Bankhervorming pakt banksector en speculatie met fluwelen handschoenen aan

auteur: 

Jo Cottenier

De regering-Di Rupo maakt zich op om een laatste keer victorie te kraaien vooraleer de verkiezingscampagne te starten. Het kernkabinet bespreekt een plan om de banken te hervormen. Wat de mensen interesseert, is natuurlijk of die bankhervorming het risico van een nieuwe bankencrisis uitschakelt. En of hun spaargeld nu veilig zit. Het hervormingsplan dat nu op de regeringstafel ligt, voorspelt niet veel goeds. De poorten blijven openstaan naar de casinowereld, waar geld geld opbrengt.

Vijf jaar na de financiële catastrofe van 2008 wordt in de hele wereld de grote ‘fundamentele bankhervorming’ aangekondigd die in de toekomst nieuwe rampen zou moeten uitsluiten. Dat is zo in de VS, dat is zo in de Europese Unie, dat is zo in Frankrijk en Duitsland, en dat is zo in België. De regeringen in Europa hebben bijzonder veel haast om dit nog op hun verkiezingspalmares te kunnen boeken. Voor Kerstmis wil Di Rupo dit varkentje wassen.

De bedoeling van die hervormingen luidt: de speculatie aan banden leggen zodat men niet meer op een mooie dag ontdekt dat de banken uitpuilen van waardeloze rommelproducten. En als er toch banken over de kop gaan, zou dit ‘proper’ moeten gebeuren, zonder dat de staat moet tussenkomen en zonder dat de gewone burger schrik moet hebben voor zijn centen. De vraag is dus: wat zijn de garanties dat de belastingbetaler niet meer zal moeten opdraaien voor de criminele roekeloosheid van de banksector? Hoe veilig zijn onze spaarcenten?

De omvang van het probleem

Om de wapens te beoordelen waarmee men ten oorlog trekt, moet men weten met welk monster men de strijd aangaat. De collaps van 2008 heeft getoond dat de wereldeconomie opgescheept zit met ontzaglijke sommen speculatief geld. Dat is op rekening te schrijven van de neoliberale golf die vanaf begin de jaren 80 door alle regeringen ter wereld werd omarmd, ook de sociaaldemocratische. De rijken werden nog rijker en wat deden ze met hun geld? Speculeren! Zodat ze nog sneller rijk werden.

Ze kregen daar alle middelen toe omdat de financiële sector volledig bandeloos werd gemaakt. Geen firewalls, geen veiligheidsmuren, geen beperkingen meer. Er ontstonden nieuwe, complexe producten die speciaal geschikt waren voor speculatie: de derivaten. Dat zijn contracten die verhandeld worden en waarvan de waarde bepaald wordt door de waardeschommeling van ‘onderliggende’ producten. Dat kan van alles zijn: aandelen, schuldpapieren, grondstoffen, munten, intrestvoeten, marktindexen, kredietkaartschulden, enz.

Een onweerstaanbaar derivaat

Er ontstonden nieuwe, in speculatie gespecialiseerde beleggingsfondsen, met hoog risico én hoog rendement: de hedge funds (of hefboomfondsen), de private equity funds. Uiteindelijk werd in 1999 de Glass-Steagall Act afgeschaft in de VS, die dateerde van de jaren 30 en precies als bedoeling had een herhaling van de crash van 1929 te voorkomen. Door die wet was er een radicale scheiding gemaakt tussen depositobanken (voor spaarders) en zakenbanken (voor investeerders en speculanten). Het resultaat was dat ook gewone commerciële banken duchtig aan het speculeren gingen, voor hun klanten en voor zichzelf. Na 2001 kwam er een onweerstaanbaar derivaat op de markt dat alle bankiers deed duizelen: de Collateral Debt Obligation (CDO), een complex pakket met woningleningen als onderpand. Het verspreidde zich als een virus in alle grote banken ter wereld door zijn hoge rendement. De CDO-markt groeide van 30 miljard dollar in 2003 naar 225 miljard dollar in 2006.

Ook de grote Europese banken, die nooit door veel beperkingen waren geplaagd, grossierden in dat soort zwarte dozen, waarvan niemand op de duur nog wist hoeveel de inhoud echt waard was. Banken maakten hun eigen hefboomfondsen voor speculatie in CDO’s en andere derivaten, en die opereerden meestal vanuit belastingparadijzen.

“We bleven dansen”

Met een bescheiden kapitaal werden de balansen altijd maar groter, werden de banken altijd maar machtiger. In 2007 waren de Belgische banken vier keer zo groot geworden als de Belgische economie. De tradingactiviteit maakte bij de grote banken tot 50% uit van hun balans. Zoals een bankier het later zou uitdrukken: “Zolang de muziek speelde bleven we dansen.” Na het faillissement van enkele hefboomfondsen en vooral van de zakenbank Lehman Brothers stopte de muziek. De grote banken die vol staken met rommelproducten, brachten het hele financiële systeem op de rand van de afgrond.

Ook de vier grote Belgische banken hadden zwaar gepokerd. Op het moment dat Lehman Brothers over de kop ging in september 2008 had Fortis 42 miljard euro ‘gestructureerde producten’ of rommel in zijn activa. Dexia had een Amerikaanse dochteronderneming, FSA, die volop in rommelproducten boerde. En ook KBC had 16 miljard euro niet-verzekerde rommel in portefeuille. Ze werden zoals andere grote banken ‘too big to fail’ verklaard en de Belgische overheid stak 28,2 miljard euro in de redding van de banksector: 10,2 miljard voor Fortis, 9,4 miljard voor Dexia, 7 miljard voor KBC en 1,5 miljard voor Ethias1. In Europa werd ongeveer 500 miljard euro besteed door de staat2 voor kapitaalverhogingen en nationalisaties van banken en 200 miljard dollar in de VS.

Schaduwbanken

De banken waren voorlopig gered, maar daarmee is de financiële speculatie niet verdwenen. Op wereldvlak bedraagt de handel in financiële derivaten nog altijd ongeveer 700 miljard dollar3, de hefboomfondsen beschikken over 2.300 miljard dollar beleggingen4 en de rijken zouden naar schatting tussen de 21.000 en de 32.000 miljard dollar (zo’n 25.000 miljard euro) in belastingparadijzen hebben geparkeerd5.

De totale omvang van de financiële producten die in omloop zijn bij wat men de schaduwbanken noemt, dit zijn financiële intermediairs buiten de bankensector, is gegroeid van 27.000 miljard dollar in 2002 tot 60.000 miljard dollar in 2007 en bleef sindsdien ongeveer op hetzelfde niveau6. Dit is de helft van wat in het strikte bankencircuit in omloop is.

Het is een vaststaand feit dat het wereldje van de schaduwbanken, dat grotendeels buiten elke regelgeving valt, eng verstrengeld is met het geregelde banksysteem. Banken spelen dikwijls doorsluis naar schaduwbanken of hebben eigen hefboomfondsen voor hun rijkste klanten in belastingparadijzen. Banken investeren ook voor eigen rekening in producten en derivaten die op de markt worden gebracht door schaduwbanken. Sinds de financiële crisis is geen enkele ernstige poging ondernomen om deze gigantische zwalpende speculatiemassa aan banden te leggen, laat staan te vernietigen. Het spreekt dan ook vanzelf dat alles aanwezig blijft om nieuwe bubbels te zien opduiken en nieuwe crisissen niet uitgesloten zijn. Hoe wil Di Rupo de Belgische banksector hieraan onttrekken?

Schadelijk voor concurrentiepositie

Een minimummaatregel zou kunnen zijn dat traditionele bankfunctie – het ontvangen van deposito’s en het verstrekken van leningen – strikt gescheiden wordt van de handelsoperaties. Daarmee is de speculatie de wereld niet uit, maar wie dan wil speculeren, doet het op eigen risico.

Dit is echter van meet af aan verworpen door de regering wegens te schadelijk voor de concurrentiepositie van onze banken. Zo is meteen de toon gezet: de concurrentie in de sector blijft het doorslaggevende criterium, niet de veiligheid van de burger of het sociale nut van de bank.

Het voorstel voor bankhervorming dat minister van Financiën Geens op tafel legt, volgt scrupuleus de aanbevelingen die de Nationale Bank heeft gedaan in haar eindrapport van 20137. Dit rapport onderscheidt vier soorten handel en maakt al meteen een onderscheid tussen ‘potentieel schadelijke’ en eerder positieve tradingactiviteit. Ook dat zet de poort open voor halfslachtige maatregelen, want volgens de Nationale Bank zijn de twee moeilijk van mekaar af te scheiden. Als potentieel schadelijk wordt de handel voor eigen rekening of het zuiver handelen voor de eigen winst van de bank beschouwd. Maar ‘potentieel’ wil niet zeggen ‘altijd’, dus moet ook hiervoor nog een poort open blijven. De banken moeten ook nog als tussenpersoon of tegenpartij kunnen optreden indien hun cliënten dat soort producten willen aan- of verkopen, want dat brengt leven in de financiële markten en wordt per definitie als positief beschouwd.

Halfslachtig gewrocht

En zo komt men tot het compleet halfslachtige en hybride hervormingsplan dat vandaag op de regeringstafel ligt. Er worden drie maatregelen voorgesteld om de speculatie aan banden te leggen:

• De speculatie voor eigen rekening van de banken (categorie 1) mag maximaal 2,5% van het eigen vermogen bedragen.

• Banken die dit percentage van 2,5% willen overschrijden moeten hun volledige handel voor eigen rekening onderbrengen in een afzonderlijke entiteit die buiten de bank staat.

• De globale tradingportefeuille (categorie 1 én 2) zou niet hoger mogen zijn dan 15% van het balanstotaal. Het betekent in de praktijk dat er een ruime marge wordt gelaten voor categorie 2, de handel in opdracht van de klanten. Voor iedere euro boven de 15% moet voorzien worden in een halve euro extra kapitaal, als risicodekking.

Zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië hebben al hervormingen goedgekeurd die radicaler zijn dan het Belgische gewrocht dat eraan komt. In de VS werd in 2010 de “Volcker-rule” beslist, die momenteel in uitvoering is. Banken mogen geen trading meer doen voor eigen rekening en mogen geen banden hebben met hefboomfondsen of private equity funds. Zij mogen die tradingactiviteiten ook niet in een andere vennootschap van de groep onderbrengen.

In Groot-Brittannië is de zogenaamde “Vickers-hervorming” opgestart. Alle tradingactiviteiten – ook die voor klanten – moeten in een aparte entiteit ondergebracht worden. Die vennootschap mag wel onder dezelfde groep thuishoren. Zo ontstaat een soort schutkring rond een afgeschermde bank die alleen nog deposito’s mag ontvangen en leningen verstrekken. In naam van de concurrentie met buitenlandse banken sluit de Belgische regering bij voorbaat dergelijke maatregelen uit.

Haalt het iets uit?

De regering maakt zich sterk dat de geplande maatregelen volstaan om in de toekomst de risicovolle investerings- of handelsactiviteiten van de drie grootste banken onder controle te krijgen. Maar het is duidelijk dat zij ervoor terugschrikt om de linken tussen de banken en de speculatiewereld helemaal door te knippen. Het is logisch dat er méér nodig is dan een Belgische wet of een KB om de speculatie te kortwieken, maar wat de regering nu wél in handen heeft, is een buitenkans om ten minste de Belgische banken speculatievrij te maken. De keuze die men maakt om vele poorten open te laten is een keuze voor de concurrentielogica en tegen de belangen van de spaarders. Want het is precies die concurrentielogica die aan de basis lag van een mateloze jacht om groter, sterker en rijker te worden.

De poorten blijven openstaan naar de casinowereld, waar geld geld opbrengt. En zolang die openstaan zullen banken er het maximum proberen uit te halen. De Nationale Bank berekende dat bij een volledige afscheiding van de tradingactiviteiten de Belgische banken tussen 22 en 53% van alle activa en ongeveer 45% van alle passiva die momenteel op de huidige balansen van de Belgische banken staan, verboden zou worden. Die formele cijfers zullen op termijn wel dalen door de hervorming, maar de lucratieve handel zal niet verdwijnen. Banken zullen eventueel hun eigen ‘schaduwbanken’ oprichten om toch van de rijke tafel te kunnen mee-eten. Op die manier blijven banken met duizend draden afhankelijk van nieuwe bubbelavonturen in de speculatieve sector.

Openbare handen

De definitieve versie kan nog licht variëren omdat de sociaaldemocratische partijen heel goed weten dat de problemen daarmee niet opgelost zijn en voor nog strengere limieten pleiten. Als ze bakzeil halen, zal het hen echter niet verhinderen om ook deze capitulatie als een grote overwinning te verkopen in de verkiezingscampagne.

Om een einde te maken aan de concurrentiegedreven roekeloosheid van de banken zijn radicale maatregelen nodig die in de eerste plaats een volledige openbaarheid en controle door niet-bankiers toelaten. Dit kan alleen gegarandeerd worden wanneer de banksector in openbare handen komt. Dan kan de kredietverlening een instrument worden voor sociale, ecologische en maatschappelijke vooruitgang in plaats van een poort naar de woekerwereld. De kapitaalnormen moeten het dubbele bedragen van de 7 à 10% die door de Basel III-regelgeving zijn opgelegd. De bonussen voor prestatie moeten verboden worden. Ook wat dit laatste betreft is het regeringsplan een slag in het water. Ze worden toegelaten tot 50% van het jaarsalaris.

1 De Tijd, Nog gat van 11 miljard door bankenreddingen, 18 november 2013.

2 Europese Commissie (2012). Scorebord staatssteun – Editie 2012: Verslag over de door EU-lidstaten verleende staatssteun.

3 Bank for International Settlements (2013). Statistical release: OTC derivates statistics at end-June 2013, November 2013.

4  Crédit Suisse (2013). Reaching new heights: The 2013 Credit Suisse global survey of hedge fund investor appetite and activity.

5 Pro Publica (n.d.). Bailout tracker, geraadpleegd op 10 december 2013 van projects.propublica.org/bailout/

6 Financial Stability Board (2011). Shadow banking: Scoping the issues, 12 April 2011.

7 Nationale Bank (2013). Structurele bankhervormingen in België: eindrapport, Juli 2013.

Labels

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.