Maria McGavigan (midden). Geconfronteerd met het autisme van een van haar kleinzonen, zette ze zich ook in als actief lid van een actiegroep die strijdt tegen het gebrek aan opvangplaatsen voor personen met een handicap. (Foto familie McGavigan)

In memoriam Maria McGavigan (1941-2017)

Met grote droefheid melden wij u het overlijden van onze kameraad Maria McGavigan op zaterdag 7 januari 2017. Maria werd 75 jaar. Ze was een militante van het sociaal verzet. Ze streed voortdurend voor gelijkheid in de diversiteit, voor internationale solidariteit en broederlijkheid. “Ik kan haar geen betere eer betonen dan haar strijd verder te zetten”, schreef een van haar kameraden.

“As we go marching, marching, we're standing proud and tall.
The rising of the women means the rising of us all.
No more the drudge and idler, ten that toil where one reposes, But a sharing of life's glories: bread and roses, bread and roses”

“Als wij gaan marcheren, marcheren we trots rechtop voor grootsere dagen.
De opstand der vrouwen betekent de opstand van ons allemaal.
Gedaan met ploeteren en lanterfanten, niet langer dat zwoegen waarin men berust, maar delen in de levensglorie: brood en rozen, brood en rozen.”

(Bread and Roses, 1911, Amerikaans volksliedje)

Maria heeft ons verlaten op het ogenblik dat zij er klaar voor was, in volle waardigheid, sereen en rechtop, bewust oog in oog met de dood. Ze heeft niet te veel moeten lijden en heeft niet die lange weken van pijn gekend die zovele patiënten met pancreaskanker, die vreselijke ziekte, in hun laatste levensdagen moesten doormaken.

“Ik ben altijd links geweest omdat ik om mij heen sociaal onrecht zag”

Vorig jaar in augustus beschreef ze hoe haar engagement, dat nog dateerde uit haar jeugd in Schotland, was begonnen: “Ik ben geboren in Groot-Brittannië, in Glasgow, in een familie van de burgerij. Ik denk dat ik altijd links geweest ben, omdat ik om mij heen sociaal onrecht zag. Toen ik nog een kind was, had mijn moeder een poetsvrouw in dienst en ik heb mij er altijd over verwonderd dat die vrouw bij haar eigen kinderen thuis weg moest gaan en dat ze uit werken moest gaan, terwijl ze zelf ook een groot gezin had. Bijna alle kinderen met wie ik op school zat, kwamen uit arbeidersgezinnen die in armoede leefden. Ik kon het verschil zien tussen mijn eigen rijke familie en die van hun. Die situatie zette mij aan het denken. Ik geloof dat daar het vertrekpunt ligt van mijn engagement.”

“Later was ik betrokken bij een campagne voor nucleaire ontwapening. Ik kreeg van een vriend het ‘Communistisch Manifest’ van Marx. Ik heb dat gelezen. Dat leek me toen zo oubollig, ik denk dat ik niet klaar was om het kapitalisme in vraag te stellen. Ik was niet georganiseerd.”

“Vreemd genoeg was ik tijdens mijn universitaire studies nog niet echt bezig met politiek. Dat veranderde met de beweging tegen de oorlog in Vietnam. Ik trouwde en belandde in België. Toen ging in Brussel mee naar betogingen. Na twee jaar in de Verenigde Staten, woonde ik een tijd in Mexico, waar ik met mijn eigen ogen heb kunnen zien hoe vreselijk de gevolgen waren van het imperialisme voor het leven van de mensen.”

“Toen ik terugkwam in België, heb ik mij geëngageerd in een socialistische vrouwenbeweging – Marie Mineure – die kort daarna is opgehouden te bestaan. Dat was in 1972, een paar jaar na 1968, het jaar waarin er grote arbeiders- en studentenrevoltes waren. Ik zocht toenadering met marxistische groeperingen en uiteindelijk, in 1976, sloot ik me aan bij de PVDA. In diezelfde periode ben ik ook gestopt met lesgeven, ik gaf geschiedenis op de middelbare school, en ben ik in het fabriek gaan werken – in een bedrijf in Brussel, Gardy heette het. Ik vond dat als ik van mening was dat de arbeidersklasse de bepalende factor was om de maatschappij te veranderen, dat ik mij daar dan ook in het alledaagse leven en in de arbeidersstrijd helemaal voor moest geven.”

Het brood en de rozen

Zoals in het volksliedje wilde Maria vechten voor “brood en rozen”. De rozen, dat waren – onder meer – cultuur en boeken, waarvan zij overtuigd was dat die konden helpen de wereld te veranderen.

In december 2015 ging ze nog langs bij een stakingspiket, waaraan ze een bezoek bracht samen met een aantal jonge kameraden.

In de jaren 1980 hield zij zich gedurende tien jaar bezig met de Internationale Boekhandel, daarna werkte ze in de jaren 1990 voor een uitgeverij. Een bevriende journaliste zegt daarover: “Dank je wel, omdat jij die uitgeefster was die zoveel auteurs de kans gaf zaken te vertellen die men niet wilde horen, waarheden die niet mochten verteld, omdat ze storend waren.”

Als directeur van de Marxistische Universiteit en als een van de drijvende krachten achter het theoretisch tijdschrift Marxistische Studies wijdde Maria de laatste vijftien jaar van haar leven volledig aan het onderricht in het marxisme. Haar leven lang zocht ze naar nieuwe wegen voor de ideeënstrijd en naar manieren om een nieuw publiek aan te spreken.

De afgelopen jaren zette Maria zich ook in voor buurtacties van de PVDA in de wijken van de gemeente waar ze woonde, Sint-Jans-Molenbeek.
Geconfronteerd met het autisme van een van haar kleinzonen, zette ze zich ook in als actief lid van een actiegroep die strijdt tegen het gebrek aan opvangplaatsen voor personen met een handicap. Tot in haar laatste levensdagen bleef ze verontwaardigd over de onrechtvaardigheden in deze wereld, altijd op zoek naar manieren om te vechten voor een andere maatschappij, voor het socialisme.

Ze was een militante van het sociaal verzet. Ze streed voortdurend voor gelijkheid in de diversiteit, voor internationale solidariteit en broederlijkheid. Toen ze de diagnose van haar ziekte zei ze: “Ik heb het geluk gehad dat ik tot mijn 75ste mocht leven en een mooi leven heb gehad.”

Ze gaf aan zeer veel jonge en minder jonge mensen de kracht om te durven uitkomen voor hun ideeën, om zich te engageren. En, zoals een van hen schreef: “Ik kan haar geen betere eer betonen dan haar strijd verder te zetten.”

De uitvaartplechtigheid vindt plaats in het Crematorium van Brussel in Ukkel, op donderdag 12 januari 2017 om 12.15 uur, Stillelaan 61 in 1180 Ukkel.

Labels

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Reacties

Ik wil langs deze weg mijn groot respect betuigen aan de familie en voor deze bijzondere vrouw die ik niet persoonlijk heb gekend maar die zeker heel veel heeft betekend voor heel veel mensen.
Mijn medeleven en steun aan haar familie en al haar vrienden en kameraden. Ik heb het geluk gehad van Maria gekend te hebben, o.a. tijdens bezoeken aan de "Internationale Boekhandel". Laat haar "spirit" verder leven door ons "commitment" voor de sociale strijd, de internationale strijd. Op naar een "Sociaal Europa" ... ( G.A. ACV-militant)