Foto Wikimedia Commons / Frank Schwichtenberg

Een bankhervorming in mineur: banksector kan verder boeren in speculatieproducten

auteur: 

Jo Cottenier

Het kernkabinet keurde midden december – eindelijk – een plan goed op de banken te hervormen. En de regering Di Rupo is nu klaar om de verkiezingscampagne te starten. Maar voor enig triomfalisme is er echt geen reden.Wat de mensen interesseert is natuurlijk of die bankhervorming het risico van een nieuwe bankencrisis uitschakelt. En of hun spaargeld nu veilig zit.

Na de bankcrisis van 2008 werden er dure eden gezworen: de banken zouden voortaan in het gareel lopen, het zou gedaan zijn met speculeren met de spaarcenten van de bevolking. We hebben er vijf jaar op gewacht maar uiteindelijk is ze er: de grote bankhervorming. Premier Di Rupo en vooral Laurette Onkelinx glunderden na het akkoord in de kabinetsraad. “We maken sparen in België weer veilig” wisten ze te vertellen. Het is waar dat de PS het oorspronkelijk voorstel van minister van Financiën Geens heeft bijgeschaafd en iets strikter heeft gemaakt, maar dat daarmee alle gevaar is geweken lijkt bij nader onderzoek zeer betwistbaar.

Minder radicaal dan in de jaren '30

De meest ingrijpende bankhervorming werd niet toevallig na de beurs- en bankkrach van 1929 doorgevoerd. Ook toen ontplofte een speculatiebubbel met een reeks faillissementen van banken  als gevolg. De logische oplossing leek: de bankactiviteit drastisch inperken door de speculatie-activiteiten te verbieden in de spaarbanken en ze onder te brengen in aparte zakenbanken. De banken kregen dat in de VS ook drastisch opgedrongen door de Glass-Steagal Act van 1933. Een verplichting die in 1999 werd opgeheven onder invloed van de neoliberale dereguleringsgolf.

Ook na 2008 werd zo'n splitsing door velen als een minimum-formule voorgeschreven om te vermijden dat de staten nogmaals zouden moeten opdraaien voor de risicovolle handel (trading) in waardepapieren, beurswaarden, termijncontracten, enzovoort. Universele banken zoals we die in België kennen zouden opgesplitst moeten worden in depositobanken (voor spaarders) en zakenbanken (voor investeerders en speculanten). Het is bekend dat de eerste faillissementen in de VS  zakenbanken zoals Lehman Brothers hebben gekelderd. Zij waren diegenen die volgepropt zaten met rommelproducten, maar ze waren niet de enigen. Ook de meeste gewone banken hadden  jarenlang meegesnoept van de zeer lucratieve markt van toxische pakketten en werden meegesleept door de crisis. Het lag dus eigenlijk voor de hand dat de maatregel van 1933 wereldwijd terug uit de kast zou worden gehaald. Maar dat gebeurt niet, ook niet in de hervorming van Di Rupo.

Voor eigen rekening of voor de klant: moeilijk te scheiden

De regering maakt een onderscheid tussen de handelsactiviteit van de banken voor eigen rekening en die voor rekening van de klanten. De logica van de hervorming is dat vooral de handel voor eigen rekening aan de basis lag van de crisis en dat de handel in opdracht van klanten een positieve stimulans inhoudt voor de economie. De regering heeft dus een dubbelbesluit genomen:

1° Het speculeren voor eigen rekening wordt verboden; als de banken dat wél willen doen moet die activiteit in een aparte, afgescheiden entiteit worden ondergebracht.“Handel doen voor eigen rekening moet ondergebracht worden in een andere onderneming: een zusteronderneming of in de schoot van de moeder-onderneming, maar niet in de schoot van de bank of van een van haar filialen” preciseerde minister Geens.

2° De trading in opdracht van de klanten mag wél, maar tot een maximumplafond dat vastgelegd wordt op 15 % van het balanstotaal. Boven dit plafond moet elke euro ingedekt worden door een euro eigen middelen. De regering gaat er hierbij van uit dat die trading niet speculatief is, maar dient als hulp bij de uitvoer, voor de indekking van wisselrisico’s van bedrijven en voor het op gang trekken van staatsleningen.  

Bij de eerste maatregel kan worden opgemerkt dat er geen waterdichte beschotten zijn tussen de klassieke bankactiviteit en het zakenbankieren vermits beide onder dezelfde koepel mogen thuishoren. Wat gebeurt er wanneer die zakenbanken op hun beurt too-big-to-fail worden? Bij de tweede maatregel merken alle ingewijden van trading op dat het heel moeilijk is om speculatieve activiteit te onderscheiden van de activiteit met economisch nut in de balans van de banken. Bovendien wijzen ze erop dat de subprime-leningen ook een economisch nut hadden (de boom in de woningsector) maar achteraf heel gevaarlijke springstof bleken in handen van speculanten. Met andere woorden, als men toch de poort openlaat voor trading in een gewone bank haalt men automatisch ook een virus binnen die dodelijk kan zijn.         

De regeringspartijen beseffen dit heel goed. Daarom hebben ze ook besloten dat de banken, naast de 100.000 euro garantie op spaargeld, “geleidelijk een reserve vrije activa moeten aanleggen om spaarders te kunnen terugbetalen in geval van bankroet."

Het aanzuigeffect

Er is terecht een groot wantrouwen bij vele waarnemers van de banksector dat de maatregelen een waterdichte garantie tegen nieuwe crisissen vormen. Men is er van overtuigd dat de concurrentielogica ook nu weer de bovenhand heeft gehaald. De bankenlobby heeft sterk ingezet op de dreiging dat banken over kop zullen gaan indien té strenge maatregelen worden opgelegd. Terwijl de bevolking smacht naar veilige banken is die zorg opnieuw het kind van de rekening. De banken opereren in een wereld waarin de meest rendabele producten zich hoe dan ook in de speculatiesfeer bevinden. Er is tot hiertoe geen enkele maatregel genomen om de producten te verbieden, om de schaduwbanken of de belastingsparadijzen aan te pakken die grossieren in dat soort producten. Sinds de financiële crisis is geen enkele ernstige poging ondernomen om de gigantische zwalpende speculatiemassa aan banden te leggen, laat staan te vernietigen. Het spreekt dan ook vanzelf dat alles aanwezig blijft om nieuwe bubbels te zien opduiken en dat nieuwe crisissen niet uitgesloten zijn. Het is een vaststaand feit dat het wereldje van de schaduwbanken, dat grotendeels buiten elke regelgeving valt, eng verstrengeld is met het geregelde banksysteem. Banken spelen dikwijls doorsluis naar schaduwbanken of hebben eigen hedgefondsen voor hun rijkste klanten in belastingparadijzen. Banken investeren ook voor eigen rekening in producten en derivaten die op de markt worden gebracht door schaduwbanken.

Vanuit dit perspectief heeft het triomfalisme van de regeringspartijen een erg zwakke basis. De hervorming is veel zwakker dan de maatregelen die in de jaren ‘30 werden genomen. Ze is zelfs veel zwakker dan de hervormingen die de voorbije jaren werden goedgekeurd in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië. Ze is minder radicaal dan de Amerikaanse Volcker-hervorming die al in 2010 werd beslist en die stelt dat er geen financiële of groepsband mag zijn tussen de depositobank en de zakenbank. Ze is minder radicaal dan de Britse Vickers-hervorming die een verbod op alle trading-activiteit oplegt voor de traditionele banken en een volledig afgesplitste entiteit voor trading gebiedt, die evenwel binnen dezelfde groep mag blijven.

De Belgische hervorming is gekopieerd op de Franse hervorming die in juli 2013 door de Assemblée Générale werd gestemd. Ze is nauwelijks verschillend van de Europese hervorming die in oktober 2012 door het rapport Liikanen werd voorgesteld en nog wacht op behandeling door de Europese instellingen.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.