Foto Asian Development Bank / Flickr

Protectionisme: de Amerikaanse dominantie staat op het spel

De aanvallen van Donald Trump op de vrijhandelsakkoorden en zijn beloftes om 45% douanerechten in te voeren voor Chinese producten, waren bepalend voor zijn verkiezing. Of zijn beleid ook de Amerikaanse werknemers zal begunstigen, is zeer de vraag.

De standpunten van Donald Trump hebben het protectionisme opnieuw in het middelpunt van de debatten gezet. Hoewel de nieuwe bewoner van het Witte Huis niet terugdeinst voor wat sociale demagogie, is hij ook voorstander van een ander handelsbeleid. Dat verschilt grondig met het beleid dat voorgestaan wordt door een groot deel van het Amerikaanse establishment. Trump wil af van de multilaterale vrijhandel en verdedigt een bilaterale en meer agressieve visie, gekoppeld aan protectionistische maatregelen die vooral tegen China gericht zijn. Zo wil Trump de huidige Amerikaanse hegemonie handhaven. In tegenstelling tot wat hij ons wil doen geloven, heeft dat niets te maken met de belangen van de Amerikaanse werknemers.

Is Trump werkelijk een protectionist? 

Het is vaak moeilijk om waarheid van leugen te onderscheiden in de woorden van de president-miljardair, maar hij heeft wel degelijk een visie en een programma. Die zijn duidelijk terug te vinden in de teksten van zijn regering en entourage. De beleidsnota “The president’s 2017 trade policy agenda”, die de koers van Trumps regering inzake handel bepaalt, is zonneklaar: de president is geobsedeerd door het feit dat China de Verenigde Staten inhaalt en zelfs voorbij steekt. 

Over het feit dat het Amerikaanse handelstekort voor goederen en diensten tegenover China gestegen is van 81,9 miljard in 2000 tot 334 miljard in 2015 schrijft hij: “Deze resultaten zijn alarmerend. […] Voor China is het wereldhandelssysteem sinds het begin van de eeuw voordelig geweest en het heeft niet tot dezelfde goede resultaten geleid voor de Verenigde Staten.” Dat is het uitgangspunt voor de veranderingen die Trump in het handelsbeleid wil invoeren. “De Amerikanen zijn teleurgesteld in ons vroegere handelsbeleid, niet omdat ze niet langer geloven in de vrijhandel en de openstelling van de markten, maar omdat de vanzelfsprekende voordelen van de internationale handelsakkoorden aan hen zijn voorbijgegaan”, zo schrijft hij nog. 

De nota is erg expliciet over de doelstellingen van het nieuwe handelsbeleid: “De tijd is rijp voor een agressievere aanpak. Trumps regering zal alle mogelijke middelen aanwenden om andere landen aan te moedigen hun markten voor Amerikaanse producenten open te stellen. Het doel van die inspanningen is erover te waken dat meer markten effectief worden opengesteld voor Amerikaanse goederen en diensten, om zo de wereldhandel en concurrentiekracht te vergroten in plaats van ze te beperken. Een dergelijk beleid zal bijdragen tot de groei van de wereldeconomie, door handelsbeperkingen uit het verre verleden te doorbreken en te ijveren voor meer concurrentie.” 

Het gaat er dus niet om zich intensiever te richten op de binnenlandse markt en die af te schermen, maar de uitwisselingen op te voeren, opnieuw een dominante plek in de wereldhandel in te nemen en de buitenlandse markten open te stellen voor de grote Amerikaanse multinationals. In die zin verschilt zijn beleid niet echt van dat van zijn voorgangers.  

Trumps probleem is niet de vrijhandel op zich, maar het feit dat China momenteel bezig is de Verenigde Staten in te halen en het wapen van de vrijhandel tegen hen gebruikt. Hij wil opnieuw onderhandelen over de huidige verdragen die de Verenigde Staten hebben afgesloten en over de rol van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), om op die manier grondige maatregelen te kunnen treffen om de opmars van China te stuiten. 

Protectionisme en vrijhandel 
Protectionisme is een beleid dat erop gericht is de toegang tot een welbepaalde markt te beschermen (invoertaksen …). Vrijhandel wil het tegenovergestelde, namelijk een vrije handel, los van alle belemmeringen, waarbij alle buitenlandse ondernemingen toegang krijgen tot een markt. 

“Amerikaanse handelssoevereiniteit” voor alles 

Het hele internationale handelssysteem van na de oorlog is vormgegeven door supermogendheid Amerika. Doelstelling toen was om de nationale markten open te stellen voor Amerikaanse investeringen en producten. Dat is ook een van de voornaamste redenen waarom begin de jaren 1990 beslist werd tot de oprichting van de WTO, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de verbeterde liberalisering van uitwisselingen op internationaal niveau. Beetje bij beetje werden de barrières opgeheven en groeide de concurrentie tussen de verschillende landen en multinationals, waarbij de sterksten uiteraard in het voordeel waren (en dat waren verpletterend veel Amerikaanse bedrijven). 

De multinationals konden profiteren van lage transportkosten en de geleidelijke afschaffing van douanerechten, waardoor ze hun activiteiten naar alle hoeken van de planeet konden verplaatsen, in functie van de economische, fiscale en rechtsgeldige voordelen die er te halen waren. Dat heeft geleid tot een internationale versnippering van het werk. De multinationals vestigden hun financiële diensten in diverse belastingparadijzen en hun productie in functie van de heersende werkkosten, milieunormen, voordelen die de overheden hadden toegezegd, de nabijheid van markten of de beschikbare infrastructuur.

Maar door de opmars van de opkomende economieën (de zogenaamde BRICS-landen: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) in het algemeen en van China in het bijzonder werd alles op zijn kop gezet. Niet alleen haalde China de Amerikaanse productie in, het is ook bezig met het maken van goede technologie en de Chinese multinationals zijn op weg om overal ter wereld de buitenlandse markten te veroveren. 

In 2001 mocht China toetreden tot de WTO. Met die zet hoopten de Verenigde Staten de controle te verwerven over de vooruitgang van China en de dominantie van de Amerikaanse multinationals te vrijwaren. Maar het is anders gelopen. Precies daarom wil Donald Trump breken met het traditionele beleid van het Amerikaanse establishment, dat 100% pro vrijhandel is. 

Hij kondigt klaar en duidelijk aan dat wat betreft “nationale soevereiniteit op het handelsbeleid”, de Verenigde Staten zich vanaf nu niet langer zullen plooien naar de voorwaarden van de WTO wanneer die in tegenspraak zijn met de Amerikaanse belangen. De WTO heeft inderdaad een mechanisme ter beschikking om conflicten inzake handel op te lossen. Dat weerhoudt staten ervan unilaterale tegenmaatregelen te treffen op het gebied van handel. Het mechanisme speelde tot nu toe in het voordeel van de Verenigde Staten, die toegang wilden krijgen tot buitenlandse afzetgebieden. Maar vandaag keert het zich tegen hen, nu ze een vuist tegen China willen maken. Ze hebben reeds geprobeerd taksen te heffen om de staaldumping uit China tegen te houden, maar een veroordeling van de WTO verplichtte hen die terug te draaien. In zijn nota stelt Trump dat hij voortaan niet langer zal inbinden maar de Amerikaanse wetgeving zal toepassen. Hij dreigt met de invoering van douanerechten die oplopen tot 45% voor de invoer van Chinees staal. Hij is enkel voor vrijhandel als dat beter past in het kader van de Amerikaanse belangen. Wanneer die vrijhandel de Amerikaanse belangen in het gedrang brengt, is hij voorstander van het protectionisme. 

Trumps maatregelen hebben een grote impact op de klimaatverandering en de luchtvervuiling. En daar is iedereen het slachtoffer van. (Foto FibonacciBlue / Flickr)

“America First”: bilateralisme in plaats van multilateralisme 

Trump wil dus de spelregels niet echt fundamenteel wijzigen, hij wil ze vooral geval per geval kunnen aanpassen, opdat ze steeds in het voordeel van de Amerikaanse multinationals zouden uitdraaien. In die zin zijn de aanvallen tegen de vrijhandelsakkoorden NAFTA (Canada, Verenigde Staten en Mexico) en TPP (tussen de Verenigde Staten en een aantal landen in de Pacific) niet zozeer gericht op de kern van die verdragen, maar op het feit dat ze volgens hem nog te veel toegevingen van de kant van de Verenigde Staten bevatten. 

De nota waarin de koers van Trump staat uitgeschreven, stelt dat de Amerikaanse objectieven “beter kunnen worden gerealiseerd door zich te focussen op bilaterale onderhandelingen, veeleer dan op multilaterale en door ze opnieuw te onderhandelen en de handelsakkoorden opnieuw te bekijken indien de doelstellingen niet worden bereikt”. Zo heeft Trump verklaard dat hij met elk van de 12 landen apart opnieuw wil onderhandelen over de bilaterale akkoorden van het TPP. Trump is ervan overtuigd dat hij, door met elk van de landen apart over de vrijhandelsakkoorden te onderhandelen, akkoorden zal kunnen bekomen die voordeliger zijn voor de Verenigde Staten. 

Amerikaanse werknemers hebben niets te winnen 

Trump rechtvaardigt zijn handelsbeleid als zou het in het belang zijn van de Amerikaanse werknemers. De realiteit is anders. Wat Trump vooral wil, is de macht van de Amerikaanse multinationals veilig stellen. Daarvoor wil hij alles doen: een handelsoorlog met China, nieuwe onderhandelingen afdwingen voor handelsakkoorden ten voordele van de Verenigde Staten, maar ook buitensporige cadeautjes geven aan bedrijven op Amerikaanse bodem. 

Ten overstaan van een publiek bestaande uit Amerikaanse CEO’s heeft hij inderdaad beloofd dat hij vanaf zijn intrede in het Witte huis ging zorgen voor grote belastingverminderingen en de afschaffing van 75% van de regeltjes in de Verenigde Staten, want “die maken het onmogelijk om in de VS wat dan ook uit de grond te stampen”. 

Dat betekent uiteraard evenveel bezuinigingen in het sociale budget (vooral in de gezondheidszorg), jobs die verloren gaan in overheidsdiensten en deregulering op sociaal vlak en op het vlak van milieu. Trump reageerde in die zin op de dreigende overplaatsing van 1000 jobs van het bedrijf Carrier in Indiana met een geschenkpakket van 7 miljoen dollar en belastingverlaging aan te bieden. Dat beleid met geschenken voor grote bedrijven wordt door links gelaakt, in het bijzonder door Bernie Sanders. Trump beweert dat hij “een meer dynamische en meer competitieve economie” wil creëren, maar in werkelijkheid is het een aanpassing van het neoliberale programma dat de rijken en de multinationals bevoordeelt en dat tot nog meer uitbuiting van de werknemers leidt. 

We hebben datzelfde ook kunnen vaststellen met de maatregelen voor het milieu die hij genomen heeft, waarbij de reglementering inzake fossiele brandstoffen en investeringsprogramma’s voor hernieuwbare energie werden afgeschaft. Maatregelen die hij naar eigen zeggen genomen heeft om de jobs van de mijnwerkers te beschermen, maar in feite is het een vrijgeleide voor de grote spelers in de fossiele industrie en een waarborg om de energieprijzen voor de grote ondernemingen in de Verenigde Staten zo laag mogelijk te houden. De kans is groot dat het in de mijnbouw niet veel nieuwe jobs zal opleveren, want in de mijnen is het werk grotendeels geautomatiseerd. Het zal in tegendeel veel jobs kosten die anders met de overschakeling naar hernieuwbare energie zouden zijn gecreëerd. Bovendien zullen die maatregelen een grote impact hebben op de klimaatsverandering en de luchtvervuiling waarvan de werkende bevolking, in Amerika en overal op deze planeet, het grootste slachtoffer zal worden.  

Twee kanten van eenzelfde systeem?

Het staat nog helemaal niet vast dat Trump erin zal slagen zijn maatregelen tegen China door te drukken, vooral vanwege de onderlinge afhankelijkheid die tussen de twee landen bestaat en de pressiemiddelen ten opzichte van de Verenigde Staten waarover China beschikt. Het mag duidelijk zijn dat de nog agressievere bocht die hij wil maken op het vlak van het Amerikaanse handelsbeleid weinig goeds voorspelt. 

Karl Marx bracht het reeds aan het licht in zijn “speech over de vrijhandel”: de vrijhandel kan dan gunstig zijn voor de ontwikkeling van het kapitalisme, in werkelijkheid “verwoest hij de vrijheid van de werknemer”. Werknemers hebben ook niets te winnen met het verdedigen van een protectionistisch systeem. “Het protectionistische systeem is slechts een middel om bij een volk de grote industrie in te voeren […] Het draagt bij tot de ontwikkeling van de vrije concurrentie in het land zelf”. Wat Marx wil aanstippen, is dat vrijhandel en protectionisme uiteindelijk twee verschillende kanten zijn van eenzelfde beleid dat in het teken staat van het grootkapitaal. De sterkste multinationals hebben belang bij de vrijhandel en hun regeringen proberen die vrijhandel doorgaans op te leggen aan andere landen, daar waar de multinationals in minder sterke landen geneigd zijn een protectionistischer beleid te voeren om hun markten en hun nationale bedrijven te beschermen. Het is vooral omdat de Amerikaanse multinationals vandaag bedreigd worden door hun Chinese concurrenten, dat ze positief staan tegenover bepaalde protectionistische maatregelen tegenover China, maar in hun relaties met andere landen blijven ze voorstander van de vrijhandel.

Van handelsoorlog naar militaire oorlog? 

Trump zei: “Wij voeren reeds een handelsoorlog met China, een oorlog waarin Peking aan de winnende hand is.” De nieuwe regering ziet deze oorlog als de cruciale uitdaging van de 21ste eeuw voor het behoud van de Amerikaanse hegemonie. De erg agressieve vorm van “economisch nationalisme” waarvan Trump blijk geeft, moet dan ook in die zin geïnterpreteerd worden. 

Maar naast dat beleid komt ook een gespierd militair beleid. Trump heeft in bijna alle overheidsbudgetten gesnoeid, maar hij heeft wel beslist om bijkomend 54 miljard dollar per jaar in het leger te investeren – hoewel het militair budget met zijn bijna 600 miljard per jaar al veruit het grootste is. En intussen hebben we al een voorproefje gekregen van zijn bereidheid om militair geweld te gebruiken om het Amerikaanse standpunt te verdedigen. Bepaalde sleutelfiguren uit zijn entourage, zoals het nieuwe hoofd van de Nationale Handelsraad Peter Navarro, schrijver van het boek “The Coming China Wars”, hebben reeds aangekondigd dat “een militair treffen met bepaalde handelspartners bijna onvermijdelijk zal zijn”. 

Trump rechtvaardigt zijn handelsbeleid als zou het in het belang zijn van de Amerikaanse werknemers. De realiteit is anders. Wat Trump vooral wil, is de macht van de Amerikaanse multinationals veiligstellen. (Foto Gnovick / Wikimedia)

Wat is de toekomst  van TTIP? 

Sommigen hebben gezegd dat het vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie (EU), TTIP, met de aanstelling van Donald Trump dood en begraven is, maar dat is helemaal niet het geval. Zoals duidelijk blijkt uit zijn nota voor het handelsbeleid staat Trump absoluut achter de vrijhandel, zolang die in het voordeel is van de Amerikaanse belangen. In die zin heeft hij zich ook nooit tegen TTIP uitgesproken. 

Wat momenteel vooral aan de basis ligt van het stopzetten van de TTIP-onderhandelingen, is de steeds groeiende weerstand die duidelijk aan het licht kwam tijdens de onderhandelingen over CETA (tussen de EU en Canada). De toenemende impopulariteit van die verdragen en de belangrijke verkiezingen die dit jaar op de agenda staan in zowel Frankrijk als Duitsland maken dat er weinig of geen vooruitgang in dit dossier wordt geboekt. We durven er heel wat op verwedden dat de EU en de Verenigde Staten na die verkiezingen de onderhandelingen opnieuw zullen opstarten, heel waarschijnlijk onder een andere naam. Een gewaarschuwd man… 

Dit artikel komt uit het maandblad Solidair van mei  2017Abonnement.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Reacties

Laten doen. Europa en het Oosten drijven al meer dan 1000 jaar handel. Ze mogen samen eens werk maken van de ijzeren zijderoute. Een win-win situatie. En den Trump, die mag een muur bouwen met het geld van de Mexicanen dat er nooit zal komen. Jan Modaal zijn dollarcent zal wel vallen, en het zal nen dikken boenk geven. De moeder aller boenken.