1000 MIVB-werknemers blootgesteld aan asbest

Persconferentie 1 april 2014. Van links naar rechts Roland Desmet, Daniel Vanden Bosch, Eric Jonckheere en Jean-Pierre Fumière

Minstens vijf werknemers van de MIVB zijn gestorven aan asbestkanker. Een gevolg van blootstelling aan asbest tijdens hun werk. Voor twee van hen staat het verband vast. Voor de drie anderen is de doodsoorzaak meer dan waarschijnlijk gelinkt aan deze blootstelling. Youssef Handichi, ACV-delegee, lid van de ondernemingsraad van de MIVB en 3e kandidaat op de lijst PTB*PVDA-go! en ex-werknemers en vakbondsmensen eisen dat de directie van de MIVB en de politieke verantwoordelijken dit dossier ernstig nemen.

In 2014 worden 675 werknemers van de MIVB nog altijd medisch gevolgd voor blootstelling aan asbest; 310 anderen die de MIVB hebben verlaten, worden echter niet langer opgevolgd, noch door de MIVB noch door het Fonds voor Beroepsziekten. Dat betekent dat meer dan 1 werknemer op 10 bij de MIVB blootgesteld is geweest aan asbest tijdens de voorbije jaren. Uit het laatste tramrijtuig van het type 7900 werd de asbest uiteindelijk in 2011 verwijderd. Een uitermate verontrustende vaststelling. Jean-Pierre Fumière, Daniel Vanden Bosch en Roland Desmet, drie gepensioneerde werknemers van de MIVB, vakbondsmilitanten actief bij de ACOD, hebben beslist dat zwijgen niet langer een optie is.

Zij vrezen voor een echt gezondheidsprobleem in Brussel, zowel voor de werknemers van de MIVB als voor de gebruikers van het openbaar vervoer.

De MIVB-directie en de politieke verantwoordelijken weigeren in te gaan op de terechte vragen en ongerustheid in dit gevoelige dossier.

Jean-Pierre Fumière, Daniel Vanden Bosch en Roland Desmet, vertegenwoordigers van de het Bureau van gepensioneerden, bruggepensioneerden en uitkeringsontvangers (GBU) van de ACOD-TBM, konden op hun persconferentie op 1 april 2014 rekenen op de steun van de Belgische vereniging van Asbestslachtoffers, bekend van het asbestproces tegen Eternit in Kappellen-op-de-Bos.

Grote lacunes in de aanpak van de asbestproblematiek door de MIVB

De voornaamste bekommernis van de drie initiatiefnemers gaat naar de medische opvolging van de 1000 werknemers waarvan de asbestblootstelling is erkend.

Daniel Vanden Bosch: “We willen dat er volledige klaarheid komt. Dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Vandaag worden 675 actieve werknemers van de MIVB gevolgd na blootstelling aan asbest; 310 werknemers die de MIVB hebben verlaten worden niet langer opgevolgd en worden aan hun lot overgelaten. Samen bijna 1000 personen of 1 op 10 van de werknemers van de MIVB. We kunnen hier spreken over een enorm probleem. Maar jammer genoeg schijnt de MIVB-directie en mevrouw Grouwels, de bevoegde minister, zich dat nog niet ten volle te realiseren. Ze blijven het probleem minimaliseren. Ze stellen het voor alsof de MIVB voorop ging in de strijd tegen asbest en dat de MIVB haar personeel beschermde als een goede huisvader. Maar ik kan me moeilijk inbeelden dat een goede huisvader zijn kinderen in dergelijke vuiligheid laat spelen.”

Tot op vandaag zijn er 5 overlijdens bekend ten gevolge van asbestblootstelling in de MIVB-ateliers. Maar daar kunnen de komende jaren tientallen slachtoffers bijkomen. Daniel Vanden Bosch: “Dat aantal zal nog stijgen in de toekomst. De gevolgen treden slechts op lang na de blootstelling aan asbestvezels. Ons onderzoek toont dat de MIVB-verantwoordelijken enorm nalatig zijn geweest. We maken ons grote zorgen voor alle personen en hun families die hierdoor in de komende jaren het slachtoffer van zullen worden.”

Een bezwarend inspectierapport in 2001

Een auditrapport van AIB Vinçotte uit 2001 – waarvan we de volledige versie hebben kunnen inkijken – en waarvan toen alleen een rooskleurige versie op het CPBW werd voorgesteld, blijkt bijzonder bezwarend te zijn. En dat werpt wel een heel ander licht op de beweringen van de directie dat ze steeds gehandeld heeft volgens de voorgeschreven regels sinds de jaren 70 en 80.

Het volledige rapport noteerde ondermeer dat de verwijdering van asbest uit de rijtuigen en de gebouwen niet altijd zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat de bescherming van de werknemers onvoldoende is. De inventaris was dikwijls onnauwkeurig, stofzuigers met absolute filters werden maar laattijdig in gebruik genomen. De afscherming was onvoldoende en de asbestverwijderingscabine was niet conform. Het personeel bleek onvoldoende geïnformeerd en wist niet welk type stofzuiger of masker precies moesten worden gebruikt voor asbeststof. Er waren geen lijsten of registers beschikbaar van de werknemers die aan asbest waren blootgesteld, met vermelding van plaats en precieze duur van de blootstelling. Nadien werden de dossiers van blootgestelde werknemers met een blauwe band gemerkt wanneer deze zelf aangaven met asbest in contact te zijn geweest. AIB Vinçotte is formeel: “Het aantal aan asbest blootgestelde werknemers werd systematisch onderschat door de MIVB.”

Daniel Vanden Bosch: “Dat wordt bewezen door een rapport van de interne dienst voor preventie en bescherming in 1999. Men beweert dat er geen enkele werknemer kan worden beschouwd als blootgesteld aan asbest en tien jaar later blijken er wel 1000 te zijn.”

Werknemers onvoldoende beschermd en geïnformeerd

In hun onderzoek hebben Daniel Vanden Bosch en Jean-Pierre Fumière ook ontdekt dat er veel wettelijke bepalingen niet werden nageleefd.

Jean-Pierre Fumière: “In de ateliers waar de reparaties en de verwijdering van het asbest gebeurden, was er een ernstig gevaar voor blootstelling. Maar doordat er dikwijls weinig of geen beschermende maatregelen waren, het personeel dikwijls zelfs niet op de hoogte was van de te volgen procedures en verwijderd asbest in open kisten lag, is de kans groot dat zelfs de administratiemedewerkers in de ateliers aan asbest werden blootgesteld. De werknemers kregen maskers van het type P1 terwijl maskers van het type P3 al wettelijk verplicht waren. Daardoor kwam het asbest toch in hun longen terecht. Voor de werknemers was er geen aparte sanitaire blok in de ateliers. Ze konden zich dus niet echt wassen na hun werkdag. Hun stadskleren kwamen in hetzelfde kleerkastje terecht als hun werkkleren. Alleen in Haren was er een aparte sanitaire blok.”

Het verplicht blootstellingsregister werd evenmin bijgehouden

Zo was het onmogelijk om een register van de blootgestelde werknemers te raadplegen. Zo’n blootstellingsregister is nochtans wettelijk verplicht sinds een Koninklijk Besluit van 15 december 1978. Het register met blootstellingsgegevens per werknemer moet ter beschikking staan van de sociaal inspecteur en de arbeidsgeneesheer. Het moet 40 jaar worden bewaard. De werknemer moet zijn persoonlijke gegevens kunnen inkijken en het CPBW moet de collectieve gegevens kunnen inkijken.”

We willen volledige duidelijkheid

Daniel Vanden Bosch en Jean-Pierre Fumière willen dat er nu volledige duidelijkheid komt. “We willen niemand met de vinger wijzen. We willen een oplossing en hulp voor de getroffen werknemers. Het gaat hier om een omvattend gezondheidsprobleem. Alle elementen moeten naar boven komen. Teveel mensen lijden eronder en nog meer kunnen er in de toekomst het slachtoffer van worden. Zowel vanwege de MIVB-directie als van de politieke verantwoordelijken verwachten we de erkenning van de feiten en de waarheid over het verleden en de huidige situatie.”

Deze 3 ex-werknemers willen dat alle werknemers die ooit aan asbest hebben blootgestaan of bloot (kunnen) staan, duidelijk worden geïdentificeerd. Dat hun situatie wordt opgevolgd en de gevolgen ervan sociaal en financieel worden erkend. Het precies aantal overleden en zieke personen als gevolg van asbest moet worden bepaald. Hun gezondheidsparcours moet worden opgevolgd, ook voor wie ondertussen de MIVB heeft verlaten. Wanneer een werknemer de MIVB verlaat en als hij aan asbest werd blootgesteld, moet er automatisch een blootstellingsattest worden gestuurd naar de huisarts.

De medische opvolging moet ernstig gebeuren en gratis zijn voor de actieve en niet langer actieve werknemers. Voor wie de 310 personen die de MIVB hebben verlaten moet de hospitalisatieverzekering en laste blijven van de MIVB. De gepensioneerden en geprepensioneerden vragen om ook bij alle discussies en beslissingen betrokken te worden.

Jean-Pierre Fumière: “Daniel, Roland en ik hebben beslist om deze zaak ten gronde uit te spitten. We staan op met het asbestdossier en gaan er mee slapen. Dag na dag. Ik heb hierover vroeger als ik lid van het Comité voor veiligheid en preventie op het werk (CVPW) vragen gesteld zonder ooit een duidelijk antwoord te hebben gekregen. De echtgenote van een collega is me op zekere dag komen opzoeken met haar zoon. Haar man Marcel was ziek en de arbeidsgeneesheer van de MIVB heeft erkend dat hij asbest heeft gebruikt en behandeld. Ze had ook een certificaat van een professor van het Brugmann hospitaal. Ze wou nu wel eens weten waarin haar Marcel had gewerkt en of hij met de ‘witte pest’ in aanraking was geweest in het atelier van Belgrade in Sint-Gillis. Hij is gestorven na een lange ziekte. Dat is mijn motivatie om dit uit te spitten. We willen dat de toekomstige slachtoffers degelijk behandeld en vergoed worden.”

Daniel Vanden Bosch: “Mijn vader heeft bij de MIVB gewerkt vanaf 1952 en is gestorven aan een mesothelioom in de tramkliniek. De artsen die mijn vader hebben geopereerd, werkten in dienst van de MIVB. Hun vaststellingen waren vernietigend. Overal uitzaaiingen. Mijn vader had nog tien dagen te leven. Hij leed verschrikkelijk pijn. De MIVB is vandaag zijn medisch dossier kwijt. We moeten nu alles in het werk stellen dat anderen niet dezelfde lijdensweg moeten doormaken.”

300 ex-werknemers krijgen geen medische opvolging

Daniel Vanden Bosch: “Voor de MIVB-werknemers gebeurt de opvolging door een jaarlijkse spirometrietest en een radiografie van de thorax. Men heeft ons gezegd dat het Fonds voor Beroepsziekten in stond voor de 300 werknemers die de MIVB hebben verlaten. Ook staatsecretaris Philippe Courard (PS) zegt dat er geen probleem is en dat het FBZ deze personen volgt. Maar in de feiten is dat helemaal niet wat er gebeurd is. In werkelijkheid betekent dat dat deze 300 agenten aan hun lot worden overgelaten.

De algemeen-bestuurder van het Fonds voor beroepsziekten, Jan Uytterhoeven laat inderdaad weten dat het Fonds dergelijke opvolging alleen heel recent verzekert voor neussinuskanker bij blootstelling aan houtstof.

De wetenschappelijke raad van het Fonds meent dat voor asbestblootstelling dergelijke medische opvolging niet verantwoord is. De raad beroept zich daarvoor onder andere op argumenten als “te brede doelgroep”, “te duur”, mogelijkheid tot verkeerde diagnose en nodeloos ongerust maken van mensen. Verder wordt ook de meerwaarde voor de gezondheid en de kans op overleven blijkbaar onvoldoende geacht. (Mail aan Jean-Pierre Fumière, 22 januari 2014).

Ook bestuurders en reizigers blootgesteld?

Jean-Pierre Fumière: “De verwarming in de tramstellen van het type 7000 bevatte ook asbest. De bestuurders en de reizigers kunnen op die manier ook aan asbestvezels blootgesteld geweest zijn. Ook in de metrotunnels werd er tot voor kort ’s nachts asbest verwijderd. We hebben hierover documenten die dateren van 2009. Ook daarover willen we de volle waarheid kennen.”
In 2012 werd het asbest uit de laatste tram verwijderd. Minister De Conick heeft dat bevestigd in haar antwoord aan Karine Lalieux (PS) op 7 januari 2014 in het Parlement. Dat betekent dat er tot in 2012, gisteren in feite, asbest aanwezig was in de rijtuigen.

Brieuc de Meeûs: “We lossen het intern op…”

Daniel Vanden Bosch, Jean-Pierre Fumière en Roland Desmet zijn verontwaardigd over de antwoorden van de politieke verantwoordelijken en MIVB-directie. Deze antwoorden kloppen niet met de rapporten en gegevens die ze hebben verzameld. Hun verklaringen lijken wel leugens door het weglaten van essentiële elementen. Ze minimaliseren de feiten en weigeren erop in te gaan. Ze begrijpen niet waarom de MIVB-directie met hen weigert te spreken.

Op 9 december 2013 hebben ze een kil briefje gekregen van directeur-generaal Brieuc de Meeûs van de MIVB om hen dit duidelijk te maken: “Dit dossier wordt intern behandeld door de betrokken actoren waartoe u niet hoort en door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (Toezicht op het Welzijn op het Werk Directie Brussel-Hoofdstad). We hebben aan u geen bijkomende elementen te verstrekken…”

Op de persconferentie waren ook Guy Rumens en Boujida Omar aanwezig, ACOD-leden van het CPBW en die deel uitmaken van het Comité Asbest waarnaar de behandeling van het asbestdossier is verwezen. Zij hebben unaniem bevestigd dat de directie nog steeds precieze antwoorden schuldig blijft. Vooral op de vraag naar een “meer menselijke houding en hulp voor de asbestslachtoffers” komt er nooit een antwoord. “Tekenend is ook dat de directie op 1 april nog steeds niet het proces-verbaal van de bijeenkomst van 6 februari heeft overgemaakt”, volgens deze vakbondsafgevaardigden.

Op 3 april heeft de MIVB laten dat er geen reden tot ongerustheid is. “Er bestaat inderdaad een rapport van mei 2001 en opgesteld door AIB Vinçotte. Het duidt punten aan ter verbetering maar onderlijnt dat de MIVB deze problematiek aanpakt met naleving van de geldende normen. Een ander rapport van enkele maanden later, bevestigt trouwens dat de noodzakelijke verbeteringen uitgevoerd zijn geworden.”

Als dit de volledige waarheid is, moet het geen probleem zijn om deze rapporten integraal bekend te maken. Alle werknemers van MIVB moeten kennis kunnen nemen van dit rapport.

Minister Monica De Coninck: “Er loopt een strafproces maar ik kan niets zeggen”

Monica De Coninck (sp.a), minister van Werk en Sociaal Overleg, houdt zich op de vlakte, weet niets of verschuilt zich achter het medisch -en het beroepsgeheim.

Op dinsdagnamiddag 1 april heeft Zoé Genot (Ecolo) 14 heel precieze vragen gesteld in de Kamercommissie voor Sociale Zaken. De antwoorden van minister voor Werk Monica De Coninck blijven uitermate vaag “omdat ze een onderzoek heeft gelast dat nog loopt”. Dat spreekt de eenzijdige verklaringen tegen van de MIVB-directie die beweert dat het dossier definitief is gesloten. Blijkbaar zijn de aangeklaagde feiten zorgwekkend genoeg om een strafonderzoek in te stellen. Maar de minister beperkt zich tot het herhalen van de wettelijke regelgeving zonder in te gaan op het al of niet naleven ervan.

Volgens de minister wees het Vinçotte-rapport van 2001 slechts op twee problemen: de asbestinventaris van de gebouwen moest bijgewerkt worden en de werknemers moesten meer gesensibiliseerd worden.

Staatssecretaris Philippe Courard: geen vuiltje aan de lucht

Voor staatssecretaris Philippe Courard (PS), belast met de voogdij over het Fonds voor Beroepsziekten, is er geen vuiltje aan de licht. Hij houdt zich aan de officiële wetteksten maar van de feitelijke gang van zaken is hij blijkbaar niet op de hoogte. Niemand heeft volgens hem een aanvraag ingediend bij het Fonds voor Beroepsziekten.

Minister Grouwels: MIVB was voorbeeld

Minister Brigitte Grouwels (CD&V), verantwoordelijk voor de MIVB in de Brusselse regering, ziet evenmin grote problemen. Op 18 december 2013 verklaarde ze in het Brusselse Parlement dat de MIVB altijd voorbeeldig en pro-actief heeft gehandeld in het asbestdossier. De MIVB zou zelfs op de wetgeving vooruit geweest zijn. Alles gebeurt volgens haar in de beste omstandigheden en volgens de regels. Ze verklaarde dat de klacht bij de FOD Werk en Sociaal Overleg zou gesloten zijn volgens de MIVB. Minister De Coninck verklaart op 1 april 2014 echter dat er een strafonderzoek loopt.

Youssef Handichi: “Er moet een openbare onderzoekscommissie komen”

Youssef Handichi, ACV-delegee, lid van de Ondernemingsraad van de MIVB en 3e kandidaat op de lijst PTB*PVDA-go !, was aanwezig op de persconferentie van 1 april: “Het dossier van mijn collega’s moet echt ernstig worden genomen. Hun dossier bevestigt op vele vlakken de besluiten die ook de afgevaardigden van mijn vakbond hebben getrokken in het CPBW. Hoewel intern het sociaal overleg verder wordt gezet met de algemene directie, deel ik toch hun ontgoocheling over de reacties en de antwoorden van de Brusselse politieke verantwoordelijken. De gezondheid van de werknemers eist dat er volledige klaarheid komt. De inzet overstijgt de MIVB. Het gaat om meer dan 800 nog actieve operatoren en 310 vroegere werknemers! We moeten eens stil staan bij hun familie, hun kinderen, hun naasten. Als de terechte vragen van de werknemers geen bevredigend antwoord krijgen voor 25 mei, zal ik me inzetten om een openbare onderzoekscommissie af te dwingen in het Brusselse parlement. Daarnaast zal mijn vakbond ook zijn verantwoordelijkheid opnemen.

Wat is asbestkanker?

Asbestkanker (ook mesothelioom of borstvlieskanker genoemd) is een kwaadaardige aandoening van het longvlies, te vergelijken met de stoflong van mijnwerkers. Klachten zijn kortademigheid, vermoeidheid, pijn op de borstkas en vermagering, veel hoestbuien. De tumor kan ook drukken op de slokdarm waardoor slikken moeilijk is.


Pas na 20 tot 40 jaren treedt asbestkanker op bij personen die onbeschermd contact met asbest hebben gehad. Men verwacht dat het aantal patiënten de komende dertig jaar nog sterk zal toenemen. Asbestkanker is ongeneeslijk. Chemotherapie heeft maar een tijdelijk en kortstondig effect.

Al in 1963 hebben wetenschappers op een conferentie in New York een eenduidig verband aangetoond tussen asbest en longvlieskanker.

De patroons van asbestbedrijven als Eternit in België waren hiervan op de hoogte. Verblind door winstzucht, hebben ze nagelaten om de nodige maatregelen te treffen voor de bescherming van de werknemers en het leefmilieu van de gemeente Kapellen-op-den-Bos waar het bedrijf gevestigd is. Sinds 1998 is het gebruik van asbest verboden in België en sinds 2005 in Europa. In België zijn zo’n 2000 werknemers als asbestslachtoffers erkend door het Fonds voor Beroepsziekten.

Eric Jonckheere, vice-voorzitter van Abeva: “Asbest is helemaal geen zaak van het verleden. Het dossier dat de mensen van de MIVB aankaarten bewijst het jammer genoeg. Alles laat ons vrezen voor een stijging van het aantal slachtoffers, want de merkbare gevolgen moeten zich nog manifesteren in de komende jaren.”

Commentaar toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Reacties

Ikzelf ben in de jaren 1990 blootgesteld aan de asbest in de stelplaats van Elsene. We wisten niets van die asbest, pas later kwamen er maskers bij te pas.