Pensioenenquête Knack: de Belg houdt vast aan het wettelijk pensioen

auteur: 

Kim De Witte

PVDA-pensioenspecialist Kim De Witte ging in Knack van deze week in gesprek met Frank Vandenbroucke (sp.a, ex-minister van Pensioenen) en Ivan Van De Cloot (Itinera) over de resultaten van de Pensioenenquête van Knack. Voor de studiedienst van de PVDA analyseerde Kim De Witte enkele opvallende resultaten van de Knack-enquête.

  • Download hier de studie van Kim De Witte.

1. Pensioenhoogte

De Belg denkt gemiddeld 1.229 euro aan wettelijk pensioen te hebben. Hoe verder men van zijn pensioen staat, hoe lager dat men zijn pensioen inschat. 58% denkt dat zij gevoelig minder zullen kunnen uitgeven na pensionering.

Het wettelijk pensioen in België is inderdaad te laag. De hoofdoorzaak ligt bij de pensioenrechten, niet bij het langer of korter werken. Een werknemer die exact even lang gewerkt heeft en exact evenveel verdiend heeft in België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg, heeft het laagste pensioen in België. De pensioenkloof bedraagt 11 tot 43 procent.

In plaats van de wettelijke pensioenen te versterken, bouwt de huidige regering ze verder af: de pensioenbonus is afgeschaft (179,40 euro minder pensioen per maand voor iedereen die actief blijft tot de leeftijd van 65 jaar), een aantal gelijkgestelde periodes wordt afgeschaft (loopbaanonderbreking en bepaalde vormen van tijdskrediet), het gezinspensioen wordt hervormd en het ambtenarenpensioen wordt sterk afgebouwd, richting het pensioen van werknemers.

2. Pensioenleeftijd

2.1. 71% van de Vlamingen is niet akkoord met de optrekking van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. De grootste groep die niet akkoord is, zijn de 35 tot 49-jarigen. 35% van de Vlamingen overweegt bij de volgende federale verkiezingen voor een andere partij te stemmen, enkel en alleen om deze maatregel.

Bijna drie op de vier Vlamingen gaan niet akkoord met een speerpuntmaatregel uit het regeerakkoord. Dat is immens veel. De maatregel is ook zeer ondemocratisch tot stand gekomen: alle partijen die in de regering-Michel zitten, hadden in hun kiesprogramma staan dat ze de wettelijke pensioenleeftijd niet zouden optrekken. Dat dan toch doen, is kiezersbedrog. Een op de drie mensen zegt te zullen stemmen voor een andere partij, enkel en alleen voor deze maatregel. Ook dat is immens veel. Deze regering zit duidelijk met een democratisch deficit rond haar pensioenbeleid.

In Duitsland had Merkel I een soortgelijk probleem. Zij had de pensioenleeftijd opgetrokken naar 67 jaar. De grote meerderheid van de Duitsers kreeg dat echter niet verteerd. Merkel II heeft, onder druk van de Duitse kiezers en de sociale beweging, een aantal stappen terug moeten zetten. Ook in Ierland, Polen en Spanje is er heel veel weerstand tegen deze maatregel.

2.2. De gemiddelde leeftijd die de Vlaming gerechtvaardigd vindt om met pensioen te gaan, gelet op zijn beroepsloopbaan en activiteiten, is 61,7 jaar. Bijna een op de twee vindt het rechtvaardig om ten laatste op 60 jaar met pensioen gaan.

Dit zijn terechte verwachtingen. Het feit dat de meerderheid van de Belgen dat zo ziet, is een pluim op de hoed van de sociale beweging. Mensen verplichten om langer te werken, is absurd om drie redenen.

Het is ondoenbaar. De productiviteit van arbeid stijgt jaar na jaar. Wij zitten in de top 3 van meest productieve regio’s ter wereld. Iedereen ondervindt dat aan den lijve: ze moeten steeds meer doen met minder mensen. Mensen zijn moe en opgewerkt tegen de leeftijd van 60 jaar. Een op de drie zestigers heeft ernstige gezondheidsproblemen, die werken onmogelijk maken. Een op de tien is al dood.

Het is onlogisch. We zitten nog steeds met een leger van werklozen: 650.000, dat is meer dan het aantal babyboomers die tussen 2010 en 2030 met pensioen gaan. Geef die werklozen een job. Zorg voor een recht op werk, alvorens de plicht tot langer werken in te voeren. De absurditeit van dit pensioenbeleid is voor velen heel concreet: bompa werkt zich kapot, terwijl kleinzoon hopeloos zoekt naar een job.

Tot slot is het ook onnodig. De rijkdom die we elk jaar samen voortbrengen, is vandaag vier keer zo groot als in 1960. De laatste vijftien jaar is de rijkdom nog eens met 40% gestegen, ondanks de crisis. Maar iedereen zou langer moeten werken voor minder pensioen, omdat de pensioenen onbetaalbaar zijn? Dat valt gewoonweg niet uit te leggen. Ja, de wettelijke pensioenen gaan ons meer kosten, maar we gaan ook minder uitgeven aan kinderbijslagen, werkloosheidsuitkeringen, brugpensioenen en arbeidsongeschiktheid. In 2060 zouden we ongeveer 15% van ons bbp uitgeven aan de pensioenen. Onbetaalbaar? Natuurlijk niet. Landen als Frankrijk en Oostenrijk betalen dat vandaag al voor hun pensioenen.

3. Motieven om al dan niet langer te werken

3.1. De belangrijkste redenen om niet langer te werken zijn: 1° meer van het leven genieten, 2° meer tijd voor hobby’s en 3° de stress van het werk die wegvalt. Als men toch verplicht wordt te werken na 65 jaar, dan wil een op de twee (51% van de Belgen, 53% van de Vlamingen) minder uren kloppen met behoud van loon.

Minder uren werken met loonbehoud, zoals men doet in Zweden, Göteborg: 6-urendag met loonbehoud voor 50-plussers in overheidsdienst.

De werkdruk is groot. De Human Resources dienstverlener Securex onderzoekt jaarlijks het ziekteverzuim op het werk. Het aantal zieken die langer dan een jaar afwezig blijven, stijgt spectaculair: het aantal verdubbelde tussen 2001 en 2013. Niet toevallig verdubbelde in diezelfde periode ook het aantal vijftigplussers op de arbeidsmarkt. Vijftigplussers zijn gemiddeld meer dan dubbel zo vaak afwezig als hun collega’s van onder de dertig, aldus Securex. De link is volgens Securex dan ook vlug gelegd: het stijgende aantal zieken is de keerzijde van werknemers langer laten werken[1].

3.2. Twee op de drie (66%) weet al wat doen na pensionering: meer tijd doorbrengen met kleinkinderen, meer tijd steken in hobby’s, meer van het leven genieten, meer reizen, meer tijd met partner doorbrengen, meer vrijwilligerswerk doen, meer uitslapen, meer lezen, meer dingen doen met vrienden, meer in de tuin werken, meer actief zijn in verenigingen, meer culturele uitstappen doen, meer koken, meer sporten.

Dat zijn prachtige resultaten van de enquête. In heel het pensioendebat wordt gedaan alsof mensen zijn afgeschreven als ze niet meer actief zijn op de arbeidsmarkt, alsof ze niet meer zouden bestaan voor onze samenleving en onze economie. Dat is fundamenteel onjuist. Gepensioneerden hebben een grote bijdrage, ook op economisch vlak, rond de zorg voor kleinkinderen, de activiteit in verenigingen, in de tuin, rond cultuur, etc.

Uit de enquête volgt ook dat de goesting om dingen te doen na het pensioen afneemt met de plicht tot langer werken (bijv. actief zijn in verenigingen is significant minder dan twee jaar geleden). Dat is een groot verlies, niet alleen voor de personen in kwestie, maar ook voor de samenleving. Dat verlies wordt nu nergens in rekening gebracht.

4. Stellingen over het eigen pensioen

61% vindt zijn werk fysiek of mentaal te belastend om tot de wettelijke pensioensleeftijd verder te doen. 76% vindt dat de mogelijkheden van loopbaanonderbreking en tijdskrediet koste wat het kost behouden moeten worden.

De fysieke en mentale belasting op het werk neemt toe. Bijna acht op de tien mensen vinden dat loopbaanonderbreking en tijdskrediet koste wat het kost behouden moeten blijven, terwijl de huidige regering deze systemen afbreekt. Dat zet het democratisch deficit voor het pensioenbeleid van deze regering opnieuw in de verf.

Over de hypocrisie van het zogenaamde ‘werkbaar werk’. Men zegt nu dat men gaat zorgen voor ‘werkbaar werk’, om langer werken in de feiten mogelijk te maken. Maar de tendens is net omgekeerd: meer doen met minder mensen. Er is geen enkele dwingende maatregel die werkbaar werk omzet in de praktijk. De maatregelen die er zijn (landingsbanen, tijdskrediet, loopbaanonderbreking) worden net afgebouwd.

De retoriek over het werkbaar werk dient om de bittere pil van het langer werken door te slikken. In de praktijk zal er echter niets veranderen. Daarvoor ontbreken dwingende maatregelen.

5. Stellingen over het pensioensysteem

5.1. 39% van de Vlamingen is niet akkoord dat het pensioen onbetaalbaar is (7% meer dan 2 jaar geleden), 40% is wel akkoord (6% minder dan 2 jaar geleden), 21% weet het niet

Een pluim op de hoed van de sociale beweging. Ze is er weliswaar (nog) niet in geslaagd deze pensioenhervorming tegen te houden, maar ze heeft wel duidelijk punten gewonnen in de ideeënstrijd over het recht op pensioen en het recht op sociale zekerheid.

Steeds meer mensen begrijpen dat de pensioenhervorming in wezen een besparingsoperatie is, die niets te maken heeft met het redden van ons wettelijk pensioen. Dat pensioen wordt afgebroken, zowel op vlak van toegang als omvang.

5.2. De belangrijkste oplossing om ons pensioensysteem betaalbaar te houden, is volgens de Belgen: de jongerenwerkloosheid aanpakken.

Terecht. In Zweden, waar deze regering zo graag naar verwijst, is de jeugdwerkloosheid na de koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting gestegen van 10 naar 24%[2]. De stelling dat ouderen langer doen werken werkt creëert voor jongeren, is onjuist.

Wat wel juist is, is dat bepaalde landen meer investeren in werk en daardoor meer ouderen en meer jongeren aan het werk hebben. De oorzaak ligt bij het meer investeren in werk, niet bij het eenzijdig verplichten van ouderen om langer te werken. Wat ook juist is, is dat op lange termijn een groter overschot aan werkkrachten de lonen zal doen dalen, waardoor (in theorie) meer mensen aan het werk zijn.

5.3. 62% vindt dat een hoger wettelijk pensioen beter zou zijn dan vormen van pensioensparen fiscaal interessant maken.

Zeer interessant cijfer. De Belg houdt vast aan het wettelijk pensioen. Meer nog dan twee jaar geleden.

Dat is volledig begrijpelijk. De private pensioenen zijn risicovol (enkele jaren terug is APRA Leven, een aanvullende private pensioenverzekeraar failliet gegaan: de betrokken werknemers zijn hun pensioencentjes kwijt), duur (de verzekeraars romen tot 20% af van de betaalde pensioenpremies voor administratie-, beheers- en beleggingskosten; bij de wettelijke pensioenen is dat 5%), ongelijk (de helft van de aanvullende pensioenpremies, met alle fiscale en parafiscale voordelen, gaan naar 5% van de werknemers: kaderpersoneel en bedrijfsleiders die miljoenen euro’s aan aanvullende pensioenrechten opbouwen, terwijl gewone werknemers enkele duizenden euro’s opbouwen) en complex (zestigjarigen krijgen plots een aanvullend pensioenkapitaal op hun rekening dat ze gaan moeten beheren, terwijl ze niets van financiële planning en beheer afweten).

[1] SECUREX, Recordaantal werknemers langer dan een jaar afwezig. Vergrijzing is belangrijkste oorzaak van stijging van langdurige afwezigheden, Persbericht 11 maart 2014.

[2] Zie EUROSTAT, Werkloosheid in Europa, Zweden, 2000-2015.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.