PVDA-voorzitter Peter Mertens (Foto Solidair, Salim Hellalet)

Gesprek met PVDA-voorzitter Peter Mertens over zijn boek ‘Hoe durven ze?’

De Eyjafjallajökull is een natuurfenomeen. De economische crisis niet. Hier past geen verbijstering over ontembare krachten maar verontwaardiging. Er zijn er die de crisis willen afwentelen op u en mij. Peter Mertens vraagt in zijn nieuwe boek, met klem: hoe durven ze? En wekt de geest van de geuzen weer tot leven, tegen de nieuwe papen van het liberale Europa en voor een samenleving die de rijkdom teruggeeft aan wie hem voortbrengt. Dimitri Verhulst besluit in zijn voorwoord: “Dit boek, dat ik des te zeer zou willen bestickeren als ‘noodzakelijk’, begroet ik als een warm en hernieuwd begin in de strijd tegen het asocialisme.”

In de eerste regels kom je al te weten dat Peter Mertens met een Corsa rijdt, en ook Jan Cap van Boelwerf Temse en bakkerij Verellen van Sint-Antonius passeren de revue. Op een gegeven moment duiken er zelfs konijnen met laptops op! Op Mensenmaat, Peter Mertens eerste boek, heeft een opvolger, geschreven in dezelfde frisse, persoonlijk stijl die soms aanzet tot grinniken. Maar meestal niet. Want Hoe durven ze? is een wandeling over een op hol geslagen aardbol waar een kleine minderheid van wolven, jakhalzen en bankiers en speculanten een grote meerderheid van hun soortgenoten probeert te doen bloeden. Danteske lectuur die je een stomp in de maag geeft en zelfs onze koudbloedige buurman aan het koken zou brengen.

Peter Mertens. Ik schreef Op Mensenmaat midden in de vorige crisis, toen de private Hendriken aan het roer van de banken voor een wereldwijde crisis zorgden. Dat boek was een eerste poging om aan een groot publiek – want dat hoop je toch te bereiken – uit te leggen hoe een handvol rendementsjagers heel onze economie gijzelt en welke invloed dat heeft op het leven van de gewone man. Met Hoe durven ze? kijk ik waar we vandaag staan en pleit ik voor een diepgaand maatschappijdebat. Toen ik het schreef, zaten we weer in een crisis. Het is revolterend dat de belangrijkste actoren van vandaag en toen dezelfde zijn, en dat ze nu nog meer macht hebben gekregen. Naast een economische heb je ook een ongelooflijke democratische crisis: normaliter zou die het hoofdonderwerp van discussie moeten zijn. In veel plaatsen in Europa is dat ook het geval. In België veel te weinig.

Hoe durven ze? klinkt minder braaf dan Op Mensenmaat. Juist?

Peter Mertens. Absoluut, zowel de titel als de boek zelf. Op Mensenmaat was redelijk ‘no nonsense’, zoals Jonas Geirnaert dat omschreef. Beschrijvend. Dat ‘no nonsense’ zit er nu nog wel in. En ik laat de lezer ook zelf conclusies trekken. Maar ik denk dat ik mijn verontwaardiging toch minder heb kunnen wegstoppen. Ik ben kwader dan in 2008. We hebben ook wel nood aan een beetje meer radicaliteit als antwoord op de radicaliteit van de markten. Die pak je niet met fluwelen handschoen aan. Die roept verzet op.

Tegelijkertijd: laat een gemiddelde ACW’er dit boek lezen en hij zal allicht het grootste deel van de tijd instemmend zitten knikken.

Peter Mertens. (knikt) Ik denk dat veel mensen een rode draad zoeken en openstaan voor een coherente analyse. Ze voelen dat er iets niet klopt, dat er in onze buurlanden van alles aan het gebeuren is en dat het misschien ook naar hier gaat komen. In die zin denk ik dat het marxisme actueler dan ooit is. Ik heb niet te veel Marx geciteerd omdat zijn essentiële stellingen gewoon komen bovendrijven.

Het eerste deel van Hoe durven ze? gaat over België, zijn grote bedrijven die geen belastingen betalen, zijn ouderen die langer moeten werken, zijn Hendriken aan het roer van de banken... Maar klopt de indruk dat het hart van het boek het tweede deel over Europa is?

Peter Mertens. Ja. Het eerste deel is een voorafspiegeling van en een oprit naar Europa. Ik was heel gerevolteerd door het onderzoek van Credit Suisse waaruit bleek dat een halve procent van de mensheid 38,5 procent van het vermogen in de wereld bezit. Die tegenstelling is nooit zo groot geweest en de allerrijksten zijn het laatste anderhalf jaar nog een derde rijker geworden. Die groep heeft een enorme hold-up ten koste van de gewone mensen uitgevoerd. Daarnaast heb je ook de zaak Dexia, wellicht de ouverture naar de grotere bankencrisis 2.0 die veel dieper zal zijn. Via die inrijpoorten kom je in het deel over Europa waarin blijkt dat dit allemaal geen toevalligheid van de geschiedenis is, laat staan een natuurwet. Integendeel. Op niveaus ver weg van mensen en media worden ongelooflijke oriëntaties en richtlijnen gekneed die deze richting verder zetten. De Europese Unie is gebouwd op concurrentie en ongelijkheid.

Een groot stuk gaat over Duitsland. Waarom? 

Peter Mertens. Je kunt de tegenstellingen binnen de Europese politiek niet begrijpen zonder de Duitse politiek te begrijpen. Exportland Duitsland was de sterkste macht bij en de motor van de monetaire eenmaking en heeft zijn muntpolitiek opgelegd aan de rest van Europa. Het Duitse establishment is tot nu toe de grote winnaar van de euro. Zijn profijt gaat ten koste van de volkeren in het zuiden. De schuldenlast van landen als Griekenland en Portugal en het handelsoverschot van exportland Duitsland zijn twee verschillende kanten van dezelfde medaille. Die koppeling is erg belangrijk. In Portugal, Griekenland, Italië zijn de nationale industrieën van de kaart geveegd, is men Duitse producten beginnen invoeren, en heeft men zich zo in de schulden gestoken.

De belangrijkste elementen voor de Duitse exportpolitiek zijn loonsverlagingen in eigen land, zijn 1 eurojobs, zijn keiharde jacht op werklozen en andere sociale uitkeringstrekkers, waar ik in mijn boek uitgebreid op inga. Die hebben gezorgd voor goedkope Duitse producten. Maar die politiek wordt nu voorgesteld als het grote voorbeeld voor de rest van Europa. Ik citeer ergens ACV-voorzitter Luc Cortebeeck: “Hoe kan in godsnaam een land dat zijn armoede met meer dan een kwart zag toenemen een rolmodel zijn voor Europa?” 1,4 miljoen working poor, 2,5 miljoen kinderen in armoede, 7,5 miljoen analfabeten. In een ontwikkeld land!

Een ander verbijsterend verhaal is dat van de Men in Black, die neerstrijken in Riga, Dublin en Athene. Is dat een metafoor voor de democratisch crisis waarover u het hebt?

Peter Mertens. Europese landen worden verplicht het Duitse model te volgen en in ruil ook nog een stuk nationale soevereiniteit op te geven. Namelijk, de mogelijkheid om hun eigen begroting op te stellen, het instrument voor hun maatschappelijk huishouden. Europa heeft daar een aantal proeftuinen voor uitgekozen, vooral Ierland en Portugal. De benaming Men in Black komt uit dat eerste land, nog niet zo lang geleden voor veel rechtse economen en politici – denk aan Dedecker – hét model. Maar na het uiteenspatten van de huizenbubbel moest de bevolking daar tussen 2008 en 2010 14,5 miljard euro ophoesten. Toen de obligatierente eind 2010 toch naar negen procent steeg, vlogen de Men in Black naar Dublin en namen de Ierse economie over. De media vroegen: wie zijn deze mensen die onze samenleving gaan besturen? Maar de experts van de trojka van de Europese Centrale Bank, Europese Commissie en IMF weigerden hun identiteit bekend te maken. Een EU-woordvoerder wilde enkel zeggen dat het over “meer dan twee maar minder dan tien personen” ging. Anonieme functionarissen, technocraten die de meest draconische maatregelen nemen. In Portugal hebben ze het ook geprobeerd, daar is veel meer protest gekomen. In Griekenland mochten ze op een bepaald moment zelfs de ministeries niet binnen. Dat is ook de tijdslijn, hé. Het verzet van het volk groeit, dat merk je zo.

Vrolijker word je toch niet van uw boek. Is...

Peter Mertens. (onderbreekt) Ik weet het. Schrijver Jeroen Olyslaegers, die het manuscript las, mailde me: “Ik zit nu in de helft. Ik leg het even weg. Want, godverdomme, het is slecht voor mijn tikker.” Ik snap dat wel, al heb ik mijn best gedaan om het verzet, de geuzenmentaliteit van ‘wij pikken dit niet’ die overal groeit, weer te geven.

Is Griekenland wat dat betreft een lichtpunt?

Peter Mertens. Griekenland is het symbool. De titel van het hoofdstuk over dat land is de nagel op de kop. Hij komt van The Guardian: “Hier botsen twee werelden”. Dat is volgens mij waar we naartoe gaan.

Ook hier?

Peter Mertens. Ik denk het wel. Zonder radicaaldemocratische maatregelen tegen de fiscale hold-up en de banken – en er is geen enkel voorteken dat die er komen – gaat die kleine oligarchie van aandeelhouders, speculanten, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en banken de macht verder naar zich toe blijven trekken. Maar het positieve is dus het groeiende verzet. Ook hier. In de nachtblindheid van het parlementair halfrond zie je dat niet, maar het borrelt. Terwijl de besparingen nog moeten komen. In die zin zijn er echt wel perspectieven. Ik ben heel benieuwd naar de betoging van 2 december in Brussel.

Het voorwoord van het boek is geschreven door Dimitri Verhulst. Zijn naam staat zelfs op de cover. Wat is de link tussen de voorzitter van de PVDA en een van Belgiës meest bekroonde schrijvers?

Peter Mertens. De link? Ik heb gewoon heel veel respect voor die man, als mens en als schrijver. Twee jaar geleden zei hij in Humo al dat hij Op Mensenmaat een eye-opener vond. Dit jaar was hij op ManiFiesta. Toen ik hem vroeg het voorwoord te schrijven, zei hij dat dit afhing van de inhoud van het boek. Dat vond ik een prachtige instelling. Ik ben ontzettend fier dat hij het heeft willen doen. Natuurlijk is hij het niet over alles eens met de PVDA of met Peter Mertens, maar dat hoeft ook niet. Hij vindt dat een socialistische stem aan bod moet komen in het debat, en steekt daar zijn nek voor uit.

U verwijst in het boek ook naar Bertolt Brecht, Louis Paul Boon, Jacques Brel, Tom Lanoye, Wannes Van de Velde... Waarom vindt u het zo belangrijk die schrijvers en kunstenaars te omarmen?

Peter Mertens. De aard van een samenleving of een volk splitst zich altijd op in twee: je hebt de cultuur van de machthebbers, het establishment en de cultuur van het volk. Die laatste heeft zijn slechte kanten, zijn zeverkanten ook, want niet alles wat er gebeurt onder het volk is per definitie goed, hé. Maar in die cultuur van het volk zie je ook een Tijl Uilenspiegelachtige ziel. Ik hou van schrijvers die dat in hun werk weten te vatten. Die aantonen: onze geschiedenis is geen geschiedenis van brave, gedweeë katholieken.

Ik heb, en dan spreek ik specifiek over Vlaanderen, ook geen zin meer om taal te laten kapen door mensen die in mijn ogen dan nog slechte taalkunstenaars zijn. Ooit vond ik in De Slegte een zangboekje van het extreemrechtse VNJ, met zo’n knaloranje kaft. Het was eigendom van Bart De Wever geweest. Alleen al taalkundig heb ik een bloedhekel aan dat oude Vlaams-nationalistische taaltje met stroef Beiers ritme. En die wollige kapelaanpoëzie vol lievevrouwkapelletjes en blonde kleinen van Wies Moens, Clem de Ridder, Cyriel Verschaeve en Filip De Pillecyn! Het verwondert me niet dat ze in de kadans van de Duitse laars zijn gaan schrijven.

Het laatste deel van je boek, socialisme 2.0, is zeker niet het meest lijvige en blijft ook bij enkele stevige aanzetten. Is het een opstap naar het congres van de PVDA over dat thema en naar een volgend boek?

Peter Mertens. In Op Mensenmaat komt een andere samenleving al aan bod, in het laatste deel van Hoe durven ze? ga ik daar verder op in en geef ik een aantal denksporen, onder meer rond democratie. Want democratie en economie zijn onderling nauw verweven. Inspraak in de samenleving betekent ook inspraak in de behoeften van de samenleving. Dimitri Verhulst schrijft in zijn voorwoord heel terecht dat de doelstelling van een economie behoeftebevrediging is. Het antwoord op de vraag: wat zijn de prioriteiten van je maatschappelijk huishouden? Waar investeer je in en waarin niet? Hoe behoud je het evenwicht? Macro-economie gaat over politieke keuzes, dat is geen wiskundig modelletje zoals al die monetaristen lang hebben beweerd.

Ook over duurzaamheid geef ik een aantal suggesties. De anarchie in dit systeem leidt ertoe dat een bedrijf met een te goed product zichzelf de das omdoet. Want niemand zal dat product een tweede keer kopen. In mijn boek staat het verhaal van de ingebouwde chips die ervoor zorgen dat je printer na een paar duizend prints de geest geeft. Dat aantal is vooraf geprogrammeerd, heeft niks met de levenskracht van het toestel te maken maar dient gewoon om de consument opnieuw naar de winkel te krijgen. Als we onze samenleving op ecologische leest willen schoeien, zullen we ook over zo’n zaken moeten nadenken.

Maar we hebben dus vooral een diepgaand maatschappijdebat nodig. Met het derde deel van de trilogie, de opvolger van Hoe durven ze?, wil ik nog meer denksporen aangeven naar een andere economie en samenleving. Naar een socialisme 2.0. Ik denk dat ikzelf nog vrij veel tijd nodig heb om dat in discussie te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de PVDA en daarom organiseren we volgend jaar een congres over socialisme. Bedoeling is veel input te krijgen over hoe een modern socialisme in Europa er zou kunnen uitzien.

Omdat, om de woorden van Brel te citeren waarmee u uw boek besluit, “de grootste vorm van waanzin is deze wereld te accepteren zoals hij is en niet te strijden voor een wereld zoals hij zou moeten zijn”.

Peter Mertens. Precies. Het gaat over de toekomstmakers en dat zijn de mensen die zeggen: ik aanvaard dit systeem niet meer en ik wil vechten voor een andere samenleving. Het is ook niet dat we niks weten of dat we van een wit blad moeten vertrekken. Er zijn ervaringen, er is een socialisme 1.0 geweest. Met zijn sterke en zwakke punten, met zijn fantastische prestaties maar ook met zijn grote fouten. En we leven in andere tijden. Volgens ons werkt het niet om een blauwdruk te nemen, dat is ook redelijk dogmatisch. Maar socialisme 2.0 is dus voor een volgend boek.

  • Bestel Hoe durven ze? via de website van de PVDA-shop

 

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Reacties

Het lezen van "Hoe durven ze" heeft de verontwaardiging die in mij schuilt nog meer aangewakkerd. Tijdens de lectuur ervoer ik een bizarre mengeling van kwaadheid en hoop. Kwaadheid enerzijds over de stevig gedocumenteerde feiten, de arrogantie (zeg maar terreur) van het totalitaire neoliberalisme, kapitalisme, van de plutocratie, maar anderzijds ook hoop op een betere toekomst voor een socialisme 2.0, hoop dat het werk van Peter Mertens steeds meer mensen zal bereiken en de lezers definitief kan aanzetten tot een "Go Left". Ik ben alvast benieuwd naar de uitwerking van de krijtlijnen voor de totstandkoming van het socialisme 2.0 en kijk uit naar het nieuwe boek.
Ik weet niet hoeveel leden U hebt of hoeveel kiezers achter u stonden. Maar wees ervan overtuigd dat er een massa mensen zijn die U niet bereikt , maar die volledig achter U willen staan. Geldbejag is iets dat wij allemaal in ons dragen door onze omgeving of onze opvoeding. Zolang men de psychologische kant van deze zaak niet aanpakt gaat er nooit iets veranderen. Ik durf zelfs stellen dat een psycholoog of psychiater zelfs WEET in wat voor maatschappij we zouden moeten leven. Maar dat brengt hen natuurlijk geen "poen" in het zakje. Het gaat gewoon over de aanwezigheid van "geld" als ruilmiddel. Niemand durft die psychologische grens te overschrijden. Pak dit aan met psychologie en er is hoop dat er nog iets verandert.