#GoLeft13: Gendergelijkheid op de agenda zetten

Vaststellingen

Eén. Er is een structurele ongelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Ondanks vele decennia van strijd is de gelijkheid tussen vrouwen en mannen op veel vlakken nog ver zoek. De crisis zelf, maar ook de crisismaatregelen treffen vrouwen hard en ze vergroten de kloof. De traditionele rolverdeling tussen man en vrouw is nog manifest aanwezig in de Belgische gezinnen.

In tijden van crisis beleven conservatieve gedachtegangen een opgang, zij nemen verworven vrouwenrechten op de korrel.

 

Twee. Deeltijds werk, flexi-jobs, een loonkloof van 22%: discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Meer dan een derde van de vrouwen werkt deeltijds. Veel jobs in sectoren als de distributie zijn in principe steeds deeltijds omdat de werkgever op deze manier piekmomenten wil opvangen en grotere flexibiliteit wil vragen. Werkgevers verwachten meer overuren, gesplitste uren enzovoort. De overheid giet dat zelfs in wetten, bijvoorbeeld met de annualisatie van de overuren.

Beroepen met lage lonen zoals bejaarden- en gezinshulp, kassiers en onthaalpersoneel worden voor een groot deel ingevuld door vrouwen. In de gezins- en bejaardenhulp werken gemiddeld zeven vrouwen tegenover één man. Ook in de de socioculturele sector en de kleinhandel, sectoren met relatief lage lonen, is meer dan de helft van de werknemers vrouw.

 

De overheid en de zorgsector zijn goed voor veel vrouwelijke tewerkstelling. Vroeger stonden ze garant voor stabiele banen. Met de crisis sneuvelen overheidsbanen. Zo komt de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt onder druk te staan.

 

De besparingen in de zorg hebben een specifieke invloed op vrouwen. In deze vrouwelijke sector verslechteren de arbeidsomstandigheden zienderogen en neemt de flexibiliteit toe. De zorg leidt eronder en de toegang tot die zorg wordt duurder, met te weinig opvangplaatsen voor ouderen, andersvaliden, zieken, enzovoort. Ook dat heeft een weerslag op vrouwen: het leidt tot loopbaanbreuken om zorgredenen.

 

Het werkaanbod wordt er een van deeltijdse, flexibele contracten. Veel banen voor vrouwen worden meer en meer precair: het zijn vaak mini-jobs, flexi-jobs of thuiswerk, met lage lonen.

Deeltijds werken levert minder op per uur. Voltijds werkenden komen namelijk gemakkelijker in aanmerking voor beter betaalde functies en vaak zijn leidinggevende of verantwoordelijke functies niet in te vullen door deeltijds werkenden.

 

Vrouwen presteren nog steeds het leeuwendeel van de zorgtaken in hun gezin. Zo’n 80% van de vrouwen draagt de meeste verantwoordelijkheid voor de huishoudelijke taken. Veel vrouwen “kiezen” daarom voor deeltijdarbeid, maar in feite is die “vrije keuze” voor deeltijds werken vaak ver te zoeken

De helft van de deeltijds werkende vrouwen ziet deeltijdarbeid als de enige manier om de combinatie werk-gezin te kunnen maken. 20% van hen wenst uitdrukkelijk een fulltime baan maar vindt die niet. Er is gewoon geen werk voor iedereen.

 

Vrouwen onderbreken vaker dan mannen hun loopbaan via allerlei stelsels en verloven. Maar die loopbaanbreuken leiden tot een “loonstraf”: zowel zorgredenen, arbeidsmarktredenen (zoals bijvoorbeeld werkloosheid) als “andere redenen” resulteren na herintrede in een lager uurloon.

Het resultaat is ontmoedigend. Het loonverschil (de “loonkloof”) tussen vrouwen en mannen bedraagt 22%. Dat wil zeggen dat vrouwen 22% minder verdienen dan mannen.

 

Drie. Kinderopvang minder toegankelijk.

Europa stelt dat opvang moet worden voorzien voor minstens 33% van de kinderen onder drie jaar. Die “Barcelonanorm” ligt belachelijk laag. En toch zit Antwerpen, met 25%, daar ver onder. Genk haalt 26% en Vilvoorde 27%. Er is dus op verschillende plaatsen een nijpend opvangtekort.

Het probleem stelt zich ook bij de voor- en naschoolse opvang en tijdens de vakanties.

 

Het beleid opteert voor meer commerciële initiatieven. De eerste doelstelling wordt dan: een winstgevende activiteit ontplooien op een markt. In plaats van een meer toegankelijke en betaalbare opvang zou dat wel eens kunnen eindigen met een heel duur kostenplaatje. Op sommige plaatsen steeg de prijs voor buitenschoolse opvang met 20% en meer.

 

Werkloze vrouwen moeten in sommige steden hun voorrangsplaats afstaan voor de kinderen van werkende vrouwen. Er wordt geen rekening mee gehouden dat ze moeten solliciteren en in staat moeten zijn om van vandaag op morgen een job te aanvaarden.

 

Vier. Armoede is vrouwelijk, vooral alleenstaande moeders, werkloze en gepensioneerde vrouwen zijn slachtoffer van de regeringsmaatregelen.

In maart 2012 kondigde het Feministisch Socio-Economisch Platform aan dat de maatregelen van de regering grotere gevolgen zouden hebben voor vrouwen dan voor mannen omwille van de structurele ongelijkheden op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Het Platform wees daarbij op de hervormingsmaatregelen in de werkloosheid, zoals de degressiviteit van de uitkeringen en de hervormde wachtuitkeringen (inschakelingsuitkeringen).

 

Een studie van het ABVV (in 2014) bevestigt deze voorspelling. De studie toont dat de beperking van de inschakelingsuitkering in de tijd (je verliest je uitkering na 3 jaar) vooral vrouwen zal treffen. Ongeveer 53.000 mensen zullen vanaf 1 januari 2015 hun uitkering verliezen. Volgens de studie lopen 12.190 Vlaamse en 8.000 Brusselse mensen het risico hun uitkering te verliezen. Tweederde van hen zijn vrouwen.

 

Ook de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen treft de vrouwen extra hard. Ze zijn namelijk oververtegenwoordigd, zowel in de groep van de langdurig werklozen als in de groep van de samenwonenden (één werkloze vrouw op twee is samenwonend). Voor gezinshoofden, o.a. voor alleenstaande moeders, daalt, met de snelle degressiviteit, de uitkering per fase met 12%. Voor samenwonenden loopt die daling op tot 40%. Wie dan geen werk vindt, krijgt uiteindelijk nog een forfaitair bedrag. Zo worden samenwonenden grotendeels financieel afhankelijk van hun ouders of hun partner. Ze zien hun autonomie daardoor gehypothekeerd.

Een aantal deeltijdse werknemers, grotendeels vrouwen, die een uitkering met inkomensgarantie ontvangen, lopen het risico om deze aanvulling te verliezen.

 

Ook het activeringsbeleid treft de vrouwen extra. Werklozen riskeren uitgesloten te worden van het recht op een uitkering als gevolg van de strengere procedure voor de activering van het zoekgedrag naar werk. Zo moet je van vandaag op morgen een job aanvaarden binnen een straal van 60 km. Moeders moeten hun gezin aan die strenge eisen aanpassen, al is de kinderopvang schaars en duur. Wie onvoldoende bewijs kan leveren dat ze actief naar werk zoekt, verliest haar werkloosheidsuitkering en moet dan bij het OCMW aankloppen.

 

Er is, naast de loonkloof van 22%, ook een pensioenkloof en die bedraagt (in februari 2012) 23%. Het gemiddelde pensioen van een Belgische vrouw is dus 23 procent kleiner dan dat van een man. Bovendien maken vrouwen minder vaak aanspraak op de tweede en derde pensioenpijler en als dat toch het geval is, gaat het over kleinere bedragen.

Het pensioen van 59% van de vrouwen is lager dan 1000 euro (tegenover 33% van de mannen).

Die vrouwen moeten overleven met een inkomen onder de armoedegrens.

Pensioenrechten worden opgebouwd op basis van de loopbaan, maar veel vrouwen hebben onvolledige loopbaanjaren. Ze onderbreken hun loopbaan veel meer dan mannen, bijvoorbeeld om de zorg voor de kinderen of de ouders op zich te nemen. Vrouwen zijn ook oververtegenwoordigd bij het aantal langdurig werklozen. Het is voor vrouwen dus niet evident een volledige loopbaan uit te bouwen.

Een gevolg van de beperkte mogelijkheid tot het opbouwen van pensioenrechten is dat vrouwen financieel afhankelijk worden van hun man en van zijn pensioenrechten. De hervorming van het pensioenstelsel (een niet-voltijdse loopbaan is nefast voor het pensioen van een vrouw) verscherpt dat probleem.

 

Vooral alleenstaande moeders maar ook gepensioneerde en werkloze vrouwen lopen een groot risico in de armoede te verzeilen. In 2011 bedroeg in Vlaanderen het armoederisico van alleenstaande ouders met minstens 1 afhankelijk kind 22,2%. Ze vormen een kwetsbare groep in onze samenleving.

Het stelsel van de kinderbijslagen is een sleutel tegen de kinderarmoede. De splitsing en overheveling ervan naar de deelstaten verzwakt het stelsel.

 

Vijf. Het recht op abortus en op anticonceptiemiddelen.

Het recht op abortus is vandaag verworven, maar het wordt weer in vraag gesteld door conservatieve krachten. Waakzaamheid is geboden, het gaat over het recht op zelfbeschikking van alle vrouwen.

In Wallonië zijn er acht abortuscentra, in Vlaanderen zes. Dat is te weinig. Vrouwen moeten dichter bij huis in een abortuscentrum terechtkunnen, zodat de voor- en nazorg (meer dan in een ziekenhuis) kan gewaarborgd worden.

De regering wil hier besparen terwijl de cijfers in steden als Antwerpen en Brussel juist vragen om extra middelen. Zo kiest in Brussel één op vijf vrouwen met zwangerschap voor abortus. Dat is dubbel zoveel als in Vlaanderen en Wallonië. Expertisecentra geven aan dat gebrek aan voorlichting hier een grote rol speelt. Veel vrouwen vinden hun weg niet naar (de prijzige) anticonceptiemiddelen. Vrouwen tot 21 krijgen op pillen een extra korting. Hierdoor zijn sommige pillen voor hen gratis. Maar voorbij die leeftijd komt het hoge prijskaartje terug.

 

Allochtone nieuwkomers en vrouwen zonder papieren vinden moeilijk hun weg naar de vrouwspecifieke gezondheidsscreening, voornamelijk bij de opvolging van de zwangerschap, maar ook voor abortus en anticonceptiva.

 

Zes. Er is heel veel geweld tegen vrouwen.

Dagelijks zijn vrouwen het slachtoffer van psychisch en/of fysisch geweld: binnen het gezin, in een vertrouwde omgeving of op straat. Ons land telt drie geregistreerde verkrachtingen per dag. Zo werden er jaarlijks meer dan duizend verkrachtingen geregistreerd in de periode 2009-2011.

Eén op drie vrouwen werd ooit gedwongen tot seksuele betrekkingen. Bijna zes vrouwen op tien werden ooit blootgesteld aan een vorm van ernstig seksueel geweld. Dat wees een onderzoek van Amnesty International (in 2013) uit.

De cijfers bieden een schrikbarend beeld van een maatschappij waarin seksueel geweld schering en inslag is. In veel gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Een kwart van de vrouwen werd ooit door een partner gedwongen tot seks en ook een kwart van de vrouwen werd ooit op een publieke plaats fysiek lastiggevallen. 7% van de vrouwen werd misbruikt als minderjarige.

 

Geweld tegen vrouwen is een uiting van ongelijke machtsverhoudingen, die door cultuur, religie, beleid, onderwijs, economie… in stand gehouden worden.

Vermits geweld tegen vrouwen nog veelal een taboe is, heerst vaak de wet van de stilte. Volgens de veiligheidsmonitor wordt 90% van de seksuele delicten niet aangegeven. Slachtoffers durven geen stappen ondernemen om het geweld te doen stoppen. De stap voor het slachtoffer om professionele hulp te zoeken is groot, vaak door de financiële afhankelijkheid van de partner (een vluchthuis, zelfs bij CAW’s, kost 25 euro per dag) of door het gebrek aan kennis van de hulpstructuren.

Slachtoffers worden dikwijls ook niet gehoord. Ze moeten in het opstarten van een rechtszaak veel drempels overwinnen, ze ervaren de rechtszaak niet als een weg naar verwerking maar naar onmacht. Onderzoek van The London Metropolitan University (2009) wees uit dat op 100 Belgische dossiers die werden onderzocht, slechts 4 resulteerden in een effectieve veroordeling.

 

Hulpverleners en gerechtelijke instanties krijgen ook te maken met eremoorden, zonder dat daar adequate hulp voor is. Dat geldt ook voor vrouwen die het slachtoffer zijn van genitale verminking. Er is vrijwel geen wetenschappelijk onderzoek en helemaal geen globaal beleidsplan met het oog op preventie voor deze problemen.

 

Geweld tegen vrouwen is een barrière in de verwezenlijking van gendergelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het zorgt ervoor dat vrouwen hun economische, sociale en politieke rechten niet kunnen opeisen. Het eist een zware tol, zowel individueel als maatschappelijk.

 

De visie van de PVDA+

De regeringsmaatregelen op het vlak van werkloosheid, pensioenen, flexibiliteit, statuten, lonen, de openbare dienstverlening enzovoort raken iedereen, maar vooral de vrouwen.

Omgekeerd zal de gemeenschappelijke strijd voor al de voorstellen die we op de vorige bladzijden van dit draaiboek hebben vernoemd, in het voordeel zijn van iedereen, maar toch vooral van de vrouwen. Maar dat gemeenschappelijk gevecht voor sociale rechtvaardigheid volstaat niet.

 

Al is de gelijkheid tussen mannen en vrouwen er wettelijk op vooruitgegaan, toch blijft er nog heel veel discriminatie. De combinatie gezin-werk wordt voor veel vrouwen steeds moeilijker. In de meeste gezinnen komt het leeuwendeel van de huishoudelijke taken nog altijd op de schouders van de vrouw terecht. Vrouwen hebben dikwijls nog een hele dagtaak klaarliggen als ze thuiskomen van hun werk.

België heeft nog een hele weg af te leggen, maar die weg wordt geblokkeerd door het beleid. Dat ligt niet wakker van het gebrek aan kinderopvang of van de precaire statuten waar vrouwen vaak in belanden.

In de combinatie arbeid-gezin zijn twee elementen te distilleren: we vinden dat iedereen recht heeft op vast, volwaardig, voltijds werk en dat werk en gezin combineerbaar moeten zijn.

We moeten maatregelen nemen zodat vrouwen niet langer het leeuwendeel van de huishoudelijke taken, de opvoedingstaken van de kinderen en de zorg voor de oude, zieke ouders moeten dragen. We denken hier aan extra opvangplaatsen voor kinderen in de publieke sector volgens het principe 1 kind = 1 plaats.

Veel gezinnen hebben huishoudelijke hulp nodig, vandaar het grote succes van de dienstencheques. In plaats van dat systeem in privéhanden te laten, met slechte statuten voor de werknemers tot gevolg, opteren we hier voor een publieke dienstverlening die zorgt voor betaalbare diensten en correcte statuten.

In plaats van te besparen in de zorgsector, moet er sterk worden in geïnvesteerd, zodat ouderen, zieken en gehandicapten de zorg krijgen die ze verdienen, en niet meer totaal ten laste van de familiale solidariteit vallen.

 

We pleiten voor het individualiseren van het recht op werkloosheid en dus willen we het statuut van samenwoners weg. Nu zien mensen hun rechten beperkt door het simpele feit dat ze samenwonen, al dan niet als partners: hun uitkeringen zijn veel kleiner en meer in de tijd beperkt. Nochtans hebben ze met hun sociale bijdragen volop meebetaald aan de werkloosheidsverzekering.

Vooral vrouwen zitten in die situatie (één werkloze vrouw op twee tegenover één werkloze man op drie). Het gaat hier over een onrechtvaardige regeling ten koste van de autonomie en de bestaanszekerheid van veel vrouwen.

 

We moeten werk maken van een genderneutraal pensioenstelsel. In eerste instantie streven we ernaar dat vrouwen volwaardige loopbanen kunnen uitbouwen. In tweede instantie verdedigen we het behoud van alle gelijkstellingen van voor 2011: de gelijkstelling voor de derde periode werkloosheid, voor het brugpensioen voor 60 jaar, en ook voor tijdskrediet en loopbaanonderbreking. En we pleiten voor de uitbreiding van sommige gelijkstellingen. Zo moet het aanvangspensioen naar omhoog door de gelijkgestelde periodes uit te breiden met bonusjaren voor bijvoorbeeld nachtarbeid.

 

Bij echtscheiding worden vooral vrouwen financieel getroffen. Veel gescheiden vrouwen (één op acht van de gescheiden vrouwen) trekken geen alimentatie van hun ex. Om te voorkomen dat ze in armoede belanden, krijgen 7.500 van hen (en hun kinderen) met een laag inkomen daarom een voorschot van de overheid. Een dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) werd daarvoor in 2002 opgericht, maar door een gebrek aan middelen kan deze dienst niet aan alle vragen en noden beantwoorden. Het HIVA (KU Leuven) berekende (in 2012) dat 12.000 gezinnen geen of te weinig alimentatie krijgen.

Op deze DAVO-dienst zou iedereen, kinderen en ex-echtgenoten, een beroep moeten kunnen doen die recht heeft op onderhoudsgeld. De DAVO-dienst moet ook helemaal gratis worden voor alle rechthebbenden op een alimentatie. Het gaat hier niet alleen om een maatregel tegen armoede van vrouwen en kinderen, maar ook om een middel om een recht af te dwingen dat door een rechtelijke beslissing is toegekend.

 

Of je dat nu wil of niet, overal in de wereld zijn er abortussen. In 2011 opteerden in België 19.500 vrouwen voor abortus. Daar zijn allerlei redenen voor en die gelden al eeuwenlang, los van de socio-economische, religieuze of culturele context van de vrouw die deze keuze maakt.

Die redenen zijn divers: een moeilijke situatie, zwangerschap als gevolg van een verkrachting, medische problemen die vrouw of kind in gevaar brengen…

Als abortus illegaal is, zoeken vrouwen hun heil in clandestiene praktijken. Vaak bij charlatans of zwendelaars die nog met breinaalden werken of met gevaarlijke producten. Daarom verdedigen we dat abortus toegankelijk zou zijn voor ieder, net zoals het recht op contraceptieve middelen.

Elke vrouw moet baas zijn over eigen lichaam.

 

Om geweld tegen vrouwen een halt toe te roepen is bescherming en preventie nodig. Maar we moeten ook de machtsongelijkheid in onze samenleving rechttrekken, en dat op alle niveaus. Dat houdt in dat we seksisme bestrijden, zowel in de publieke sfeer, als op de werkvloer, in de media enzovoort.

Er moet gelijkheid komen in de lonen, maar ook in de politieke en bestuurlijke representativiteit van de vrouwen. Voor de bescherming van vrouwen moet er een sterk juridisch kader zijn. Er is ook veel meer onderzoek nodig over geweld tegen vrouwen.

 

We streven naar een echt gelijke maatschappij voor mannen in vrouwen. Op de weg naar gendergelijkheid ijveren we voor dringende hervormingen op het vlak van onderwijs, arbeidsrecht, justitie en gezondheidzorg.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Gelijke lonen en arbeidsomstandigheden. Voor het recht op volwaardige, stabiele en voltijdse tewerkstelling voor iedereen. Tegen de toenemende flexibiliteit en de flexi-jobs en mini-jobs. We willen een strikte controle op de uitvoering van cao 25 over Gelijke Beloning. De meting van de loonkloof moet jaarlijks herhaald worden en ze moet het uitgangspunt vormen van een beleid dat de oorzaken van de loonkloof wegwerkt. We ijveren voor positieve actieplannen en een genderneutrale functieclassificatie.

 

2. We ijveren voor de individualisering van het recht op werkloosheidsuitkeringen. We willen het statuut van samenwonende hier weg.

 

3. Naar een genderneutraal pensioenstelsel. Behoud van alle bestaande gelijkstellingen. Geen vermindering van de gelijkstellingen voor de derde periode werkloosheid en voor het brugpensioen voor 60 jaar. Geen beperking van de gelijkstelling tot 1 jaar voor tijdskrediet en loopbaanonderbreking. Het aanvangspensioen moet naar omhoog door de gelijkgestelde periodes uit te breiden met bonusjaren voor zware (nacht-)arbeid.

 

4. We willen extra opvangplaatsen in de publieke sector voor kinderen, volgens het principe 1 kind = 1 plaats. Uitbreiding van het recht op ouderschapsverlof voor mannen en vrouwen en wel tot 1 jaar, met een exclusief verplicht gereserveerd deel van 30 dagen voor mannen om zo de verdeling van de gezinstaken te bevorderen van bij de geboorte.

Een kind = een kind. We willen de splitsing van het kinderbijslagstelsel terugdraaien en de kinderbijslagen revaloriseren.

 

5. De dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) moet ten dienste staan van alle rechthebbenden op onderhoudsgeld, zonder plafond wat het inkomen betreft.

 

6. Recht op voorbehoedsmiddelen en op abortus.

– Vrouwen moeten toegang hebben tot betaalbare anticonceptiva. Dat kan door de toepassing van het kiwimodel.

– We ijveren voor de uitbreiding van het aantal abortuscentra en voor het meer betrekken van de eerste lijn.

– We willen de abortuswetgeving bijsturen op het vlak van de wettelijke tijdslimiet (16 à 18 weken i.p.v. 12 à 14 weken).

– Doorverwijsplicht van artsen en ziekenhuizen indien zij de abortus niet wensen uit te voeren. Net als een doorverwijzing naar andere ondersteunende diensten.

– We willen informatie- en sensibiliseringscampagnes over abortus, anticonceptie en prenatale zorg, gericht op doelgroepen die moeilijk hun weg vinden naar de reguliere zorg.

– Abortus en prenatale zorg moeten worden gezien als “dringende medische hulp”. Ze zijn een recht, ook voor de vrouwen zonder papieren. Dat recht mag niet gekoppeld worden aan een eventuele terugkeer.

 

7. Een laagdrempelige hulpverlening bij geweld tegen vrouwen is onmisbaar.

– We willen meer ondersteuning en versterking van de bestaande structuren en initiatieven: sociale huizen, vluchthuizen, Centra voor Algemeen Welzijnswerk, teleonthaaldiensten.

– We willen de betaalbaarheid van plaatsen in vluchthuizen voor vrouwen verbeteren.

– Extra opleiding voor politie en advocaten is nodig, gecombineerd met een sterkere samenwerking met de hulpverlening om van het juridische proces geen lijdensweg te maken voor vrouwen. Ondervragingstechnieken moeten vrouwvriendelijker worden omdat ze de sleutel zijn naar goede informatie voor het bestraffen van de dader.

– Het opzetten van traumacentra is hier een eerste stap. Een multidisciplinair traumacentrum voor de opvang en begeleiding van slachtoffers van seksueel geweld in elk van de centrumsteden biedt eerste hulp aan het slachtoffer en verenigt alle vormen van bijstand onder één dak. Het coördineert de ondersteuning en vorming voor het reguliere hulpverleningsnet buiten de centrumsteden.

– Vrouwen en meisjes at risk (eremoorden, genitale verminking…) moeten meer informatie krijgen, er moet subsidiëring komen voor deskundigheidsbevordering en training voor alle betrokken verenigingen.

– Opzetten van preventie vanuit het mannelijke perspectief is noodzakelijk. Te beginnen in het onderwijs en ook in de rest van de samenleving is het nodig mannen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden om geweld tegen vrouwen te bannen.

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014