#GoLeft14: Gezondheidszorg mag geen koopwaar zijn

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

20% van de ondervraagde personen plaatst gezondheid in de top 3. Gezondheid is de vierde belangrijkste bekommernis van de Belgen.

 

Vaststellingen

Eén. Medicijnen, hospitalisatie… de patiënt betaalt te veel zelf.

De persoonlijke bijdrage van de patiënt loopt op tot 23% van alle gezondheidszorguitgaven, met daarbovenop 5% aan premies voor aanvullende private verzekeringen. Zo betaalt de Belg 28% van alle gezondheidszorguitgaven uit eigen portemonnee. Gemiddeld is dat 666 euro per Belg per jaar. Daarmee staan we aan de top in Europa.

De jaarlijkse uitgaven voor geneesmiddelen bedragen 600 euro per inwoner. Daarvan betalen de patiënten zelf 240 euro (of 40%) aan niet-terugbetaalde geneesmiddelen en remgeld. Ook dat is het hoogste van Europa.

De recente nationale gezondheidsenquête geeft aan dat 14% van de Belgen medische zorgen uitstelt omwille van financiële redenen. In 1997 was dat nog 8%.

 

Twee. Ziek zijn maakt arm, en arm zijn maakt ziek.

Mensen met een lagere socio-economische status lopen de meeste kans op gezondheidsproblemen. Ze overlijden vroeger en hebben het meest nood aan zorg. In ons land leven mannen met een lage scholing 7,5 jaar minder lang. En vrouwen zonder diploma leven 18 jaar minder lang gezond dan vrouwen met een universitair diploma.

De uitgaven voor gezondheidszorg zijn geconcentreerd bij een klein deel van de bevolking. In België verbruikt 10% van de bevolking, vooral bejaarde en chronische patiënten, 70% van de uitgaven in de gezondheidszorg. Dat heet: een ongelijkmatige of scheve risicoverdeling. Met de vergrijzing gaat die nog fors toenemen.

 

Drie. Eén Belg op vijf heeft geen hospitalisatieverzekering en loopt het risico op grote schulden om zijn hospitalisatie te betalen.

Ereloon- en materiaalsupplementen op de ziekenhuisfactuur of in de ambulante zorg zijn de belangrijkste reden waarom patiënten schulden moeten aangaan voor hun gezondheidszorg. Voor een dikkedarmoperatie betaal je in een ZNA-ziekenhuis (ex-OCMW ziekenhuis in Antwerpen) bijvoorbeeld aan RIZIV-tarief 458 euro uit eigen zak. Met ereloonsupplementen erbij is dat 3.343 euro.

Door de torenhoge eigen bijdrage voor gezondheidszorg hebben vandaag 8,2 miljoen Belgen naast hun ziekteverzekering een aanvullende hospitalisatieverzekering. 5,4 miljoen op de markt van de private verzekeringen en 2,8 miljoen via de ziekenfondsen. Maar 20% van de Belgen heeft geen aanvullende hospitalisatieverzekering.

 

Vier. De prijzen van geneesmiddelen liggen veel te hoog. De reuzen van de farmaceutische industrie blijven zich verrijken op de rug van onze sociale zekerheid.

De hoge kostprijs van geneesmiddelen, vooral van pijnstillers en chronische geneesmiddelen, is (naast de supplementen) de tweede grote kost voor de patiënt. Een derde van de apothekers in de grootstad krijgt vaak patiënten over de vloer die het remgeld op voorgeschreven geneesmiddelen niet meer kunnen betalen en op krediet kopen.

Geneesmiddelen – ook de generische – blijven veel te duur, ondanks de maatregelen van minister Onkelinx voor antibiotica en antischimmelmiddelen: de apotheker is verplicht daarvoor het goedkoopste merk af te leveren, welke merknaam de arts ook voorschrijft. Daardoor laten de dure merken hun prijs zakken tot op het niveau van de (in België veel te dure) generieken. Maar niet verder.

Zo zakte Diflucan van Pfizer van 126 euro per verpakking naar 80 euro, de prijs van het generiek, zodat ook Diflucan door de apotheker mag afgeleverd worden. Maar over de grens in Nederland kost diezelfde Diflucan (fluconazol), dankzij het kiwisysteem amper 5,5 euro. Daar zit dus nog een gigantische marge op.

 

In Nederland hebben de private zorgverzekeraars door een systeem van aanbestedingen de prijzen doen zakken tot een normaal niveau. Voor veel voorgeschreven geneesmiddelen betalen wij tientallen miljoenen euro te veel, vergeleken met de prijs die in Nederland is bedongen. Doordat in Nederland de aanbestedingen gebeuren door private zorgverzekeraars, vloeit daar de opbrengst niet door naar de patiënt, maar naar de aandeelhouders. Dat probleem wordt in Nieuw-Zee­land, Duitsland en de Scandinavische landen opgelost door de aanbestedingen openbaar en op nationale schaal te organiseren. Dat is het kiwimodel dat we al jaren voorstellen met PVDA-specialist Dirk Van Duppen. Het wordt vandaag ondersteund door de specialisten van de strijd tegen kanker. Prof. Cassiman en de experts van de Vlaamse Liga tegen Kanker propageren openbare aanbestedingen wanneer twee of meer gelijkwaardige kankergeneesmiddelen ter beschikking zijn. Ze inspireren zich op het succes van de openbare aanbesteding in België op het innovatieve vaccin tegen baarmoederhalskanker. Dat heeft in 2010 de prijs doen zakken van 375 euro naar 52 euro per vaccinatiekuur. Daardoor wordt dit vaccin nu gratis aan meisjes in de scholen toegediend. De vaccinatiegraad is gestegen van 20 naar 88% en dat bespaart het RIZIV nog eens 17 miljoen euro per jaar.

 

Vijf. De prestatiegeneeskunde leidt tot overconsumptie en misbruik.

Betaling per prestatie geeft de arts bij het voorschrijven van onderzoeken en behandelingen een blanco cheque en leidt tot overconsumptie en verregaand misbruik. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg publiceerde een studie over de verschillen per arrondissement voor zes heelkundige ingrepen. Arthroscopie van de knie komt driemaal zoveel voor in het noorden van het land vergeleken met het zuiden. Terwijl carotisstenten tweemaal zo vaak worden ingeplant in het zuiden. In de Westhoek en in het zuiden krijgen meer mensen een knie- of heupprothese. Het oosten van het land telt een derde meer keizerssneden als het westen. Verwijdering van de baarmoeder vormt een mozaïekpatroon, met een overwicht in het noorden. Volgens de studie van het Kenniscentrum zijn die ingrepen in veel gevallen onterecht, zowel in het noorden als in het zuiden. Een verklaring voor de hoge aantallen zou onder meer te wijten zijn aan “de densiteit van het aanbod”, “een aanbodsgedreven beleid” of “een overdreven enthousiasme bij de chirurgen”. Kortom: in beide landsdelen heerst een prestatiegericht betalingssysteem met inhalige specialisten. Naar schatting 30% van de radiografieën en CT- scans is overbodig. Dat is niet alleen financieel misbruik, maar omwille van de stralingsschade is het ook slecht voor de gezondheid van de patiënt.

 

Zes. Buitensporige inkomsten voor specialisten.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg deed een studie naar de inkomsten van specialisten uit hun ziekenhuiswerk. De grootverdieners zijn de nierspecialisten. Zij nemen jaarlijks gemiddeld 640.000 euro bruto mee naar huis, na aftrek van de kosten die ze aan het ziekenhuis betalen. Radiologen en klinische biologen halen respectievelijk een brutoloon van 460.000 en 430.000 euro. Bij die bedragen zijn naast het ereloon ook de supplementen meegerekend, maar niet wat de specialisten aanrekenen in hun eigen privépraktijk. Neurologen, pediaters, psychiaters en reumatologen houden het minste over. Maar hun inkomsten uit het ziekenhuis bedragen toch nog zowat 150.000 euro per jaar. Specialisten die “met machines werken”, verdienen veel meer dan zij die “met mensen werken”.

 

Zeven. Halfslachtige maatregelen en besparingen.

De maatregelen van de regering-Di Rupo tonen dat ze ziet waar de problemen liggen. Maar de maatregelen waren halfslachtig. De regering durfde de confrontatie met de belangengroepen (rijke artsen, privéverzekeringen, de farmaceutische lobby en het medisch-industrieel complex) niet aan. Daardoor voerde minister Onkelinx het verplicht voorschrijven op stofnaam enkel in voor antibiotica en geneesmiddelen tegen schimmel. Woekerprijzen voor medicijnen, generische producten tot en met de kankermedicatie, blijven dus bestaan.

Onkelinx voert onder druk van Europa het kiwimodel voor ziekenhuizen in, maar voor elk ziekenhuis apart en niet nationaal. Bovendien gaan de opbrengsten ervan niet naar de patiënten.

Onkelinx verbiedt ereloonsupplementen, maar enkel voor tweepersoonskamers. Voor eenpersoonskamers, voor daghospitalisatie en voor ambulante consultaties of zorg kunnen specialisten buitensporige erelonen blijven vragen. Het probleem van de tweesnelhedengeneeskunde neemt toe: wachttijden en ondermaatse zorg voor de niet-begoede patiënt en speedy pass en luxebehandeling voor de private klant, op de private raadpleging en in de private ziekenhuiskamers.

 

De visie van de PVDA+

Het recht op gezondheid is veel breder dan alleen het recht op geneeskundige verzorging. Preventie, in de ruime betekenis, is gebaseerd op een goede sociale zekerheid, een gezond leefmilieu, een betere bescherming op het werk en degelijke woningen. Als de regering op die terreinen goed voor haar inwoners zorgt, is dat de beste preventieve gezondheidszorg. Daarom is extra aandacht nodig voor een fatsoenlijke job voor iedereen, voldoende gezonde en betaalbare woningen, een goede luchtkwaliteit, meer publiek groen, gezonde voeding voor iedereen, veilige wandel- en fietspaden, en toegang tot sport voor iedereen.

Dat is de eerste voorwaarde voor een goede gezondheid. Maar we willen ons ook blijven inzetten voor toegankelijke, openbare en kwaliteitsvolle gezondheidszorgen.

 

Gezondheidszorg mag geen koopwaar zijn. Mensen met de minste middelen hebben het meest behoefte aan gezondheidszorg. In een gezondheidszorg en een verzekeringssysteem die door winstbejag worden gestuurd, vallen ze uit de boot. Gelijke toegang tot de zorg en gezondheidszorg als basisrecht vooronderstellen meer solidariteit.

Wij willen aan de inkomstenzijde de sterkste schouders de zwaarste lasten zien dragen, ieder naar vermogen. En aan de uitgavenzijde willen we een verdeling van de beschikbare middelen naar wie ze het meeste nodig heeft. Ieder naar zijn behoeften, en niet volgens wie het meeste kan betalen of er het meeste aan kan verdienen. Dat vereist transfers: van gezonden naar zieken, van actieven naar niet-actieven, van rijk naar arm en van jong naar oud.

 

Private verzekeringsmaatschappijen bijvoorbeeld zijn vooral geïnteresseerd in gezonde, actieve, rijke en jonge patiënten. Als je niet aan die voorwaarden voldoet, ben je voor hen minder interessant of proberen ze je zelfs uit te sluiten.

Er is wetenschappelijk bewijs dat vermarkting leidt tot risicoselectie en tot uitsluiting, waardoor een tweedeling in de zorg ontstaat. Vermarkting leidt ook tot dure geneeskunde met slechte resultaten: overconsumptie voor wie veel kan betalen en onderbehandeling voor wie het financieel moeilijk heeft. Ten slotte veroorzaakt vermarkting concurrentie om de meest koopkrachtige en minst behoeftige patiënten aan te trekken in plaats van samenwerking om iedereen op de beste manier te helpen.

 

De gemeenschap moet instaan voor de gezondheidszorg. Ze moet daar voldoende financiële middelen voor hebben en de garantie hebben dat die middelen niet wegvloeien naar de aandeelhouders van de farmaceutische industrie.

De regering-Di Rupo is afgestapt van de jaarlijkse groeinorm van 4,5% in de gezondheidszorg. Nochtans, net in tijden van crisis en vergrijzing moeten we meer investeren in de universele ziekteverzekering. Dan kunnen we de private hospitalisatieverzekeringen afschaffen. Immers, 20% van de Belgen beschikt niet over zo’n aanvullende hospitalisatieverzekering, al hebben mensen in kwetsbare socio-economische omstandigheden juist het meeste nood aan zorg.

 

Met een goede openbare financiering kunnen we de gezondheidszorgen losmaken uit de greep van de farmaceutische industrie en van de winstjacht.

We pleiten voor vier hefbomen tegen de wachttijd- en de voorkruipgeneeskunde, tegen supplementitis en voor een kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg voor iedereen:

1. Schaf de materiaalsupplementen en remgelden op de ziekenhuisfactuur af, zorg voor goedkopere medicijnen door het kiwimodel voor geneesmiddelen en medisch materiaal.

2. Verbied de ereloonsupplementen. Betaal de artsen met een salaris, zoals in de universitaire ziekenhuizen. Schaf de prestatiegeneeskunde af.

3. De eerste lijn van gezondheidszorg moet gratis zijn.

4. Eén algemeen elektronisch medisch dossier bij alle artsen en zorgverstrekkers.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. – Goedkopere medicamenten door de invoering van het kiwimodel.

– Afschaffing van materiaalsupplementen en remgelden op de ziekenhuisfactuur, door het goedkoper maken van medisch materiaal dankzij het kiwimodel.

– Het kiwimodel ook toepassen op ambulante geneesmiddelen.

 

Om de kosten van de geneesmiddelen te drukken kwam dokter Dirk Van Duppen van Geneeskunde voor het Volk in 2004 op de proppen met het kiwimodel. Dat model is ontleend aan Nieuw-Zeeland. Daar wordt voor de beste geneesmiddelen een openbare aanbesteding uitgeschreven. Een volledige toepassing van het kiwimodel kan leiden tot een daling van de prijs van medicijnen met 50 à 90%. Het RIZIV geeft jaarlijks 4 miljard euro uit aan geneesmiddelen. De patiënt betaalt daarbovenop uit eigen zak zo’n 2,5 miljard euro. De veralgemening van het kiwimodel (voor alle geneesmiddelen uit patent en voor de geneesmiddelen die nog onder patent zijn, maar waarvoor twee of meerdere gelijkwaardige alternatieven bestaan) brengt minstens 1,5 miljard euro op.

Maar dat model is ook toepasbaar op hospitalen. Vanaf 1 juli 2013 is de toepassing van het kiwimodel in alle Belgische ziekenhuizen een feit: openbare aanbestedingen zijn wettelijk verplicht voor de aankoop van geneesmiddelen en van medisch materiaal. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg schat dat dit zal zorgen voor een prijsdaling met een derde van de materiaalkosten. Dat laat toe remgelden (70 miljoen euro) en supplementen (65 miljoen euro) voor de patiënt af te schaffen en daarbovenop nog eens 65 miljoen euro van het RIZIV te besparen.

Ook openbare aanbestedingen op de materialen en toestellen voor medische beeldvorming en in de laboratoria, brengen tientallen miljoenen euro op.

Maar die forse opbrengsten gaan nu niet naar de patiënt. Ze dienen voor de financiering van de ziekenhuizen. Wij willen dat ze gebruikt worden om de hospitalisatiefactuur van de patiënt fors te verlichten.

 

Momenteel worden de openbare aanbestedingen toegepast per ziekenhuis of ziekenhuisgroep. Wij willen dat de overheid voor bepaalde producten en geneesmiddelen ineens een openbare aanbesteding op nationale schaal toepast. Dat verhoogt de onderhandelingskracht en zorgt voor een nog betere prijsbedinging. Het vermindert de administratieve inspanningen en maakt de overheadkost efficiënter.

 

2. Schaf de ereloonsupplementen af. Betaal de specialisten een goed salaris, zoals in de universitaire ziekenhuizen. Schaf de prestatiegeneeskunde af. Geen speedy pass in de gezondheidzorg.

Artsen hebben recht op een degelijk basisinkomen met een normale pensioenregeling en sociale zekerheid, zoals iedereen in dit land. Daarnaast kunnen ze extra vergoed worden voor extra prestaties of voor het leveren van uitmuntende kwaliteit. Dat systeem is bij wet verplicht in de academische ziekenhuizen. Professoren en academische specialisten krijgen een goed salaris met volledige pensioenopbouw en sociale zekerheid. Ze zijn verplicht geconventioneerd en mogen dus geen ereloonsupplementen vragen. Ze mogen maximaal een vijfde van hun tijd besteden aan privéraadplegingen in hun privépraktijk.

Als die regeling voor de professoren van een derdelijnsziekenhuis kan, dan moet ze ook voor de gewone ziekenhuizen kunnen. Door de privépraktijk thuis te beperken komt er meer ruimte voor consultaties in de gewone polyklinieken. Dan worden de wachtlijsten drastisch ingeperkt en kunnen patiënten ook voor betaalbare zorg snel goed geholpen worden. Als we de conventionering veralgemenen, vallen de ereloonsupplementen weg.

Als remgelden en supplementen op erelonen en op medisch materiaal wegvallen, worden aanvullende hospitalisatieverzekeringen overbodig.

 

Het totale bedrag aan artsenhonoraria dat het RIZIV in 2012 uitbetaalde, bedroeg 7,3 miljard euro. Daarvan gaat 1,1 miljard euro naar de huisartsen en 6,2 miljard naar de specialisten. Daarvan blijft gemiddeld 40% in het hospitaal. De specialisten krijgen dus 3,7 miljard mee naar huis. Specialisten met een vast salaris in een universitair ziekenhuis verdienen de helft tot een kwart van hun collega’s in de andere ziekenhuizen. Door het betalingssysteem van de universitaire ziekenhuizen te veralgemenen bespaart onze ziekteverzekering 2 miljard euro.

De afschaffing van het systeem van betaling per prestatie bespaart minstens een derde van de medisch-technische prestaties in de laboratoria en in de medische beeldvorming. Goed voor 0,8 miljard euro op de 2,4 miljard euro die jaarlijks van onze ziekteverzekering naar deze onderzoeken gaat.

 

3. Gratis eerstelijnsgeneeskunde. De raadplegingen bij de huisarts moeten gratis zijn, ofwel door het forfaitsysteem ofwel door de veralgemening van de derdebetalersregeling met afschaffing van het remgeld.

In de praktijken van Geneeskunde voor het Volk verzorgen we meer dan 25.000 patiënten in elf multidisciplinaire gezondheidscentra die gratis gezondheidszorg verstrekken. Elke dag worden we geconfronteerd met mensen die op zoek zijn naar een huisarts.

De PVDA geeft prioriteit aan de eerstelijnsgezondheidszorg. De huisarts kent de patiënt het beste. Hij/zij beheert het medische dossier, is de vertrouwenspersoon en is het best geplaatst om de patiënt, indien nodig, door te verwijzen naar een specialist.

 

We pleiten voor de veralgemening van wijkgezondheidscentra, naar het model van Geneeskunde voor het Volk, met een forfaitair systeem. We willen een gezondheidscentrum in elke wijk, met gratis en kwaliteitsvolle zorg.

België is een van de weinige Europese landen waar het bezoek aan de huisarts nog niet gratis is. Gratis is niet kosteloos, maar kostbaar. Gratis geneeskunde is immers gebaseerd op een voorafbetaling van socialezekerheidsbijdragen en belastinggeld aan de ziekteverzekering. De huisartsgeneeskunde kost het RIZIV 1 miljard euro: minder dan 5% van het totale RIZIV-budget. Dat moet verdubbeld worden. Een derdebetalerssysteem kan onmiddellijk worden ingevoerd voor iedereen. Daarbij int de huisarts direct bij het ziekenfonds en hoeft de patiënt niet eerst voor te schieten om dan bij het ziekenfonds een deel van zijn betaling terug te trekken. Dat systeem vermindert aanzienlijk de administratieve overlast en verlaagt de toegangsdrempel tot de huisarts.

 

4. Een eengemaakt nationaal elektronisch medisch dossier (EMD).

Nu heeft iedere arts zijn eigen EMD en is er nog altijd geen vlotte uitwisseling van medische informatie. In bepaalde ziekenhuizen heeft zelfs iedere specialist zijn eigen EMD, dat niet door andere collega’s binnen hetzelfde ziekenhuis raadpleegbaar is. Een eengemaakt nationaal EMD vermijdt dubbele onderzoeken, vermijdt het verloren geraken van medische informatie en laat veel beter onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, behoefteanalyse, monitoring en planning toe.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014