Foto IG Metall, Stefanie Klepke

Slaat de sociale koorts in Duitsland naar hier over?

De Duitse metaalarbeiders hebben een week van felle strijd achter de rug. Maar met succes. Op 3 februari resulteerde de strijd in een sociaal akkoord dat overal in Europa gevolgen zal hebben. Een terugblik op een bewogen week waarin de werkgevers met bange ogen keken naar de “rode vlaggen in de fabrieken”. 

Die week van strijd was de apotheose van een proces dat al in januari 2017 begon na een grootschalige enquête bij meer dan 680.000 metaalarbeiders (klik hier voor een overzicht van de verschillende fases van de beweging). Uiteindelijk bekwamen ze een loonsverhoging van 4,3% die ingaat op 1 april, een aanzienlijke stijging van de extra premies vanaf januari 2019, de mogelijkheid een deel ervan om te zetten in bijkomende vakantiedagen en tot slot het recht om in de loop van hun carrière gedurende twee jaar over te schakelen naar een 28-urenweek.

Het recht op een deel van de groei

Na de grootschalige enquête n januari 2017 besloot de vakbond IG Metall (die bijna 4 miljoen werknemers vertegenwoordigt) zich hoofdzakelijk te focussen op twee eisen. Begin 2018 moest de vakbond immers een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao, een overeenkomst waarin lonen en arbeidsomstandigheden in een bedrijf of economische sector worden vastgelegd) afsluiten voor deze sector. De twee belangrijkste eisen waren: het recht om tijdens de loopbaan twee jaar lang over te schakelen naar een 28-urenweek en een loonsverhoging van 6%.

De vakbond baseerde haar eisen op de resultaten van de enquête en de gestegen productie-, productiviteits- en winstcijfers van de bedrijven. De Duitse economie groeit, maar die groei komt slechts ten goede aan een kleine minderheid. De Duitse miljardairs worden steeds rijker en talrijker. De Duitse bedrijven zwemmen in het geld. Zoals de Daimlergroep (Mercedes) die op 1 februari uitpakte met een recordomzet en -winst.1 Aan de aandeelhouders werd een dividend beloofd dat kon oplopen tot 4 miljard euro. De Duitse metaalarbeiders vinden – en uiteindelijk zijn zij het toch die de steeds grotere rijkdom produceren – dat zij het recht hebben om ook wat van die groei mee te pikken, in de vorm van hogere lonen of kortere werktijden.

28-urenweek: opnieuw debat over arbeidsduurvermindering

De Duitse arbeiders hebben het recht verworven om tijdens hun loopbaan twee jaar lang slechts 28 uur te werken in plaats van 35 uur. De Duitse werkgevers wilden daar eerst niets van weten, maar moesten toch een stukje terrein prijsgeven. Een stukje, want het is maar een kleine stap vooruit omdat er geen sprake is van bijkomende aanwervingen of financiële compensatie. Wat werkgelegenheid betreft hebben de werkgevers verkregen dat de compensatie gebeurt door het aantal werknemers dat ze 40-urencontracten mogen aanbieden in verhouding tot het aantal werknemers dat 28 uur werkt (zie kader: “Wat hebben de metaalarbeiders verkregen?”).

Nancy Gottschling, industrieel tekenaar: “Mijn zonen zijn 13 en 3 jaar oud. Ik zou graag wat minder werken en wat meer tijd met hen doorbrengen. Maar zonder looncompensatie is dat niet mogelijk.” (Foto IG Metall)

Er is evenmin sprake van financiële compensaties, wat de impact van het resultaat vermindert. Dat blijkt uit de woorden van Nancy Gottschling, industrieel tekenaar: “Mijn zonen zijn 13 en 3 jaar oud. Ik zou graag wat minder werken en wat meer tijd met hen doorbrengen. Maar zonder looncompensatie is dat niet mogelijk.” De werkgevers hadden ermee gedreigd de looncompensatie voor de rechtbank aan te vechten omdat ze volgens hen deeltijdse werknemers zou discrimineren. Maar door druk te zetten met die vraag voor financiële compensatie slaagden de metaalarbeiders er wel in betere algemene loonsverhogingen los te krijgen.

Als we enkel kijken naar het onmiddellijke resultaat, zou je kunnen denken dat dit slechts een halfslachtige stap vooruit is. Toch heeft de strijd van de Duitse metaalarbeiders het debat over arbeidsduurvermindering weer helemaal op gang getrokken.

Na afloop van de 24-urige waarschuwingsstakingen verklaarde de vakbondsleider van Ver.di (de andere grote vakbond in Duitsland), de vakbond voor overheidspersoneel die twee miljoen werknemers vertegenwoordigt, de eisen van IG Metall te steunen. Hij besefte dat de overwinning van de metaalarbeiders ook gevolgen zou hebben voor de andere sectoren. De covoorzitter van Die Linke (Duitse linkse partij) zei op 6 februari dat een nieuw offensief inzake arbeidstijd nodig is.

Solidariteit van academici

Tijdens de acties gaf ook de academische wereld zijn actieve steun aan de eisen voor een 28-urenweek gesteund. Meer dan 60 universiteitsprofessoren riepen in een opiniestuk op de Duitse metaalarbeiders te steunen en de argumenten van de werkgevers tegen arbeidsduurvermindering te verwerpen.2

Volgens de werkgevers zou een 28-urenweek leiden tot een tekort aan arbeidskrachten omdat de werkloosheidsgraad in Duitsland minder dan 3% bedraagt. Maar volgens het opiniestuk zijn in Duitsland momenteel 2,5 miljoen mensen werkloos, een cijfer dat nog verdubbeld moet worden als we de werknemers meetellen die niet voltijds kunnen werken of onzekere jobs uitoefenen (interims, mini-jobs ...). Bovendien werden in 2017 1,9 miljard overuren gepresteerd, waarvan 0,9 miljard onbetaald. De professoren leggen ook uit dat door de snellere toename van de digitalisering en de productiviteit een nieuwe golf van massale ontslagen te verwachten is. Een globale en permanente werktijdverkorting is derhalve noodzakelijk om de arbeid die in de samenleving beschikbaar is te kunnen verdelen.

De werkgeversorganisaties vroegen de concurrentiekracht van de Duitse ondernemingen te beschermen. Het antwoord van de auteurs van het opiniestuk: de Duitse bedrijven zitten op een berg geld. Tussen 1991 en 2012 genereerden ze naar schatting een overschot van 15 miljard dollar extra winst als gevolg van de druk op de Duitse lonen. En dat overschot heeft niet geleid tot meer investeringen, maar tot meer speculatie. In de praktijk is het investeringspercentage gedaald van 22% in 1980 naar 17% in 2016.

De staking van de Duitse metaalarbeiders is de staking van de hele Europese werkende bevolking

Het succes van deze stakingsbeweging in Duitsland zal gevolgen hebben voor de machtsverhoudingen van alle werknemers in Europa. Hoe hoger de loonstijgingen in Duitsland, hoe moeilijker het wordt voor de werkgevers in andere landen om te spreken over “loonhandicap” of onze lonen concurrentieel te maken met die in Duitsland. Deze overwinning kan de vakbonden in Europa een nieuwe boost geven in hun strijd voor een betere verdeling van de rijkdom. Daar waren de vele vakbondsleden uit verschillende Europese landen zich heel goed van bewust toen ze een solidariteitsbezoek brachten aan de verschillende stakingsposten. Zoals de delegatie van de vakbond Vasas van de Hongaarse fabriek in Kecskemét (stad ten zuiden van Boedapest) die een bezoek bracht aan de fabriek van Mercedes-Benz in Rastatt (Duitsland) om hun steun te betuigen aan de werknemers. Daarna trok de delegatie naar de bijeenkomst in Gaggenau, waar ook gestaakt werd in de fabriek. Ze hadden een vlag meegenomen met daarop de handtekeningen van de syndicaal afgevaardigden van Vasas en heel veel “Pogàcsa” (zoute Hongaarse koekjes) om hun kameraden kracht te geven. De vicevoorzitter van de sectie Kecskemét van de vakbond Vasas verklaarde: “In de tweede helft van 2018 gaan ook in onze stad de loononderhandelingen van start. We gaan ervoor strijden niet langer de goedkoopste werknemers van Europa te zijn.”

Heeft de vakbondstop te vroeg gejuicht?

Ondanks het succes van de beweging en de resultaten die eruit voortgevloeid zijn, menen tal van vakbondsmensen dat de beweging te vroeg werd afgeblazen. Ze menen dat de krachtsverhoudingen zo gunstig waren dat er meer uit onderhandelingen kon worden gehaald. Met zoveel werknemers (vorige week waren 500.000 werknemers in staking) die vastbesloten waren om samen te strijden tot al hun eisen waren ingewilligd, had de vakbond stevige argumenten om met name looncompensatie te eisen voor de kortere werkweek en een vuist te maken tegen de 40-urenweek. Bovendien is de economie in volle bloei, waardoor de werknemers een betere machtspositie hebben. Een aantal vakbondsmensen heeft een debat geopend om te weten of de “concurrentiepositie” van de Duitse ondernemingen niet te veel heeft meegespeeld bij de vakbondsonderhandelaars. Het zijn een aantal punten waar ongetwijfeld nog hard over zal worden gediscussieerd als de resultaten van de beweging geëvalueerd worden.

Wat hebben de Duitse metaalarbeiders verkregen?

Loon:

• Vanaf 1 april 2018 krijgen ze een loonsverhoging van 4,3%. Voor de periode januari-maart 2018 krijgen ze een premie van 100 euro.

• Vanaf 1 januari 2019 wordt het vakantiegeld met 400 euro verhoogd en krijgen ze een jaarlijkse premie die overeenkomt met 27,5% van een maandloon.

Arbeidsduurvermindering:

• De premie van 27,5% van een maandloon kan worden omgezet in 8 extra vakantiedagen voor werknemers die in ploegendienst werken of als ze voor hun kinderen of een ziek familielid moeten zorgen.

• De werknemers zullen tijdens hun loopbaan gedurende twee jaar 28 uur per week kunnen werken, maar ze krijgen geen looncompensatie.

• De bedrijven kunnen het aantal werknemers die 40 uur werken evenredig optrekken tot het aantal werknemers die 28 uur werken. Concreet zullen de bedrijven er dus voor kunnen kiezen quota na te komen of rekening te houden met de totale werktijd op de werkplek. Als de gemiddelde contractuele werkweek op de werkplek meer dan 35,9 uur bedraagt, of als meer dan 18% van de werknemers meer dan 35 uur werkt, moet de werkgever met de ondernemingsraad overleggen hoe men weer onder die grenswaarde kan komen. Na een verwittigingsfase kan de ondernemingsraad zich verzetten tegen elk contract van meer dan 35 uur. “Zo kunnen de ondernemingsraden de escalatie van het aantal werkuren een halt toeroepen. Dat is een belangrijke overwinning voor de werknemers in tijden waarin de druk almaar toeneemt”, zegt Roman Zitzelsberger, de verantwoordelijke van IG Metall in de deelstaat Baden-Württemberg.

 

Overzicht van de verschillende fases van de beweging

• September: er worden debatten georganiseerd met de basis. De vooronderhandelingen gaan van start. De twee eisen worden vanaf het begin gesteund door een groot deel van de werknemers. Er worden informatie- en overlegvergaderingen met alle afgevaardigden georganiseerd om hen voor te bereiden. Daarna zet de vakbond sensibiliseringscampagnes op in de bedrijfskantines of ze organiseert personeelsbijeenkomsten om over de eisen te praten.

• Oktober: het eisenpakket wordt afgewerkt en de strategie voorbereid. Het district Stuttgart brengt zijn vakbondsafgevaardigden bijeen om de violen gelijk te stemmen over de eisen, rekening houdend met de situatie in alle bedrijven. Eens de eisen duidelijk geformuleerd en goedgekeurd zijn, trekken de afgevaardigden ermee naar de werknemers van hun bedrijf. De reacties zijn erg positief. Vooral de arbeidsduurvermindering wordt bijzonder goed onthaald, zowel bij arbeiders als bij bedienden. De vakbond vindt het belangrijk niet alleen economische eisen op tafel te leggen en stelt daarom ook kwalitatieve eisen.

IG Metall brengt de militanten een dag lang samen om de campagne voor te bereiden. Ze plannen actiedagen waarop ze zoveel mogelijk werknemers willen mobiliseren en richten een WhatsApp-groep op om sneller met de werknemers te kunnen communiceren. Tot slot wil men extra leden werven om zo meer slagkracht te bekomen.

• November: de sensibilisering gaat verder en de eerste acties vinden plaats. De vakbondsleden vatten post voor de bedrijven om flyers uit te delen en de eisen met de werknemers te bespreken. Ze bereiden hen erop voor dat er hoogstwaarschijnlijk in januari waarschuwingsstakingen zitten aan te komen. Zoals verwacht verklaren de werkgevers dat de eis voor arbeidsduurvermindering onaanvaardbaar is: “Dat is een eis die van een andere planeet komt”, “we gaan de werknemers niet betalen om met hun duimen te zitten draaien”, roepen de Duitse werkgevers in koor. De vakbondsafgevaardigden beseffen dat het moeilijke onderhandelingen zullen worden, ze verdubbelen hun inspanningen, want ze weten dat ze iedereen nodig zullen hebben om deze strijd te winnen. In het hele land worden bijeenkomsten georganiseerd waarbij duizenden werknemers de onderhandelaars hun steun betuigen.

• December: een mobilisatie zoals die sinds 1984 niet meer gezien is. Tijdens een nieuwe onderhandelingsronde tussen de vakbond en de vertegenwoordigers van de werkgevers in Baden-Württemberg betogen 5.000 mensen. Opnieuw organiseert de vakbond dat soort bijeenkomsten in het hele land. De sfeer is euforisch. Een werkneemster zegt dat ze zoiets niet meer heeft gezien sinds 1984, sinds de stakingen voor de 35-urenweek.

De werkgevers stellen een loonsverhoging van 2% voor. De vakbondsonderhandelaars vinden dat een lachertje gezien de winsten die de sector maakt. En de werkgevers weigeren over de 28-urenweek te praten. Daarop kondigt de vakbond waarschuwingsstakingen aan, die in januari zullen beginnen.

• Januari: de “sociale vrede” eindigt op 31 december.3 Honderdduizenden werknemers in de metaalindustrie beginnen met werkonderbrekingen van een paar uur, als waarschuwing, en dat in het hele land, drie weken lang. De werknemers zijn vastberaden en de sfeer is uitstekend. Nochtans weigeren de werkgevers nog altijd meer toegevingen te doen. Ze verklaren, ondanks de peiling die de vakbond heeft gedaan, dat de eis voor een 28-urenweek een idee van de vakbond is dat niet door de basis gedragen wordt. Een afgevaardigde die aan mee aan de onderhandelingstafel zit, schrijft op zijn blog: “Onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten betekenen altijd weer conflicten en een strijd tussen kapitaal en arbeid. Zolang dit economisch systeem bestaat, zal dat belangenconflict blijven bestaan. En op het einde zijn het doorgaans niet de beste argumenten die tellen, maar de sterksten die winnen. Dat moeten jullie goed beseffen. Als we ons verenigen zijn we altijd sterk.”4

De werknemers beslissen de druk op te voeren en het aantal waarschuwingsstakingen stijgt flink. Vooral de arbeiders nemen massaal deel.

• 26 januari: de werkgevers blijven onverzettelijk en de druk wordt nog verder opgevoerd. De vakbondsafgevaardigden komen opnieuw samen om te bespreken hoe het verder moet. In de namiddag wordt opnieuw onderhandeld. De stakingsleiders werken al aan een plan B: waarschuwingsstakingen van 24 uur en een referendum voor een staking van onbeperkte duur. Maar iedereen denkt dat ze die dag wel tot een akkoord zullen komen. De werkgevers uit de metaalindustrie houden echter voet bij stuk en de voorstellen die zij doen worden door de strijdende werknemers als “belachelijk” weggehoond. De vakbond beslist de druk nog een beetje verder op te voeren. Er zijn maar vier dagen om de eerste beurtstaking voor te bereiden. Er wordt een bezoek gebracht aan een heleboel bedrijven om antwoord te geven op de vragen van de arbeiders en om bedienden warm te maken voor de zaak.

• 31 januari: “Wij willen geen straten vol rode vlaggen”. Dat is het startschot. Delegaties uit Frankrijk, Spanje, Hongarije en Tsjechië zijn aanwezig om de Duitse collega’s te steunen. Alle kantoren en fabriekshallen zijn leeg, de werknemers geven massaal gehoor aan de stakingsoproep. Meerdere dagen lang nemen 500.000 werknemers beurtelings deel aan waarschuwingsstakingen die elkaar blijven opvolgen, tot zaterdagavond. Een afgevaardigde zegt: “Ik ben sprakeloos. Het gevoel dat ik krijg bij het zien van echte solidariteit, als ik zie waartoe we in staat zijn … Ik kan het met geen woorden beschrijven.” Die avond bewijzen de voorstellen van Rainer Dulger, van werkgeversorganisatie Gesamtmetall, dat het Duitse patronaat, tot vlak daarvoor nog onvermurwbaar, bang begint te worden: “We willen niet dat de bedrijven lang stil blijven liggen en dat het in de straten wemelt van de rode vlaggen.”5

• De nacht van 4 op 5 februari: de cao wordt ondertekend. De vakbond verklaart dat men tot een bevredigend akkoord is gekomen. De werkgevers plooien uiteindelijk grotendeels voor de vakbondseisen.

1 http://trends.levif.be/economie/entreprises/2017-nouvelle-annee-de-records-pour-daimler/article-normal-793101.html
2 http://www.fr.de/wirtschaft/forderung-ig-metall-will-die-28-stunden-woche-a-1440134
3 Toen liep de vorige overeenkomst af. Het Duitse overlegsysteem bepaalt dat, eens werkgevers en vakbond tot een overeenkomst zijn gekomen, men niet mag staken over de onderwerpen en tijdens de periode die door de overeenkomst worden gedekt.
4 http://www.bw.igm.de/news/meldung.html?id=83778
5 http://www.handelsblatt.com/my/politik/deutschland/gesamtmetall-praesident-rainer-dulger-der-anfang-vom-ende-des-flaechentarifs/20915908.html?ticket=ST-268209-WTBpucqsRifQgdab9XtK-ap4

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Reacties

Ik zou zeggen, op naar de 28 uren week, alleen al om iets tegen de werkloosheid te doen. De vraag is wie staat daar mee achter!
Er zijn twee mogelijke antwoorden op de verdere automatisering in de toekomst. Ofwel behoud je de volledige werkweek en krijg je een steeds kleinere groep werkenden die het groeiende aantal werklozen de hand boven het hoofd moeten houden. Met verarming van zowel werkenden (meer afhouden van het loon voor sociale zekerheid) als werklozen tot gevolg. De betere optie is een spreiding van arbeid over de volledige bevolking in een kortere werkweek mét behoud van loon. Deze keuze heeft tal van voordelen waar ik er graag een paar van meegeef: een staat waar de loonverschillen klein zijn is een staat met minder misdrijven, een veiligere staat (als dat geen overtuigend argument is voor de nva), het beschikken over meer vrije tijd met een aangepast loon kan de economie een boost geven (ovld is ook al mee), door de meer beschikbare vrije tijd kunnen er meer individuele zorgtaken opgenomen worden zoals zorg voor ouders, kinderen(de gezinspartij cd&v heeft ook zijn aansluiting gevonden), etc... Het afgezaagde plaatje van "niets is gratis" gaan we deze keer niet draaien, elke verkorting van de arbeidsduur heeft in het verleden, zonder nefaste impact op de economie, gekund zonder loon verlies.
Automatisering kost in eerste instantie banen, dat klopt. Maar diegenen die 'weg zijn geautomatiseerd' hoeven geenszins achterover te gaan liggen. Zij kunnen, mits ze zich flexibel opstellen en de vereiste opleidingen volgen, gaan inzetten op nieuwe terreinen voor de vervaardiging van nieuwe producten en diensten. Dat is altijd zo gegaan en is ook de motor van echte vooruitgang. Maar helaas is dat niet zo als het aan de vakbonden ligt. Die stellen eisen om voor het volle loon minder te moeten werken. Wie het leger werklozen (dat volgens de vakbonden en socialisten gaat betalen, is de grote vraag. Onze economie kan volgens vele links 'denkers' wel zo'n enorm drijfanker meeslepen. Maar dan vergeten we well dat we de hete adem van opkomende economieën in onze nek voelen (u misschien niet). Het standaard antwoord hierop van links is dat we niet langer moeten concurreren, maar 'samenwerken'. Ga dat maar eens aan de Chinezen, Viëtnamezen en Indiërs uitleggen, die heel goed weten dat het het globale kapitalisme is geweest dat hen -eindelijk- uit de abjecte armoede en stagnatie heeft getrokken. Nu wil donkerrood ons terugwerpen in die stagnatie met een economie die het moet hebben van overheidsbeslag op onze middelen. Ze lachen ons uit daar in het verre oosten, als het zover komt. Maar gelukkig is er nog de kiezer die hier -tot nu toe- een stokje voor heeft gestoken. En het is de kiezer, en niet de betoger op straat, naar wie moet worden geluisterd. Luisteren naar wie om het hardst schreeuwt heeft niets met democratie te maken!
Beste donkerblauwe, Het staat u altijd vrij om Milton-Friedman gestuurde economieën te vergelijken met Maynard Keynes gestuurde. Als toetje geef ik u graag mee dat een land als Portugal (links bewind) veel beter draait dan ons liberaal "paradijsje".
Het zijn de multinationals die vanaf de jaren '70 hun fabrieken naar de goedkope loonlanden versast hebben. Waarom? Omdat ze met het maken van hetzelfde in het Oosten triljarden konden verdienen, wel alleen de top, de werknemers werd in vergelijking een kruimel gegund. Veel bedrijven hebben sindsdien hun biezen gepakt en lieten hun vroegere werknemers vallen als een baksteen met als troosprijs een doekje voor het bloeden. De bedrijfstop bekommert zich geen moer om de mensen die werkloos achterblijven. Ze laten zich alleen leiden door de lokroep van het almachtige geld waar niemand aan mag komen, zeker de staat niet.