Op 17 december namen meer dan duizend mensen deel aan de nationale vergadering van Potere al Popolo in Rome. (Foto Potere al Popolo)

Verkiezingen in Italië: schandelijk rechts vs. sprankeltje hoop links

auteur: 

Marc Botenga

Een neonazistische aanslag, corruptie, maffia … Italië trekt op de achtergrond van een ongekende crisis naar de stembus voor de parlementsverkiezingen op 4 maart. Terwijl de sociaaldemocratie haar ultraliberale bocht verwerkt, recycleert rechts Berlusconi en geeft het de schuld aan de vreemdelingen. Ter linkerzijde tracht een nieuwe speler de zaken op een rijtje te zetten: het zijn de traditionele partijen en niet de migranten die verantwoordelijk zijn voor de werkloosheid en de armoede.

Een aanslag, verschrikkelijk rechts

Vlak voordat hij zich overgaf na twee uur terreur zaaien, bracht hij nog de fascistische groet. Bij hem thuis lag er een exemplaar van Mein Kampf. Twee uur lang schoot de Italiaanse neonazi Luca Traini in de stad Macerata op zoveel mogelijk vreemdelingen. De reacties van de rechtse politici slaan met verstomming. Oud-premier Berlusconi, veroordeeld voor belastingontwijking, stelt 95% van de vreemdelingen in Italië te willen deporteren. Dat zijn er 600.000 op de 630.000.

Zijn bondgenoot Matteo Salvini, van het extreemrechtse Lega Nord, lijkt van zijn kant de aanslag ook zo goed als te rechtvaardigen. Natuurlijk is geweld niet goed, zo zegt hij, maar het is “evident” dat “de invasie” leidt tot “sociale confrontaties”. Een andere bondgenote van Berlusconi, ex-minister Giorgia Meloni, ontkent zelfs de racistische dimensie van de aanslag. Met de steun van een van de dochters van de fascistische dictator Mussolini voert Meloni campagne onder het motto “De Italianen eerst”.

Meer openlijke fascistische krachten, zoals Forza Nuova, beloven de juridische kosten van de terrorist te helpen betalen. De reactie van de Democratische Partij (PD), sociaaldemocraten, laat te wensen over. Hun leider en ex-premier Matteo Renzi roept op tot kalmte. Ondertussen tracht de sociaaldemocratische burgemeester van Macerata de toelating voor een antifascistische betoging in te trekken, ongetwijfeld onder zware druk van zijn partij.

Hoe is het zover kunnen komen? De crisis treft Italië, de derde grootste economie van de eurozone, met volle kracht. Een duizelingwekkende val van het bruto binnenlands product (bbp). Een crisis die de opeenvolgende regeringen, van centrumlinks en van rechts, hebben doen betalen door de werkende bevolking. Het rechts van Berlusconi en de sociaaldemocraten van de PD hebben elk op hun manier het Europese beleid van ongebreidelde privatiseringen doorgevoerd, vernietiging van sociale rechten en flexibilisering van de arbeidsmarkt. De resultaten zijn ernaar. Miljoenen Italianen leven in armoede. De werkloosheid onder de jongeren draait rond de 35%. Meer dan 50.000 mensen zijn dakloos. Afvalbeheer en openbaar vervoer werken slecht. Te weinig personeel en te weinig middelen in de ziekenhuizen. In 2017 vond de overheid evenwel 5,5 miljard om de bank Monte dei Paschi te redden. Het gebrek aan solidariteit binnen de Europese Unie over het probleem van de vluchtelingen wordt aangevoeld als een belediging.

Een diepe politieke crisis

Niet te verwonderen dat de Italianen elke keer als ze daartoe de gelegenheid hadden, de leidende klasse hiervoor hebben afgestraft. De politiek crisis zit zeer diep. Zo heeft de bevolking in december 2016 de grondwetswijziging geweigerd en het ontslag afgedwongen van premier Matteo Renzi (PD). Het zou zomaar kunnen dat een derde van alle Italianen niet gaat stemmen bij de verkiezingen van 4 maart. Een derde van de kiezers zou kunnen kiezen voor de populistische Vijfsterrenbeweging (5 Stelle).

De traditionele partijen trachten op allerlei manieren de afstraffing door de bevolking te vermijden. Enerzijds trachten ze zoveel mogelijk verkiezingen te vermijden. Sinds de val van de regering-Berlusconi in 2011 heeft Italië vier regeringen gehad, waarvan drie bestaande uit “technocraten”. Dat wil zeggen, regeringen aangesteld zonder verkiezingen.

Anderzijds trachten de traditionele partijen zichzelf heruit te vinden. De ultraliberale Berlusconi werpt zichzelf opeens op als verdediger van de pensioenen. Na 25 jaar racistische beledigingen aan het adres van de Italianen in het Zuiden geeft de Lega Nord er nu de voorkeur aan alle schuld in de schoenen te schuiven van de “migranten”. Een paar jaar geleden kon men hun leider Salvini nog betrappen op het zingen van: “Wat een stank, zelfs de honden slaan ervoor op de vlucht, want daar komen ze aan, de Napolitanen.” Vandaag komt hij in heel Zuid-Italië op.

Om de eigen verantwoordelijkheid weg te moffelen wijzen ze allemaal naar de vluchtelingen en de migranten. Heel dit discours leidt nu dus uiteindelijk tot het rechtvaardigen van de afschuwelijkste gewelddaden. Openlijk fascistische splintergroepjes zoals Casapound krijgen zelfs buitenmaatse spreektijd op de televisie.

Heel wat Italianen wijzen ook op de rol van de maffia in de opkomst van rechts. Als fascisten van Casapound 9% van de stemmen halen in een stad in de buurt van Rome, dan zou dit het gevolg zijn van de steun van de maffiaclan Spada. De maffia heeft trouwens contacten in veel traditionele partijen. Het Italiaanse opperste gerechtshof heeft hier al op gewezen in de affaires die te maken hadden met Berlusconi. In de streek van Napels zijn politici van de centrumlinkse PD en van centrumrechts betrokken bij een corruptieschandaal met een flink maffiageurtje.

De maffia is natuurlijk uit op steun om politieke invloed te krijgen. Maar heeft ook een rechtstreeks belang in de kwestie van de vluchtelingen. Maar al te vaak is het de maffia die in het Zuiden de vluchtelingen gebruikt als slaven op de plantages of als prostituees. Sommige gekozenen van de Lega Nord zouden contacten hebben met de maffia van Calabrië. Dat zou een uitleg kunnen zijn voor het op het eerste gezicht paradoxale succes van de partij in het Zuiden.

Links lijkt zich te herstellen

In deze context zal Italië waarschijnlijk een flinke bocht naar rechts maken. De Democratische Partij die momenteel in vrije val is, zoekt toenadering tot de liberale vleugel, in Frankrijk geïncarneerd in een Emmanuel Macron. Berlusconi, veroordeeld en ontzet uit zijn politieke rechten, zou niettemin de verkiezingen kunnen winnen. De populistische Vijfsterrenbeweging kan de grootste partij worden. Deze rechtse beweging, gepromoot door een privécommunicatiebedrijf, kaapt een deel van de anti-establishment stemmen weg. Haar belangrijkste kandidaat, Luigi di Maio, haalt zijn ideeën nochtans bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en hij bedreigt de vakbonden. Voor een bijeenkomst van het Italiaanse grootpatronaat heeft Di Maio gezegd dat hij zijn inspiratie haalt bij Mariano Rajoy, de ultraconservatieve en autoritaire Spaanse eerste minister.

Italiaans links tracht binnen dit plaatje zichzelf opnieuw op de kaart te zetten. Een coalitie “Vrij en Gelijk” (Liberi e Uguali), links van de Democratische Partij (PD), wil een nieuw “echt centrumlinks” samenstellen. Sommige kandidaten van deze coalitie vertegenwoordigen wel interessante strijdbewegingen. Anderen dan weer, zoals Massimo D’Alema, belichamen duidelijk het establishment. De coalitie sluit een alliantie met de PD niet uit.

Naast dit initiatief komt ter linkerzijde een andere nieuwe speler aan de oppervlakte: “Macht aan het Volk” (Potere al popolo). Het initiatief kwam tot stand in het sociaal centrum “Ik ben gek” (Je so’ pazzo). In de ruimte van een oude psychiatrische gevangenis zetten jongeren een hele serie initiatieven op poten. Onder meer een gezondheidscentrum, een gynaecologisch dokterskabinet, een bibliotheek, een voetbalterrein en een sportcentrum, allemaal vrij toegankelijk voor de buurtbewoners. De “gekken” hebben ook juridische steun georganiseerd voor de werknemers en voor de vluchtelingen. En ze organiseerden een “volkscontrole” op de gemeenteraadsverkiezingen tegen het afkopen van stemmen door de maffia.

Het collectief lanceerde een oproep om op te komen bij de verkiezingen. “Macht aan het Volk” krijgt de steun van de communistische partijen Rifondazione en de PCI, van de vakbond USB en Giorgio Cremaschi, de ex-secretaris van de metaalvakbond, naast nog van tal van bewegingen en verenigingen. De kiesdrempel van 3% op nationaal niveau bemoeilijkt het gevecht, maar de nieuwkomer op links blijkt aanleiding te geven tot heel wat enthousiasme. Een enthousiasme dat je gemakkelijk kunt afmeten aan de honderden plaatselijke bijeenkomsten en aan de reacties op de sociale media.

Een andere visie op de politiek

De twee eerste maatregelen die moeten genomen worden? De jonge woordvoerster Viola Carofalo, zelf wetenschappelijk onderzoekster met een precair statuut, aarzelt geen moment bij televisieoptredens: de “Arbeidswet” (Jobs Act) afschaffen die heeft gezorgd voor een veralgemening van de flexibiliteit en voor de algemene onzekerheid van arbeidscontracten. En verder terugkomen op de hervorming van de pensioenen, omdat het absurd is langer te moeten werken terwijl de jongeren geen werk vinden.

Deze twee maatregelen zetten trouwens heel wat in beweging ook ver over de grenzen van Italië. Naast het milieu en de Europese dimensie van de problemen van arbeid en sociale rechten die centraal staan in het manifest van “Macht aan het Volk”, vertaald in verschillende talen.

Voor hen zijn de verkiezingen, zo kunnen we daarin lezen, een middel om de groei te stimuleren van een beweging die ijvert voor een alternatieve maatschappij. Volgens Carofalo kan de democratie zich niet beperken tot “één keer om de vijf jaar gaan stemmen voor partijen die allemaal hetzelfde zijn en dan voor de rest de beslissingen moeten ondergaan die elders worden genomen” door regeringen die altijd maar meer autoritair zijn, of tijdens bijeenkomsten tussen banken, financies en Europese technocraten.

Salvatore Prinzi, een jonge activiste van de coördinatie, stelt duidelijk: “Wij hebben de fabel van Syriza en de blokkering waar Podemos mee is geconfronteerd, geobserveerd. We hebben gezien dat zij door een zuiver electorale strategie er niet in zijn geslaagd de maatschappij te veranderen. Ondanks het feit dat ze sterk in het vizier lopen, zijn ook Mélenchon of Corbyn er niet in geslaagd. Ze zijn in de oppositie gebleven. Maar zij zijn er tenminste in geslaagd om het debat te veranderen, om de verdere vooruitgang van rechts af te blokken. Ze zijn erin geslaagd de politieke uitdaging op een veel interessanter en positiever niveau te tillen.” In Italië, zoals elders in Europa, moeten we inderdaad al die nieuwe bewegingen versterken die elke dag mobiliseren tegen de dogma’s van “alles voor de markt”.

Labels

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.