(Foto Solidair, Salim Hellalet)

6 maatregelen tegen interimmisbruik

Een studie van de PVDA toont aan dat in heel wat bedrijven interimarbeid eerder regel dan uitzondering geworden is. In tien bedrijven wordt meer dan de helft van de uren gepresteerd door uitzendkrachten. De PVDA heeft een plan om dat massaal misbruik van uitzendarbeid aan te pakken.

De PVDA-studiedienst wou weten of de misbruiken die aan het licht zijn gekomen, uitzondering zijn of de gewone gang van zaken. Daarom stelde ze – zich baserend op officiële cijfers – een top 100 op van bedrijven met meer dan 250 werknemers die het vaakst uitzendkrachten gebruiken.

De top 100 van de ondernemingen telt 45.000 “vaste” voltijds equivalenten (VTE) en 13.000 VTE-uitzendkrachten. We kunnen ons op zijn minst grote vragen stellen bij de resultaten. Enkele voorbeelden. In de top 100 is gemiddeld een op de vier voltijdse arbeidsplaatsen ingevuld door een uitzendkracht. Bij de top 20 stijgt dat cijfer zelfs tot ver boven de 40%. En tien grote ondernemingen hebben meer VTE’s die ingevuld worden door interims dan door “vaste” werknemers!

Vooral in callcenters en in de logistiek, wordt massaal gebruik gemaakt van interimarbeid, maar alle sectoren zijn betrokken.

Als je ziet in welke mate interims worden ingeschakeld, dan rijst toch het vermoeden dat de wet wordt omzeild.

Er moeten maatregelen getroffen worden om een einde te stellen aan deze structurele werkonzekerheid en de behoeften van de werknemers moeten weer de kern van het productieproces worden. Interimarbeid moet opnieuw gebruikt worden waarvoor het oorspronkelijk was bedoeld, namelijk voor het soepel inzetten van arbeidskrachten om een onvoorziene, tijdelijke productievermeerdering op te vangen. De feitelijke of wettelijke uitbreidingen moeten worden afgeschaft of tegengegaan.

Om een eind te stellen aan die situatie stelt de PVDA een noodplan tegen misbruik voor, met zes concrete voorstellen. Een van die voorstellen is het invoeren van een maximumpercentage uitzendkrachten in ondernemingen en de instelling van een maximumgrens van het aantal opeenvolgende dagcontracten dat een onderneming een werknemer kan geven.

De zes maatregelen van het “antimisbruikplan” van de PVDA

1. Meer controle: de sociale inspectie zou makkelijker toegang moeten krijgen tot de kruispuntbank van uitzendkrachten. Bovendien zou de inspectie over meer personeel moeten beschikken, zeker in regio’s waar ondernemingen met veel uitzendkrachten sterk vertegenwoordigd zijn (zoals de luchthaven en de haven van Antwerpen).

2. Zwaardere boetes: momenteel kan een inlener-onderneming die door een uitzendkracht aangeklaagd wordt, niet beboet worden. Indien het misbruik is bewezen, is de onderneming verplicht tot aanwerving van de uitzendkracht (die doorgaans snel daarna ontslagen wordt).

3. Invoering van een maximumgrens voor de opeenvolgende dagcontracten die een onderneming aan een werknemer kan geven. Momenteel voorziet de wet nog geen maximumgrens. De enige beperkingen die momenteel bestaan, zijn ingevoerd door bepaalde beroepskassen of paritaire comités.

4. Afschaffing van de vierde voorwaarde voor interimarbeid. Dat motief (instroom), toegevoegd in september 2013 (cao 108), is in werkelijkheid een verkapte proefperiode. Meer informatie op: http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=43157

5. Invoering van een maximumpercentage uitzendkrachten in ondernemingen. Het plafond zou op sectorieel vlak moeten worden onderhandeld.

6. Registratie van de tijdelijke vervanging van een werknemer (criterium 1). De ondernemingsraad zou op die manier weten wie welke afwezige werknemer vervangt en kan bijgevolg controle uitoefenen op de betrekking en de taak die aan de uitzendkracht is toegewezen.

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.