationale kieskring noodzakelijk, naast de provinciale kiesdistricten.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Geen concurrentie en geen verschillen in rechten tussen de Gewesten en Gemeenschappen: een kind is gelijk aan een kind, een werkloze arbeider is gelijk aan een werkloze arbeider. Gelijke regels, gelijke rechten. De kinderbijslagen moeten in alle Gewesten op hetzelfde niveau blijven. Voor de werkloosheidsuitkeringen moet er een gezamenlijk beleid behouden worden. Geen verschillend sanctiebeleid in de Gewesten.

 

2. Behoud van de sociale zekerheid op federaal niveau, zowel voor de werkloosheidsuitkeringen, de ziekte- en invaliditeitsverzekering als voor de pensioenen. De federale overheid moet garant staan voor de gelijkheid van alle inwoners en voor de wederzijdse solidariteit.

 

3. Geen loonconcurrentie tussen de werknemers uit de verschillende Gewesten. Het interprofessioneel akkoord, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsrecht moeten nationale bevoegdheden blijven. Interprofessionele en sectorale onderhandelingen moeten op nationaal niveau blijven. Geen regionalisering van het sociaal overleg.

 

4. Vakbonden en mutualiteiten moeten aanwezig blijven in de beheersorganen van alle sectoren van de sociale zekerheid.

 

5. Een federale kieskring, naast de provinciale kiesdistricten. Een deel van de zetels van de Kamer zou voortaan toegewezen worden aan wie verkozen wordt in een kieskring die het hele land omvat.

 

6. Om de verstandhouding in België te verbeteren: meer en beter taalonderwijs. Er moeten meer middelen komen voor het taalonderwijs op school, en voor gratis taalcursussen voor volwassenen.

 

7. Voor een tweetalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest als een brug tussen de verschillende gemeenschappen van het land. Herfinanciering van de federale staat.

 

8. Tweetalig onderwijs in Brussel. De Brusselse scholen moeten onder één enkele bestuursinstantie vallen. Aan alle leerlingen moet een gedeelte van de lessen worden gegeven in het Frans en een ander gedeelte in het Nederlands. Geschikte pedagogische methodes moeten worden aangewend voor het welslagen van het immersie-onderwijs.

 

9. Een nationaal mobiliteitsplan waarvoor de Gewesten samenwerken, in het bijzonder in en rond Brussel. Ontwikkeling van het openbaar vervoer.

 

10. De terreinen waar de regionalisering geleid heeft tot inefficiëntie moeten opnieuw gefederaliseerd worden: het transport, het woonbeleid, de wegeninfrastructuur, het wetenschappelijk onderzoek... Er moeten homogene bevoegdheden komen voor deze terreinen, op centraal niveau.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014