Gaat België echt 140.000 nieuwe jobs creëren tussen 2016 en 2018?

De regering kondigt fier aan dat België tussen 2016 en 2018 140.000 nieuwe jobs zal creëren. Ze baseert zich hierbij op de voorspellingen van de Nationale Bank. Klopt dat? En moeten we blij zijn met dit nieuws? Een antwoord in zes delen.

1. De geloofwaardigheid van de voorspellingen

In haar rapport zwakt de NB de waarde van haar voorspellingen zelf af door te schrijven: “Hierbij moet worden herinnerd aan de grote onzekerheidsmarge die inherent is aan de ramingen voor verder afgelegen jaren.” We begrijpen de NB goed, in de lente van 2008 voorspelde ze bijvoorbeeld dat de werkgelegenheid in 2009 met 31.000 eenheden zou groeien. In plaats daarvan verminderde die dat jaar met 15.000 eenheden.

2. De crisis en de slechte prestaties van België

Bovendien blijft de economische onzekerheid vandaag zeer groot. De evolutie van de Belgische economie hangt sterk af van de evolutie van de internationale economie: de groei van China – dat de wereldeconomie trekt - de lage olieprijzen, de daling van de euro ten opzichte van de dollar … hebben een beperkte groei in Europa mogelijk gemaakt. Maar al deze factoren zijn erg onzeker, ze kunnen ook omslaan. Het rapport signaleert bijvoorbeeld dat “de Amerikaanse economie in de eerste drie maanden van het jaar amper is gegroeid, terwijl het herstel in Japan zeer kwetsbaar en zwak is gebleven”. En in deze context vallen alle voorspellingen over de Belgische economie lager uit dan voor de rest van de eurozone. Niet bepaald om over op te scheppen.

3. De rol van de binnenlandse vraag en de door België georganiseerde dumping

Een ander element dat momenteel een kleine groei in Europa mogelijk maakt is “de krachtige binnenlandse vraag die de Europese economie heeft aangedreven”. En de groei van de binnenlandse vraag komt vooral door de stijging van de lonen in verschillende Europese landen, vooral Duitsland. Eén land maakt daarop een uitzondering: België blokkeert al jaren de lonen. En het Planbureau houdt vol dat de stijging van de lonen lager moet blijven dan de inflatie1. Wij moeten dus koopkracht blijven verliezen. Wij profiteren alleen van de loonstijging in andere landen. Maar als alle landen, net als België de lonen zouden blokkeren, zouden we nog dieper in de crisis wegzakken.

4. Tewerkstellingsgraad en werkloosheid: voorspellingen en piepkleine veranderingen

Sinds 2000 is de tewerkstellingsgraad van 15- tot 64-jarigen omzeggens niet gewijzigd. 61,1 % in 2000 en 62,1 % in 2015. Het wordt stilaan een gewoonte van de regeringen om over veel jobs te spreken zonder enig resultaat. En de bijkomende jobs die de regering verwacht – als ze al worden gecreëerd – zullen nauwelijks hoger liggen dan de groei van de werkende bevolking. Het Planbureau besluit hieruit dat de werkloosheid zal dalen met … 0,1% in 2017 ten opzichte van 20151. 0,1% minder werkloosheid. Niet om over te juichen.

5. Jobs die de gemeenschap veel geld kosten

Het regeringsbeleid heeft ons (in lonen en minder inkomsten voor de sociale zekerheid) bijna 4 miljard euro gekost (geraamde kosten van de indexsprong en de vermindering van de sociale bijdrage). In 2016 heeft België 41.000 jobs gecreëerd. Als je weet dat een job bij de overheid gemiddeld niet meer kost dan 25.000 euro, kun je besluiten dat er met dat bedrag 150.000 banen hadden kunnen gecreëerd worden in de openbar sector.

6. Jobs? Ja, maar welke jobs?

Als men het heeft over bijkomende jobs, spreekt de regering zeer weinig over de kwaliteit. De NB geeft aanwijzingen over de oriëntaties die de regering volgt. “Tegenover de sterke groei van de werkgelegenheid staat wel de recente daling van de gemiddelde arbeidsduur.”  De NB legt uit dat  de gemiddelde werkduur zal verlagen en dat daar de verklaring te vinden is voor een groot deel van de jobcreatie. Goed nieuws? Niet echt. Zo stelt de NB: “De afname van de arbeidsduur is evenwel ook te wijten aan structurele factoren zoals de flexibilisering van de arbeidsmarkt met een steeds groter aandeel van deeltijdwerk en kortetermijncontracten. Veranderingen in de structuur van de werkgelegenheid hebben eveneens een rol gespeeld. Terwijl de werkgelegenheid afneemt in de industrie, stijgt ze in de marktdiensten en de niet-marktdiensten. Deze laatste bedrijfstakken stellen naar verhouding meer deeltijdwerkers te werk, wat de algemene tendens van de gemiddelde arbeidsduur neerwaarts beïnvloedt.”[1] Om dit citaat te illustreren: de stabiele jobs van Ford Genk zijn vervangen door precaire deeltijdjobs in de dienstensector.

Besluit

De cijfers van de NB moeten met grote omzichtigheid bekeken worden en hangen van veel factoren af, waar België geen controle op heeft. Zelfs als de cijfers juist zijn, lossen ze geenszins het zware probleem van de werkloosheid in ons land op.

Het beleid dat jobs creëert door cadeaus uit te delen aan de grote bedrijven is zeer duur en is onzeker, terwijl een beleid dat jobs creëert bij de overheid, goedkoper en duurzamer is.

Het aantal nieuwe jobs zegt nog niets over de kwaliteit van die jobs. En als je de conclusies van de NBB volgt, zullen die nieuwe jobs vooral precair en deeltijds zijn. Naar het voorbeeld van Duitsland, dat honderden duizenden slecht betaalde mini-jobs ceëerde in de jaren 2000 die de armoede in het land deden exploderen.

In plaats van de werkduur te verminderen door het massaal introduceren van precaire deeltijdjobs, een collectieve werkduurvermindering invoeren (de 30 urenweek) zou tegelijkerijd veel jobs creëren en aan de meesten een stabiele job garanderen die correct wordt vergoed.

[1] Belgische Nationale Bank – Economische Projectie voor België – Voorjaar 2016

Labels

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

tja de nationale bank groot? die is nu gewoon in handen van o vld en nva!!! dus geloof hechten????? nooit