#GoLeft1: Armoede is geen tegenslag, maar een aanslag

Uit de verkiezingsenquête van de PVDA

Armoede is de grootste zorg van de Belgen. 43% van de ondervraagden kruiste dat thema aan in de top-drie van wat we eerst moeten aanpakken. Armoede staat afgetekend op nummer één van wat prioritair is, in alle gewesten van het land, voor alle leeftijdsgroepen en voor alle opleidingsniveaus, ongeacht de beroepssituatie. Het thema piekt vooral bij werklozen, gepensioneerden en invaliden en dat is niet verwonderlijk: zij ondervinden armoede aan den lijve of worden er direct door bedreigd.

 

Vaststellingen

Eén. Het gevaar in armoede te belanden groeit. Een Belg op zeven is arm. Een Belg op vijf riskeert armoede of sociale uitsluiting. Over een periode van vier jaar raakte bijna 30% van de Belgen al eens in armoede, als gevolg van ontslag, ziekte, scheiding enzovoort. De groepen met het grootste armoederisico zijn: alleenstaande ouders, mensen zonder eigen woning, alleenstaande 65-plussers en kinderen in kansarme gezinnen.

Armoedebestrijding, ieder heeft er de mond van vol. Het werd plechtig tot een topprioriteit uitgeroepen, zowel door de Vlaamse als de federale regering. Alleen “lijken ze een strijd tegen armoede te verwarren met een strijd die uiteindelijk een strijd tegen mensen in armoede zelf is”, zo schrijft de coördinator van het Netwerk tegen Armoede. De samenleving verhardt terwijl hart toch boven hard zou moeten staan.

 

De sociale minima, de sociale uitkeringen en de minimumlonen hebben de laatste decennia een “welvaartserosie” gekend: de overheid laat hun evolutie achterlopen op de evolutie van het netto nationale inkomen. Voor de minimum invaliditeitsuitkeringen gaat het om een verlies van 4% (sinds 1995), de minimum werkloosheidsuitkeringen gingen 14% achteruit en het leefloon 7%. De kinderbijslag ging zelfs tussen 14 en 31% achteruit.

 

Twee. De kinderarmoede stijgt fors. Staatssecretaris Maggie De Block en Vlaams minister Ingrid Lieten hadden beloofd vooral op kinderarmoede in te zetten, maar ze neemt significant toe. In Vlaanderen wordt één kind op tien geboren in een kansarm gezin. Dat aantal steeg, tussen 2001 en 2012, van 6 naar 10,5%. Vier op tien eenoudergezinnen leven in armoede.

 

Drie. Een gepensioneerde op vijf heeft een inkomen onder de armoedegrens. De regering-Di Rupo heeft het minimumpensioen heel lichtjes opgetrokken, maar tegelijk haalde ze veel pensioenen naar beneden. Ze halveerde de pensioenbonus voor wie werkt tot 65 jaar en beknibbelde op het pensioen van wie vervroegd op pensioen gaat en van wie periodes van ziekte of werkloosheid heeft in zijn loopbaan.

Van de Vlaamse ouderen in armoede leeft 40% in ­sociaal isolement en eenzaamheid. 29% van alle 65-plussers geeft aan zich regelmatig eenzaam te voelen. Eenzaamheid is een kwaal van onze tijd.

 

Vier. Vier op de tien gehandicapten met een tegemoetkoming leven onder de armoedegrens.  Als de extra kosten zoals speciaal vervoer en medische kosten in rekening worden gebracht, leven zelfs bijna acht gehandicapten op tien in armoede. Een derde van de gezinnen met een gehandicapte stelt medische uitgaven uit om financiële redenen.

De gehandicaptenzorg in Vlaanderen heeft een wachtlijst van 26.000 mensen.

 

Vijf. Ziek zijn maakt arm. Mensen met kanker verzeilen dikwijls in een schrijnende situatie. Een kwart van de kankerpatiënten die een beroep doen op het Kankerfonds, betaalt, ondanks recente maatregelen, meer dan 2.800 euro medische kosten per jaar uit eigen portemonnee. Dat geld gaat vooral naar supplementen op materiaal, naar remgeld op geneesmiddelen en naar honoraria. De helft van deze groep kankerpatiënten heeft een inkomen onder de armoedegrens.

 

Een op de acht Belgische gezinnen kampt volgens een studie van de Christelijke Mutualiteiten met financiële problemen als gevolg van een chronische ziekte. Dat kan variëren van astma of artrose tot diabetes of hoge bloeddruk. Gezinnen waar zich chronische gezondheidsproblemen stellen, betalen voor hun gezondheidszorg maandelijks gemiddeld 140 tot 200 euro. Ruim de helft van de gezinnen met een langdurig zieke én financiële problemen zegt af te zien van noodzakelijke verzorging.

 

Zes. Er is een explosieve stijging van het aantal mensen met probleemschulden. Eind 2010 stonden in Vlaanderen 144.504 personen met afbetalingsmoeilijkheden geregistreerd bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank. Dat jaar registreerde het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling 65.606 dossiers schuldhulpverlening bij de OCMW’s en CAW’s. Dat is een verdubbeling sinds 2007.

Omdat het voor de erkende instellingen voor schuldbemiddeling financieel niet mogelijk is om het hulpverleningsaanbod uit te breiden, wordt de sector geconfronteerd met dossieroverlast en blijven mensen in de kou staan. Volgens het Vlaams Centrum Schuldenlast worden het vaakst schulden gemaakt voor energie en nutsvoorzieningen (49%), gezondheid (36%), afbetaling van leningen (31%) en huur (25%).
Schuldsituaties kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn van armoede. Schulden kunnen de fysieke en mentale gezondheid ondergraven en nefast zijn voor de sociale relaties van mensen. Ze kunnen ook een barrière vormen voor tewerkstelling.

 

Zeven. Energiearmoede is een stille epidemie. Na tien jaar liberalisering is de elektriciteit 40% duurder geworden en gas 65%. Hoe lager het inkomen, hoe zwaarder de elektriciteits- en gasfactuur doorweegt in het gezinsbudget. De naakte cijfers doen duizelen. 11,5 procent van alle gezinnen kreeg in 2010 minstens één aangetekende ingebrekestelling in de bus. Terwijl Electrabel elk jaar 1,3 miljard euro woekerwinsten maakt in lang afgeschreven kerncentrales, overleven 100.000 gezinnen in België met een budgetmeter voor elektriciteit en gas. Zo’n budgetmeter werkt met voorafbetaling: je moet eerst je kaart opladen om energie te kunnen gebruiken. Commerciële leveranciers hebben zelfs al 80.000 gezinnen die hun factuur niet konden betalen, “gedropt”. Ze trekken dan harteloos de stekker uit.

Hoezo energiearmoede? De vrije markt zou toch “de levering van elektriciteit verzekeren voor alle klanten en de ouderen en kansarmen beschermen”? Was het maar waar. Kwetsbare mensen zijn al te dikwijls een vogel voor de kat in de jungle van de vrije energiemarkt. Informatie op maat is moeilijk te vinden. Agressieve, misleidende verkoopstechnieken maken veel slachtoffers. Dure energiecontracten matchen niet met lage inkomens en uitkeringen. En zelfs het sociaal tarief wordt duurder. In januari 2010 was dat 13,5 cent per kWh, in januari 2013 al 18,5 cent.

 

Acht. Voor veel huurders is de privéhuurmarkt te duur. Zij staan in de rij voor sociale huisvesting. 26,8% van de Vlaamse gezinnen huurt een woning en toch telt Vlaanderen maar 147.000 sociale woningen. Dat is amper 5,5% van de woningen. In Brussel is dat 7,8%. Maar in Nederland 32%.

Sociale woningen zijn van groot belang in de strijd tegen armoede: bij sociale huurders daalt het armoede­risico van 41,8% naar 29,9%.

 

107.308 kandidaat-huurders stonden eind 2012 op de Vlaamse wachtlijst voor een sociale huurwoning, met een gemiddelde wachttijd van 970 dagen. In Brussel staan 41.000 kandidaat-gezinnen op de wachtlijst.

 

Een lekkend dak, vochtproblemen, rotte raamkozijnen, geen bad of douche, geen toilet binnenshuis, een te donkere woning: 30% van alle Belgische woningen en 53% van de woningen van gezinnen met een inkomen onder de armoedegrens vertoont minstens één van deze gebreken. Ongezonde woonomstandigheden hebben ook gevolgen voor het welzijn en de schoolprestaties van de kinderen.

 

Oorzaken

Een. De regering-Di Rupo is haar belofte om van de strijd tegen de armoede een prioriteit te maken, niet nagekomen. “De strijd tegen armoede en sociale uitsluiting is een prioriteit van de regering,” lazen we in de regeringsverklaring. Er kwam zelfs een speciale staatssecretaris voor armoedebestrijding: Maggie De Block. Ze zei: “Tegen het eind van het decennium moeten er 380.000 minder mensen in armoede zijn. We leggen bijzondere nadruk op de bestrijding van kinderarmoede.” Maar er kwamen meer dan 100.000 armen bij.

Door twee maatregelen van de regering tegen de werklozen zal dat aantal nog fors oplopen.

– De regering besliste de werkloosheidsuitkeringen na verloop van tijd af te bouwen tot onder de armoedegrens. Werklozen zullen na een bepaalde periode (van maximum vier jaar) alleen nog een minimumuitkering krijgen: 953 euro per maand voor alleenstaanden, dat is ver onder de armoedegrens. Voor gezinshoofden zal de uitkering in fases met 12% dalen. Voor alleenstaanden met 17,5% en voor samenwonenden met 40%.

– Vandaag krijgen werkloze jongeren na een wachttijd van twaalf maanden een inschakelingsuitkering van gemiddeld 500 euro per maand, de vroegere “wachtuitkering”. De federale regering besliste deze uitkering na drie jaar te schrappen voor mensen die geen of onvoldoende werkervaring voorleggen. De maatregel nam een aanvang begin 2012 en zal dus begin 2015 een weerslag krijgen: 50.000 jonge werkzoekenden dreigen daarmee begin 2015 uitgesloten te worden van hun recht op uitkering, zo berekende het ABVV. Deze jongeren zijn dan op het OCMW aangewezen. Niet omdat ze geen werk zoeken, maar omdat ze geen werk vinden. Het gaat wel degelijk om jongeren die hun werkwilligheid al bewezen hebben, want anders krijgen ze sowieso geen inschakelingsuitkering. Het probleem stelt zich vooral bij de werkzoekenden die niet minstens 12 maanden voltijds gewerkt hebben op 18 maanden; of 18 maanden op 27, afhankelijk van de leeftijd. Het gaat dus om wie verschillende kleine interimperiodes opstapelt en dan opnieuw in de inschakelingsuitkering terechtkomt, en om deeltijdsen.

Door deze twee maatregelen riskeren meer dan 100.000 mensen terecht te komen onder de armoedegrens.

 

Twee. Mini-jobs: het Duitse model van werkende armen wint ook bij ons veld. In Duitsland, het land van de mini-jobs, leeft 7,7% van de mensen met een baan in armoede. Daar kwam de hoofdeconoom van Deutsche Bank doodgemoedereerd vertellen dat veel Duitsers zich moeten voorbereiden op een toekomst met een loon dat onvoldoende zal zijn om van te leven. Dat zijn de “werkende armen”. In ons land bedraagt hun aantal 4,2% van al wie werkt. Maar opgepast: bij deeltijds werkenden is dat al 7% en bij uitzendkrachten 10%. En onze regering? Die zet nu net in op de bevordering van het interimwerk en deeltijdwerk.

Het aantal mensen dat werkt en tegelijk een leefloon van het OCMW nodig heeft om rond te komen, is de afgelopen tien jaar verdubbeld.

 

Drie. De reële koopkracht daalt, vooral voor de zwaksten. Terwijl de miljonairs fors rijker worden is de gemiddelde koopkracht per hoofd van de bevolking sinds 2009 gedaald met 5%. Een enquête in 2013 van Test-Aankoop wijst uit dat 40% van de Belgische huishoudens er financieel (veel) slechter voor staat dan een jaar tevoren. 20% zegt dat het gezinsinkomen vaak al is uitgegeven voor het einde van de maand. Zij schrappen dan vakantie, kinderopvang en zelfs noodzakelijke medische hulp wegens onhaalbaar duur.

Armoede en de daling van de koopkracht zijn de grootste kopzorgen van de consumenten, blijkt uit een studie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO).

Natuurlijk is alles veel duurder geworden, ook in de Aldi. En niet alleen de dagelijkse boodschappen. We kennen het grijsgedraaide liberale plaatje over de markt: “De overheid moet geen prijzenpolitek voeren. Ze moet zorgen voor juiste marktwerking, met concurrentie die de prijzen scherp houdt.” Maar die hooggeprezen marktwerking heeft gezorgd voor private monopolies die de klant woekerprijzen aanrekenen, zonder dat de overheid daarop enige controle heeft.

 

Vier. Mensen met een leefloon worden opgejaagd wild. In 2013 hingen 108.300 mensen af van een OCMW-uitkering, dat waren er 17% meer dan in 2008. De meeste van deze mensen krijgen een leefloon, het vroegere “bestaansminimum”. Dat bedraagt voor een alleenstaande 817 euro en voor een samenwonende 544 euro, ver onder de armoedegrens. De term “leefloon” is dan ook een ongelukkig gekozen naam, ze insinueert ten onrechte dat je daarmee zou kunnen leven.

De stijging van het aantal leefloners is het grootst bij jongeren onder 25 jaar. Die vormen al een derde van de leefloners en dat aantal zal nog toenemen door de afbouw van de inschakelingsuitkering.

 

De daling van de OCMW-middelen leidt her en der tot een wilde jacht op steuntrekkers. Zo wil in Antwerpen de OCMW-voorzitster Liesbeth Homans leefloners verplicht onbetaalde arbeid laten uitvoeren. Wie weigert, verliest zijn leefloon.

Het komt hierop neer: schrap in het personeelsbestand van de groendienst, poetsdienst, afvaldienst, keuken... en zet er leefloners op. Goedkoop, en het werk blijft gedaan. De ene ziet zijn job verdwijnen, de andere krijgt werk maar krijgt geen loon, bouwt geen rechten op voor een werkloosheidsuitkering of een pensioen, wordt niet beschermd. De leefloner blijft vastzitten in het leefloon.

 

Vijf. De sociale nood stijgt, maar de overheid dringt besparingen op aan steden en gemeenten. Almaar meer mensen kloppen aan bij armoedeverenigingen, ook tweeverdieners die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, ook mensen uit de middenklasse. 20% meer mensen zoekt steun bij verenigingen waar armen het woord nemen. Tegelijk is er een proces van afbouw en besparingen gaande bij de OCMW’s en de sociale diensten.

Intussen gaan ook gemeentetaksen, bijvoorbeeld op water of afvalverwerking, die verhoudingsgewijs vooral armen treffen, naar omhoog.

Het Netwerk tegen Armoede klaagt aan dat veel gemeenten sinds de bankencrisis geen geld meer hebben om hun sociale opdrachten te vervullen. Ouderen kunnen niet meer terecht in het OCMW-bejaardentehuis, jonge ouders moeten op zoek naar veel te dure commerciële kinderopvang, schoolzwemmen en bosklassen worden afgeschaft, sociale dienstencentra afgebouwd. Voorzieningen waarop vooral gezinnen in armoede een beroep doen, sluiten en het personeel ervan wordt op straat gezet. Openbare dienstverlening wordt duurder of geprivatiseerd.

Dat de federale overheid het leefloon maar in beperkte mate terugbetaalt aan de OCMW’s is onbillijk en ondergraaft de solidariteit. De arme gemeenten met veel leefloners, betalen veel meer dan de gemeenten met een welvarende bevolking, ook voor de begeleiding van deze leefloners.

 

De visie van de PVDA+

Armoede is een realiteit voor almaar meer mensen. Het is heus niet alleen een zaak van daklozen of van rozenverkopers in restaurants. Ze treft vandaag anderhalf miljoen Belgen en hun aantal neemt toe. Je moet al twee inkomens hebben om als gezin het hoofd boven water te kunnen houden. En iedereen kan getroffen worden door werkloosheid of ziekte. Verzet tegen armoede is hoognodig in een wereld die helemaal de pedalen kwijtraakt.

 

De kloof tussen arm en rijk is nog nooit zo groot geweest. Wat wil dat eigenlijk zeggen: de kloof tussen arm en rijk? Dat wil zeggen dat een aantal mensen slachtoffer zijn van de crisis, en dat een aantal mensen profiteren van de crisis. De slachtoffers zijn met heel veel, en de winnaars zijn met heel weinig. Maar er is een verband tussen de twee. De Franse schrijver Victor Hugo schreef twee eeuwen geleden al: “Met de hel van de armen is het paradijs voor de rijken gemaakt.” Maar die eenvoudige vaststelling, de rijkdom van de ene is de armoede van de andere, is vandaag een van de grootste taboes in onze samenleving.

 

Bij haar aantreden kondigde de regering aan dat de strijd tegen armoede haar prioriteit was. Ze verklaarde: “Arbeid is in algemene zin de beste remedie om armoede te bestrijden.” Maar in plaats van werk te creëren, heeft ze banen vernietigd daar waar ze zelf rechtstreeks verantwoordelijkheid droeg: de openbare diensten.
De regering-Di Rupo wierp de schuld op de mensen aan de onderkant. Tegen werklozen zei ze dat ze niet actief genoeg hadden gezocht, als ze geen werk vonden. Van zieken eiste ze dat ze “zich verantwoordelijk moeten voelen”, van ouderen dat ze langer moeten werken. De regering voerde een agressief beleid van strenge activering. Dat leidt heel dikwijls tot het aanvaarden van mini-jobs en instabiel werk, en tot uitsluiting.

De regering heeft de sociale zekerheid verder afgebouwd. Sociaal verzekerd zijn gleed verder af richting sociale bijstand, en de sociale bijstand gleed af richting “activering van de armen”, wat neerkomt op een jacht op armen. Daarmee verhoogde de regering de druk op de arbeidsmarkt en op de lonen. Resultaat: in plaats van mensen uit de vreselijke armoedestatistieken te halen, duwde ze er veel mensen in. Ze produceerde nieuwe armen.

 

De armoede aanpakken betekent dat we keuzes moeten maken. Daar gaat het over. We willen dat alle uitkeringen en inkomens die onder de armoedegrens liggen, boven de grens van menswaardigheid worden getrokken. Het kan niet zijn dat gepensioneerden, werklozen, gehandicapten of leefloners in een beschaafd land als België onder de armoedegrens moeten leven.

 

Alle inkomens en uitkeringen boven de armoedegrens tillen kost ongeveer 1,5 miljard euro. Dat is veel geld. Maar iedereen, erkent dat het een schande is dat dit maar niet gebeurt. De regering? Die heeft deze doelstelling gewoon in de ijskast gestopt. De notionele interesten kosten ons land jaarlijks bruto 6,2 miljard. Dat is nog meer geld. Vier keer zoveel. En ze hebben niks bijgedragen aan de welvaart en de werkgelegenheid, maar des te meer aan de dividenden van de grote aandeelhouders en de bonussen van de grote ceo’s. Je mag alles zeggen, maar zeg niet dat het niet mogelijk is alle uitkeringen boven de grens van de menswaardigheid te tillen. Dit gaat om keuzes. Fundamentele keuzes over de toekomst van onze maatschappij. Het wordt hoog tijd dat armoede aanpakken belangrijker wordt dan een fiscale cadeaupolitiek voor de allerrijksten.

Hoe de armoede structureel en duurzaam bekampen? Daarover staan heel wat voorstellen en actiepunten in ons programma. Want armoede is niet zomaar een los thema. Ze komt telkens opnieuw aan bod: bij het thema van de crisis, de werkgelegenheid, de koopkracht, de gezondheidszorg, het onderwijs, de justitie, het milieu…

De eisen in ons verzet tegen armoede komen dan ook niet alleen de armen ten goede. Ze zijn eerder algemeen dan selectief. Ze slaan een brug tussen de armoedebeweging en de vakbondsbeweging.

 

Zo moet er, om armoede te bekampen, een andere verdeling van de rijkdom en welvaart komen.
We moeten ook het gevecht voor werk winnen. Op de vraag: “Hoe armoede voorkomen?” kruist 43% het vakje aan: “Geen jacht op de werklozen, maar op de werkloosheid”. Het omgekeerde van wat de regering doet. Degelijk werk als een zaak van verzet tegen armoede en sociale uitsluiting. Dat echte, vaste werk met een fatsoenlijk inkomen, stellen we voor in ons luik werkgelegenheid.

Of nog: we willen de koopkracht beschermen, van de werknemers, maar ook van de mensen met een uitkering. We willen voor hen allemaal de prijzen onder controle houden.

De brug tussen de armoedebeweging en de syndicale beweging is er ook in het gevecht voor het behoud van de sociale zekerheid. Zonder die sociale zekerheid zou 42% van de Belgen in armoede leven. Ongelijkheid bestrijden is een cruciale rol van de sociale zekerheid en we willen dat dit zo blijft. Onder andere daarom is 80% van de Belgen tegen de vermarkting van de sociale zekerheid.

 

In dit hoofdstuk geven we twaalf voorstellen met de dringendste maatregelen tegen de armoede.

 

De voorstellen van de PVDA+

1. Alle vervangingsinkomens optrekken tot de Europese armoedegrens. We ondersteunen deze hoofdeis van het Netwerk tegen Armoede. Het Rekenhof berekende enkele jaren geleden dat deze maatregel 1,2 miljard euro kost (nu 1,5 miljard). Daar staan de 6,2 miljard euro van de notionele interestaftrek en de 6 miljard euro voor de aankoop van de gevechtsvliegtuigen van Pieter De Crem tegenover.

De wet waarborgt het recht op een leefloon. Dat leefloon moet mensen toelaten zich maatschappelijk (opnieuw) te integreren. Het dient minstens op de Europese armoedegrens te liggen (1000 euro per persoon) en mag niet afhankelijk gemaakt worden van louter economisch activeren. Wij pleiten ervoor dat de federale overheid het leefloon voor 100% betaalt.

 

2. Geen jacht op de werklozen, maar op de werkloosheid.

– De regeringsmaatregelen van uitsluiting en degressiviteit bij de werkloosheidsuitkeringen moeten weg.

– In plaats van de agressieve, sanctionerende activering willen we een praktijk van emanciperende activering. Stop de activeringsprogramma’s en vervang ze door programma’s voor begeleiding waarin respect getoond wordt voor de werklozen en voor hun streefdoelen en problemen.

– Er moeten meer opleidingen komen, betaald door de overheid en de bedrijven.

– We willen de regionale tewerkstellingsdiensten VDAB, Forem en Actiris tot één enkele federale instelling fusioneren, die werk aanbiedt in heel het land, aan werkzoekenden uit alle Gewesten.

– De privatisering van het plaatsingsbeleid, van VDAB en Actiris naar interimkantoren, is nefast. Deze kantoren houden zich alleen met de gemakkelijkst plaatsbare werklozen bezig. Opleiding komt bij deze commerciële begeleiders niet meer aan bod.

 

3. Meer middelen voor de sociale taken van de lokale overheden.

Stop de privatiseringen van openbare dienstverlening.

Stop ook de verhoging van de gemeentelijke taksen.

 

4. Maak alle sociale uitkeringen welvaartsvast.

 

5. Versterk de eerste pensioenpijler. Naast kinderarmoede in eenoudergezinnen komt armoede het meest voor bij bejaarden, wegens de veel te lage pensioenen. We willen de verhoging van de laagste pensioenen.

 

6. Er zijn 200.000 nieuwe sociale woningen nodig in België om de wachtlijsten weg te werken. We willen maximum huurprijzen, afhankelijk van de toestand en het comfort van de woning, bepaald door een onafhankelijke geaccrediteerde instantie.

We ijveren ook voor een marshallplan voor isolatie en renovatie van verwaarloosde woningen.

 

7. 24% van de ondervraagden vraagt een “verlaging van de kostprijs van ziekenhuizen en geneesmiddelen”. Dat is mogelijk met de invoering van het kiwimodel voor geneesmiddelen. Zo kunnen we noodzakelijke medicijnen en pijnstillers gratis maken.

We willen ook de ondersteuning door de overheid van laagdrempelige en multidisciplinaire eerstelijnsgezondheidscentra, naar het model van de wijkgezondheidscentra en de groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk. Deze centra bewijzen hun nut in het aanbieden van gezondheidszorg aan kwetsbare groepen in de samenleving.

 

8. Automatische toekenning van het RVV-statuut (Rechthebbende op de Verhoogde Verzekeringstegemoetkoming) aan wie er recht op heeft.

De begunstigden van dit statuut (vroeger ook wel Omnio-statuut genoemd) hebben naast het recht op een tegemoetkoming voor medische zorgen ook recht op huursubsidies, openbaar vervoer (50% korting), volwassenenonderwijs, reisbijstand (lagere franchise), sociaal telefoontarief... Maar er is/was een grote kloof tussen het aantal geschatte begunstigden en de personen die effectief van het statuut gebruikmaken.

 

9. We ijveren voor het behoud van de pro-Deoregeling juridische bijstand, we verzetten ons tegen de vanaf 2014 opgelegde btw-plicht van 21% voor de advocatuur.

 

10. Het leerplichtige onderwijs moet echt gratis zijn. Ook de indirecte kosten dienen volledig gesubsidieerd te worden. Er moet een automatische toekenning komen van de studietoelagen.

We willen ook een onderwijs dat de ongelijkheid bestrijdt. Een gemeenschappelijke stam tot zestien jaar is daar een goed middel voor.

 

11. Verbod op het afsluiten van elektriciteit, gas en water.

We ijveren voor de verankering in de grondwet van het recht op nutsvoorzieningen als elektriciteit, water en gas.

We pleiten voor de afschaffing van de budgetmeters voor aardgas, en voor de uitbreiding van het sociaal tarief.

 

12. De koopkracht beschermen en herstellen.

– Een fatsoenlijk inkomen grijpt in op alle dimensies die tot armoede leiden. Verhoog de minimumlonen. Geen mini-jobs.

– “De index vrijwaren: lonen en uitkeringen moeten mee stijgen met de reële stijging van de levensduurte”, eist 52% van de ondervraagden in de verkiezingsenquête. Maar ook 36% vraagt: “Maximumprijzen invoeren voor basisproducten zoals wonen, voeding en energie.”

– 200.000 Belgen vroegen via een petitie van de PVDA+ energie goedkoper te maken door de invoering van 6% btw voor elektriciteit en voor gas, op kosten van de energiesector. Dat is veel meer dan alleen op elektriciteit en alleen tot 2015, zoals de regering heeft beslist. Voor een gemiddeld gezin kan deze maatregel tot 280 euro per jaar opleveren.

 

Terug naar de inleiding en inhoudstafel

Meer weten

Uitgebreid programma 2014

Programma Europa 2014

Programma Vlaanderen 2014

Programma Brussel 2014