Openbare Diensten onder de loep :: Over de heiligverklaring van de privésector, gebruikers die patiënten werden en de druk op de ambtenaren

Vanuit patronale en liberale hoek wordt steevast verkondigd dat er “minder overheid”, “minder openbare dienstverlening” moet zijn. Als we het regeerakkoord lezen, zien we dat deze regering wel degelijk openbare diensten wil, maar dan wel ten dienste van privébedrijven. De gebruikers van die openbare diensten, daarentegen, blijven in de kou staan, net zoals de ambtenaren. En dan hebben we het nog niet over de sluipende privatisering…

Overheidsdiensten? Ja, maar ten dienste van wie? 

Liberalen en werkgevers pleiten steevast voor minder staat en minder overheidsdiensten, terwijl - lijnrecht daartegenover - links meestal gaat voor meer staat en meer overheidsdiensten. Toch verbergt deze tegenstelling enkele dieperliggende tegenstrijdigheden.

Wil de regering-Michel de staat echt kapotmaken? Ze heeft alleszins plannen om het aantal ambtenaren met vele duizenden te verminderen (zie verder), maar tegelijk geeft ze de overheid ook nieuwe taken (zoals de jacht op werklozen, de strijd tegen de fiscale fraude, enz.). Daarvoor heeft ze net duizenden ambtenaren nodig. Hoe verklaart ze dat dan?

Het antwoord staat in de tekst van het regeerakkoord. Volgende passage geeft de ideologie van de regering kernachtig weer: "Ondernemers zijn mensen die risico's nemen. Wie onderneemt, creëert meerwaarde voor zichzelf en voor anderen, de basis van welvaart en welzijn. Daarvoor verdienen zij respect en waardering. (…) De overheid moet mensen die ondernemen aanmoedigen. Een slanke en efficiënte overheid heeft bovenal een ondersteunende rol te vervullen. Het is dus niet de ambitie van de overheid om zelf te ondernemen, maar om een kader te creëren waarbinnen ondernemerschap alle kansen krijgt."[1]. Dit brengt ons bij de kern van het regeerakkoord. De verschillende hoofdstukken van het akkoord en de opdrachten van de regering zijn in deze optiek opgesteld.

De regering zegt het zelf: ze stelt de overheidsdiensten[2] ten dienste van de werkgevers en de ondernemers (de "ondersteunende functie" van de regering). Zij verdienen voorrechten en mogen op geen enkele manier worden belemmerd ("zij verdienen respect en waardering", "de overheid moet [hen] aanmoedigen"). Aan de andere kant zegt de regering dat elke werkloze, zieke, andersvalide of vreemdeling, een potentiële fraudeur is. Kortom, de grote fiscale fraudeurs laten we met rust, de "kleine sociale fraudeurs" moeten we verpletteren. Alles wordt in het werk gesteld om de grote frauderende werkgevers belastingvrij te houden. Zo wil de regering elk jaar 250 miljoen euro halen uit de strijd tegen de sociale fraude en... 250 miljoen euro uit de fiscale fraude, ook al wordt die geraamd op zo'n 30 miljard euro per jaar.

Slanker en efficiënter, maar voor wie?

Hoe wil de regering dit doen? Eerst en vooral wil ze de overheidsdiensten slanker en efficiënter maken. Voor wie is dat nodig?

Efficiënt betekent voor de regering dat er “een gunstig kader voor de ondernemers” moet worden gecreëerd. Efficiënt, dat zijn overheidsdiensten waar bedrijven minder voor betalen. De efficiëntie heeft dus geen betrekking op de werknemers, maar moet een antwoord bieden op de behoeften van de bedrijven. In die logica zit de efficiëntie vooral in het behouden, creëren of uitbreiden van overheidsdiensten waar de grote bedrijven voordeel uithalen. Door het LuxLeaks-schandaal staan de schijnwerpers nu gericht op de rulingdiensten[3]. Die waren bij de Belgische en Luxemburgse belastingdiensten voor de grote bedrijven op poten gezet. Efficiëntie ten dienste van de grote bedrijven betekent hier dat die diensten zeker moeten blijven, er zou zelfs een overheidsdienst moeten komen die speciaal voor de grote bedrijven en hun indirecte belangen werkt. Aan het andere uiterste zijn er plannen om de dienstverlening die de werknemers rechtstreeks helpt of beschermt, te beperken. Voor deze regering moet een efficiënte openbare dienst dus vooral ten dienste staan van de grote privébedrijven.

Naast efficiënt, moeten de overheidsdiensten ook slank zijn. Ook dit kadert in het hoofddoel van de regering Michel-De Wever: een staat ten dienste van de werkgevers. Die staat zal dus vooral slank zijn voor de "ondernemers", de grote bedrijven. Het wordt een staat die de werkgevers minder controleert, de witteboordencriminaliteit en de grote fiscale fraude amper bestrijdt, de reglementeringen beperkt die de markt hinderen (maar de werknemers beschermen), enz. Een slanke staat die de bedrijven ook minder kost: minder ambtenaren (en meer uitbesteding), minder diensten voor de bevolking, minder goede arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd wil de regering ook een dikkere staat, die harder is voor de werknemers en met meer controles op de werklozen, de samenwonenden, de vakbonden, de ziekenfondsen, de sociale bewegingen en mensen die in opstand komen, de vreemdelingen zonder papieren...

En ten slotte, wanneer de regering zegt niet "zelf [te willen] ondernemen", maakt ze duidelijk dat ze de overheidsdiensten en -bedrijven wil privatiseren, door de verkoop van bedrijven, door onderaanneming of liberalisering.

Voorrang voor de werkgelegenheid. Echt waar?

Tijdens zijn regeringsverklaring van 14 oktober bevestigde premier Charles Michel dat de werkgelegenheid de hoofdbekommernis van zijn regering is. In theorie misschien, in praktijk is dat een ander verhaal. De regering zou bijvoorbeeld in de overheidsdiensten kunnen investeren om duizenden werkzoekenden een vast en correct betaald werk aan te bieden, maar ze plant net het tegenovergestelde, ze wil duizenden banen bij de openbare diensten schrappen.

Een overheid gerund als een privébedrijf

De visie van de regering op de samenleving heeft uiteraard gevolgen voor de organisatie van de overheidsdiensten (overheidsinstellingen en -bedrijven). 

Onder het motto "de privésector is efficiënter dan de staat" en met een terminologie waarbij ze het niet langer over "gebruikers" maar over "klanten" heeft, wil de regering naar privémanagement overgaan. Dit proces werd trouwens al bij vorige hervormingen van de overheidsdiensten in gang gezet.

De verslechterde arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren wordt gerechtvaardigd door het dogma dat zegt dat de ambtenaren "profiteurs" zijn. Ze hebben een beter pensioen, meer vakantie, een grotere werkzekerheid, enzovoorts. Ze blaast de verschillen op tot een karikatuur. Ambtenaren hebben inderdaad een beter pensioen, maar een werknemer in de privésector verdient tijdens zijn loopbaan meer dan een ambtenaar met dezelfde kwalificaties. Dankzij een beter pensioen kunnen ambtenaren dit verschil dan als het ware inhalen. Het totale loon (actieve loopbaan en pensioen samen) is dus echt niet zo verschillend als men vaak denkt. De betere krachtsverhoudingen die de strijdlustige vakbonden in het ambtenarenapparaat hebben bereikt, is daar natuurlijk niet vreemd aan. Daardoor zijn er inderdaad zekere verschillen tussen de lonen van de ambtenaren en die van de werknemers in de privésector, maar is dat een reden om de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren te degraderen? Waarom niet omgekeerd de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in de privésector verbeteren?

Overheidsinstellingen : minder diensten voor de bevolking

De diensten worden gecentraliseerd, waardoor ze verder van het publiek komen te staan

De regering wil overheidsdiensten en -instellingen centraliseren en fusioneren, omdat ze moet besparen (zie verder). Maar dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor de gebruikers. Wanneer je een bestuur centraliseert, snijd je het immers af van zijn gebruikers. Dit zal leiden tot een staat met een grotere repressieve rol.

Een voorbeeld. De RVA heeft op dit ogenblik 30 gewestelijke afdelingen. Die blijven bestaan, maar behalve de diensten die in contact staan met de gebruiker, wordt alles gecentraliseerd. De controles, dossiers, verificaties, betalingen... alles wordt in enkele plaatsen samengebracht. In Henegouwen blijven er bijvoorbeeld nog twee zulke RVA-centra over in plaats van vijf. Dit heeft vooral een impact op de ambtenaren die grotere verplaatsingen moeten doen naar hun werk. En dat wordt dan weer een alibi om nog meer in het personeelsbestand te snijden. Er zullen ook indirecte gevolgen zijn voor het onderhouds- en keukenpersoneel[4]. Meer fundamenteel vergroot dit nog de groeiende kloof tussen de staatsstructuren en de gebruikers. Door de centralisatie worden gebruikers nog meer herleid tot "nummers" en "dossiers". In plaats van een menselijk contact voor te staan, worden ‘openbare’ diensten omgevormd tot 'afgesloten' diensten. En wat een verschil tussen hoe die omgaan met "gewone" gebruikers en met grote bedrijven. De eersten worden door de overheidsdiensten steeds meer op een afstand gehouden en als een nummer beschouwd, voor de grote bedrijven komen er gespecialiseerde diensten (zoals de rulingdienst) in overeenstemming met de belangen van de bedrijven (zoals zo weinig mogelijk belastingen betalen).

Minder efficiënte diensten voor de bevolking

Het regeerakkoord zegt dat de gebruiker centraal staat in het werk van de ambtenaren. “De behoeften van klanten staan centraal in de vernieuwing van alle processen en diensten". De werkelijkheid is anders. Het geslonken aantal ambtenaren en de beheerskosten brengen nu al gevolgen voor de gebruikers met zich mee (zie verder). De voorbije jaren zijn de diensten voor de gebruikers al gestaag afgenomen en dit zal nog erger worden (hoewel nu nog niet precies kan worden aangegeven hoe).

Zo is er bij de FOD Financiën een dienst die de gebruikers helpt bij het invullen van hun belastingaangifte. Door de vermindering van het aantal ambtenaren en van het aantal kantoren van de FOD Financiën, worden deze diensten in enkele centra geconcentreerd. De gebruikers moeten zich dus verder verplaatsen en langer wachten vooraleer ze worden geholpen. Dit is dus het tegengestelde van wat een "klantgerichte" overheidsdienst zou moeten zijn.

De Franstalige tekst van het regeerakkoord vermeldt nog het woord "gebruiker", maar in de Nederlandstalige versie wordt dit dus "klant". – En daarmee is alles gezegd.

Duurdere overheidsdiensten

Hierover staat niets in het regeerakkoord vermeld, maar de algemene logica van de tekst stemt ons wantrouwig. De bedrijven voor openbaar vervoer hebben bijvoorbeeld al aangekondigd dat ze hun tarieven gaan verhogen. Ook de gemeenten, waarvan er vele in financiële moeilijkheden zitten, proberen hun tekorten aan te vullen door de prijzen van de diensten aan de bevolking te verhogen (zoals aanvragen voor administratieve documenten, bewonersparkeerkaarten, milieubelasting, enz.). Ook bij de federale overheidsdiensten zitten dit soort maatregelen eraan te komen. Enerzijds kondigt de regering aan dat ze de werkingsmiddelen van de overheidsdiensten zal terugschroeven, anderzijds krijgen die diensten een verhoogde bestuursautonomie. Het effect van die twee maatregelen is dat ze financiële middelen (waarvan de regering hen heeft afgesneden) bij hun "klanten" (want dat zijn ze volgens de regering) moeten gaan halen.

Minder personeel en verslechterde arbeidsvoorwaarden

Een vermindering van het aantal ambtenaren

Sinds 2009 is er het aantal ambtenaren al drastisch verminderd, met 6.543 eenheden: van 83.684 op 1 januari 2009 naar 77.141 op 30 juni 2014. 85% (5.546) daarvan gebeurde bij de FOD Financiën[5]! Tijdens de regering-Di Rupo zagen de overheidsdiensten hun personeelsbudget elk jaar al met 2% afnemen.

Vertaling tabel : "Evolutie van het aantal ambtenaren tussen 2006 en 2014" ; Aantal ambtenaren

De begrotingstabellen tonen aan dat de regering de personeelskosten tegen het einde van de legislatuur met 10% wil terugdringen. In 2015 betekent dit een vermindering van 4% structurele personeelskosten, daarna gaat er elk jaar 2% af.

Jaar20152016201720182019
Vermindering personeelskosten ten opzichte van 2014- 4 %- 6 %- 8 %- 10 %- 10 %

 

Vier van de vijf ambtenaren die vertrekken, worden niet vervangen. In oktober 2014 waren 6.298 van de 77.000 ambtenaren ouder dan 60 jaar. Zo goed als al die 6.298 ambtenaren zullen[6] voor het einde van de legislatuur met pensioen gaan. Als slechts een van de vijf ambtenaren die met pensioen gaan, wordt vervangen, dan zijn er meteen al 5.038 ambtenaren minder. Dat is natuurlijk een onderschatting. Ten eerste komt dit niet overeen met 10% personeelskosten (er zijn op vandaag 77.000 ambtenaren). Ten tweede moeten we hier ook de contractuelen bijtellen die mogelijk ook niet worden vervangen.

Tabel: indeling van de ambtenaren naar leeftijd op 30 juni 2014

Leeftijd (op 30/6/2014)606162636465+TotaalJob-verlies
Totaal22581370103077156030962985038

 

Naar schatting zullen er de volgende legislatuur 4.000 belastingcontroleurs minder zijn[7]. Deze overheidsdienst is echter zowel strategisch (als er geen geld binnenkomt, kan niets nog werken) als numeriek belangrijk (dit is lang niet de Federale Overheidsdienst (FOD) met de meeste werknemers, er werkt slechts een derde van alle federale ambtenaren).

We kunnen niet precies de impact inschatten van de nieuwe personeelsinkrimpingen, maar we kennen wel de impact van dit soort inkrimpingen in het verleden. Zo is de intensiteit van de controles bij de FOD Financiën afgenomen. Een concreet voorbeeld is de dienst stedenbouw (die het kadastraal inkomen van gebouwen controleert). Het personeelstekort is er zo schrijnend dat de agenten hun bureau niet meer uitkomen. Alles wordt daar "administratief" afgehandeld, op basis van plannen, en ze voeren slechts summiere controles uit. Daardoor gebeurt het dat andere controleurs (btw/bedrijfsbelasting/personenbelasting) bij hun eigen controles een gebouw ontdekken dat niet in het kadaster staat vermeld. Minder ambtenaren bij de FOD Financiën geeft de werkgevers vrij spel om te frauderen, want ze lopen gegarandeerd minder risico gecontroleerd te worden. Zoals Alphonse Vanderhaeghe (Vicevoorzitter ACV-Openbare diensten) zei: "Deze regering is uitstekend nieuws voor bedrijven die zo weinig mogelijk belastingen willen betalen". [8]

Ook bij andere besturen zullen de gevolgen voelbaar zijn. Er zijn bijvoorbeeld agenten die controleren of je bij de benzinepomp wel degelijk 100 cl krijgt wanneer je 1 liter tankt. Door het afbouwen van het aantal ambtenaren, wordt dit soort controles (ter plaatse) bedreigd.

Lagere pensioenen[9].

De regering wil het wettelijk ambtenarenpensioen afstemmen op dat van de privésector (punt 2.3 van het regeerakkoord). Diverse maatregelen viseren rechtstreeks de ambtenarenpensioenen.

Een deel van het pensioen van een ambtenaar is uitgesteld loon. Als de regering de pensioenen van de ambtenaren aanpakt, is dat dus ook een aanval op hun loon. Niet verwonderlijk dus, dat bepaalde vakbondsleden het over "contractbreuk" hebben.

De zwaarste maatregel is dat het pensioenbedrag wordt berekend op basis van een langere periode uit de loopbaan.

De regering-Michel-De Wever hakt ook in op de pensioenen van de rijksambtenaren. Dit gebeurt via vier concrete maatregelen:

  1. de afschaffing van de diplomabonificatie (studiejaren kunnen meetellen bij de opbouw van het pensioen)
  2. de verlenging van de loopbanen (al de fameuze tantièmes zijn opgetrokken tot 60)
  3. werk als contractueel telt niet meer mee voor de berekening van het pensioen van rijksambtenaren (veel rijksambtenaren beginnen als contractuelen en worden pas later statutair benoemd)
  4. een nieuwe berekening van het rijksambtenarenpensioen op basis van de volledige loopbaan (in plaats van de laatste jaren uit de loopbaan).

Door deze maatregelen dreigen rijksambtenaren met een gemiddeld pensioen 298,4 euro pensioen (netto) per maand te verliezen.

Tabel: Evolutie van de berekening van het ambtenarenpensioen

 Vóór Di RupoHervorming-Di RupoHervorming-Michel
Berekening van het pensioenbedragOp basis van het loon van de laatste vijf jaarOp basis van het loon van de laatste tien jaarOp basis van het gemiddelde loon van de hele loopbaan

 

Een aanval op de ambtenarenstatuten

In de eerste plaats wil de regering het makkelijker maken ambtenaren te ontslaan en hun mobiliteit verhogen. Tuchtprocedures, waaronder ontslag, worden vergemakkelijkt (in de strijd tegen "ongerechtvaardigde afwezigheden"). Vakantieperioden worden geharmoniseerd met de privésector (werknemers van de privé hebben 20 dagen vakantie per jaar, ambtenaren 26[10]). Om de werkonzekerheid te vergroten, wil de regering ook interims bij de FOD's toelaten.

Werken in een overheidsdienst was altijd erg aantrekkelijk omwille van de werkzekerheid en het loon (alleszins het totaal van het loon tijdens de actieve jaren en het pensioen). Voorts hebben ambtenaren een beschermd statuut, bestaan er beroepsprocedures tegen sancties en garandeert de onafzetbaarheid de ambtenaren een zekere onafhankelijkheid en vrijheid van meningsuiting[11]. Tot vandaag werkten er bij de overheid maar weinig interims, waardoor de ambtenaren hun goede arbeidsvoorwaarden konden behouden.

De vorige regeringen hebben al flink in de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren gesneden. De nieuwe regering wil nog verder gaan. Trouw aan haar dogma dat ambtenaren profiteurs zijn, wil ze ten strijde trekken tegen de "niet-gewettigde afwezigheden". Dit is een klassiek geval van het paard van Troje. Want in naam van de strijd tegen de niet-gewettigde afwezigheden van enkele ambtenaren, valt de regering de arbeidsvoorwaarden van alle ambtenaren aan.

Gesoldeerde werkingskosten

De regering wil de werkingsmiddelen tegen 2015 met 20% te verminderen. Tijdens de vorige legislatuur zijn die ook al afgebouwd. Zo zijn de werkingsmiddelen van de FOD Binnenlandse Zaken met 6% gedaald. De FOD Personeel en Organisatie (P&O) is als het ware de personeelsdienst van de diverse overheidsinstellingen. Het is ook de dienst die de opleidingen voor de ambtenaren organiseert. Doordat de werkingsmiddelen in 2013 met 15% zijn verminderd, is het aantal opleidingen voor ambtenaren bij de FOD P&O in 2013 met 30% gedaald (-3.716).

Bij de FOD Financiën zou een vermindering van de werkingsmiddelen met 20% de begroting doen dalen van 266 naar 212 miljoen euro. De vermindering van de werkingsmiddelen loopt parallel met de personeelsvermindering, maar gaat ook verder. Zo telde de FOD Financiën in 2012 nog 650 afdelingen (plaatselijke kantoren). Dit aantal moet 60% lager, naar 250 in 2015. Door dit soort maatregelen zullen de ambtenaren ook langer moeten wachten vooraleer ze een nieuwe pc krijgen, met de negatieve gevolgen voor hun diensten en efficiëntie van dien.

Hierdoor zal ook het telethuiswerk bij de ambtenaren verhogen. De regering plant dit trouwens ook zo in haar akkoord. Telethuiswerk wordt vaak gezien als positief voor de werknemer (en het klopt ook dat dit bepaalde voordelen heeft), maar het doel van de regering is helaas niet zo lovenswaardig als het lijkt. De regering wil twee dingen bereiken.

  • Aan de ene kant sporen de verantwoordelijken de werknemers aan om van thuis uit te werken, omdat dit hun productiviteit doet toenemen. Thuis kunnen ze immers meer en beter werken omdat ze bijvoorbeeld fitter zijn (ze hoeven geen afstanden af te leggen) en omdat ze minder worden gestoord door hun collega's. Bepaalde verantwoordelijken verwachten dus dat hun telewerkers 25 of 50% meer presteren dan ze op kantoor zouden doen.
  • Daarnaast is het ook een manier om bepaalde kosten door de werknemer te laten betalen (verwarming, verlichting, internetverbinding, beschikbare ruimte).[12] 

De vermindering van de werkingsmiddelen is daarom slechts een excuus om het telethuiswerk te stimuleren. En daar komen dan weer nieuwe besparingen (en bijkomende kosten voor de werknemers) en een hogere werkdruk uit voort.

Privébeheer van de overheidsdiensten: toyotisme, onderaanneming

De regering wil het ambtenarenkorps grondig hervormen... om het te kunnen besturen als een privébedrijf.

Een ander dogma van de regering is dat de privésector efficiënter is dan de openbare sector. Daarom privatiseert en liberaliseert ze bepaalde overheidsdiensten (zie verder), daarom gaat ze ook over tot de steeds verder doorgedreven invoering van privémanagement in het ambtenarenkorps. Zogezegd om de diensten voor de bevolking te verbeteren. Maar hoe meet je de productiviteit van een ambtenaar die de mensen helpt hun belastingaangifte in te vullen? Aan de hand van het aantal ingevulde aangiften? Met dit soort dogma’s zal de kwaliteit van de diensten aan het publiek nog afnemen in plaats van te verbeteren (zie verder).

De besturen zullen met "beheerscontracten" werken, met doelstellingen en een bestuurs- en managementautonomie. De leidinggevenden zullen worden beoordeeld op basis van productie-indicatoren en de resultaten van hun afdeling. Er zal ook een "productiviteitsindicator" op punt worden gesteld. Voorts plant de regering dat "de werkprocessen kritisch [worden] bekeken vanuit de lean-filosofie". Het lean management is het toyotisme. Een van de centrale punten daarvan is het "afgeslankt bestuur", dat zich op de hoofdtaken concentreert en verspilling tegengaat (en dus beroep doet op uitbestedingen).

Onderaanneming biedt de regering heel wat voordelen (en evenveel nadelen voor de werknemers). Ten eerste is het een manier om de arbeidsvoorwaarden van een deel van de werknemers te verlagen, ook al werken ze op dezelfde werkplek: sommigen hebben een statuut met werkzekerheid, een degelijk pensioen... anderen hebben met flexibele contracten, werken als interim, met lagere lonen en uiteindelijk ook lagere pensioenen. Op de tweede plaats is het dus ook een manier om op termijn de kosten voor de regering te verminderen, aangezien de pensioenen van werknemers in onderaanneming (die dus voor privébedrijven werken) lager liggen en niet meer door de overheid worden betaald. Ten slotte is het ook een manier om de macht van de vakbonden te breken, aangezien bedrijven in onderaanneming vaak kmo’s zijn die al het mogelijk doen om vakbondsactiviteit uit hun bedrijf te houden[13].

Het voorbeeld van BM&S[14], dat als onderaanneming van de NMBS de treinen schoonmaakt, toont wat de gevolgen voor de werknemers zijn. Het uitbesteden van werk (dat voorheen door werknemers van de NMBS werd gedaan) leidt tot slechtere arbeidsvoorwaarden (lonen, vakantie, pensioenen, minder gunstige paritaire comités….), hogere flexibiliteit en onstabiliteit (ontslaan wordt makkelijker). Bovendien bestaat er geen overlegorganen (het is precies de vakbondsactiviteit dat voor BM&S het grootste probleem vormt).

Nog meer door de politiek wordt gedomineerd

De regering heeft nog andere doelstellingen. Zo wil ze de onafhankelijkheid van het ambtenarenkorps inperken. Hiervoor plant ze een "selectie van leidende ambtenaren die de vorm kan aannemen van de samenstelling van een pool van gecertificeerde kandidaten, waaruit de ministers bij hun aantreden kunnen kiezen."

We moeten die onafhankelijkheid niet idealiseren[15], maar toch, dankzij dankzij die politieke onafhankelijkheid durfde Karel Anthonissen, hoge ambtenaar bij de dienst Financiën in Gent, een onderzoek in te stellen naar vermeende fiscale fraude van Europees Commissaris Karel De Gucht[16].

Met het oog op de onafhankelijkheid van de overheid, pleiten we voor het terugschroeven van de omvang van de ministeriële kabinetten (dit is ook een van de doelstellingen van de regering Michel - De Wever) en voor de onafhankelijkheid van de ambtenaren. We willen dus wel kleinere kabinetten, willen we die niet laten leiden door FOD-managers die werken voor de uitvoerende macht. We willen dat de wetgevende macht, het Parlement (dat vandaag nog maar 5% van het wetgevend werk doet), meer middelen en meer medewerkers krijgt zodat het de regering beter kan controleren en eigen wetsvoorstellen kan opmaken. We willen dat de gekozenen een beroep kunnen doen op overheidsdiensten om hun voorstellen uit te werken, ook wanneer die kritiek inhouden op de uitvoerende macht. Met het mechanisme dat de regering-Michel-De Wever voorstelt, is dit onmogelijk.

Integendeel, rechts wil dat de regering de totale controle heeft op de overheidsdiensten. Daarom wil het ook zelf de leidinggevenden van die diensten benoemen. De greep die ze zo op de uitvoerende macht krijgen, is natuurlijk nefast.  

Overheidsbedrijven: nog meer privatiseringen

De regering wil bestuderen hoe ze een deel van haar activa kan verkopen, om "de staatsschuld af te bouwen". De FPIM beheert 10,3% van BNP Paribas, 50% van bPost, 53,5% van Belgacom en 100% van Belfius. 

We hebben het daarnet al gezien, de regering is niet van plan "zelf te ondernemen". Een van haar doelen is dus overheidsbedrijven te verkopen. De staat beheert verschillende categorieën bedrijven: er zijn de financiële instellingen, overheidsbedrijven die al grotendeels zijn geprivatiseerd en de NMBS

Geen ASLK van de 21ste eeuw,  alweer een gemiste kans…

De regering-Michel-De Wever ziet het feit dat de staat aandelen heeft van deze financiële instellingen (BNP Paribas Fortis en Belfius) niet als een kans om zelf performante bankdiensten te ontwikkelen. Ze denkt liever aan de kortetermijnwinst voor de rijksbegroting: dankzij een verkoop kan ze met een "one shot"-maatregel de staatsschuld verminderen... tot de volgende crisis? We mogen niet vergeten dat banken zoals Fortis en Dexia tijdens de bankencrisis van 2008 op de rand van het bankroet stonden. De oorzaak lag bij de uit de hand gelopen speculatie en bij de winsthonger van hun bestuursleden. De staat is hen te hulp geschoten, maar wel met ons geld. De verliezen werden dus door de gemeenschap (de werknemers) gedragen, terwijl niemand de werkgevers ooit ter  verantwoording heeft geroepen.

De verkoop van een bedrijf is eveneens een winstgevende maatregel voor diens (toekomstige) grote aandeelhouders. Ten koste van de werknemers. Dit valt het meeste op in het geval van Belfius, een bank die voor 100% in handen is van de Belgische Staat. Vooraleer ze de aandelen van Belfius verkoopt, wil de regering de zaak eerst nog wat “opsmukken". Dit proces is al tijdens de vorige regering begonnen. De staat beheerde Belfius alsof het een privébedrijf was. Eerst en vooral werd er gesnoeid in het personeel. In 2013 stelde Belfius een plan op dat voor een vermindering van 920 personeelsleden moet zorgen. Het personeel wordt ontzettend onder druk gezet (zoals met een loonsverlaging van 5%) en de werkomstandigheden worden er steeds zwaarder. Op die manier wil Belfius, zonder naakte ontslagen, haar personeelsbestand met 920 verminderen, want honderden werknemers kiezen er dan zelf wel omvoor het zinkende schip te verlaten[17]. Nog een techniek uit de privésector: minder service voor de bevolking. Zo zijn er in de kleinere dorpen effectief al bankkantoren gesloten. 

Ook van BNP Paribas is de Belgische staat een van de hoofdaandeelhouders (met bijna 10%). Maar daar beslist de staat om niet tussenbeide te komen en laat ze de bank in de praktijk volledig in privéhanden overgaan. De twee Belgische directeurs, die door de Belgische regering werden voorgesteld, genieten een volledige bewegingsvrijheid zonder dat de regering zich met de zaken van de bank moeit. Mede daardoor werd de bank in 2014 veroordeeld tot het betalen van een boete van negen miljard euro aan de Amerikaanse justitie. Ze had lucratieve transacties afgesloten met landen waarvoor een Amerikaans embargo geldt.

Sinds 2008 beweert de regering dat ze alles in het werk stelt om de banken effectief te controleren. Met veel vertoon werd er zelfs een bankhervorming goedgekeurd. Maar wanneer de regering zelf aandeelhouder van een bank is, heeft ze blijkbaar geen recht op inzage in grootschalige bankverrichtingen. Zelfs haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur moeten geen verantwoording afleggen.

Eigenlijk was de betrokkenheid van de Belgische Staat bij deze banken (BNP Paribas, Belfius) de ideale gelegenheid om de controle over de bankensector in handen te nemen, in zijn eigen belang. De staat had er ook een overheidsbank mee kunnen creëren, een ASLK van de 21ste eeuw. In werkelijkheid gebeurde net het tegenovergestelde. Er is alles aan gedaan om de privébankiers de bank (BNP Paribas) te laten besturen of om de boel zo op te smukken dat privébankiers interesse kregen om die van de staat over te kopen (Belfius). De redenering blijft dezelfde: de kosten zijn voor de gemeenschap en de werknemers en de winst is voor de aandeelhouders en privébankiers.  

bPost en Belgacom: een stap dichter bij de privésector

ndere staatsbedrijven, zoals Belgacom-Proximus en bPost, zullen nog meer worden geprivatiseerd. Zoals... Paul Magnette (over de Post) zei toen hij nog minister van Overheidsbedrijven was: "Ideologisch heb ik daar niets op tegen. Er moet een openbare controle blijven bestaan op de bedrijven die diensten van algemeen nut leveren. Maar ik pin me niet vast op de 51%. Als er hierdoor een beetje zuurstof in de budgettaire politiek kan gepompt worden, waarom niet? Maar een openbare controle blijft belangrijk, d.w.z. ten minste 26 % van het kapitaal, een blokkeringsminderheid. (…)"[18].

Voor deze twee bedrijven is het proces al vrij ver gevorderd. Ze zijn beide beursgenoteerd en zijn nog slechts voor de helft in handen van de Belgische Staat. 

Voor deze bedrijven wil de regering de wet van 1991 op de autonome overheidsbedrijven (AOB) hervormen om rekening te kunnen houden met de "nieuwe socio-economische werkelijkheid waarmee overheidsbedrijven in hun sector worden geconfronteerd". En wat verder: "Het begrip "universele diensten" moet een eigentijdse invulling krijgen". Het loon van de bedrijfsleiders zal afhangen van de "bedrijfsprestaties op lange termijn". De overheidsbedrijven moeten ook "financieel gezond zijn, waarbij ervoor wordt gezorgd dat ze hun rentabiliteitsdoelstellingen halen in een gezond sociaal klimaat, met respect voor de kwaliteit van de publieke dienstverlening en met respect voor de veiligheid van werknemers en gebruikers/klanten."

In werkelijkheid gedraagt de regering zich als een gewone privéaandeelhouder die financieële baten wil van zijn aandelen in bepaalde overheidsbedrijven. En ze probeert  de bruid zo mooi mogelijk op te smukken vooraleer (een deel van) haar aandelen te verkopen.

Het geval van bPost maakt veel duidelijk.[19] In 2001 werd Johnny Thijs door de Belgische Staat aangesteld om de nodige hervormingen door te voeren om het bedrijf voor te bereiden op de liberalisering van de sector, die toen was voorzien voor 2011. Met andere woorden: de Post moest "rendabel en concurrentieel" worden. Opdracht volbracht voor Johnny Thijs: in tien jaar werd bPost een van de meest rendabele en concurrentiële postdiensten van Europa. Waar in 2006 42 miljoen euro dividenden aan de aandeelhouders werd uitgekeerd, was dit in 2011 390 miljoen euro. Johnny Thijs is eveneens de man die in 2005 privéfondsen in het aandeelhouderschap van de post opnam. Die kwamen hoofdzakelijk van de Deense post en het Britse private-equityfonds CVC. Johnny Thijs legde zijn vrienden aandeelhouders tijdens die hele periode trouwens goed in de watten. Zo hebben ze kunnen meeprofiteren van de recente beursnotering van het bedrijf. En onder zijn bestuur behaalde CVC naar schatting een investeringsrendement van 300%. Dit alles kreeg hij voor elkaar nog voordat hij onlangs het schip verliet. Daarmee heeft hij en passant nog een goede zaak gedaan ook. Zo schreef het beurstijdschrift De Tijd: dat "CVC de enige is die belang heeft bij de beursgang" (mei 2013).

Maar al deze hervormingen betekenen ook dat de redenering dat overheidsdiensten goede jobs aanbieden en een degelijke dienstverlening garanderen, volledig overboord wordt gegooid: loonsverlagingen, een drastische personeelsinkrimping (30% minder jobs tussen 2003 en 2011), de invoering van het precaire statuut van hulppostbode (1.500 euro bruto per maand), de sluiting van om en bij de 600 postkantoren op een totaal van 1.300, steeds meer klachten, wegkwijnen van de sociale rol van de postbode: ziedaar de keerzijde van de medaille van het "fabelachtige succes" van Johnny Thijs.

Belgacom (dat sinds kort Proximus is geworden) houdt nog vast aan haar taken van universele dienst (bijvoorbeeld de dekking van heel België, telefoonhokjes, enz...). Als er een grotere privatisering komt, dan worden ook die universele diensten bedreigd.

Het is net deze logica die de regering Michel-De Wever bij bPost en Proximus nog verder wil doordrijven.

De NMBS: op hetzelfde spoor als de Post?

De NMBS is nog een ander verhaal. Het bedrijf blijft voor 100% in handen van de Belgische Staat. De privatisering van het bedrijf en de liberalisering van zo'n cruciale sector (personenvervoer) zijn ook minder ver gevorderd dan dat bij bPost het geval is.

Het is overduidelijk welke richting de regering-Michel-De Wever op wil: op termijn is het de bedoeling de liberalisering van het personenvervoer voor te bereiden. Alsof de NMBS op de een of andere manier haar privatiseringsachterstand ten opzichte van bPost moet "inhalen".

De regering gaat tewerk in meerdere tussenstappen. De financiering van de NMBS wordt teruggeschroefd (onder het mom dat ook de NMBS moet bijdragen aan de begrotingsinspanningen). Hierdoor zal de overheidsdienst natuurlijk aan kwaliteit inboeten: minder lijnen, treinen die minder goed zijn onderhouden en dus vaker vertragingen hebben, hogere tarieven, investeringen die worden uitgesteld (zou de RER nog voor deze eeuw zijn?), enz. Deze besparing (2,1 miljard euro op vijf jaar) wordt ideologisch verantwoord en bereidt de geesten voor op een liberalisering, opnieuw met het argument dat de privésector het beter zal doen dan de overheid. 

Door nu ook de uitgaven te verlagen die de NMBS (die het personenvervoer uitbaat) aan Infrabel (die de spoorinfrastructuur beheert) betaalt, kunnen op termijn ook andere, buitenlandse spoorbedrijven het Belgische spoorwegennet tegen een lager tarief gebruiken.

Zo moet de NMBS niet langer in de eerste plaats personentransport organiseren, maar moet ze vooral rendabel worden en in een gezonde financiële situatie verkeren. Dat is ook de reden waarom de verschillende regeringen het aantal spoorbeambten fors hebben verminderd.

Met de liberalisering die de regering ons belooft, stevenen we recht op een muur af. In de eerste plaats zullen de werknemers door alle negatieve maatregelen bij het Belgische spoor (verminderd aanbod, verhoging van de tarieven) het openbaar vervoer links laten liggen. Ecologisch gezien betekent dit een ramp. Met de liberalisering wordt dit nog erger. Kijken we maar naar Groot-Brittannië, waar het personenvervoer per spoor geliberaliseerd is: de tarieven swingen de pan uit, het aantal geschrapte treinen is toegenomen en de stiptheid is verslechterd. Maar de liberalisering houdt ook een bedreiging voor de veiligheid van de reizigers in. Zoals de recente ongevallen op het spoor laten zien (denken we maar aan het ongeval in Buizingen waarbij negentien doden vielen), laat die veiligheid in België nu al te wensen over. In Groot-Brittannië is de situatie nog dramatischer: sinds de privatisering in 1995 zijn daar al 86 doden gevallen.

Diezelfde gevolgen zagen we ook bij de liberalisering van het vrachtvervoer in België. Het vrachtvervoer op de weg schoot de hoogte in, ten nadele van het vervoer per spoor. De vroegere overheidsbedrijven voor goederentransport op Europees niveau kennen een grote financiële instabiliteit en er is een sterke daling in het aantal werknemers merkbaar[20].

De regering is niet in het minst geïnteresseerd in het verstrekken van goed openbaar spoorvervoer aan de bevolking. Ze heeft de middelen ter beschikking om voor een ambitieus aanbod van openbaar vervoer te zorgen waarmee ze de opwarming van het klimaat, de vervuiling en het opstoppen van de grote steden kan tegengaan. Maar ze doet er niets mee. De regering wil enkel dat privé-investeerders en "ondernemingen" winst kunnen maken. Dat is de enige echte reden voor het openstellen voor de concurrentie van het personenvervoer per spoor en de privatisering van de NMBS.

[1] Regeerakkoord Michel-De Wever, 1.10, p. 22 • [2]  De term "overheid" staat in de tekst van het akkoord voor overheidsadministratie en de overheidsdiensten in het algemeen. • [3] In België is dit de Dienst Voorafgaande Beslissingen. (DVB). Dit is een belastingdienst die fiscale constructies op het randje van de legaliteit moet goedkeuren, nog voor ze effectief zijn opgezet. Zodra de DVB groen licht heeft gegeven, kan geen enkele belastingcontroleur de wettigheid ervan nog in twijfel trekken. • [4] Wanneer de plaatselijke afdelingen van de RVA aan ambtenaren moeten inboeten (aangezien de backoffice zal zijn gecentraliseerd), zal dit worden aangegrepen om het onderhouds- en keukenpersoneel te verminderen (of zelfs volledig af te schaffen of uit te besteden). • [5] FOD = Federale Overheidsdienst, het hart van het bestuur. Een FOD is wat we vroeger een "ministerie noemden.  OISZ = Openbare Instelling van Sociale Zekerheid, een instelling die belast is met een specifiek aspect van de Sociale Zekerheid (RIZIV, RSZ, RVA, enz.) ION = Instelling van Openbaar Nut, dit is een departement met (een zekere) bestuursautonomie die een taak van openbaar nut uitvoert. • [6] Er zijn immers erg weinig ambtenaren die na hun vijfenzestigste nog moeten vertrekken. • [7] Volgens Le Soir (5 november 2014) • [8] Le Soir, 5 november 2014 • [9] Voor meer informatie over de hervorming van het pensioenstelsel, kunt u deze brochure lezen van  Kim De Witte, Langer werken voor minder pensioen? Ondoenbaar, onlogisch en onnodig. • [10] Ambtenaren tot 45 jaar hebben recht op minstens 26 vakantiedagen per jaar. Dit loopt op tot 33 vakantiedagen per jaar op 64 jaar. • [11] Zie artikelen 77 en volgende van het KB van 2 oktober 1937 betreffende het statuut van rijksambtenaren. • [12] Het is trouwens een pervers mechanisme. Wanneer de werknemer zijn huis huurt en aangeeft dat hij zijn woning ook voor professionele activiteiten gebruikt, heeft dit gevolgen voor de belastingen van de eigenaar. Daarom zien werknemers ervan af dit als bedrijfskosten aan te geven. • [13] In bedrijven met minder dan vijftig werknemers is er geen ondernemingsraad en is de rol van de vakbonden erg beperkt. • [14] De werknemers van BM&S staken nu al meer dan twee maanden om de terugkeer te eisen van vakbondsafgevaardigden die door de directie ten onrechte zijn ontslagen. • [15] Zo was er het televisiedebat waarbij minister Sabine Laruelle haar verbazing uitsprak over het feit dat Marco Van Hees, toenmalig ambtenaar van de FOD Financiën, op tv kritiek durfde uitbrengen op de fiscale wetten die hij in zijn werk zelf moest toepassen. • [16] Karel De Gucht werd van fiscale fraude verdacht en de directeur van de Bijzondere  Belastinginspectie van Gent, Karel Anthonissen, opende daar een onderzoek naar. • [17] (zie De Tijd 14 oktober 2014). • [18] G. Mugemagango, T. Michels, "Waarom de Post opnieuw een echte openbare dienst moet worden", MS 103 • [19] M. Vancauwenberghe, "Quand le service public est le grand absent du débat autour de la poste", Le Soir 27 décembre 2013. • [20] Zie D. Para, Het goederenverkeer per spoor, een doorlichting van het Belgische beleid, MS 89, 2010.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.