Foto Belga

Met Trump naar handelsoorlog

auteur: 

Jo Cottenier

“Handelsoorlogen zijn goed en gemakkelijk te winnen”, zo twitterde VS-president Trump begin maart zijn lang beloofde veldtocht tegen China op gang. Hij kondigde meteen invoerheffingen op staal en aluminium aan. Daarmee komt hij een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloftes tegenover de Amerikaanse staalbaronnen na. Maar eigenlijk zou de tweet beter luiden: “Handelsoorlogen zijn gemakkelijk te beginnen maar je weet nooit waar ze eindigen.”

Het was de grote blikvanger van zijn verkiezingscampagne: Trump zou miljoenen jobs naar de VS terugbrengen. Hij zou de schadelijke effecten van de globalisering stoppen. Hij zou de Amerikaanse bedrijven terughalen en ze thuis laten produceren. Trump had de sleutel om Amerika weer groot te maken.

Een keerpunt in de VS-strategie

Volgens Trump en de zijnen heeft de VS zich met de ogen toe in het onheil gestort door China toe te laten in de Wereld Handelsorganisatie (WTO). Amerikaanse bedrijven gingen in China goedkoop produceren en overrompelden de Amerikaanse markt met hun producten. Met een reusachtig handelstekort als resultaat: China voert elk jaar 375 miljard dollar meer uit naar de VS dan de VS uitvoert naar China. Met een forse campagne tegen de Chinese dumping en oneerlijke handelspraktijken haalde Trump de overwinning in voldoende staten om president te worden, tegen ieders verwachting in. Zijn magische formule was heel eenvoudig: de binnenlandse markt beschermen, invoertaksen heffen en alleen nog bilaterale handelsakkoorden sluiten om zich niet te laten beduvelen in multilaterale akkoorden.

Daarmee kreeg hij zowel de Democratische als grote delen van zijn eigen Republikeinse Partij op zijn nek. Want de VS was net de sterkste wereldmacht geworden door de concurrentie onder de voet te lopen, niet door zich terug te trekken in de eigen vesting. Niet door protectionisme maar door vrijhandel die de poorten opende voor de Amerikaanse multinationals. Trump staat voor een minderheidsstrekking in het Amerikaanse establishment, een strekking die de ondergang van de VS voorspelt als de industriële uittocht niet wordt gestopt.

De stormram trekt zich op gang

Het begon zeer krachtig tijdens zijn eerste presidentsweken. Het Trans-Pacific Partnership (TPP), dat Obama zo moeizaam tot stand had gebracht met Japan, buurlanden van China en landen op het Amerikaanse continent, ging direct op de schop. Trump kondigde aan dat hij het NAFTA-akkoord met Canada en Mexico wou heronderhandelen of opblazen. En toen werd het stil op dat front. Alle aandacht ging naar Trumps eerste bombardement in Syrië, naar zijn terugtrekking uit het Klimaatakkoord en naar de woordenoorlog met Kim Jong-un. Er rees al twijfel of Trump misschien toch in de rij zou gaan lopen en zijn protectionistische plannen zou opbergen. Met één brutaal lichtzinnige tweet veegde Trump alle speculaties weg en liet hij de wereld weten: “Ik trek ten oorlog”.

Die oorlog heeft Trump een jaar lang laten voorbereiden. Hij stak niet weg dat hij de WTO wilde passeren om geen tijd te verliezen met een klacht die zou worden verworpen door de geschillenrechtbank. Dat overkwam George Bush in 2011 en het zou Trump niet overkomen. Robert Lighthizer, de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiger was daarover heel duidelijk in een rapport van januari: “Het idee dat onze problemen met China opgelost kunnen worden door meer klachten in te dienen bij de WTO is in het beste geval naïef en in het slechtste geval leidt het de beleidsmakers af van de ernst van de uitdaging die China’s niet-marktbeleid stelt.”

Om die klip te ontwijken haalde Trump het grof geschut boven: de nationale veiligheid. Een onderzoek op basis van artikel 232 van de Amerikaanse Handelswet kwam tot de conclusie dat 30% invoer van staal een bedreiging vormt voor de militaire industrie, voor de vitale infrastructuur, voor het transportsysteem en de energienetwerken. Dit artikel 232 werd voor het laatst gebruikt door Ronald Reagan in 1986, toen Japan de VS-markt overspoelde met semiconductoren. Het rapport besluit dat de import van staal met een derde moet dalen (van 34 miljoen ton naar 22 miljoen ton), waardoor de Amerikaanse staalbedrijven op 80% van hun capaciteit zouden kunnen draaien. In theorie zou dat moeten lukken door ofwel een quotum vast te leggen van 65% op alle invoer of een invoertaks van 24% te heffen. Trump maakte er 25% van.

Een tegen allen

Bij de bondgenoten van de VS was de verbijstering groot. Trump had maatregelen tegen China beloofd maar China is voor staalinvoer maar een kleine garnaal in vergelijking met landen als Canada, Brazilië, Zuid-Korea en Mexico. Die zijn samen goed voor de helft van de invoer van staal in de VS. Zelfs Duitsland voert meer staal uit naar de VS dan China. En China hoeft het zelfs niet te voelen want die staalinvoer vertegenwoordigt amper 3% van het handelsoverschot met de VS. Het leek alsof Trump zich had vergist en de getroffen landen reageerden woedend, de Europese Unie inbegrepen.

Waarop Trump uitzonderingen beloofde voor wie met tegenprestaties over de brug kwam. Canada en Mexico bijvoorbeeld kunnen gunstmaatregelen krijgen als ze bereid zijn om het NAFTA-akkoord te heronderhandelen. Trump wil met zijn algemene invoertaks ook andere landen aanzetten om dezelfde protectionistische weg te volgen. China is de grootste staalproducent ter wereld maar kampt met een overcapaciteit van ongeveer 100 miljoen ton (op een productie van 600 miljoen ton).  De Europese Unie, die al lang kampt met invoer van Chinese staaloverschotten, protesteert wel tegen de Trump-taks maar zou het liefst zelf ook de invoer van Chinees staal beperken.

China als schietschijf

De Trump-maatregelen zijn een achterhoedegevecht dat vooral de Amerikaanse constructeurs en de consumenten op kosten jaagt

China heeft de boodschap goed begrepen. Hoe de handelsoorlog ook op gang komt, China weet dat het de eerste schietschijf zal zijn. Dat het maar een begin is bleek al snel toen Trump enkele dagen later een invoerheffing van 50 miljard dollar oplegde voor Chinese producten. De maatregel treft 1.300 producten in een honderdtal categorieën, van schoenen, over kleding naar consumentenelektronica, maar ook in spitssectoren zoals de luchtvaartindustrie, de informatie en communicatie technologie, de robotica en machinebouw. Bovendien worden Chinese investeringen in de VS nauwer aan banden gelegd.

Dit alles zou het gevolg zijn van een onderzoek over diefstal van intellectuele eigendom, op basis van artikel 301 van de Amerikaanse Handelswet. De aanklacht luidt dat China tientallen jaren roofbouw heeft gepleegd van technologie en kennis en daarbij volop kon genieten van staatssteun. Toen China begin de jaren 1990 de deuren openzette, konden multinationals samen met Chinese ondernemers scheep gaan, met technologieoverdracht als voorwaarde. Zo leerde China bijvoorbeeld zonnepanelen maken en werd het op dat domein de belangrijkste producent ter wereld. De regering-Trump doet alsof hiermee de geschiedenis kan teruggedraaid worden, maar China is dit stadium al lang voorbij. Het wedijvert tegenwoordig op eigen kracht in de hoogste technologische sferen en heeft zich met het Made in China 2025-plan tot doel gesteld om zich in tien hightechdomeinen te meten met de wereldtop. Zo bekeken zijn de Trump-maatregelen een achterhoedegevecht dat vooral de Amerikaanse constructeurs en consumenten op kosten jaagt en onvermijdelijk tegenmaatregelen zal oproepen.

Trump stoomt een oorlogskabinet klaar

Het valt dan ook niet te verwonderen dat er toenemende weerstand groeit in VS zelf. Er is onenigheid over het effect van de heffingen voor de Amerikaanse economie en er is ongerustheid over de gevolgen van een escalatie. Zo liet de machtige Business Round Table, een groepering van grote bedrijven, haar ontevredenheid blijken. Niet minder dan 45 Amerikaanse handelsverenigingen, waaronder de US Chamber of Commerce, lanceerden een oproep aan Trump om geen handelsoorlog met China te beginnen. Een coalitie van 25 industrieverbonden die landbouwers en staalverbruikers groepeerde startte lobbywerk om Trump tot inkeer te brengen. Zij wijzen erop dat vooral de consumenten de prijs zullen betalen en dus minder zullen kopen. De Federatie voor Kleinhandel waarschuwt: meer dan 41% van de kleren, 72% van de schoenen en 84% van het reisgoed op de Amerikaanse markt worden gemaakt in China.

Ook in Trumps eigen kabinet rees protest. Economisch adviseur Gary Cohn zag een handelsoorlog niet zitten en stapte het af. Paul Ryan, de woordvoerder van de Republikeinen in het Congres, kantte zich de taksen op staalinvoer: “We maken ons extreem grote zorgen over de gevolgen van een handelsoorlog en vragen het Witte Huis niet langer door te zetten met dat plan.” Alsof Trump te kennen wou geven dat hij zich daar niet aan stoort haalde hij nog eens de fijne borstel door zijn kabinet en stuurde nationaal veiligheidsadviseur Mc. Master en Staatssecretaris Rex Tillerson de laan uit. Met het vertrek van Cohn, Mc.Master en Tillerson is de regering-Trump opnieuw drie van de meest ‘gematigde krachten’ armer. Met John Bolton als veiligheidsadviseur en gewezen CIA-baas Mike Pompeo als minister van Buitenlandse Zaken komen twee gereputeerde haviken mee aan het roer en heeft Trump een homogene ploeg die op alle domeinen zijn offensieve opvattingen deelt. De meest schrikbarende figuur is John Bolton, gekend voor zijn agressieve opstelling tegenover Rusland, China, Noord-Korea en Iran. Voeg daarbij de twee China-bashers op Handel, Wilbur Ross als minister van Economische Zaken en Peter Navarro als hoofdadviseur, en het lijkt evident dat de anti-China koers naar een hoogtepunt gaat.

China laat niet met zich sollen

De eerste Chinese reactie op de Trump-maatregelen was vastberaden maar gematigd, alsof men Trump de kans wilde geven om zich nog te bedenken. China onderstreept dat niemand baat heeft bij een handelsoorlog. Partijvoorzitter Xi Jinping wierp zich vorig jaar op het Wereld Economisch Forum in Davos al op als grootste verdediger van de globalisering: “Protectionisme nastreven is als zichzelf in een donkere kamer opsluiten. Dat kan wind en regen wel buiten houden, maar die donkere kamer zal ook licht en lucht blokkeren. Niemand zal als winnaar uit de handelsoorlog tevoorschijn komen.” Economische globalisering is een onomkeerbare trend, aldus de Chinese woordvoerders, maar als de VS handelsoorlog wil, dan zal ze die krijgen.

Vanaf de eerste maatregelen van Trump kondigde China tegenmaatregelen aan. Ondanks het grote onevenwicht op de handelsbalans kan China de VS veel pijn doen. De VS voert vooral varkensvlees, sojabonen en andere landbouwproducten uit, naast vliegtuigen, auto’s en diensten. 62% van de Amerikaanse uitvoer van sojabonen gaat naar China en dat vertegenwoordigt 35% van de Chinese invoer van sojabonen. Brazilië, Rusland, Argentinië en Canada staan te dringen om die markt in te palmen. Voor de Amerikaanse landbouw en veeteelt kan een Chinees tegenoffensief een zware politieke impact hebben. In een eerste, voorzichtige reactie begon China met invoerheffingen op producten ter waarde van 3 miljard dollar. Maar toen de VS nog eens 1.300 Chinese producten ter waarde van 50 miljard dollar met 25% invoertaks ging belasten, betaalde China met gelijke munt: ook 50 miljard dollar Amerikaanse producten kregen een tarief van 15 tot 25% invoertaks. Het gaat om 128 producten uit 14 categorieën, waaronder varkensvlees, fruit, wijn, sojabonen, voertuigen, chemische producten en vliegtuigen. Telkens wanneer de VS de lijst uitbreidt, maakt ook China zijn inventaris. Zo lijkt een escalatie onvermijdelijk.

Naar een jaar vol conflicten

Het zal nog moeten blijken of deze eerste confrontaties escaleren tot een echte handelsoorlog. China maakt zich sterk dat het de VS zwaar kan treffen en genoeg kandidaten heeft om de Amerikaanse invoerproducten te vervangen. Aan de andere kant heeft Trump een echt oorlogskabinet klaargestoomd en wil hij een palmares presenteren bij de tweejaarlijkse verkiezingen van dit najaar, wanneer een derde van de senatoren wordt verkozen. Op buitenlands vlak staan er andere hete dossiers te wachten zodat 2018 wel eens een conflictjaar zou kunnen worden. Met de aanstelling van John Bolton als veiligheidsadviseur is er vuurwerk te verwachten tegen Iran en Noord-Korea. Als de handelsoorlog met China echt naar een climax klimt, zal het zijn weerslag hebben op de wereldhandel en kunnen de optimistische voorspellingen snel omslaan. China verwijst hierbij naar de jaren 1930, toen het protectionisme de crisis nog verder uitdiepte: “In 1930 kreeg het Smoot-Hawley Tariff Act kracht van wet. Door de VS-tarieven op meer dan 20.000 importproducten te verhogen, beloofde Smoot and Hawley dat Amerika opnieuw zouden beginnen te winnen. Maar de Smoot and Hawle’s-belofte bleek loos. Hun beleid verscherpte de Grote Depressie alleen maar en destabiliseerde de internationale orde nog mee. Wat staat de VS deze keer te wachten?”

China daarentegen belooft dat het handelstekort met de VS kan ingedijkt worden door overleg. Het belooft 100 miljoen ton overtollige staalproductie te liquideren, waardoor een half miljoen staalarbeiders hun werk zouden verliezen. China belooft zijn deuren verder open te zetten voor buitenlandse investeringen, in de maakindustrie maar ook in de financiële sector, de gezondheidszorg en het onderwijs. China belooft verder de buitenlandse investeringen beter te beschermen met een strengere wetgeving op intellectuele eigendom. De verplichte technologietransfer zou stoppen. Maar als Trump daar allemaal geen oren naar heeft is het Chinese antwoord duidelijk: “We willen geen oorlog, maar we zijn er niet bang van en we zullen hem tot het einde uitvechten”.

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.