Hoe België Salah Abdeslam en Ibrahim El Bakraoui liet lopen

auteur: 

Axel Bernard

Ibrahim El Bakraoui, de kamikaze van Zaventem, had wel degelijk gearresteerd kunnen worden voor de aanslagen van Brussel. De broers Abdeslam hadden nauwer kunnen worden gevolgd voor de aanslagen van Parijs. Dit roept grote vragen op over het hele antiterrorismebeleid van de regering.

Alle elementen om Ibrahim el bakroui te arresteren waren aanwezig in juli 2015

Het staat vandaag vast dat Ibrahim El Bakraoui een van de daders van de zelfmoordaanslag van Zaventem is en dat zijn broer Khalid zich heeft opgeblazen in de metro, aan het station Maalbeek. Er is ook geen enkele twijfel meer over hun betrokkenheid bij de aanslagen van Parijs.

Turkije wil jihadist El Bakraoui uitleveren, maar België doet België

De Belgische overheid heeft lang meegedeeld dat de broers El Bakraoui maar bekendstonden voor feiten van groot banditisme. Het zijn inderdaad bijzonder gevaarlijke mensen die in staat zijn zware gewelddaden te plegen en vertrouwd zijn met kalasjnikovs. Wat daarentegen nooit werd gecommuniceerd, is dat ook werd gesignaleerd dat ze jihadistische strijders zijn die naar Syrië zijn vertrokken en dat België die informatie al sinds de zomer van 2015 in handen had.

Ibrahim El Bakraoui werd immers in juni 2015 opgepakt door de Turkse autoriteiten, die hem verdachten van banden met jihadistische Syriëstrijders. Dat feit werd in juli 2015 overgemaakt aan de Belgische overheid, omdat Turkije hem naar België wilde uitwijzen. Om onbegrijpelijke redenen kwam de Belgische overheid na dat verzoek helemaal niet in actie. Hij werd daarop uitgewezen naar Nederland, waarna hij zich in alle vrijheid over Europese bodem kon bewegen.

Nochtans kan de som van de beschikbare informatie – gewapend banditisme met geweld + kalasjnikovs + terugkerende Syriëstrijder – alleen maar betekenen dat het om een extreem gevaarlijk persoon gaat. Een crimineel van dat kaliber die zich aansluit bij IS moet worden gearresteerd. Temeer daar Ibrahim El Bakraoui op dat ogenblik vrij is onder voorwaarden – die hij niet naleeft – na enkele jaren gevangenis. Alle redenen zijn dus aanwezig om hem terug te halen naar België, hem zijn straf te laten uitzitten en een nieuw onderzoek te openen naar zijn deelname aan het jiadisme. Ondanks die elementen laat de Belgische overheid Ibrahim El Bakraoui gewoon lopen.

Alle elementen om de broers Abdeslam nauwlettend te volgen, waren aanwezig voor de aanslagen

Hoeveel andere Ibrahim El Bakraoui's heeft men laten lopen?

Meerdere media brachten uit dat de federale gerechtelijke politie vanaf de zomer van 2014 op de hoogte was van een risico op een aanslag met een link naar de broers Abdeslam. Dat was maanden voor de schietpartij in Verviers. De krant l'Echo berichtte op 1 maart 2016 dat de informatie dat de broers Abdeslam een aanslag voorbereidden, al sinds juli 2014 in handen was van de federale gerechtelijke politie. De federale gerechtelijke politie kreeg die informatie van een betrouwbare bron. De bron wijst de broers Abdeslam vrijwel direct aan en zegt dat ze gerekruteerd zijn en betrokken zijn bij de voorbereiding van een aanslag. De bron voegt er nog aan toe dat de bedreiging “zeer nabij” is en dat de broers Abdeslam hun jihadistische intenties helemaal niet meer verstoppen voor hun familie. De bron maakt melding van contacten tussen de broers Abdeslam en Abdelhamid Abaaoud (destijds al goed gekend door de politiediensten als geradicaliseerd). De politieagent die de “informatie” optekende, vond dat ze belangrijk genoeg was om het hoofd van de antiterrorismedienst in het midden van de nacht te wekken. Maar niemand heeft die informatie met de nodige ernst willen behandelen.

De broers komen in januari 2015 terug in het vizier van de politie. Twee weken na de schietpartij van Verviers. De lokale politie van Molenbeek verneemt dat de broers Abdeslam de intentie hebben naar Syrië te gaan om onder de vlag van IS te vechten. Op 20 maart 2015 komt de naam van Salah Abdeslam terecht op de lijst van het OCAD (Orgaan voor de Coördinatie en de Dreiging van de Analyse) van personen die wel eens naar Syrië zouden kunnen gaan. Er wordt een onderzoek geopend en opnieuw gesloten op 8 mei: er worden geen elementen gevonden die de informatie van de lokale politie bevestigen. De zaak wordt zonder gevolg geklasseerd op 29 juni 2015.

Het fiasco van de zaken Abdeslam en El Bakraoui: resultaat van het beleid van de regering

Zowel in de zaak-Abdeslam als de zaak-El Bakraoui hebben de gerechtelijke autoriteiten, de politie en de inlichtingendiensten ernstige fouten gemaakt. Er lopen verschillende onderzoeken over de fouten, maar nu wordt al gewezen naar individuele fouten van een of andere ondergeschikte. In werkelijkheid moet de verantwoordelijkheid voor zo'n fiasco veel hoger worden gezocht en moet het volledige antiterrorismebeleid van de regering ter discussie worden gesteld.

Strijd tegen jihadistisch radicalisme was geen prioriteit, integendeel

In april 2012 werd een nota van de Staatsveiligheid bezorgd aan het federaal parket. Daarin werd erop dat sommige terroristen die vandaag verdacht worden van betrokkenheid bij de aanslagen van Parijs wapens wilden kopen. In die nota werd gewag gemaakt van verdachte activiteiten in het Brusselse appartement van Gelel Attar die in januari 2013 naar Syrië vertrok en eind vorig jaar in Casablanca werd gearresteerd. Rond hem cirkelde een groep die tot doel had “een gewapende strijd tegen de westerse democratie te plannen. Tijdens hun vergaderingen spraken ze over hoe ze aan oorlogswapens en explosieven zouden kunnen geraken”. Gelel Attar was de rechterhand van de jihadistische ronselaar Khalid Zerkani. In hun omgeving vertoefden de toekomstige daders van de aanslagen van Parijs, met name Abdelhamid Abaaoud en Chakib Akrouh, die zich opblies in het appartement in Saint-Denis.

De infiltratie van jihadistische milieus werd onderschat en er werd geen aandacht aan geschonken

Het infiltratiewerk in jihadistische milieus werd sterk onderschat en er werd geen aandacht aan geschonken. De Staatsveiligheid had bovendien geen Arabischsprekend personeel in haar rangen. Die extremisten konden vrij naar Syrië reizen. De Staatsveiligheid verklaart dat “er destijds nog geen sprake was van massale afreizen naar Syrië, nog van de omvang die Islamitsche Staat nu kent”. Je zou ook kunnen veronderstellen dat de strijd tegen de jihadistische salafisten geen prioriteit was als je weet dat Guy Verhofstadt, de fractieleider van de liberale fractie in het Europees Parlement op 15 februari 2012 verklaarde dat de oppositie in Syrië die tegen Bashar al-Assad vecht, moest worden bewapend. “Volgens mij moet er één ding gebeuren, dat is alle organisaties in Syrië die tegen het regime strijden, materieel en technisch steunen”, verklaarde hij aan de RTBF.HiIj had het over “communicatiemiddelen en misschien wapens”. Om duidelijk politieke redenen werden “teruggekeerden” destijds niet gecontroleerd en werden hun voorbereidingen niet ernstig genomen. Dat is ook wat de zaak-El Bakraoui ons leert. Voor België was het niet belangrijk dat zo'n gevaarlijk man als hij over en weer naar Syrië ging.

Massaal toezicht en machtsvertoon werken niet

Een gerichte aanpak is nodig

Over de fouten in het toezicht op de broers Abdeslam vinden de verantwoordelijken van de federale politie het “simplistisch” om “naderhand kritiek te willen leveren”. Voor het federaal parket handelde de in juli 2014 ontvangen informatie niet over een aanslag, noch expliciet over de broers Abdeslam. Er zou enkel sprake zijn geweest van Abdelhamid Abaaoud en “twee broers”, zonder verdere verduidelijkingen. “Je moet kijken naar de totale massa aan informatie die we moeten verwerken en zien wat we al aan aanslagen hebben kunnen vermijden dankzij het geleverde werk.”

Had men het geld voor militairen op straat niet nuttiger besteed voor versterking van antiterrorisme-afdelingen van politie en voor onderzoeksrechters?

Laten we het eens hebben over de totale massa aan informatie. Alle waarnemers zeggen het: de diensten die gespecialiseerd zijn in de strijd tegen het terrorisme zijn overbevraagd. Enerzijds door de massa aan informatie en anderzijds door het gebrek aan middelen. In plaats van die gespecialiseerde diensten te versterken en een gerichte aanpak van de strijd tegen het terrorisme te steunen, komen de regering en haar minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon (N-VA), met een machtsvertoon door de militairen in de straat te zetten en massatoezicht in te voeren. Door de beste middelen, de beste personen niet op de beste plaats in te zetten, zijn de echt gevaarlijke mensen door de mazen van het net kunnen glippen. Had het geld dat aan de militaire ontplooiing werd besteed niet nuttiger geweest voor de versterking van de antiterrorismeafdelingen van de politie en onderzoeksrechters?

In deze tijden van besparingen is er een gebrek aan menselijke middelen om zich te richten op de gevaarlijke personen

Het antwoord om iedereen in de gaten te houden, laat niet toe de terroristische dreiging terug te dringen. De jihadisten worden niet gevonden door een eenvoudige identiteitscontrole. Salah Abdeslam werd net na de aanslagen in Parijs onderworpen aan vier identiteitscontroles. Hij werd ook gecontroleerd met twee medeplichtigen aan de Oostenrijkse grens.

De minister van Binnenlandse Zaken haalde het idee aan om van iedereen vingerafdrukken te nemen, maar in werkelijkheid zou die maatregel opnieuw nutteloos zijn, omdat de politie al over de vingerafdrukken beschikte van alle terroristen die betrokken waren in de aanslagen. De algemene fichering kan geen antwoord bieden op het terroristische gevaar, omdat ze door de mazen van het net glippen. Het zijn concrete, menselijke middelen die het mogelijk maken de echt gevaarlijke personen gericht te volgen, maar daar ontbreekt het aan in tijden van besparingen. Als we echt serieus levens willen redden, dan moeten we ons aan die taak wijden.

Terrorisme bestrijd je niet met machines

Als men zich had gebaseerd op die bronnen die dicht bij het terrein staan, hadden de aanslagen van Parijs misschien kunnen worden vermeden

Het fiasco van de zaak-Abdeslam toont ook het belang van menselijke bronnen en wijkagenten. Tipgevers en een buurtonderzoek wezen erop dat de broers Abdeslam rekruteerden voor het jihadisme. Als men zich had gebaseerd op die twee bronnen die dicht bij het terrein staan, hadden de aanslagen van Parijs misschien kunnen worden vermeden. Maar die informatie is verdronken in de gegevensstroom.

Uiteindelijk werd “Salah Abdeslam gearresteerd met ouderwetse technieken, ver weg van de droom van het globale high-techtoezicht”, merkt de Franse krant L'Humanité op (23 maart 2016). “Er waren wel degelijk telefoontaps. Maar het afgeluisterde nummer werd bezorgd via ambachtelijke weg: een tipgever die dicht bij Abdeslam stond.” Bovendien kon de aanwezigheid van Abdeslam worden afgebakend door het feit dat de politie vaststelde dat er een abnormaal hoge consumptie van pizza's was.En dan was er nog die taxichauffeur die besefte dat hij op 22 maart het zelfmoordcommando naar Zaventem had gebracht. Dankzij zijn alertheid konden de politiediensten een groter drama in de nationale luchthaven vermijden.

Gebruikmaken van menselijke inlichtingen, tipgevers en buurtonderzoeken is een specifieke manier om de strijd tegen de jihadistische brigades te voeren. Mensen die weten wat er in de wijken leeft, worden zo ingeschakeld om de terroristen te dwarsbomen en te isoleren. Het is een tactiek waarbij moskeeën, buurtverenigingen, enz. worden gezien als bondgenoten in de strijd tegen jihadistische rekrutering en terroristen. Dat is het tegenovergestelde van de aanpak van de regering, die erin bestaat iedereen verdacht te vinden en volledige gemeenschappen en wijken stigmatiseert.

“Iedereen is bezig met zijn klein stukje informatie voor zich te houden, dat is vermoeiend”

In al die zaken lijkt het vanzelfsprekend dat er een schreeuwend gebrek aan uitwisseling van belangrijke informatie is tussen de politiediensten en de inlichtingendiensten. Het gebrek aan coördinatie (zelfs conflicten) in de politiediensten blijkt duidelijk uit de getuigenissen van politieagenten die de informatie over de radicalisering van de broers Abdeslam tijdens de zomer van 2014 moesten behandelen. “Iedereen is bezig met zijn klein stukje informatie voor zich te houden, dat is vermoeiend”, vertrouwde een van de agenten de krant L'Echo toe.

Een andere fout die werd gemaakt in de klopjacht naar Salah Abdeslam, toont dat nog eens aan: een verslag van een politieagent van Mechelen van begin december 2015 bevatte alle informatie over het adres waar Salah Abdeslam zich in Molenbeek bevond. Dat verslag werd nooit aan de antiterrorismecel van de federale gerechtelijke politie van Brussel bezorgd. Waarom? Het onderzoek daarover is nog aan de gang. Maar het lijkt onbegrijpelijk dat dergelijke informatie niet aan de gegevensbank van de politie, noch aan de gespecialiseerde diensten werd bezorgd. De coördinatie tussen de gerechtelijke overheiden, de politie en de inlichtingendiensten moet worden verbeterd.

Het Belgische antiterrorismebeleid moet fundamenteel ter discussie worden gesteld

Na de aanslagen van Parijs van januari en november 2015 heeft de Belgische regering een volledig arsenaal aan maatregelen ter bestrijding van het terrorisme op tafel gelegd (het leger in de straat, afnemen van de nationaliteit, massaal toezicht …). De meeste van die maatregelen zijn niet efficiënt in de strijd tegen het terrorisme. De maatregelen van massaal toezicht (controle van vliegtuigpassagiers, nummerplaten van auto's …) kunnen zelfs het zoeken naar echt gevaarlijke personen aanzienlijk moeilijker maken. Het leger in de straat mobiliseert enorm veel menselijke middelen en levert nul resultaat op voor de strijd tegen het terrorisme.

De ervaring in de strijd tegen het jihadistische terrorisme van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón en de nationale procureur van Spanje Dolores Delgado kan zeer leerrijk zijn. Na de aanslagen van Madrid in 2004 heeft Spanje “de fundamentele rechten niet uitgehold”, zegt Dolores Delgado in een interview aan De Standaard (2 januari 2016). We hebben geen juridische sluipwegen gecreëerd om terreur te bestrijden. Geen noodwetten of uitzonderingsmaatregelen goedgekeurd. Integendeel, we hebben de rechtsstaat net versterkt. (...) We hebben de coördinatie tussen politie, gerecht en inlichtingendiensten verbeterd. Er zijn gespecialiseerde magistraten bijgekomen, vertalers, analisten. Er is hard gewerkt aan het informantennetwerk. En, vooral, de focus werd scherp gesteld.” De Spaanse terrorismedeskundigen roepen ons duidelijk op tot voorzichtigheid wat de uitzonderingsmaatregelen betreft waarmee een algemeen toezicht op de bevolking wordt ingevoerd.

Alvorens snel snel nieuwe antiterreurwetten te stemmen, moeten we duidelijke antwoorden hebben over wat er niet heeft gewerkt in de toepassing van de bestaande wetten en moeten we het Belgische antiterrorismebeleid fundamenteel in vraag stellen.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.